Woensdag 28/07/2021

De zwarte opa van Les Bleus

Marius Trésor betekende voor het Franse voetbal wat Sidney Poitier voor de Hollywood-film was: een zwarte, zo beleefd en welgemanierd dat hij een ideale schoonzoon was

Het was de immer vulgaire Jean-Marie Le Pen, die het na het behalen van de zoveelste overwinning van Les Blues en een opstoot van een wel zeer multicultureel nationalisme, het zich in een sarcastische bui liet ontvallen: "Les Bleus? Les Bleus? Je ne vois que des noirs." Het was de frustatie van de man die gelooft in een tricolore nationalisme en na de Wereldbeker van 1998 ineens alle Fransen verenigd zag rond een ploeg met migranten van alle mogelijke slag

Nu lijkt dat normaal, een ploeg met Zidanes, Anelka's, Thurams, Trezeguets en noem maar op, maar dat was het lange tijd niet het geval. In de jaren zeventig stond er nauwelijks een kleurling in de Franse nationale ploeg. Ook al was Frankrijk toen allang een land van immigrés, en ook al speelden die al in de nationale ploeg. Alleen: je zag niet dat Raymond Kopa, in de jaren vijftig de absolute vedette van Europese grootheden als Stade Reims en Real Madrid, een man die de motor was van de Franse nationale ploeg in de wereldbeker van 1958, eigenlijk Raymond Kopaszwski heette. Je zag niet dat hij de zoon was van een Poolse mijnwerker. Een Pool van geboorte kan immers wat een Afrikaan niet lukt: uiterlijk in niets verschillen van een zogezegd 'authentieke' Fransman door een kleine ingreep zoals een naamsverkorting. Dat moest Marius Trésor (°1950) natuurlijk niet proberen. Trésor werd geboren op het vakantie-eiland Guadeloupe, kwam als kind in het Corsicaanse Ajaccio terecht, en vandaar was het voor hem maar een kleine stap naar die grote havenstad op het vasteland vlakbij, Marseille.

En naar het voetbal van die stad, waar ze een man als Marius Trésor best konden gebruiken; in die tijd liep in Frankrijk het voetbaltalent immers niet te hoop. Wel integendeel. Noch het Olympique Marseille waarbij Trésor terechtkwam, noch het Franse voetbal in zijn geheel stelde veel voor. In die tijd was Frankrijk een voetballand van tweede signatuur. Les Bleus plaatsten zich niet voor de wereldbekers van 1962, 1970 en 1974, en werden er in 1966 al in de eerste ronde uitgekieperd.

Talent als Trésor was dus welkom. Marius Trésor was dan een prachtatleet, tachtig kilo voor één meter tachtig, atletisch en soepel, een goed kopspel en een fluwelen techniek. Wie op het WK 1994 die eerste grote Nigeriaanse ploeg zag spelen - imponerende atleten, vol zelfvertrouwen, maar zonder de valse vedetteallures die hen later nekten - die zag dat Marius Trésor school had gemaakt. Trésor was een voorbeeldige centrale verdediger. Hij straalde rust uit, en een zeker gezag. En hij bracht willens nillens enig pigment in die Franse ploeg, jarenlang als die ene donkere in een lange blanke rij met blauwe truitjes.

En dat viel toen aardig op. Die golden sixties waren veel blanker dan de tijden vandaag. Omstreeks 1970 was in de VS de segregation (versta: de apartheid) nog maar een paar jaar opgeheven, officieel dan toch, want de helft van het land was nog zo racistisch als wat; of zegt Martin Luther King dan echt niets meer? Als er in die tijd zwarte rolmodellen kwamen, dan toch vooral uit de wereld van de sport. Er was natuurlijk Pelé, op de Olympische Spelen spraken zwarte atleten tot ieders verbeelding: de Ethiopiër Abebe Bekila in de marathon, de Keniaan 'Kip' Keino in de halve fond, de Amerikaan Bob Beamon bij het verspringen. Dat was de tijdsgeest waarin Marius Trésor debuteerde, en waardoor hij voor het Franse voetbal betekende wat Sidney Poitier voor de Hollywood-film was: een zwarte, zo beleefd en welgemanierd dat hij een ideale schoonzoon was, of op zijn minst een huisvriend van je eigen schoonzoon.

Vanaf het midden van de jaren zeventig ging het beter met het voetbal in Frankrijk. Er waren Europese finales voor Saint-Etienne (verloren tegen Bayern München) en Bastia (verloren van PSV), en de nationale ploeg kwalificeerde zich eindelijk voor grote toernooien: WK 1978 (in Argentinië) en WK 1982 (Spanje). Stilaan kwam er er een prachtploeg, met als absolute vedette de geniale Michel Platini. Vanaf 1982 kwam er een tweede, door Le Pen zo gecontesteerde 'noir' bij Les Bleus: de sierlijke middenvelder Jean Tigana. Het is in dat elftal dat de oude Marius Trésor een hoofdrol opeiste in een van de memorabelste wedstrijden uit de WK-historie, de halve finale Frankrijk-Duitsland in 1982.

Frankrijk liep in de verlengingen van 1-1 tot 1-3 uit. Bij een hoekschop in het begin van de verlengingen was Trésor mee opgerukt. Pal op de kleine backlijn viel de bal voor zijn voet. Instinctief legde Marius Trésor zijn lichaam heel plat opzij, zo scheef als mogelijk om niet te vallen, neemt de bal in één tijd op de slof en boort hem vlak onder de deklat in doel. Het was een prachtgoal: hard, maar toch een esthetisch genot; was Trésor blijven rechtstaan, had hij naar achteren overgeheld, dan was de bal gegarandeerd hoog in de tribune beland. Nu niet, nu kwam die pegel precies daar waar de Duitse doelman Toni Schumacher het niet wilde: patat onder de deklat. Trésor juichte, lachte zijn hagelwitte tanden bloot, en met hem de Franse ploeg.

Het was niet het belangrijkste doelpunt van die avond (dat was de goal van Karl-Heinz Rummenigge), niet het spectaculairste (dat was de omhaal van Klaus Fischer), wel het doelpunt dat iedereen deugd deed. Het was een beloning voor het mooie voetbal van de Fransen en de prachtige loopbaan van Marius Trésor. Een eerbetoon dat Trésor niet heeft gekregen: hij heeft dat doelpunt zelf moeten maken. Maar dat zijn kleurlingen uit Marseille natuurlijk hun leven lang gewoon.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234