Dinsdag 14/07/2020

'De ziel vindt een plaats om te schreeuwen'

Stertenor Rolando Villazón neemt bij de lancering van zijn nieuwe cd de fakkel over van Plácido Domingo

De cd Cielo e mar van rijzende ster Rolando Villazón omspant al wat er in de negentiende eeuw voor lyrische tenor is geschreven. Veel van dat repertoire is nog maar zelden op het operatoneel te zien. 'Ik wil licht werpen op onterecht vergeten werk.'

Door Stephan Moens

Madrid l Villazón wordt inmiddels beschouwd als de toonaangevende tenor van zijn generatie, maar 'ik kan voor niemand een voorbeeld zijn', zegt de Mexicaan zelf. En is Plácido Domingo dan geen voorbeeld voor hem? 'Hij is een inspiratie, een mentor.' In Madrid vonden ze elkaar.

Het moment is magisch. De meest charismatische jonge tenor van het ogenblik, Rolando Villazón, heeft in Madrid net met enkele aria's zijn nieuwste cd gepresenteerd voor een select publiek van platenlui, sponsors en journalisten uit heel Europa; dan kondigt hij aan dat er voor de laatste aria een andere dirigent zal zijn en dat dat 'de grootste musicus is die hij kent'. En daar staat de 72-jarige maar nog altijd onwaarschijnlijk energieke Plácido Domingo, wellicht de belangrijkste tenor van zijn generatie. Je kunt niet naast de symboliek van de fakkeloverdracht kijken.

En toch: Villazón is geen nieuwe Domingo, evenmin als hij een nieuwe Pavarotti is. Dat laatste is duidelijk: de tijd van dat soort zangers is voorbij. De beste jonge tenoren van nu zijn geen Pavarotti's meer: ze zijn meer ontspannen, intelligenter, meer met hun muziek bezig en (hopelijk) minder met het management. Dan toch eerder Domingo, al blijft hij het onbereikbare voorbeeld. Enkele jaren geleden zei Villazón al: "Ik wil het verhaal van Domingo niet herhalen. Hij is uniek. Op mijn leeftijd had hij al een veel grotere stem dan de mijne nu. De 120 rollen die Domingo heeft gezongen, dat haal ik nooit. Ik wil mijn carrière maken, en als dat 25, 30 of 40 rollen zijn, is mij dat goed. Maar elke rol zal wel goed gedaan zijn."

De nieuwe cd Cielo e mar (naar de gelijknamige aria uit 'La Gioconda' van Amilcare Ponchielli) overspant al wat er in de negentiende eeuw voor lyrische tenor is geschreven: van belcantoaria's van Donizetti en Mercadante via Verdi en Boito tot de veristen Ponchielli, Cilea en een aantal prachtstukken van mindere goden. Veel van dat repertoire is nog maar zelden op het operatoneel te zien; een aantal aria's zijn echte trouvailles.

"Ik wil het publiek onbekende aria's leren kennen, ik wil licht werpen op onterecht vergeten werk. Maar voor de rest is het als met een auteur: die schrijft niet om iets aan zijn lezers te leren maar omdat hij op dat moment de noodzaak voelt om iets te zeggen, omdat zijn ziel ergens een plaats vindt om te schreeuwen. Ik had ook een Puccini-cd kunnen maken maar eigenlijk zing ik tot nu toe maar twee opera's van Puccini op het toneel. Is dat dan niet een beetje voorbarig?"

Op de vraag waarom dan zo'n schijnbaar mengelmoes, geeft Villazón, die een verwoed lezer is, eveneens een literair antwoord: "Je moet dat zien als een bloemlezing van poëzie. Dat is altijd een beetje een zotte onderneming en toch voelt de lezer dat er een zekere coherentie in zit. In al mijn projecten zit mijn hele leven als lezer vervat. Maar je kunt niet zeggen dat er één boek of één schrijver achter één project zit.

"Als het er al een moet zijn, dan is het Roberto Bolaño, van wie ik net het volledige werk heb gelezen. Dat is een Chileens auteur, een van de allergrootsten van de Latijns-Amerikaanse literatuur. Hij is vijf jaar geleden gestorven op zijn vijftigste. Zij werk is een mengeling van filosofie, poëzie en geschiedenis. Het verhaaltje is daaraan ondergeschikt. Je begeleidt veeleer een personage tijdens een gedeelte van zijn leven. Zoiets wil deze cd ook. Het publiek is hier de lezer, het gaat een eind weegs met de tenor en schrijft daar zijn eigen verhaal bij."

Villazón houdt van dat soort vergelijkingen. Een van zijn geliefkoosde is die van de brief: "Als vroeger mensen iets aan elkaar te zeggen hadden, namen zij papier en pen, dachten na over een formulering, schreven bedachtzaam een brief, namen een envelop, staken de brief erin, schreven er een adres op, plakten de envelop toe - die smaak van de lijm! - en gingen naar de post om de brief te versturen. Dan begon het angstige wachten op het antwoord: elke dag met hartkloppingen uitkijken naar de postbode, tot uiteindelijk de verlossende plof in de brievenbus kwam. En dan begon het opnieuw. Nu sturen wij een sms en als we na twintig seconden geen antwoord hebben, raken we in paniek: ben je boos op mij? Ben je ziek? Welnu: ik ben de briefschrijver, de cd is mijn brief, de platenindustrie is de post. Maak er alsjeblief geen gsm-verkeer van maar red de kunst."

Villazón wordt inmiddels - door het publiek, door de platenindustrie, misschien wel door Domingo - beschouwd als de toonaangevende tenor van zijn generatie. Hijzelf weigert echter elk competitiedenken: "Wij winnen geen medailles. En als je 'toonaangevend' interpreteert als 'voorbeeld': ook dat kan ik niet. Ik kan voor niemand een voorbeeld zijn. Een zanger is een uniek instrument. Ik kan niet aan mijn collega's-tenoren laten zien hoe het moet. Ieder moet zijn eigen weg vinden."

Was Domingo dan geen voorbeeld voor hem? "Ja, hij was en is een voorbeeld maar niet wat zijn manier van zingen betreft. Hij is een inspiratie voor mij en een mentor. Uiteraard sta ik helemaal zo ver nog niet; dat zou ik nog voor niemand durven zijn.

"Ik heb al eens een tijdlang niet kunnen zingen omdat ik verkeerd bezig was. Ik heb in die periode twee dingen geleerd. Ten eerste dat wat ik kon bieden aan de kunst, uniek was, zoals dat voor elke artiest het geval is. En ten tweede: dat de wereld van de opera het ook zonder mij kan stellen. De opera blijft niet stilstaan omdat er geen Villazón meer is. Maar als ik er ben, neemt de wereld van de opera mij op vanwege mijn uniciteit. Dat evenwicht is wonderlijk."

De vraag wat dan die uniciteit is, wuift Villazón lacherig-defensief weg: "Mijn wenkbrauwen!" En, na enig aandringen: "Gewoon mezelf. Daarenboven is het aan u om dat te zeggen, niet aan mij." Welaan dan: een buitengewoon engagement op het toneel, een totale investering in een personage, een juist evenwicht tussen een overweldigende emotie en een correcte beheersing van de vocale middelen. U moet niet te bescheiden zijn, meneer Villazón.

Villazón begint zowaar te blozen: "OKé, je hebt gelijk. Er is iets speciaals en ik moet daar de verantwoordelijkheid voor nemen. Maar ik doe al die dingen nu eenmaal niet echt bewust. Als ik het toneel opga, denk ik niet: nu ga ik er mij eens goed ingooien, of: ik ga iets nieuw doen en daarmee school maken. Ik bereid mij goed voor en doe dan mijn werk zoals ik het voel. En versta mij niet verkeerd, dat is niet subjectief. Ik bén mijn personage niet. Elk personage blijft zichzelf en ik probeer dat in te vullen. Ik heb nog nooit een vrouw gedood, hoe zou ik dan het personage van de tenor kunnen zijn? Zoals Oscar Wilde al zei: op het theater is niets gevaarlijker dan het vanzelfsprekende."

De cd Cielo e mar verschijnt op 21 maart bij Deutsche Grammophon; de dirigent is overigens Daniele Callegari, bij ons bekend van deFilharmonie. In het najaar komt er nog een opname van La Bohème met Anna Netrebko; later komt er over die opera een film in de bioscopen. Op 28 maart en 2 april geeft Villazón een concert in het Muziektheater in Amsterdam.

Wij winnen geen medailles. Een zanger is een uniek instrument, ieder moet zijn eigen weg vinden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234