Woensdag 21/10/2020

InterviewFloris & Dimitri

De zonen van Guido Belcanto: ‘Papa vindt het moeilijk om over het misbruik tijdens zijn jeugd te praten’

Dimitri (links) en Floris (rechts).Beeld Carmen De Vos

‘In de stilte der natuur ging ik op avontuur’, zingt Guido Belcanto in het gelijknamige lied, en ik moet eraan denken als ik de oprit van zijn boshuisje in Wechelderzande oprijd. Zelf zit hij sinds enige tijd in Frankrijk, maar twee van zijn drie zonen, Floris (25) en Dimitri (20), wachten me op, klaar voor een gesprek over – om het met de rijmen van hun vader te zeggen – ‘de demons hier vanbinnen’ en ‘het evenwicht der zinnen’. Laat het ontraadselen van de Belcanto-ziel beginnen!

Op de dag van het interview hebben Floris en Dimitri net hun examens achter de rug. Voor Floris waren het de allerlaatste: hij is, na zijn opleiding tot leraar lager onderwijs, nu ook afgestudeerd in de onderwijskunde en hoopt in september een job te vinden als docent in de lerarenopleiding. Dimitri heeft z’n eerste jaar in de richting sociaal werk achter de rug. ‘Ik ben niet zo’n goeie student, ik begin vaak pas op het allerlaatste moment. Maar ik ben toch voor drie van de vijf vakken geslaagd. Met goeie punten, zelfs. Het probleem zijn de vakken die me niet interesseren: economie en sociaal recht. Ik heb een sterke wil om enkel te doen wat ik graag doe.’

Zul je die vakken in augustus wel graag doen?

Dimitri Versmissen (lacht): “Het voornemen is er. Vorig jaar heb ik orthopedagogie gevolgd, maar daar ben ik halverwege het jaar mee gestopt. Om verschillende redenen, maar vooral omdat ik niet genoeg was voorbereid op de hogeschool.”

Wat wil je na je studie doen?

Dimitri: “Geen idee. We moesten dit jaar onze afstudeerrichting kiezen, en ik ben voor kunst en cultuur gegaan, omdat dat me na aan het hart ligt. In die sector zou ik graag iets vinden. Of misschien ga ik nog verder studeren. Filosofie is al vaak in me opgekomen, of psychologie. Er zijn zoveel dingen die ik zou willen doen, dat maakt het moeilijk om te kiezen.”

De cultuursector is niet de makkelijkste om werk in te vinden, zeker niet na de coronacrisis.

Dimitri: “Ze heeft inderdaad zware klappen gekregen. Veel zalen hebben het moeilijk, en veel artiesten zitten zonder broodwinning. Maar ik zie op sociale media tal van inzamelingsacties, en ik geloof oprecht dat, als corona voorbij zal zijn, mensen goesting zullen hebben om de cultuur te financieren. Het is dus niet allemaal negatief.”

Had corona een grote invloed op jullie studie?

Floris Versmissen: “Onze allerlaatste les was online. Ik heb geen afscheid kunnen nemen van mijn medestudenten, en onze groepsfoto is een schermafdruk. Dat is niet hoe je het je voorstelt. Maar voor het overige viel het goed mee. We moesten sowieso al veel studeren en taken maken, dat leek al op een soort lockdown. Ik heb me ook niet eenzaam gevoeld: ik zit met mijn vriendin op kot en we hebben vrijwel meteen besloten om met ons tweeën een bubbel te vormen.”

Dimitri: “Ik vond het vooral spijtig dat het sociale contact met mijn medestudenten wegviel. Volgend jaar worden we opnieuw opgesplitst in verschillende richtingen en zullen we elkaar niet vaak meer zien. Maar ik heb wel het gevoel dat er in het algemeen heel goed mee is omgegaan. Mensen vinden een oplossing voor alles, hoe erg het ook is.”

‘Onze vader heeft ons geleerd dat je niet veel hoeft te hebben om content te zijn.’Beeld Kristof Ghyselinck

Waar heb jij de lockdown doorgebracht?

Dimitri: “Vlak vóór die werd afgekondigd, is mijn vader naar Frankrijk vertrokken, dus zijn huisje stond leeg. Ik was al van plan om af en toe naar hier te komen: ik hou van het leven in de stad, maar ik ben ook graag in de natuur. Het weekend waarin de lockdown begon was ik hier, en ik ben gebleven. In de stad was er toch niks te doen. Ik heb me niet verveeld: ik heb mijn tijd verdeeld tussen de onlinelessen, boeken lezen, muziek maken en veel wandelen en fietsen.”

Jullie zijn allebei heel muzikaal.

Floris (knikt): “Ik maak muziek onder de naam August. Ik kan het genre moeilijk omschrijven, een soort moderne folk misschien? Mijn inspiratiebronnen zijn onder meer The Lumineers en The Tallest Man on Earth, maar er zit ook rock in.”

Wil je zanger worden, net als je vader?

Floris: “Ik sta heel graag op het podium, maar voorlopig is dat niet mijn ambitie. Ik zou wel iets willen opnemen, en onze pa staat erop dat hij mijn eerste plaat mag producen. We zullen nog zien.”

Hij mag zich niet moeien?

Floris (droog): “Zijn naam mag ergens onderaan staan, dat wil ik hem wel gunnen.”

Dimitri (lacht): “Niet andersom.”

Floris: “Voilà. Hij mág op mijn plaat staan (lacht). Nee, serieus, natuurlijk zou ik blij zijn als hij me wil helpen. Ik weet dat hij mijn muziek respecteert en nooit zijn mening zal opdringen. Ik wil op muzikaal gebied gewoon niet als ‘de zoon van’ gezien worden. Dat lukt maar zelden: ook al zeg ik niemand wie ik ben, op de één of andere manier weten ze toch altijd wie mijn vader is. Maar goed, nu wil ik eerst mijn studie afronden – ik moet mijn eindverhandeling nog schrijven – en daarna lesgeven.”

Je kunt de twee combineren en lesgeven in de muziekbranche.

Floris: “Dat zou moeilijk zijn. Dimitri en ik zijn niet echt voor ‘oefenen wat op je blad staat’. Een partituur, dat is niets voor ons. Wij zijn vrij, we doen maar wat. We hebben allebei geprobeerd les te volgen aan de muziekschool, maar dat werkte niet.”

EXTRA BROERTJES

Dimitri, ik zag jou daarnet bijna opveren toen ik over muziek begon.

Dimitri: “Muziek is belangrijk voor mij, misschien wel het allerbelangrijkste. Er zijn weinig dingen – zelfs géén, denk ik – waar ik onophoudelijk mee bezig kan zijn zonder het saai te vinden. Floris heeft mij piano geleerd, en wat later kreeg ik mijn eerste gitaar van onze pa. Ik heb mezelf geleerd die te bespelen. Soms zat ik zes of zeven uur na elkaar te oefenen.”

Floris: “Jij kunt zo toegewijd zijn. Hij zegt dat ik hem piano heb leren spelen, maar dat waren de basics. Hij staat ondertussen veel verder. Ook op de gitaar: hij kan zó een solo uit zijn mouw schudden. Dat kun je alleen als je uren en uren toonladders hebt geoefend. Hij is nog meer bezeten van muziek dan ik.”

Dimitri: “Op een andere manier misschien. Ik denk dat de passie even vurig is.”

Floris: “Ik heb ook nog mijn passie voor het onderwijs. Een mens moet voor alles en nog wat tijd zien te maken.”

Treed jij ook op, Dimitri?

Dimitri: “Ik sta af en toe met mijn pa op het podium en dat is een ontzettend goede leerschool – laat de mensen maar denken wat ze willen. Sporadisch schrijf ik ook wat. Ik zou me er meer op moeten toeleggen, maar ik ben best tevreden met wat ik al heb.”

Wat denken de mensen dan als je met je vader optreedt?

Dimitri: “Ze zullen het niet afkeuren, vermoed ik. Maar stel dat ik later mijn eigen band heb en dat het iets wordt, dan mogen ze vooral niet denken dat het me in de schoot is geworpen. Ik heb heel veel van mijn vader geleerd, ook door samen op het podium te staan, en ik ga niet ontkennen dat het voordelen heeft om zijn zoon te zijn. Maar ik geloof echt niet dat, áls het ooit iets groots zou worden, hij daar een concreet aandeel in gehad zal hebben.”

Hij is vast trots als jullie samen op het podium staan.

Dimitri (knikt): “We spreken het niet uit, maar ik zie het wel aan hem. Omgekeerd doet het mij ook iets als ik hem daar zie staan en merk hoe de mensen hem appreciëren.”

In Buurman, wat doet u nu?, het Eén-programma van Cath Luyten, zagen we ook je halfbroer Tobias mee op het podium staan.

Dimitri: “Het zit in onze genen, denk ik. Tobias komt liever niet in de media, maar muziek ligt ook hem na aan het hart.”

Floris: “Ik kon er toen niet bij zijn, jammer genoeg.”

Hoe is de band tussen jullie drie?

Floris: “Tobias is mijn volle broer. Dimitri is er pas later bij gekomen. We hebben dezelfde vader, maar een andere moeder.”

Dimitri: “Ik was een laatkomertje, maar ik heb me altijd door iedereen geaccepteerd gevoeld. Als je naar onze band vraagt, dan zeg ik: we zijn broers. Ik heb nog een halfbroer – een zoon van mijn mama en haar vriend – en ook met hem heb ik altijd het gevoel gehad dat we volbloed broers zijn.”

Floris: “Toen onze pa vertelde dat hij nog een zoon zou krijgen, was de reactie van mijn moeder: ‘We gaan hem gewoon als een extra broertje beschouwen.’ Hij kwam soms bij ons logeren zodat we samen konden zijn. We hebben dat nooit als iets raars aangevoeld.”

Dimitri: “Ik herinner me kerstfeestjes en andere feestdagen die we samen hebben gevierd. Het zijn alleen maar goeie herinneringen. Floris’ moeder zorgde goed voor mij, ik heb dat altijd gewaardeerd.”

Jullie vader heeft nooit bij jullie gewoond.

Floris: “Hij was nogal afwezig, dat klopt. Maar ik heb daar nooit bij stilgestaan. Hij was muzikant en in sommige periodes zagen we hem vaak, en dan weer maandenlang niet. Voor ons was dat normaal, en onze moeders hebben nooit een slecht woord over hem gezegd. Er is nooit wrevel geweest, ze komen nog steeds goed overeen.

“Mijn pa wilde geen kinderen, vooral omdat hij toen in een depressie zat. Mijn moeder wilde er wel: ze heeft hem verzekerd dat ze wist waar ze aan begon, ze begreep dat hij nooit een traditionele vader zou zijn. Zo ben ik er gekomen, en nu is hij heel blij met mij.”

Dimitri: “Bij mij is het net hetzelfde verhaal. En het is allemaal goed gekomen. Ik zie mijn vader heel graag en hij mij, en ik zie ook mijn moeder heel graag, en zij mij.

“Mijn vader is niet gemaakt voor het traditionele gezinsleven. Elke dag thuiszitten met vrouw en kind: hij kan dat niet. Maar dat hoeft niet per se negatief te zijn. Je kunt het als een verrijking beschouwen: soms is het niet slecht om mensen af en toe niet te zien. Als ze er dan wél zijn, heb je veel meer aan hen. Dat is ook de rol die mijn vader heeft opgenomen: als hij er was, was hij er écht voor ons en deden we alleen maar leuke dingen. Het fijnste vond ik onze fietstochten in Frankrijk. We volgden een paar dagen de Tour en reden dan zelf de cols op. Afzonderlijk, want ik ben sneller (lachje). Dat hebben we een jaar of vijf, zes na elkaar gedaan – fantastisch mooie momenten. Voor hem ook, denk ik.”

Floris: “Dat deelt hij meer met jou en Tobias. Ik heb die interesse voor het wielrennen niet, of toch veel minder. Als hij met jou of Tobias ging sporten, dacht ik soms: en ik dan?”

Dimitri: “Met jou deelde hij vooral de muziek. Ik denk dat jij op dat vlak wel meer hebt meegekregen: jullie hebben samen Jerry Lee Lewis gezien!”

Floris: “Dat is waar. Muziek hebben we altijd gedeeld, maar dat moest gepland worden. Jullie konden bij wijze van spreken om het even wanneer op de fiets springen.”

Dimitri: “Normaal gezien gaan we ook elke week supporteren voor den Antwerp – nu met corona natuurlijk niet. En ook ik heb met hem al geweldige concerten gezien. Maar we mogen het niet vergelijken. We hebben allebei al mooie dingen met hem meegemaakt.”

Is dat niet zwaar afzien, Dimitri, die cols beklimmen?

Dimitri: “De laatste kilometers wel, maar ik heb van onze pa ook karakter meegekregen. Ik bijt door tot de top. Ik ga graag in competitie met mezelf. Toen ik op mijn 14de de eerste keer meeging, had ik geen enkele ervaring, maar het ging verbazingwekkend goed. Ik denk soms: als ik er echt alles voor had gegeven, had ik misschien wel een toekomst in de wielersport gehad. Maar het zou niet gelukt zijn, want ik mis er de professionaliteit voor.”

Dimitri (links): 'Als ik er echt alles voor had gegeven, had ik misschien wel een toekomst in de wielersport gehad. Maar ik mis er de professio­naliteit voor.'Beeld Carmen De Vos

DEPRESSIEVE PAPA

Hebben jullie het onconventionele van jullie vader meegekregen?

Floris: “Ergens wel. Niet dat ik in zelfgekozen ballingschap zou gaan, zoals hij zijn leven hier noemt – ik hou wel van het concept van een gezin. Maar door de hele situatie – opgroeien met een halfbroer van een andere moeder, een vader die niet bij ons woont – heb ik wel verschillende opties gezien. Geen kwaad woord over mijn medestudenten, maar in de lerarenopleiding zag ik soms stereotiepe huismusjes – zo word je als je constant met je mama en papa in één huishouden leeft. Ik ben ruimdenkender op dat vlak.”

Dimitri: “Helemaal mee eens. Ik vind het klassieke gezin mooi om te zien bij andere mensen, maar ik weet dat het niet zo hoeft te zijn. Ik heb van kleins af geleerd dat er andere mogelijkheden zijn waar iedereen zich goed bij voelt. Dat vind ik mooi. In een relatie moet je je vrijheid kunnen behouden. Je moet samen kunnen zijn zonder je beperkt te voelen.”

Leef jij zelf ook zo in je relaties?

Dimitri: “Ik heb momenteel geen relatie – ik heb eigenlijk weinig ervaring in de liefde. Maar ik ben wel bang om mijn vrijheid te verliezen, ja. Pas als ik iemand vind die er net zo over denkt, zal ik kunnen samenleven.”

Jullie vader praat in interviews open over de donkere periodes in zijn leven: het seksuele misbruik in zijn jeugd, zijn depressies.

Dimitri: “Tegen ons praat hij daar zelden over. Ik denk dat hij niet wil dat we ons zorgen maken, wat oké is. Zolang hij er maar met iemand over kan praten – en dat kan hij, met zijn vrienden.”

Floris: “Ik denk niet dat ik ooit het hele verhaal uit zijn mond heb gehoord. Hij schrijft dat van zich af in zijn nummers en zijn boeken. Maar ik had er ook geen vragen over: als ik iets wilde weten, vroeg ik het aan mijn moeder. Zij zegt de dingen zoals ze zijn. Onze vader vindt het niet erg dat we het weten, hij vindt het alleen moeilijk om er met ons over te praten.”

Dimitri: “Ik merk bij ons allebei, en ook bij Tobias, dat we veel gevoeligheden van hem hebben geërfd. Het is vast ook geen toeval dat wij allebei iets in de sociale sector doen.”

Hij woont hier heel afgelegen, weg van de wereld.

Floris: “Ik zou dat misschien ook wel kunnen, maar dan met iemand erbij. Hoewel ik ook een stadsmens ben: ik woon in Gent, een supertoffe stad. Ik hou van de twee kanten.”

Dimitri: “Ik woon al twintig jaar in Antwerpen en ik heb nog elke dag het gevoel dat er veel te ontdekken valt. Maar de drie maanden lockdown hebben me geleerd dat ik me ook geweldig kan amuseren in de rust en de natuur, met een wandeling of een fietstocht.”

Floris: “Onze pa heeft dit huisje gekocht in 2000, en er zijn periodes geweest dat we hier vaak waren. Daardoor hebben we die rust en het isolement leren appreciëren.”

Dimitri: “Dat heeft hij ons meegegeven in onze opvoeding: dat je niet veel hoeft te hebben om content te zijn. De bluesartiesten die hij ons liet horen, de films van Charlie Chaplin die hij ons liet zien: allemaal artiesten die van iets kleins iets groots konden maken.”

Floris: “Aan materie gehecht zijn: hij weet niet wat dat is.”

Zijn jullie moeders muzikaal?

Floris: “Mijn moeder heeft gevoel voor ritme. Maar muziek spelen, nee.”

Dimitri: “Mijn moeder heeft ooit geprobeerd gitaar te leren spelen, maar het was niets voor haar. Ze houdt wel van muziek: ze is opgegroeid met punk en new wave, en daar heb ik zeker invloeden van meegekregen. Ze heeft voor mijn verjaardag een platenspeler gekocht, en nu speelt ze daar haar platen op af. Nu ik erover nadenk: misschien was dat wel meer een cadeau voor haarzelf dan voor mij (lacht).”

FLESJE URINE

Volgen jullie de actualiteit?

Floris (knikt): “Ja, maar soms is het moeilijk. Ik heb de indruk dat alles tegelijk gebeurt, en dat alles met elkaar verband houdt. De Black Lives Matter-beweging is maar één fenomeen in een amalgaam van evoluties. Als je dan een denker bent, zoals wij, en je wilt dat allemaal begrijpen, dan stoot je op muren. Het grootste probleem is het gebrek aan nuance. Het is het één of het ander. Neig je naar de ene kant, dan krijg je de andere kant tegen je. Waar is de ratio gebleven?”

Nu moet rijstfabrikant Uncle Ben’s zijn logo aanpassen en staat in de Lage Landen de figuur van Zwarte Piet ter discussie.

Floris (knikt): “Zwarte Piet zal verdwijnen, daar ben ik zeker van. Ik erger me daaraan, want het gaat alleen over politieke correctheid. Maar als ik dat zeg, word ik in de conservatieve hoek geduwd. Ook politiek correct: de BBC die een aflevering van Fawlty Towers van het streamingplatform haalt omdat er racistische praat in zou voorkomen, en Uncle Ben’s die z’n logo aanpast – ik wist niet eens dat dat logo naar de slavernij verwijst! Kijk, als een grote groep mensen ergens aanstoot aan neemt, dan moet het veranderen. Als er een sociale beweging op gang komt, zoals bij Black Lives Matter, dan moet er iets veranderen. Maar ik hoor de actievoerders van Black Lives Matter niet zeggen: ‘Die aflevering van Fawlty Towers moet verdwijnen.’ Pas op, dat moet kunnen, maar pas als er een genuanceerd debat over is gevoerd, niet omdat voorkomen beter is dan genezen.”

De jeugd wordt almaar rechtser. Merken jullie daar iets van?

Dimitri: “Vanuit mijn ervaring zou ik net zeggen dat de jeugd linkser wordt. Mijn vriendenkring is bijna helemaal links. Niet dat ik rechtse mensen uitsluit, maar meestal klikt het gewoon niet. Ik heb liever mensen rond me die dezelfde waarden koesteren: openstaan voor de wereld en iedereen z’n meningen laten verwoorden. Ik zit wel op een progressieve school én in een sociale richting, dat zal vast een invloed hebben.”

Floris: “Sociale media spelen daar ook een rol in: je ziet alleen wat je vrienden posten. Daardoor merk ik er ook weinig van. Maar het valt niet te ontkennen dat jongeren, en dan vooral de jongens, rechtser worden. Dat blijkt toch uit alle peilingen. Ik heb er geen verklaring voor.”

Dimitri: “Misschien is het vooral een fuck you naar het establishment: de jonge mensen zijn het beu zoals het er nu aan toegaat.”

Floris (rechts): ‘Ik maak me zorgen over het klimaat: er is zo weinig ambitie, zelfs bij linkse en groene partijen. De onverschilligheid is een groot probleem.’Beeld Carmen De Vos

Zien jullie genoeg nuance in de klimaatkwestie?

Dimitri: “De klimaatverandering is een probleem, dat staat vast. Ik ben mee gaan protesteren in de klimaatmarsen. Maar er mag wat meer nuance in het debat komen. Je kunt dieselwagens wel zwaar belasten, maar dan tref je veel arme mensen. Mij lijkt het slimmer om de grote bedrijven te belasten. Er moet actie ondernomen worden, maar op een sociale manier.”

Floris: “Schrijver Stefan Hertmans verwoordde dat goed. Hij zei: ‘De klimaatzaak is eigenlijk een kwestie van bovenpersoonlijk denken.’ In een diverse samenleving, zoals die in Vlaanderen, leven veel mensen die zich dat bovenpersoonlijk denken niet kunnen permitteren. Neem een alleenstaande moeder met twee kinderen: haar eerste zorg is rond te komen, ze ligt minder wakker van de wereld en hoe die er morgen aan toe zal zijn. Dat maakt het zo moeilijk voor Youth for Climate om door te breken: de oudere generatie heeft andere prioriteiten, en dat begrijp ik. Helaas krijg je dan haatreacties en gooien mensen flesjes urine naar Anuna De Wever, wat ik walgelijk vind. Het is een complex probleem.”

Verklaart dat ook het succes van president Trump, die steenkoolmijnen opnieuw opent en zo jobs creëert, maar wel fossiele brandstoffen promoot?

Floris: “Exact. Amerika is erg gepolariseerd. De ene groep is bezig met het klimaat, de andere met overleven.”

Dimitri: “Voor Trump stemmen was natuurlijk ook een dikke fuck you naar het establishment. Ik vraag me af of hij dit jaar herverkozen zal worden.”

Floris: “Ik maak me zorgen over het klimaat. Er is zo weinig ambitie, zelfs bij linkse en groene partijen. De onverschilligheid is een groot probleem.”

Zie je een oplossing?

Floris: “Nee. Dat is de ellende met denkers: ze zijn geen doeners (lachje). Het is een ongelooflijk moeilijke kwestie, waarover ik liever experts aan het woord laat. Maar daar krijgen ze niet altijd de kans toe. Onlangs heeft een onderzoek van de KU Leuven bijvoorbeeld aangetoond dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruitgaat. Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs, reageerde heel genuanceerd en zei dat de eindtermen misschien te ambitieus waren. N-VA-voorzitter Bart De Wever sprong daar meteen op met zijn argument van de ‘pretpedagogie’: we mochten het onderwijs niet langer ‘opvrolijken’. Het veroorzaakte een storm, maar wie mocht er in Terzake zitten? Bart De Wever en Lieven Boeve, niet de wetenschappers die dat kwaliteitsonderzoek hebben uitgevoerd. Dat snap ik niet.”

Zou politiek iets voor jou zijn?

Floris: “Nee, echt niet. Daar wil ik nooit in terechtkomen.”

Ook niet als minister van Onderwijs?

Floris: “Oké, dan wel. Maar dan zonder alle vuile spelletjes errond.”

Jullie vader vond van zichzelf dat hij een ‘ambitieloze jongeman’ was. Dat lijkt me niet van toepassing op jullie.

Floris: “Ik heb altijd willen lesgeven, maar mijn doelgroep is keer op keer veranderd: eerst wilde ik met kleuters werken, dan in een lagere school, daarna in het middelbaar en nu in het hoger onderwijs. Maar de passie is er altijd geweest. In 2017 heb ik zelfs drie maanden in Tanzania lesgegeven voor mijn stage van de lerarenopleiding. Dat was de tijd van mijn leven. We hebben er met acht vrijwilligers als zorgleerkracht in een lagere school gewerkt, een voedselprogramma uitgewerkt en met donaties een omheining rond de groentetuin opgetrokken, zodat de dieren de groenten niet meer konden uitgraven. Fantastisch. Ik wil graag teruggaan met mijn vriendin: dan kan ik haar dat schooltje laten zien en kunnen we samen nog veel meer van Afrika ontdekken.”

Dimitri: “Ik heb nog nooit gezegd dat ik graag sociaal werker wil worden. Ik weet nog niet wat ik wil in het leven. Misschien ben ik wel ambitieloos. Of liever: zoekende. Ik ben ook nog maar 20 jaar, wie weet wat er nog allemaal kan gebeuren.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234