Vrijdag 05/06/2020

De zonen van

De wetenschap heeft een zeer nuchtere verklaring voor al dit grensverleggende gedoe: avontuurlijke lieden zouden gewoon een genetische afwijking op het D4DR-gen hebben, waardoor ze meer dopamine aanmaken en dus ook grotere kicks krijgen'In zekere zin was onze reis zelfs moeilijker dan de vlucht die Verne beschrijft. Zijn helden mochten hun ballon immers aan de grond zetten als ze daar zin in hadden, terwijl de Breitling in één ruk door moest varen'

professor Zonnebloem

Het zal je maar overkomen: je vader, grootvader en oom in zowat alle encyclopedieën ter wereld vereeuwigd te zien, terwijl je zelf nog niets bijzonders gepresteerd hebt. Al op de schoolbanken de last van hun uitvindingen en heldendaden als een loden duikboot op je schouders te voelen drukken, terwijl je tegelijk door voorvaderlijke ballondromen vol heliumgas de lucht in wordt gehesen. Zo ongeveer moet de vriendelijk ogende psychiater Bertrand Piccard (41) zich gevoeld hebben vóór hij in zijn Breitling Orbiter III de wereld omarmde.

'Heren, staat u mij toe mij eerst aan u voor te stellen. Reeds mijn vader was ontdekker en onderzoeker, maakte mij in mijn jeugd bekend met zijn gevaarlijk beroep en wekte in mij de drang naar onderzoek en wetenschap. Hij nam mij niet alleen mee op zijn reizen naar alle windstreken, maar leerde mij ook plantkunde, sterrenkunde, geologie, en ook natuurkunde, scheepvaartkunde en werktuigkunde.'

Bovenstaande zinnen legde Jules Verne in de mond van dr. Sam Fergusson, de held van zijn uit 1863 daterende 'wonderbaarlijk reisverhaal' Vijf weken in een luchtballon. Bertrand Piccard had ze net zo goed kunnen uitspreken. Toen hij nog klein was, kregen ze thuis geregeld Neil Armstrong over de vloer, die niet alleen de eerste man op de maan was maar ook gewoon een goede vriend van zijn vader. Een kinderzieltje zou van minder vleugeltjes krijgen.

De Zwitserse zielenknijper stamt uit een geslacht dat zo roemrucht is dat je hem met zijn eenvoudige doctorstitel bijna het kneusje van de familie kunt noemen. Niet voor niets verklaart hij met deze historische ballonvaart het gevoel te hebben gehad dat er een zware last van zijn schouders viel: "Eindelijk was mijn erfschuld ingelost."

Het begon allemaal met de in 1884 in Bazel geboren natuurkundige Auguste Piccard, wiens curriculum vitae leest als een heldendicht. De man was hoogleraar te Zürich en aan de Brusselse VUB, en verrichtte onder meer onderzoek naar relativiteit, magnetisme en radioactiviteit. Meer tot de verbeelding spreekt dat hij er als eerste mens ter wereld in slaagde door te dringen tot de stratosfeer. Telkens opnieuw steeg hij op met een door hemzelf uitgeruste ballon met luchtdichte cabine, tot hij in 1932 het hoogterecord op 16.203 meter bracht. Alsof dat nog niet volstond, wijdde hij zich daarna aan diepzeeduiken en bracht in één moeite door ook de droom in vervulling die Jules Verne optekende in dat andere beroemde boek van hem, 20.000 mijlen onder zee: met zijn bathyscaaf dook hij in 1953 in de Tyrrheense Zee tot een diepte van 3.150 meter. Daarnaast schreef hij en passant nog enkele boeken, die naar ronkende maar niet eens opschepperige titels als Zwischen Erde und Himmel en Au fond des mers en bathyscaphe luisterden. Tot in zijn laatste levensjaren - Auguste werd 78 - bleef hij aan nieuwe en betere diepzeevaartuigen sleutelen. De eerste bathyscaaf werd overigens in Brussel gebouwd, met steun van het Belgisch Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Een oude foto toont hem als een streng kijkend, fronsend mannetje met stijve boord, uitwaaierend haar en een fondsbrilletje dat op een vlezig neusje rust. Deze Auguste was het die Hergé tot de creatie van professor Zonnebloem inspireerde, de altijd verstrooide, hardhorige en eigenlijk niet meest florissante figuur uit de Kuifjesboeken. En de kapitein uit Star Trek, dacht u dat die toevallig Jean Luc Picard heette? Het moet een bizar gevoel geven, als zelfs wereldberoemde stripfiguurtjes en televisiefeuilletons naar jou worden genoemd. Of 'De IJzeren Schelvis', de door professor Barabas ontworpen duikboot waarmee Suske en Wiske in de golf van Saloniki op zoek gaan naar het verdronken eiland Atlanta: ook al op de bathyscaaf geïnspireerd. Het lijkt wel of ze de wereld van het avontuur willen monopoliseren, die Piccards, en zich niet minder tot doel hebben gesteld dan de mafste hersenspinsels waar te maken die ooit uit de kokers van 's werelds meest losgeslagen sciencefictionauteurs zijn ontsnapt.

Nu zou je Auguste nog oneerbiedig een lucky shot kunnen noemen, in de meest platvloerse zin van het woord. Een gelukkige maar toevallige combinatie van erfelijk materiaal, geborrel in de smeltkroes die eens om de vijfhonderd miljoen copulaties tot de geboorte van een unicum leidt. Je ziet het wel vaker: wereldberoemde lieden van wie de nakomelingen zich op geen enkele manier van de taxichauffeur, schoenmaker of journalist om de hoek onderscheiden, en die meer onder de paternale roem gebukt gaan dan iets anders. Niet zo bij de Piccards, echter, want de in 1922 in Brussel geboren Jacques blijkt al snel met dezelfde curieuze genen begiftigd als zijn vader. Hij deelt de passies van Auguste en samen bouwen ze de Trieste, een tuig waarmee ze in 1960 in de Marianentrog een diepte van maar liefst 10.911 meter bereiken. En nog is het niet genoeg: daarna werpen ze zich op de constructie van de mesoscaaf, een onderzeeboot voor passagiers die tot 900 meter onder de zeespiegel kan duiken. Met zijn diepzeeduikboot, die naar de futuristische naam Ben Franklin PX15 luistert, maakt Jacques in 1968 een tocht van zowat 2.500 kilometer langs de Amerikaanse oostkust, helemaal van Florida naar Canada. Bedoeling is vooral de onderwaterfauna te bestuderen, maar ondanks de vijfentwintig dikke plexiglazen vensters en twintig schijnwerpers krijgt hij aanzienlijk minder vissen en organismen te zien dan verwacht. Je kunt hem niet eens van zware hybris betichten als hij zijn boek vervolgens de titel Seven miles down meegeeft. Maar eenennegentig jaar voor hem had Verne het, door de patrijspoort van zijn fantasie, allemaal al eens beschreven in een intrigerend clair-obscur:

"Al spoedig lag de zone waarin de meeste vissen leefden boven ons en we troffen nog maar heel weinig diepzeebewoners aan. (...) Na een uur naderden we ten slotte de 6.000 meter-grens en toen doken eindelijk de toppen van zwarte bergen van de grond af omhoog. Maar dat konden best Himalaya-reuzen van 8.000 meter hoogte zijn en daarom drong de Nautilus er diep tussenin. We vermoedden nu dat de druk die de watermassa op de stalen romp uitoefende 600 atm. was en we meenden die druk op iedere vierkante centimeter van de oppervlakte te horen. 'Wat een prachtig gezicht', riep ik uit. 'Dat heeft nog geen mens ooit gezien. Deze oergebergten staan hier zwart en dreigend op het diepste punt van de oceaan, al vanaf het begin der tijden, zonder licht en zonder leven.'

'Wilt u er een herinneringsfoto van hebben?', vroeg Nemo."

Een mens zou er bijna de Amerikaanse natuurkundige Jean Félix Piccard bij vergeten, tweelingbroer van de eerder vermelde Auguste. Deze Piccard, die zich chemicus en aëronaut mocht noemen, gaf van 1916 tot 1918 les aan de universiteit van Chicago en werd daarna te Lausanne hoogleraar in de scheikunde. Maar covalente bindingen en de tabel van Mendelejev vermochten hém al evenmin aan zijn leerstoel te kluisteren. Zijn hoogleraarschap in de aëronautische techniek verschafte hem het gedroomde alibi om ook al zijn vleugels uit te slaan: op 23 oktober 1934 verscherpte hij het hoogterecord van zijn bloedeigen, wellicht tandenknarsende broer door met zijn vrouw bij Detroit met een stratosfeerballon op te stijgen tot 17.341 meter, in een acht uur durende vlucht. Een 'uitstap' met een 'druiventros' van tachtig ballonnen eindigde in 1937 met vernietiging door brand, waarbij Jean Félix zijn onfortuinlijkere voorganger Ikaros nog een lange neus zette door zelf ongedeerd te blijven. In 1952 kwam hij nog met het ambitieuze plan op de proppen om tot op 30 kilometer hoogte op te stijgen om de planeet Mars beter te kunnen bestuderen, maar dat werd nooit uitgevoerd. Jean Félix Piccard stierf in 1963 in Minneapolis.

Voor het soort wetenschappelijk geïnspireerde avonturier dat blijkbaar zo vlot aan het geslacht Piccard ontspruit, hebben de Fransen een eigenzinnig woord bedacht: les savanturiers. De benaming onderscheidt hen meteen van het alledaagser slag lieden dat zich aan house-running, base-jumpen of het beklimmen van bevroren watervallen te buiten gaat, en wie het dus niet om de wetenschap maar louter om de kick te doen is.

"Van de vier Piccards is Bertrand duidelijk de avontuurlijkste", zegt de Belgische ballonvaarder Wim Verstraeten, leermeester en intimus van Piccard, die aan de vorige recordpoging deelnam en nu dus net naast de hoofdvogel heeft gemikt. "Sinds zijn zestiende al is hij een enthousiast deltavlieger. Hij bedacht een aantal luchtacrobatische figuren en heeft onder meer een hoogterecord op zijn naam staan. Voor zijn vader en grootvader kwam de wetenschap nog op de eerste plaats, hoewel het avontuur hen natuurlijk ook in het bloed zat."

Volgens de Belg hebben ze een stalen wil, die Piccards, en zijn het de enige mensen die hij kent die zelfs onder extreme stress nooit afhaken. Wel wordt de familie om het eufemistisch uit te drukken niet door overdreven bescheidenheid gehinderd, maar beschikt ze over wat Verstraeten 'een Latijns ego' noemt. "Niet dat ze zo bijzonder opvallen of excentriek zijn; op straat zou je ze gewoonweg voorbijlopen mocht je ze niet kennen. Maar ze zijn zich wel degelijk van hun waardigheid bewust. Het doet hen goed om af en toe met wat relativerende Vlaamse nuchterheid geconfronteerd te worden. Zoals de uitspraak dat zelfs de koning naar het toilet moet. Daar lachen ze zich een breuk om."

"De enorme wolk, met een lengte van meerdere kilometers, kwam heel snel naderbij, een gebrom als van duizend bijenzwermen was steeds duidelijker te horen. Toen werd de zon verduisterd, en op het land onder de ballonvaarders rondom de Victoria verscheen een enorme zwerm gonzende, groenachtig schitterende insecten. Als een stortbad begon het in de gondel en over de passagiers sprinkhanen te regenen. 'Dat dacht ik al: de vraatzuchtige ratelsprinkhanen!', riep de Doctor, ook in deze toestand nog bezig met classificeren. Gondel en ballon werden onder de last van de dieren al spoedig zwaarder, zodat de Doctor de gasbrander voluit moest zetten en samen met zijn kameraden onafgebroken complete ladingen sprinkhanen overboord moest scheppen. De ballon kon hierdoor weliswaar zijn koers behouden, maar niet tot stijgen worden gebracht."

De haast bijbelse beproevingen waaraan Vernes figuren in Vijf weken in een luchtballon worden blootgesteld zijn - hoe kan het anders - nog een stuk exotischer dan de gevaren waarmee de ballonvaarders van de Breitling Orbiter III werden geconfronteerd. Naast de vraatzuchtige ratelsprinkhanen krijgen dr. Sam Fergusson en zijn fictieve gezellen nog af te rekenen met menseneters en vuurtrucs van wilden, pijlenhagels en aanvallen van mensapen en gieren. Op zeker ogenblik neemt zelfs een olifant met slagtanden van tweeëneenhalve meter de ballon op sleeptouw. Na wat gedol wordt het dier door de ballonvaarders vrolijk neergekogeld, waarna ze al even welgezind naar beneden klimmen, het anker aan een boom vastbinden, een braadkuil graven en uit de jachtbuit de zachtste en sappigste stukken snijden om die vervolgens met smaak te verorberen. In vergelijking daarmee moet de hoogtechnologische tocht van de Breitling Orbiter behoorlijk saai zijn geweest. Veel meer dan af en toe wat knopjes en hendeltjes manipuleren moesten de inzittenden immers niet doen, al deed de tocht toch nog aardig wat adrenaline door de aderen gieren: "In zekere zin was onze reis zelfs moeilijker dan de vlucht die Verne beschrijft. Zijn helden mochten hun ballon immers aan de grond zetten als ze daar zin in hadden, terwijl de Breitling in één ruk door moest varen. Maar het neteligste probleem is de onvoorspelbaarheid van de landing. Landen in een ijskoude oceaan, in water vol haaien, in de woestijn of in het tropisch regenwoud: je moet op alles voorbereid zijn."

Dat aan zo'n ballonvaart inderdaad de nodige risico's verbonden zijn, bleek nog maar enkele jaren geleden, toen twee Amerikaanse ballonvaarders naar het Wit-Russische luchtruim afdreven en prompt door balorige militairen werden neergehaald. Ze kwamen allebei om.

Te veel moet je ze ook weer niet ophemelen, die helden, avonturiers, goudzoekers en vrijbuiters. Met Pascal kun je het gevoel delen dat de wereld er heel wat beter zou uitzien mochten de mensen gewoon wat vaker stil kunnen blijven zitten, rustig in hun kamertje, in plaats van absoluut bergen te moeten beklimmen en de donkerste onderaardse spelonken te willen verkennen. Mochten ze wat vaker thuisgebleven zijn, de Columbussen en de Lindberghs, de Marco Polo's en de Livingstones van deze wereld, dan was de aardkloot nu nog ontzaglijk uitgestrekt en ondoorgrondelijk, en kon je nog ouderwets sidderen voor de gedrochten die zich aan de rand van dat smalle plakje schuil zaten te houden. Maar nee. Terwijl onze eigenste aarde nog kreunt onder het geweld van haar ontaarde telgen, richten we onze blik al naar godvergeten sterrenstelsels en zenden we radiogolven uit om de daar sluimerende wezens al duchtig de schrik op het lijf te jagen.

De wetenschap heeft overigens een zeer nuchtere verklaring voor al dat grensverleggende gedoe: avontuurlijke lieden zouden gewoon een genetische afwijking op het D4DR-gen hebben, waardoor ze meer dopamine aanmaken en dus ook grotere kicks krijgen.

Een afwijking, dus. En toch. Toch kun je met al je scepsis niet ontkennen dat het je iets dóét, dat laatste luchtvaartrecord dat gesneuveld is. Dat je het onvoorstelbaar romantisch vindt hoe de geest van Jules Verne met de ballon mee is gevaren, in de vorm van een beduimelde en gesigneerde eerste druk van dat fameuze boek van hem - een porte-bonheur die bij een ongelukkige landing net zo goed voor altijd door de oceaan verzwolgen kon zijn. Dat de vrijheidsdroom van Daidalos en Ikaros ook een beetje in jezelf smeult: 'Laat Minos te land en op zee mij de weg versperren', riep hij vastberaden, 'dan blijft nog de vrije lucht over. Daar zal ik een pad vinden. Laat Minos overal zijn macht uitoefenen, in de lucht heeft hij géén heerschappij.'

In het controlecentrum werd het succes met knallende champagnekurken begroet, al hadden Bertrand Piccard en Brian Jones hoog en droog in hun ballon nog niet meteen door dat hun vlucht rond de wereld een feit was. Meevieren konden ze pas nadat ze via de satelliettelefoon van het succes op de hoogte werden gebracht. Toen de nieuwbakken bekende wereldburgers afgelopen maandag in de stortregen per vliegtuig op de luchthaven van Genève landden, verdrongen duizenden kijklustigen zich om hen te begroeten. Veel mensen hadden vlaggen, koebellen en zelfgemaakte grote borden bij zich om het duo triomfantelijk te onthalen. De startbaan mocht uitzonderlijk betreden worden en Swissair stelde een heuse hangar ter beschikking waar Piccard en Jones de pers te woord mochten staan. Ook Jacques Piccard was erbij, daar in Genève, 77 jaar oud en 'apetrots' op zijn zoon, zoals Wim Verstraeten het uitdrukt.

"Dat zijn toch helden, en helden komen een triomfantelijke ontvangst toe", kakelde een vrouw die haar man en kinderen had meegebracht op het tarmac van de Geneefse luchthaven. "Bedankt om de wereld hoop te geven", toeterde iemand anders. De euforie die Piccard en de zijnen bij hun landing in Zwitserland te beurt viel, laat zich moeiteloos vergelijken met wat Verne destijds over Sam Fergusson en de zijnen schreef: "... en op 10 juni kwamen zij in St. Louis aan, waar zij door de gouverneur met mortierschoten werden ontvangen en geëerd. (...) De Europese pers riep haar correspondenten in Londen bijeen, die elkaar overtroffen met berichten vol wetenschappelijke euforie. De Daily Telegraph moest op de dag waarop een korte samenvatting van het reisverslag van Dr. Fergusson verscheen, de oplage verhogen. Dr. Fergusson ontving de gouden medaille voor zichzelf en zijn begeleiders als waardering voor zijn vijf weken durende, geslaagde overtocht van Afrika in de ballon."

In werkelijkheid werd het de Olympische Orde, de hoogste onderscheiding voor mensen die niet aan een erkend sporttoernooi hebben deelgenomen. Maar dat kon de profeet met de baard zelfs in zijn meest visionaire bui niet voorzien, net zomin als het feit dat de ballonreizigers door een bierbrouwer, Anheuser-Busch, met een cheque van één miljoen dollar zouden worden bedacht. Of dat de staatslieden die hen persoonlijk zouden feliciteren, namen als Blair en Chirac zouden dragen.

De vlucht duurde heel precies 19 dagen, 21 uur en 55 minuten. Meer dan tweehonderd jaar waren verstreken sinds de gebroeders Montgolfier - alweer een familieaangelegenheid - er voor het eerst in slaagden een ballon, verwarmd door nat stro, rottend vlees en lompen, 25 minuten lang in de lucht te houden. De eerste ballonvaarders ooit waren een schaap, een eend en een haan. In een kooi onderaan de ballon werden ze over een afstand van 4 kilometer meegevoerd, onder de goedkeurende blik van koning Lodewijk XVI.

"Al wat een mens kan verzinnen, zullen andere mensen kunnen verwezenlijken", is een gevleugelde uitspraak van Jules Verne. Alles kan hoger, dieper, sneller, beter, en avonturiers zijn altijd al erg bedreven geweest in het bedenken van nieuwe, op het eerste gezicht onmogelijk lijkende objectieven. Een ballonvlucht over de polen, een verscherping van de tijd of een dubbele rondvaart... De 'laatste officiële uitdaging van de luchtvaart' is nog maar de wereld uit, of men zoekt al koortsachtig naar nieuwe schitterende vergezichten.

Maar als we Wim Verstraeten mogen geloven, is de rol van de Piccards nu stilaan wel uitgespeeld, "want Bertrand heeft alleen dochtertjes". Misschien legt dat juist nog een zwaardere druk op hun frêle schoudertjes dan de belasting die hun vader destijds al ervoer. Het zou wel eens kunnen dat dit voor de schattige Esthel (11), Oriane (9) en Solange (4) de ultieme feminiene uitdaging wordt: te bewijzen dat meisjes-Piccards net zo baanbrekend uit de hoek kunnen komen als die borstklopperige, pientere macho's van vaders, grootvaders en overgrootvaders van hen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234