Zaterdag 05/12/2020

Concertverslag

Dean Blunt in de Vooruit: Flitsen in de mist

Roy Nnawuchi, alias Dean Blunt, in een donkere Vooruit.Beeld Alex Vanhee

Wie is Dean Blunt? Na zijn passage in de Gentse Vooruit zijn we nog niet veel wijzer over deze enigmatische Londense artiest. Wat we wel weten: lang geleden dat we na een concert zo verwonderd en gedesoriënteerd buitenkwamen.

Roy Nnawuchi uit Hackney, Londen. Dat is min of meer de bekende biografische informatie over de man die muziek uitbrengt als Dean Blunt en die van ongrijpbaarheid zijn handelsmerk maakt. Op portretfoto's probeert hij er zo onopvallend mogelijk uit te zien. Als hij manifestaties of vernissages organiseert - Blunt is ook beeldend kunstenaar - daagt hij meestal niet op. Zelfs toen hij een NME-award kreeg, liet hij die tijdens de uitreiking ophalen door iemand anders, die prompt voor Blunt werd aangezien.

Die prijs was trouwens voor Black Metal, Blunts wonderlijke album uit 2014 dat allesbehalve duistere metal liet horen, en dat geen snippertje informatie prijsgaf. Geen artiestennaam, geen albumtitel, geen songnamen, alleen een gitzwarte hoes. Een statement? Zeker, maar niet alleen van 'pak-me-dan-als-je-kan'.

Zowel in zijn kunstwerken als in zijn songs lijkt Blunt ook te onderzoeken hoe de blanke mainstreamcultuur omgaat met zwarte mannen. Aan de ene kant is er fascinatie en imitatie: kijk maar eens hoezeer de populaire cultuur is doordringen van hiphoptaal, -kledij en -codes. Tegelijk is er angst en afwijzing: zie de talloze incidenten in de VS waarbij blanke politieagenten (ongewapende) zwarte mannen doodschieten.

Dean Blunt staat niet graag in de spotlights.Beeld Alex Vanhee

Ook in de Balzaal van de Gentse Vooruit zat Blunt onmiddellijk op dat politieke spoor. Zijn concert begon in het duister - geen spots, véél rook - met een minutenlang herhaalde sample: "the white man I say to you over and over again". Deze half geciteerde uitspraak komt van een zwarte nationalist die ooit in een documentaire van Louis Theroux zei dat er geen vreedzame manier is om samen te leven met blanken.

Het enige wat je intussen op het podium zag, waren de silhouetten van Blunt, zijn gitariste-zangeres Joanne Robertson en 's mans kolossale lijfwacht, die een heel concert lang roerloos bleef staan. Een uur later sloot Blunt af met dezelfde white man-sample.

In de eerste songs gaf Blunt het Gentse publiek prompt een koekje van eigen deeg door typisch blanke indiemuziek naar zijn zwarte hand te zetten. Met zijn sonore stem croonde hij zich als een gedrogeerde Barry White door '50 Cent' en 'Blow', twee tracks die door de ijle Cure-gitaar en angelieke zang van Robertson herinnerden aan de postpunk-curiositeit Young Marble Giants.

Veel bleekscheteriger krijg je je muziek niet, of het moest in de song '100' zijn. Die dreef op een sample van The Pastels, de natte droom van indiekids uit de jaren tachtig. Maar Blunt deconstrueerde ook zwarte genres als dub en hiphop door de typische ritmes tot hun naakte skelet te herleiden. In 'Punk', 'Hush', 'Mersh' en 'Grade' sneerde hij als de jonge Tricky of klonk hij als een slaapkamerversie van Massive Attack. Elders stak hij de draak met soul, toen zoete strijkersmelodietjes gesampled werden en de saxofonist een wel erg cheesy deuntje mocht blazen terwijl Blunt clichézinnetjes debiteerde over liefdesverdriet.

Veel meer dan silhouetten was er niet te zien.Beeld Alex Vanhee

Hoe hard hij ook zijn best deed om echte emoties te ontwijken, onder alle lagen ironie hoorde je hier toch een gebroken hart kloppen. Tegelijk haalde Blunt hiphop over de hekel met pseudostoere rhymes over cognac en 'my niggass' in 'Hennesey'.

Alsof al die muzikale hink-stap-sprongen het publiek nog niet genoeg op het verkeerde been hadden gezet, onderstreepte Blunt de verwarring ook visueel. Het podium was voortdurend gehuld in een dichte mist, waarbij je dankzij spaarzaam rood licht af en toe een glimp opving van Blunts onder een baseballpet verborgen gezicht. Daarop leken wanhoop, angst, woede en paranoia om voorrang te vechten, een indruk die nog versterkt werd door Blunts heen-en-weergeloop en nerveuze gebaren.

Voorbij halfweg ontaardde het concert plots in complete chaos. Na een ironisch gebed voor de 'enige echte god daarboven' flitsten plots een paar stroboscooplampen tegelijk aan en weerklonken alleen nog witte ruis, diepe basdreunen en een ratelend machinegeweer. We hoorden Blunt "fuck you" spuwen en zagen hem zijn middenvinger opsteken naar het publiek.

Muzikaal herstelde het concert zich nog wel van deze frontale aanval. Uit de noise kringelden langzaam weer melancholische saxofoongeluiden en ijle zanglijnen op die uitvloeiden in songs. Al leek Blunt ook hier nog altijd te willen ontsnappen aan al je verwachtingen: "Then I'm gone", rapte hij over kapotte beats. Maar waar de muziek aan het eind weer houvast bood, bleven de stroboscopen twintig mintuen lang ongenadig doorflikkeren.

Resultaat: alles om je heen leek voortdurend in beweging, je wist amper nog wat onder of boven was. Niet verwonderlijk dus dat verschillende toeschouwers achteraf moesten bekomen. Maar daar had Blunt je natuurlijk waar hij je wilde: gedesoriënteerd, ontdaan van verwachtingen en klaar voor nieuwe indrukken en visies. De flitsen daarvan die je in de mist van de Vooruit kon onderscheiden, waren zelden eenduidig, maar wel altijd intrigerend en soms zelfs aangrijpend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234