Maandag 03/08/2020

De zwarte parelvan Ecolo

Terwijl Vlaanderen meer dan ooit overhoopligt met zijn multiculturele realiteit werd in Wallonië een mijlpaal geslagen. Behoudens een mirakel maakt volgend jaar de eerste zwarte Belg zijn entree in de Senaat, namens Ecolo. Bob Kabamba wil niet zozeer de spreekbuis van de Kongolese diaspora zijn, vooral de armoede in de Borinage zit in zijn takenpakket. Terwijl in zijn geboortestad Bukavu het feest losbrak, kroop een ongeruste Belg in zijn pen. Een Kongolese senator, als die maar niet het koloniale verleden gaat oprakelen. 'Maak je geen zorgen', zegt Bob Kabamba. 'Niet het verleden maar de toekomst van Kongo houdt me wakker.'Erik Raspoet / Foto Filip Claus

Waar zijn ze hem in vredesnaam gaan zoeken, denk ik onwillekeurig als ik naar het huis van Bob Kabamba rijd. De weg slingert zich door bossen en velden, konijntjes vluchten voor de lichtbundel van mijn koplampen. Een onbespoten landbouwstreek met opvallend veel reliëf? Pas overdag geeft het landschap zijn identiteit prijs. De donkere heuvels zijn niets anders dan terrils, dit is het hart van de Borinage. Ik volg de wegwijzers naar Dour, een stadje aan de Franse grens dat enige faam ontleent aan een rockfestival. Binnenkort heeft Dour er een attractie bij: de eerste Belgische senator van Kongolese oorsprong staat in het gemeentelijke bevolkingsregister geregistreerd. Over een smal baantje gaat het naar Blaugies, een gehucht van twee keer niks waar de vijfendertigjarige Bob Kabamba tot vorige week een veeleer anoniem bestaan leidde.

Niet dat zijn curriculum vitae banaal was, verre van. De tot Belg genaturaliseerde Kongolees doceert aan de Université de Liège over politiek en conflictbeheersing in Afrika bezuiden de Sahara. Met veel goede wil en een sterke microscoop viel in zijn levensloop al het embryo van een politieke carrière te onderscheiden. Bob Kabamba zit voor Ecolo in de OCMW-raad van Dour, sinds drie jaar is hij tevens regionaal coördinator voor de streek Mons Borinage. Buiten de Borinage en de universiteit van Luik had echter niemand van hem gehoord. De verrassing was compleet toen hij vorige zaterdag op de algemene partijvergadering van Ecolo de tweede stek op de senaatslijst wegkaapte, onder de neus van enkele groene coryfeeën. "Het lijkt wel alsof ik in het oog van een orkaan ben terechtgekomen", zegt hij drie dagen later. "Televisie, radio, kranten, iedereen komt aan mijn mouw trekken. Persagentschappen sturen fotografen op mij af, ze willen zo snel mogelijk mijn portret in hun bestand. Gisteravond nog heb ik een debat over integratie gevoerd voor Le Journal du Mardi. Mijn tegenspeler was Daniël Ducarme van de liberale MR, de man die mij zonder het zelf te beseffen heeft gelanceerd."

Het is al laat op de avond. De kinderen zijn naar bed, het speelgoed is opgeruimd. Zijn vrouw Anita, half Waals, half Vlaams, serveert koffie en taart. Ze hebben elkaar in zijn geboortestad Bukavu ontmoet. Toevallig, en in hoogst dramatische omstandigheden. Het was 1994. Bob woonde al zeven jaar in Luik, waar hij politieke wetenschappen studeerde. Hij was naar Bukavu teruggekeerd om onderzoek te doen voor zijn doctoraat over economische en politieke integratie in de regio van de Grote Meren. De timing kon niet slechter, want tijdens zijn verblijf brak in buurland Rwanda de genocide los. De chaos die daarop in de Kivu-streek losbrak, had één lichtpuntje. Te midden van het pandemonium leerde hij Anita Staquet kennen, een jonge landbouwingenieur met een rijke Afrika-ervaring die in een kinderkamp van het Rode Kruis werkte. Ze moeten er nog altijd om lachen. Hoe hij als Kongolees alle moeite van de wereld moest doen om haar als Belgische mee te lokken naar zijn nieuwe vaderland, België.

We spoelen de film van de voorbije weken terug, tot de openingsscène met Daniël Ducarme in een wat ongelukkige hoofdrol. Enkele zondagen geleden luidde de MR-leider tijdens een televisiedebat de doodsklok over het integratiebeleid. "Ik was geschokt", zegt Bob Kabamba. "Volgens Ducarme voelen de Belgen zich niet meer thuis in hun eigen land, terwijl ook de vreemdelingen slecht in hun vel zitten. Heb je ooit al zo'n veralgemening gehoord? Alsof er geen nieuwe Belgen zijn die iedere morgen opstaan en gaan werken, vastberaden om er weer het beste van te maken. Dit laat ik niet passeren, schoot het door mijn hoofd, ik moet een signaal geven. De poll tijdens de algemene partijvergadering bood een uitgelezen kans. Ook zonder Ducarme had ik me kandidaat gesteld, maar dan zonder enige ambitie, en zeker niet voor de tweede plaats op de senaatslijst. Eigenlijk was het me louter om het statement te doen. Niemand gaf me een kans, ikzelf nog het minst van allemaal. Volgens alle waarnemers zou de strijd om de tweede plaats gaan tussen twee grote kanonnen: uittredend senator Josy Dubié en Waals parlementslid Philippe Henry, die de voorkeur van de partijtop genoot.

"De eerste verrassing viel al in de eerste ronde, waarin de kandidaturen tot drie werden herleid. Ik plaatste me als tweede, na Dubié maar voor Henry. Ook in de tweede ronde haalde ik meer stemmen dan Philippe. Algemene consternatie in de zaal, ik dacht dat ik droomde. Journalisten kwamen om opheldering vragen. Sommigen voelden zich bekocht omdat mijn naam niet eens op de lijst van potentiële kandidaten figureerde. Op dat moment dacht nog geen haar op mijn hoofd dat ik die zetel ook daadwerkelijk in de wacht zou slepen. Josy Dubié is een geweldige politicus met veel charisma, en bovendien had hij me bij de vorige stembeurten telkens verslagen. Maar blijkbaar heb ik in de beslissende ronde heel wat stemmen van Philippe Henry gekregen. Toen mijn overwinning bekend raakte, wist ik niet meer waar ik stond. De sfeer was erg emotioneel, militanten die ik van haar noch pluim kende, huilden tranen van ontroering. Daniël Ducarme heeft het gisteren nog toegegeven: zo'n coup de théâtre, dat kan alleen bij Ecolo. Bij andere partijen wordt de poll door het bestuur in de gewenste banen geleid. Alleen bij de groenen hebben de leden het echt voor het zeggen. Het beste bewijs: zowel Dubié en Henry genoten de steun van invloedrijke partijleden. Ministers en mandatarissen namen de microfoon om hun kandidatuur aan te bevelen. Zelf kreeg ik maar één aanbeveling: een meisje uit Mons klom op het podium om te vertellen dat ik een goede kandidaat was. Ze kende me niet persoonlijk, maar ze vond dat ik in Henegouwen puik werk had geleverd."

Waaraan heeft hij zijn verrassende verkiezing dan wel te danken? Aan zijn huidskleur, zoals men niet hardop zegt maar des te nadrukkelijker fluistert? Over de hele lijn ontkennen, beseft hij, dat zou de waarheid geweld aandoen. "Ongetwijfeld hebben sommigen voor mij gestemd omdat ik zwart ben. Maar dat verklaart lang niet alles. Als het louter om de huidskleur te doen was, dan hoefden ze trouwens niet voor mij te stemmen, want Ecolo heeft allochtone kandidaten zat. Nee, veel militanten zagen in mij een symbool van vernieuwing. Zo heb ik mezelf ook voorgesteld tijdens de drie minuten spreektijd die ik zoals iedere kandidaat kreeg toegemeten. Er zit geen fut in de algemene vergadering, hield ik de zaal voor, het sprankelt niet zoals in 1999, toen nieuwe gezichten als Josy Dubié de assemblée générale in vervoering brachten. Intussen behoort Dubié echter zelf tot het partijapparaat, net als alle overige kandidaten. En dus heb ik me geprofileerd als het nieuwe gezicht, de man die leven in de brouwerij zou brengen. Die aanpak heeft het verschil gemaakt.

"Ach, misschien was de tijd ook rijp voor een zwarte kandidaat. Le vote ethnique zit in de lift, bij de verkiezingen voor de hoofdstedelijke raad staken alle traditionele partijen elkaar de loef af met Marokkaanse en Turkse kandidaten. Waarom? Omdat ze erachter gekomen zijn dat allochtonen een electorale markt vertegenwoordigen. Er zijn trouwens ook steeds meer stemgerechtigde Kongolezen, vooral in Brussel. Het zou me dan ook niet verbazen mochten binnenkort nog meer partijen met zwarte kandidaten op verkiesbare plaatsen uitpakken. Electoraal opportunisme? Bij andere partijen wel, maar niet bij Ecolo. Nogmaals, ik ben niet door de partijtop maar door de leden verkozen, je ne suis pas le noire de service."

Ondanks de weinig rooskleurige peilingen bestaat er bij Ecolo geen twijfel over. De tweede plaats op de senaatslijst, na lijsttrekker Isabelle Durant, is een certitude. Anders gezegd: over een dik half jaar mag de Senaat zich opmaken voor een primeur met hoog symboolgehalte. Voor het eerst zal een telg uit de voormalige kolonie zich in het rode pluche van de hoge vergadering nestelen. Allochtonen kleuren de Belgische politiek al langer. Turken, Marokkanen, Italianen: de multiculturele samenleving sijpelt mondjesmaat door in de Wetstraat. Nooit eerder echter heeft een zwarte medeburger het tot een parlementair mandaat geschopt. Bob Kabamba maakt een priesterlijk gebaar met beide handen. Als een bliksemschicht, zo heeft het historische besef hem met enige vertraging overvallen.

"Maandag drong het pas echt tot mij door", zegt hij. "Mijn verkiezing was paginagroot nieuws voor alle kranten. De telefoon stond roodgloeiend, de felicitaties stroomden binnen. Ook uit het buitenland kreeg ik veel reacties, vooral uit Kongo en uit de diaspora in de Verenigde Staten en Canada. De eerste zwarte senator in België, het is een titel die internationaal tot de verbeelding spreekt. Ik werd zelfs gebeld door Afro-Amerikaanse activisten, die in mijn verkiezing een teken van hoop zien. Ook in Frankrijk wordt er druk over gesproken. De Franse Senaat is een elitaire, lelieblanke club. Sommigen hopen nu dat mijn voorbeeld de deur van de Franse Senaat voor de minderheden zal openbreken. Weet je, soms slaat de schrik me om het hart. De hoop die al die verschillende mensen op mij hebben gevestigd legt een enorme druk op mijn schouders. Belgische Kongolezen schreven me hoe trots ze zich voelden na het Ecolo-congres. Daar voel ik me ongemakkelijk bij. Niet zo hard van stapel lopen, denk ik dan. Laat me eerst in de Senaat bewijzen wat ik kan, pas dan is er een reden om trots te zijn. Ten andere, ik wil niet de spreekbuis van de Kongolese diaspora zijn. Als ik in de Senaat zit, dan kom ik op voor alle Belgen."

Op dus naar Brussel. Anita moet nog aan het perspectief wennen. Nu al neemt de lokale politiek haar man danig in beslag. Senatoren, piekert ze, hebben die een regelmatige agenda? Het station van Saint-Ghislain ligt maar tien minuutjes ver, dat valt dus mee. Maar wat gaat hij precies in de Senaat doen? "Du social", zegt hij zonder aarzelen. "Armoede, uitsluiting, dat zijn thema's die me na aan het hart liggen. Als OCMW-raadslid heb ik er dagelijks mee te maken. Dour is een PS-bastion, we zitten in de oppositie. Toch heb ik al een paar initiatieven kunnen doordrukken. Zo heb ik de gemeente kunnen overtuigen om een integratieproject voor asielzoekers op poten te zetten. Eerst wilden ze er niet van weten, tot ik argumenteerde dat we via Vande Lanotte aan subsidies konden geraken. Nu loopt in Dour een project voor acht asielzoekers. Als senator acteer je natuurlijk op een ander niveau, maar mijn uitgangspunt blijft gelijk: ik wil meehelpen om deze streek uit het slop te halen. In de Borinage is erg veel werk aan de winkel. Het aantal werklozen en steuntrekkers ligt ver boven het landelijke gemiddelde, de huisvesting is barslecht, er is hier nog veel miserie."

Kongolese intellectuelen die zich om de armoede in België bekommeren, ze zijn niet dik gezaaid. Bob Kabamba kan de oorsprong van dat zeldzame engagement haarfijn traceren. "Toen ik als twintigjarige student in België aankwam, wist ik niet wat ik zag. Thuis koesterden we een ideaalbeeld: België was een land van gouden bergen, waar iedereen rijk en gelukkig leefde. Zelf kom ik uit een geprivilegieerde familie. Vader had fortuin gemaakt met vastgoed in Bukavu. Mijn ouders stonden erop dat al hun kinderen een diploma behaalden. Alleen de beste scholen waren goed genoeg. En waar vond je de beste scholen? In België, dat stond als een paal boven water. Vijf broers en zussen zijn me hier voorgegaan. Burgerlijk ingenieur, dokter, boekhouder, alle Kabamba's hebben een Belgisch diploma op zak. Met dat beeld voor ogen ben ik op het vliegtuig naar Brussel gestapt: Belgen waren rijk en hun kinderen deden stuk voor stuk schitterende studies. De ontnuchtering volgde snel toen ik in Luik rondkeek. Ik zag veel armoede, ik stelde vast dat lang niet iedereen hogere studies onderneemt, ik ontdekte zelfs dat België nog heel wat analfabeten telt. Uit die vaststelling is mijn engagement geboren: ik wilde iets doen aan de armoede in mijn omgeving. Ecolo was daarbij een vanzelfsprekende keuze. Reeds aan de universiteit had ik contact met de partij. Jacky Morael is de man die mij politiek bewust heeft gemaakt."

Natuurlijk heeft hij meer dan één pijl op zijn boog. In twee senaatscommissies mogen ze voor hem alvast een stoel bijschuiven. Binnenlandse Zaken, waar hij het dossier integratie en asielzoekers wil opvolgen. En uiteraard Buitenlandse Zaken, waar hij de fakkel van José Dubié wil overnemen. Palestina, Tsjetsjenië, het internationaal strafhof: onderwerpen genoeg om zich in vast te bijten. Meest van al wordt uiteraard uitgekeken naar zijn rol als Afrika-specialist in het algemeen en Kongo-watcher in het bijzonder. Niet iedereen verheugt zich op zijn expertise, zo blijkt uit een van de zeldzame negatieve reacties die na zijn verkiezing bij Ecolo binnenliep. Of ze bij de groenen helemaal op hun achterhoofd waren gevallen? Beseften ze dan niet wat ons te wachten staat met een Kongolees in de Senaat? Natuurlijk zal die de Belgisch-Kongolese contentieux op tafel gooien en de rol van de monarchie in de koloniale tijd te berde brengen. De tien miljoen doden die Leopold II op zijn geweten heeft, moeten we die echt weer uit hun graf halen? Voor we het weten, voorspelde de ongeruste briefschrijver, zit ons koningshuis met een miljardenclaim van de nabestaanden opgezadeld.

Bob Kabamba heeft de brief gelezen en hij heeft zich voorgenomen de schrijver hoogstpersoonlijk gerust te stellen. "Niet het verleden maar de toekomst van Kongo houdt me bezig", zegt hij. "Wat jammer dat je te laat komt voor de Lumumba-commissie, zeggen sommigen. Maar ik zit daar niet mee, ik wil helemaal niet achteromkijken. Wat hebben de Kongolezen daaraan? Die zitten kniehoog in de chaos van de burgeroorlog. Alleen al het bevatten van het conflict rond de Grote Meren slorpt tonnen energie op. Een internationaal vredesinitiatief voor Kongo, daar wil ik me voor inzetten."

De naam van Louis Michel kan hier niet langer onvermeld blijven. Bob steigert als ik hem vertel dat hij in de Vlaamse pers als een bewonderaar van de minister van Buitenlandse Zaken wordt omschreven. "Een verkeerde interpretatie", zegt hij. "Ik heb Louis Michel alleen vergeleken met zijn voorganger Eric Derycke, die amper wist waar Kongo lag. Derycke was een absoluut dieptepunt. Hij ging er prat op dat hij nooit een voet in Afrika had gezet. Kongolese ministers op bezoek in Brussel raakten niet eens in zijn kabinet, ze werden door ambtenaren afgescheept. Het motto van die dagen was: wij Europeanen moeten ons niet met Afrika bemoeien. Afrika aan de Afrikanen, laat ze hun problemen maar onder elkaar oplossen. Dat is de grootste onzin die ik ooit heb gehoord. Wat als de Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog dezelfde redenering hadden gehanteerd? 'Laat de Europeanen het maar onder elkaar uitvechten.' Dan wapperde hier nog altijd de nazi-vlag. Enfin, vergeleken met Derycke is Louis Michel een zegen. Hij voert tenminste een Afrika-beleid, en hij heeft Kongo weer bovenaan op de agenda geplaatst. Applaus ook voor de manier waarop hij de Kongolese kwestie tijdens het Belgische voorzitterschap bij zijn Europese collega's heeft aangekaart. Maar zeggen dat ik een fan ben? Michel zou veel meer kunnen doen om het conflict rond de Grote Meren op te lossen. Wat belet hem bijvoorbeeld om alle oorlogsvoerende partijen rond de onderhandelingstafel te verenigen? Hij is uitstekend geplaatst, want hij onderhoudt met iedereen goede contacten. Maar nee, hij heeft zich het initiatief laten afsnoepen door de Zuid-Afrikanen. Ik vermoed dat hij bang is om op zijn bek te gaan."

Belg of niet, de band met de ouderlijke grond blijft innig. Morgen, als hij in Brussel is, gaat hij in de Matonge-wijk de kranten inkijken. Het zou hem niet verbazen mocht zijn foto onder een vette kop in Le Phare, La Tempête des Tropiques of Le Potentiel prijken. Zijn plaats in de Kongolese geschiedenisboeken is gereserveerd. Veel meer dan de Belgen zijn de Kongolezen zich bewust van een historische doorbraak. De Belgische Senaat, het is een met prestige en macht beladen begrip voor vele Kongolezen. Een kleine eeuw lang was de Senaat een onbereikbaar cenakel waar hoge, blanke heren over het lot van de zwarte kolonie beschikten. Leopold II droeg er zijn kroonjuweel over aan de Belgische staat, het dertigjarenplan voor onafhankelijkheid van Jef Van Bilsen werd er in 1955 tot brandhout herleid, vijf jaar later werd in diezelfde Senaat alsnog tot de onmiddellijke onafhankelijkheid van Kongo besloten. Zonder de geringste politieke voorbereiding, met de bekende gevolgen van dien. Het Franse parlement telde toen al volksvertegenwoordigers uit de overzeese gebieden, de latere Senegalese president Léopold Senghor had het er al tot minister gebracht. In het Belgische parlement echter zou het nog drieënveertig jaar duren vooraleer de koloniale erfenis zich lijfelijk manifesteert. Waarom zo lang? Racisme, vooroordelen, de wrok over de pijnlijke scheiding tussen metropool en kolonie, al die elementen hebben ongetwijfeld een rol gespeeld. Toch zoekt Bob Kabamba de verklaring elders. "De Belgische Kongolezen slepen een beladen erfenis mee", zegt hij. "Ze zijn allemaal opgegroeid in een dictatuur. Politiek was een spelletje voor een kleine elite, boeiend om over te praten maar gevaarlijk om aan mee te doen. Voor Belgische politiek haalden ze al helemaal hun neus op. Wat hadden ze daar ook mee te maken? Ze woonden misschien wel in Brussel of Luik, maar hun hart was in Kinshasa gebleven. De Kongolese diaspora is intussen fel geëvolueerd. Tot in het begin van de jaren negentig behoorden de meeste Kongolezen in België zelf tot de elite. Het waren zonen en dochters van ministers en partijbonzen die hier kwamen studeren. Zelden bleven ze in België plakken. Waarom zouden ze ook? Met een Belgisch diploma op zak konden ze onder Mobutu meteen een toppositie claimen. Sinds de democratisering in 1990 ontvangt België niet alleen studenten maar ook veel asielzoekers en vluchtelingen. Velen willen helemaal niet meer naar Kongo terugkeren, ze hopen op een nieuw bestaan in België. Die nieuwe generatie is wel politiek bewust. Hun aspiraties liggen echter niet alleen in Kongo maar ook in België. Wacht maar tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen. In een gemeente als Elsene wordt de Kongolese gemeenschap een factor van belang."

De formele bekroning komt pas in juni volgend jaar, maar zolang wilden ze in Bukavu niet wachten. Zondag was het feest in de stad. Dankzij Télé 5 had het nieuws van Kabamba's prestatie zich als een lopend vuur verspreid. Binnen de kortste keren werd zijn ouderlijke huis door een opgetogen menigte omstuwd. "Ik heb mijn broer Ben gebeld", zegt Bob. "Die was door het dolle heen. Ben is journalist bij een plaatselijke krant, een levensgevaarlijke baan onder de Rwandese bezetting. Maar nu denkt hij dat hij zich alles kan permitteren. 'Met een broer in de Belgische Senaat kunnen ze mij niks maken.' Ik hoop maar dat hij zich niet vergist." Bukavu, hij is er in geen jaren meer geweest. De berichten die hem bereiken, stemmen hem somber. Het moeizaam bereikte vredesakkoord van Pretoria, dat in de terugtrekking van de Rwandese troepen voorzag, is alweer dode letter. De Rwandese militairen zijn inderhaast teruggekeerd, om de opmars van Interahamwé en Mai Mai te stuiten. In Kivu wordt op grote schaal bloed vergoten, mensenrechten worden dag en nacht verkracht. Intussen nemen aids en kindersterfte schrikbarende proporties aan. Eigenlijk is hij razend benieuwd: wat zou er geworden zijn van de stad waar hij zo'n gelukkige jeugd heeft beleefd? Er klinkt nostalgie door wanneer hij over de tijd bij de jezuïeten vertelt. Het Collège Notre Dame de la Victoire, waar je aan de vloeken kon horen uit welk windstreek de Belgische paters afkomstig waren. "Wij waren goed op de hoogte van de communautaire spanningen in België", zegt de toekomstige senator. "Belgische geschiedenis was een belangrijk vak, het hele curriculum was trouwens op Belgische leest geschoeid. In de Latijnse les moesten we De bello Gallico van a tot z vanbuiten blokken." Een poulain van de jezuïeten die vloeiend Latijn spreekt, met zo'n aanwinst zou kamervoorzitter Herman De Croo nogal in zijn nopjes zijn. "Inderdaad", zegt hij met een brede grijns. "Ik heb me van halfrond vergist."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234