Donderdag 02/02/2023

De zwerverin de zestien

Johan Cruijff was zeker een mensch, maar je mocht het niet altijd zien, zegt Hugo Camps, die het leven van de Verlosser overschouwt. En concludeert dat we naast een ongekend voetbalgenie, ook een hartelijke, irritante, bewogen, betweterige, trotse, sociale én eenzame mens hebben verloren.

De bekendste levende Nederlander ter wereld is overleden. Johan Cruijff werd 68, bezweken aan de gevolgen van longkanker. Hij wist dat het einde naderde, had de kinderen bij zich geroepen voor het afscheid in intieme kring. Thuis in Barcelona.

Een absolute voetballegende is heengegaan. De eerste echte godenzoon van het fameuze Ajax, later de Verlosser van Barcelona. De onnavolgbare analist van het Nederlands elftal ook, die soms in striemende columns coaches en spelers aan het kruis nagelde.

Zoals donderdag na zijn overlijden bleek: een wereldster. Een goddelijk curiosum als voetballer en verschijning. Maar nog altijd met de polemische bravoure van een Amsterdams straatjoch. Als hij sprak, dansten de vrije antennes van kennis en kunst tussen de schouders. De woorden in een taal van hem alleen - het betere cabaret. Of zoals hij het ooit zelf zei: "De buitenkant van de dingen interesseert me niet. Alleen het probleem houdt me bezig."

Zijn leven lang werd hij gerekend tot de Heilige Drievuldigheid Pelé - Maradona - Cruijff. Generaties hebben zich suf gepiekerd over wie van de drie de beste was. In genialiteit deed de Amsterdammer zeker niet onder, maar fysiek was hij kwetsbaarder. Al ontweek hij meestal het houthakkersmes van stugge mandekkers door zijn snelheid, verbluffende acceleratie en souplesse. De nummer 14, zoals hij zichzelf graag noemde, was bij vlagen onhoudbaar. Niet eerder was de splitsing tussen het ego en de wereld zo markant terug te zien op een voetbalveld.

Waar Johan Cruijff het woord nam, ontstond strijd. In zijn spel was hij het summum van romantiek en esthetiek, maar voetbal was voor hem ook ideologie. Leninist van de Hollandse school die niet wou afwijken van zijn aanvallend concept met buitenspelers en een zwervende spits. Als zwerver in de zestien was hij zelf ook op z'n mooist. Een wervelwind op dunne beentjes. Bijna vrouwelijk.

Het etiket 'geldwolf'

JC was een character, al even grillig als zijn instinct en voetbalintelligentie. Volbloed Amsterdammer ook en dus lefgozer hors catégorie.

Reeds in de jeugdploegen van Ajax zag je dat het Nederlandse voetbal met een nieuwe sensatie verrijkt zou worden. Hij presenteerde zich meteen als rolmodel. Dirigent van de hele ploeg die iedereen vertelde hoe er gevoetbald moest worden, is hij zijn voetballeven lang gebleven. Hij kon het ook voordoen met zijn fabelachtige dribbel en dwingende praatjes. Iedereen keek ervan op dat zo'n jong broekie niet alleen virtuositeit in de voeten had, maar ook nog tactisch inzicht in het hoofd.

Onder de hoede van coach Rinus Michels en met flankbroeder en linkspoot Piet Keizer zorgde Cruijff voor een nieuw soort totaalvoetbal. Voor de genius uit Betondorp liepen de stadions vol.

Zijn vader verloor hij op jonge leeftijd. Thuis was het geen vetpot. Cruijff-kenners zoeken in de relatieve armoede van zijn jeugd de verklaring voor het etiket van geldwolf dat hij later opgeplakt kreeg.

Zeker is dat hij de waarde van het geld kende en ook financieel al even uitgekookt was als de begenadigde zwerver in de zestien. Samen met zijn toekomstige schoonvader en zakenman Cor Coster deed hij alle onderhandelingen zelf. Tot de laatste cent. Johan Cruijff was de eerste kapitalistische voetballer in de Lage Landen.

Daarom nog niet geliefd bij zijn clubgenoten. Hij irriteerde zelfs met zijn dwarse praatjes en eindeloos misbaar. Hij had altijd wel iets te klagen en bemoeide zich met alles. Zo maakte hij eens in de kleedkamer vileine opmerkingen over de foute knoop in de veters van een ploegmaat.

Uiteindelijk werd hij tot twee keer toe weggestemd als aanvoerder van Ajax. Zijn betweterigheid is nooit meer weggegaan. Hij koketteerde er zelfs mee: "Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor."

Ondanks een zevenjarig contract vertrok hij in 1973 naar Barcelona. Een meesterlijke zet van de Catalanen die dankzij Cruijff eindelijk de hegemonie van Real Madrid wisten te doorbreken. De socio's benoemden hem meteen tot El Salvador, de Verlosser. De titel Europees Voetballer van het Jaar kon er ook nog bij.

JC versus de bobo's

Minder voorspoedig verging het de godenzoon bij het Nederlands elftal. Op het WK van '74 schitterde hij nog tot in de finale tegen West-Duitsland. De Duitsers wonnen met 2-1. Het hele toernooi was gekruid door incidenten in het Hollandse kamp. Er was het fameuze zwembadincident waarbij een aantal dames met het Nederlands elftal lag te stoeien, tot grote ergernis van mevrouw Cruijff.

Uiteindelijk heeft Johan maar 48 interlands gespeeld, wat gezien zijn status een povere score is. Het lag ook aan hem. Hij had een haat-liefde-verhouding met Oranje en rebelleerde te pas en te onpas tegen het bestuur van de Nederlandse voetbalbond.

Ook later als pensionado mocht hij Oranje graag aan het mes rijgen met behulp van zijn vriendjes bij De Telegraaf. De vete tussen Johan Cruijff en de bobo's kreeg een permanent karakter. Hij is ooit gevraagd bondscoach te worden, maar dat verzoek wees hij af via alle mogelijke uitvluchten.

In 1978 hield de speler het bij Barcelona voor gezien en ging in zaken. Nou ja, hij begon met zijn Joegoslavische vriend een varkensfokkerij die binnen de kortste keren flopte. Hij werd opgelicht waar hij bij stond en moest van ellende de noppen weer aanbinden. Cruijff keerde onder meer terug bij Ajax, maar zou uiteindelijk aartsvijand Feyenoord kampioen maken. De titel van de wraak, vertrouwde hij intimi toe.

Als coach van Ajax regende het ook weer conflicten en de Verlosser verkaste opnieuw naar Barcelona. Hij bezorgde de Catalanen vier landstitels en de Europa Cup 1. Weer eindigde de samenwerking in een animositeit met het bestuur, in die mate dat hij de laatste jaren niet eens meer in Camp Nou kwam.

De eeuwige rebel stichtte nog een oorlogje bij Ajax door de declamatie van een fluwelen revolutie, maar ook daar droogde zijn invloed op en werden zijn vertrouwensmannen naar een zijspoor afgevoerd. Zelfs in zijn bloedvete met Louis van Gaal verloor hij almaar meer handlangers.

Toon Hermans

Ik heb Cruijff nog gekend toen hij drie pakjes Camel rookte. Na een hartoperatie doofde hij zijn laatste sigaret en zagen we hem later terug met een lolly in de dug-out van Barcelona. De artsen hadden hem meegegeven dat zijn hart geen eeuwig leven zou hebben.

Het zijn de longen geworden.

Tien dagen geleden kwam een vriend nog aanvliegen met een flinke portie Limburgse asperges. Samen met zijn vrouw Danny en zijn Spaanse arts heeft hij het diner nog uitgezeten, al kostte het hem moeite. Alleen was hij te trots om dat toe te geven.

Johan Cruijff en Toon Hermans bewonderden elkaar. Op deze Witte Donderdag zou Toon zijn avondvullende voorstelling zijn begonnen met de openingszin: "Het kantelende vogelkopje is dood, meneer". En hij zou op de bühne langdurig naar de wolken hebben gekeken alsof hij in de verte de caleidoscoopachtige dribbel van Johan ontwaarde. Want het spreekt voor zich dat Johan Cruijff in de volle glorie van een onwezenlijke acrobatiek is heengegaan.

In elk gesprek dat ik met hem voerde, praatte hij vanuit een granieten zekerheid over zijn rol in de sport en in de maatschappij. Zijn Cruijff Foundation ter ondersteuning van achtergestelde en minder valide kinderen noemde hij een vanzelfsprekend initiatief.

"Ik heb twee keer een vader verloren. De eerste keer was ik 12, de tweede keer 33. Dan sta je in het leven toch op achterstand."

Johan Cruijff was zeker een mensch, maar je mocht het niet altijd zien. Hij abstraheerde zijn emoties. Toen hij nog coach van Barça was, woonde ik eens een persconferentie bij. Spaanse journalisten verdachten hem ervan dat hij publiekslieveling Michael Laudrup wou dumpen. De Verlosser bleef onberoerd. Later zei hij me: "Het is allemaal een gebrek aan intelligentie. Spaanse journalisten hebben geen oog voor de constructie van een elftal, voor de onzichtbare bruggetjes. Ze gaan altijd op zoek naar een martelaar."

Johan Cruijff kon hartelijk en bewogen zijn, maar was ook een man van misverstanden en ruzies. Enige casuïstiek van het bloed ging hij niet uit de weg. Hij kon snuivend van dedain genadeloos uithalen. Ik denk dat hij de eenzaamheid heeft gekend, al was het maar omdat hij sneller dacht dan zijn gesprekspartners.

En hij had van huis uit een weerzin voor autoriteit. Tot zijn laatste snik schopte hij graag tegen politiek Den Haag aan, met name tegen de zogenaamde minister van Sport. In zijn ogen ontbrak het Nederland aan sportbeleid. Ik heb me weleens afgevraagd of hij zichzelf niet geroepen voelde voor de portefeuille.

Hij had voor alles een oplossing. Het fileprobleem? Laat iedereen 120 rijden, dan zijn we eerder van de weg af. Simpel. Zijn populisme bleef altijd wel goedaardig.

De 14de minuut

Ondanks een paar schijnbewegingen en Hollanditismomenten wou hij niet weg uit Barcelona. De liefde voor zijn berg was te groot. Barcelona, waar de mensen hem anders dan in Nederland zijn blijven bewonderen als een soort vader des vaderlands. De man die de Catalanen gevuld heeft met trots, en gevoel voor zelfbeschikking heeft aangereikt. Buiten Amsterdam had hij niet zoveel met Nederland.

Meteen na zijn overlijden weerklonk de roep om de ArenA, het stadion van Ajax, om te dopen in het Johan Cruijff Stadion. Youp van 't Hek was de eerste om druk te zetten op dit perspectief. Voortaan zal in de 14de minuut van de wedstrijd een applaus losbarsten in de Nederlandse stadions. Uitgerekend Feyenoord begon er deze donderdag al mee tijdens een oefenpartij.

De ovationele herinnering aan de nummer 14 gaat een lang leven tegemoet. Een tweede Cruijff ligt de eerste honderd jaar niet in het verschiet.

Johan Cruijff was een soixante-huitard. Provo zelfs. Met zijn lange wapperende haren viel hij nog meer op als hij begon te goochelen op het veld. Hij was een van de weinige praktijkmensen in de verbeelding aan de macht.

Tot echte aanbidding van de iconen van die tijd is het niet gekomen. Cruijff hoorde je niet over Nelson Mandela. In tegenstelling tot Gullit, Rijkaard en anderen. Martin Luther King kwam iets vaker voor in zijn commentaar op de samenleving. Maar ook in zijn deelname aan de protestgeneratie ging hij een weg van hem alleen. Tijdloos, zoals hij tot de laatste dag van zijn leven is gebleven.

Dank je JC voor de schoonheid en de vrijheid die je in vele levens hebt achtergelaten.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234