Woensdag 27/01/2021

De zussen Freud en broeder Hitler

Leverde Freud zijn vier zussen aan de nazi's over toen hij in 1938 naar Londen vluchtte? Dat is de voorbarige conclusie van een internationaal bejubelde roman.

Op 4 juni 1938 emigreerde Sigmund Freud uit Wenen naar Londen. Zijn vier bejaarde zusters Adolphine, Marie, Rosa en Pauline bleven achter in Oostenrijk, dat sedert de Anschluss van 12-13 maart 1938 tot Hitlers rijk behoorde.

Was Freud een sadist die zijn zusters opzettelijk aan de moordlust van de nazi's overleverde? Die indruk ontstaat bij de lectuur van De zus van Freud, een alom gelauwerde roman van de 37-jarige Macedoniër Goce Smilevski. In het boek zegt Freud tegen zijn zussen: "Ik mocht een lijst opstellen van mensen die mij zeer dierbaar zijn en die samen met mij uit Oostenrijk weg kunnen." De vraag van zijn zussen of hij er niet aan gedacht heeft hen ook op de lijst te plaatsen, beantwoordt Freud met een sadistisch: "Nee, geen moment." Voor zijn zussen is geen plaats op de lijst, voor zijn hondje Joffie wel.

Historisch klopt het dat Sigmund Freud zijn vier zussen in Wenen achterliet. Smilevski laat Freud argumenteren dat zijn vertrek tijdelijk is en dat zijn zussen het nazigevaar overschatten. Maar erg geloofwaardig is die gedachtegang niet. Een goede reden om zijn zussen in de steek te laten heeft Sigmund Freud niet. Althans zijn de argumenten die Smilevski hem in de mond legt, flauw en zwak. Daar zou niets op tegen zijn, als Smilevski Freuds houding zou projecteren op een correcte historische en maatschappelijke achtergrond. Maar beweren dat Smilevski op dit punt tekortschiet, is een understatement.

De Weense confrontatie tussen Sigmund Freud en zijn zussen Pauline en Adolphine speelt zich in de roman af in april of mei 1938, de korte tijdspanne tussen de Anschluss en Freuds vertrek naar Londen. Daarbij maakt Smilevski echter een fout waarmee hij de geloofwaardigheid van zijn roman vanaf de eerste bladzijden onderuithaalt. In haar gesprek met haar broer spreekt Adolphine over haar angst dat "hier ook vernietigingskampen worden ingericht". Welnu, het is onmogelijk dat zij die angst in 1938 gehad kan hebben om de simpele reden dat Duitse vernietigingskampen toen nog niet bestonden. Ze werden pas later ingericht en vanaf de lente van 1942 werkelijk als moordfabrieken in gebruik genomen, tenminste als men abstractie maakt van Chelmno, waar de Joden vanaf december 1941 in daar gestationeerde gaswagens massaal werden vermoord. Die flater, die op de rekening van Smilevski gaat (en niet op die van zijn personage Adolphine), is niet alleen onvergeeflijk, hij heeft helaas ook systeem. Een week na de dood van Sigmund Freud (23 september 1939) vraagt Adolphine zich immers af of Freud "berouw had bij de gedachte dat ook zij (de zussen) naar een vernietigingskamp werden gestuurd".

Als auteur van een semidocumentaire roman kun je niet à la carte met historische gegevens omspringen, iets waaraan Smilevski zich voortdurend bezondigt. Als lezer vraag je je af waarom hij niet nauwkeuriger te werk is gegaan. Is hij onbekwaam, slordig of te kwader trouw?

In confrontatie waarvan eerder sprake leest Freud zijn zussen een passage voor uit 'Bruder Hitler', een essay waarin Thomas Mann afrekent met Hitler. Maar het is uitgesloten dat Freud dat opstel in de lente van 1938 gekend kan hebben, aangezien Mann zijn essay (dat overigens eerst 'Der Bruder' heette) pas op 4 september 1938 - drie maanden na Freuds vertrek - voltooide.

De prangende vraag luidt altijd opnieuw: wat heeft Smilevski bezield om de historische gegevens te manipuleren? Smilevski laat Adolphine Freud in het gas creperen, wat ook al niet klopt. Van Harry Freud, de zoon van Sigmunds broer Alexander, weten we dat Adolphine niet is vergast, maar dat ze in het doorgangskamp Theresienstadt is gestorven - waarschijnlijk aan ondervoeding. Smilevski's versie dat de vier zussen van Freud op 29 juni 1942 allemaal samen uit Wenen naar een doorgangskamp zijn gedeporteerd, is evenmin correct.

Kitsch

De zus van Freud neemt niet alleen een loopje met bekende historische feiten, het is ook uitzonderlijk slecht geschreven. De lezer wordt geconfronteerd met een vloed aan ridicule, sentimentele, pathetische en kitscherige beelden die behalve van stilistische onbeholpenheid ook van een slechte smaak getuigen. Smilevski's dialogen ontaarden in sentimenteel en melodramatisch geklets. De theoretische uiteenzettingen over de psychoanalyse lijken zo van het internet geplukt. Ze verdienen het niet in een handleiding 'Freud voor beginners' opgenomen te worden.

Het is een raadsel waarom deze roman, die alleen in de beschrijving van de moeilijke relatie tussen Adolphine en haar moeder Amalia enig niveau haalt, ook in de literaire kritiek zulke hoge ogen gooit. De zus van Freudis immers op alle niveaus een miskleun. Historisch is het boek nonsens, stilistisch bestaat het uit kromtaal en structureel hangt het aaneen als los zand. Maar vooral is De zus van Freud, onder het mom van fictie, een onfaire afrekening met Sigmund Freud. Natuurlijk heeft Smilevski het recht om hem aan te vallen en hem zelfs een antisemiet te noemen, natuurlijk mag een schrijver hem ervan beschuldigen dat hij meer om zijn wetenschap dan om het lot van zijn zusters begaan was. Maar dat Freud hier op basis van gemanipuleerde feiten wordt gepresenteerd als de man die zijn zusters moedwillig de dood instuurde, is te gek voor woorden.

Goce Smilevski De zus van Freud

Anthos, 253 p., 19,95 euro. Vertaling: Roel Schuyt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234