Dinsdag 07/07/2020

De ziel van het Zuiden

De Grammy's zijn net uitgereikt en er is alweer iets om naar uit te kijken: het Grammy Museum. Tijd voor een roadtrip langs de muzikale roots van de VS.

De wieg van de Amerikaanse muziek staat diep in het zuiden van de VS, ergens midden in Mississippi. Maar de meest logische start voor een reis langs die roemruchte Amerikaanse muziekgeschiedenis ligt één staat noordelijker, in Tennessee. In Memphis, om precies te zijn. Stad van Elvis Presley, B.B. King en Al Green. De stad waar rock-'n-roll is ontstaan en waar de blues groot is geworden. En waar de muzikale verhalen nog altijd rondzingen.

Het verhaal van Graceland bijvoorbeeld, het landgoed van Elvis Presley. Te bezoeken voor iedere toerist, met niet alleen een inkijkje in het huis waar Elvis het gelukkigst was, maar ook zijn autocollectie, zijn vliegtuig dat de naam Lisa-Marie draagt en het fameuze Heartbreak Hotel. Vlak naast Graceland wordt trouwens in november The Guest House, een nieuw hotel geopend, met uiteraard Elvis als thema.

Maar terug naar het verhaal. Graceland was onder de lokale bevolking al lang bekend voor dat Elvis het in 1957 kocht. Het was juist om die reden dat hij het wilde hebben. De villa werd in 1939 op het landgoed neergezet door de arts Thomas Moore en werd direct het mooiste huis in de wijde omtrek. Dat zag ook de jonge Elvis Presley. Elke keer als hij van zijn geboorteplaats Tupelo (in Mississippi) naar Memphis reed, kwam hij langs Graceland. En elke keer was hij zo onder de indruk dat hij zichzelf zwoer het ooit te kopen. Zodra hij het had gemaakt in de muziek.

Kleermaker van de King

"Dat was niet de enige droom van de jonge, nog onbekende Elvis", zegt Hal Lansky. Hij is eigenaar van kledingwinkel Lansky Brothers op Beale Street. "Mijn vader, Bernard, opende deze winkel in 1946, en toen Elvis in de jaren 50 in Memphis rondhing om zijn muziekcarrière van de grond te krijgen, liep hij vaak langs de etalage van de winkel. Op een dag zag mijn vader dat, liep naar buiten, maakte een praatje met Elvis en nodigde hem binnen uit. Elvis sputterde beleefd tegen dat hij geen geld had, maar dat zodra hij rijk zou worden, hij de hele winkel zou overnemen. Lachend zei mijn vader: 'Dat hoeft nu ook weer niet. Kleding kopen is al genoeg!'"

En dat gebeurde. Elvis werd kind aan huis. En toen hij beroemd werd, volgden nog vele andere artiesten. Lansky: "Johnny Cash, Roy Orbison, Jerry Lee Lewis, Isaac Hayes, Otis Redding, Sam & Dave, Al Green: allemaal kwamen ze bij mijn vader om kleding te kopen." Hij zegt het met trots, en vertelt het vanuit zijn eigen herinnering. Want toen al die muzikale wereldsterren in de zaak van zijn vader stonden, stond Hal er als klein jongetje naast. "Wat me vooral opviel aan Elvis, is hoe ontzettend beleefd hij was. 'Ja meneer, nee meneer', zei hij telkens, en altijd sprak hij mijn vader met 'U' aan. Dat past helemaal niet bij de zuidelijke mentaliteit en gastvrijheid, dus mijn vader zei op een gegeven moment: 'Elvis, ik wil vanaf nu dat je me Bernard noemt en nooit meer 'meneer' tegen me zegt.'

"'Dat is goed, meneer Lansky', zei Elvis toen."

Het verhaal dat Hal Lansky vertelt, is slechts een van de vele over de muziek van Memphis. En het mooie is, alle verhalen zijn ook vandaag nog altijd tastbaar. De Sun Studio, waar in de jaren 50 met de rock-'n-roll een revolutionaire, nieuwe muziekstijl werd uitgevonden, is nog in exact dezelfde staat als op de dag van de opening. Inmiddels is het een klein museum geworden, waar overdag rondleidingen worden gegeven en verhalen worden verteld. Maar 's avonds is het nog altijd mogelijk om de studio af te huren. Het Stax Museum - ontstaan uit het legendarische soullabel Stax Records - is de schatkamer van de soulmuziek.

En dan is er uiteraard ook nog Beale Street, een van de beroemdste straten van Amerika. Hier barst het van de bluesclubs (waaronder die van de vorig jaar overleden B.B. King), bars en restaurants waar al sinds jaar en dag het lekkerste soulfood geserveerd wordt. Inmiddels is Beale Street een toeristische attractie geworden, maar vroeger was de straat de bakermat van de zwarte muziek. Het leverde een quote op van soulzanger Rufus Thomas. 'If you were black for one Saturday night on Beale Street, you never would wanna be white anymore.'

Dieper het zuiden in

Vanuit Memphis is het maar een klein stukje rijden en je staat midden in de Mississippi Delta. Daar begint de in 2006 op touw gezette Mississippi Blues Trail. Voor de echte muziekliefhebber bijna een pelgrimage. In alle plaatsen in Mississippi die een rol speelden of spelen in de bluesmuziek, staan nu infoborden met verhalen neergezet. Wat meteen opvalt: landschappelijk gezien is er in Mississippi niet veel aan. Een vlakke, eindeloze leegte, gevuld met katoenvelden en weilanden. Er is hier niks, maar laat dat nou precies de reden zijn dat de blues juist in dit deel van Amerika is ontstaan. Muziek als enige uitvlucht.

De eerste plaats van betekenis onderweg is Clarksdale. Een op het oog verlaten stadje vol vervallen huizen. Rond het jaar 2000 woonden hier nog ruim 20.000 mensen. Inmiddels staat de volkstelling op zo'n 17.000. Op straat is het stil, en lopend door Clarksdale is het moeilijk te beseffen dat de plaats zo'n belangrijke rol in de bluesgeschiedenis heeft gespeeld. Toch is dit de geboorteplaats van een boel bepalende muzikanten. Sam Cooke zag hier het levenslicht, net als John Lee Hooker, Junior Parker en Ike Turner. Muddy Waters verhuisde als kind naar Clarksdale en ook Howlin' Wolf woonde er jaren. En allemaal speelden ze in de meest donkere en smoezelige bars. Die er nog altijd staan. Een van die bars is Ground Zero. Eigenaar: acteur Morgan Freeman. Ook hij woonde in Clarksdale en komt er nog regelmatig terug.

Het mag dan wel een zwarte uitvinding zijn, de blues, de man die op dit moment het meeste werk verzet om de muziektraditie in Clarksdale in stand te houden is een spierwitte veertiger uit Ohio. Roger Stolle, eigenaar van de platen- en kunstwinkel Cat Head doet er alles aan te voorkomen dat de blues in Mississippi uitsterft. Uit passie voor de muziek gaf hij zijn goedbetaalde baan in Ohio op en verhuisde naar Mississippi. Daar is hij nu dag en nacht met de blues bezig.

"Voor het voortbestaan van het genre ben ik niet zo bang", zegt hij vanachter de toonbank. "Maar de veteranen van de blues zijn langzaam aan het verdwijnen. Ze sterven letterlijk uit, ze overlijden door ouderdom. Dat is gevaarlijk, want echte blues leer je niet op papier maar uit ervaring. De beste bluesmuzikanten hebben de muziek van elkaar geleerd. Door samen te spelen, door naar elkaar te kijken en te luisteren. Dat gebeurt bijna niet meer."

Stolle geeft een voorbeeld. "Een van de allerbeste gitaristen van dit moment heet Kingfish. Christone Ingram is zijn echte naam. Zeventien jaar jong nog maar, kampt enorm met overgewicht, maar man wat kan hij spelen. Nog nooit heb ik zo veel talent uit een gitaar horen komen. Maar hij is niet meer te vergelijken met de oorspronkelijke muzikanten. Kingfish haalt zijn invloeden van het internet, niet uit het leven. Toegegeven, de tijd is ook niet meer vergelijkbaar. Neem Big George Brock, een muzikant die ook hier uit de buurt komt, maar dan een jaar of zeventig geleden. Die zong vroeger tegen zijn ezel Ida omdat die dan harder liep tijdens het werk op het land. Dat zijn de echte verhalen.

"Dat is ook wat blues zo ontzettend gelaagd en interessant maakt. Soms zit je letterlijk naar iemands ellende te luisteren. En daar geniet je dan van. Dat kan wringen. Het maakt het echt. Rauw. Het zorgt voor emotie bij zowel de muzikant als de luisteraar."

Een belangrijk streven van Strolle is dan ook om elke avond livemuziek in Clarksdale te kunnen aanbieden in de bluesclubs. "Blues moet je voelen. Het leven wordt bezongen, en de pijn ervan. En als iemand op zomaar een dinsdag Clarksdale bezoekt, moet diegene ook kunnen ervaren hoe belangrijk de muziek is en hoe het leeft. Juist hier."

Stolle slaat de spijker op de kop. Want de katoenvelden mogen dan mooi glinsteren in de middagzon, ze dragen een bitter verhaal met zich mee. Blues is ontstaan om het leven wat draaglijker te maken. Het is een direct gevolg van de slavernij in het zuiden van de Verenigde Staten. Het is ook de reden waarom het nu nietige Clarksdale zo'n belangrijke rol in de geschiedenis van de muziek speelt. Clarksdale was een belangrijk knooppunt in de gloriejaren van de katoenindustrie. De krant The New York Times doopte het stadje in de jaren 20 van de vorige eeuw tot Magic City, vanwege het grote aantal katoenmiljonairs dat er woonde. Alle muzikanten die hier vandaan kwamen, hebben een link met de slavernij. Of ze moesten zelf op de katoenplantages werken, of hun ouders trokken naar Mississippi voor slavenarbeid.

Blijf je de Mississippi Blues Trail volgen, dan blijven de verhalen je om de oren vliegen. Hoe meer je er hoort, hoe meer de geschiedenis van de blues als een puzzel in elkaar past.

Dockery Farms

Het allereerste stukje van die puzzel ligt drie kwartier rijden ten zuiden van Clarksdale, pal aan de kant van de weg. Uit het niets duikt er ineens een verzameling gebouwen op. Een roomwitte kerk, omringd door een strak, frisgroen gazon. Een pompstation uit het verleden, in nagenoeg perfecte staat, met op de gevel 'Dockery Service Station' gespeld en versierd met een bord van Coca Cola.

Tussen pompstation en kerk in, iets verder van de weg af, staat een aantal huizen van hout. Eentje is beschilderd. 'Dockery Farms', staat erop. 'Ontstaan in 1895', met daaronder nog de namen van Will en Joe Rice Dockery en een telefoonnummer. Bij aankomst staat Bill Lester te wachten, klaar om het verhaal van Dockery te vertellen. Lester staat aan het hoofd van de Dockery Foundation - die het erfgoed in stand houdt voor educatieve doeleinden - en woont zelf al jaren op een stuk grond dat ooit tot de plantage behoorde.

Meteen steekt Lester van wal: "Om tot het ontstaan van de blues te komen, moet je eerst wat over Dockery Farms weten. Het was een katoenplantage van 40 vierkante kilometer; groot dus. Daarom had oprichter Will Dockery veel personeel nodig. Nu was Dockery een slimme man. Hij betaalde iets meer dan de andere plantage-eigenaren. Hij voerde ook zijn eigen betaalsysteem in. De slaven werden betaald in Dockery-munten. Will Dockery richtte daarna zijn eigen postkantoor, supermarkt, school en kerk op, waar overal met die munten betaald kon worden. En hij zorgde dat zijn nederzetting werd aangesloten op het netwerk van de spoorwegen. Zo ontstond er een minimaatschappij, waarin de slaven relatief goed behandeld werden."

Alhoewel later, nog zuidelijker in Mississippi, een gids zou vertellen dat de woorden 'goed' en 'slaveneigenaar' nooit in dezelfde zin zouden mogen voorkomen.

Een van die voordelen van werken bij Dockery was dat ontspannen buiten werktijd niet te veel aan banden werd gelegd. Lester: "En daar is de blues ontstaan. Er mocht muziek gemaakt worden. De slaven zongen over hun eigen bestaan. Over het harde werken en de armoede. Die liedjes ontstonden overdag, tijdens het werk op het land. De muziek was een uitvlucht en een ontlading. Zolang ze het niet te bont maakten, vond Will Dockery het goed dat ze op zaterdagavond bij elkaar kwamen en de muziek speelden. Dat gebeurde heel inventief. Met spiegels en kaarsen werd een van de huizen waar het personeel woonde, verlicht. Zo wist iedereen waar ze moesten zijn én werd er meteen een podium gecreëerd.

"De eerste die dat podium op de juiste manier wist te gebruiken, was Charley Patton. Hij werd binnen een mum van tijd mateloos populair. Van de 2.000 werknemers kwam soms de helft op zijn optredens af. Al snel stelde hij een toegangsprijs van 25 cent in. Dat is 250 dollar per optreden. Een auto kostte toen 210 dollar. Patton werd rijk. Hij hoefde niet meer op het land te werken. Hij was de eerste professionele muzikant."

Zodra Lester klaar is met zijn verhaal, wijst hij naar een leeg weiland achter een rij bomen. "Daar. Daar stond het huis waar Patton voor het eerst optrad. Op maar een paar meter van waar wij nu staan." En terwijl hij in de verte kijkt, drukt hij op een kleine, rode knop op een van de informatieborden. De muziek van Patton klinkt uit ietwat krakerige luidsprekers. Het ontroert.

"Hoe ik dit allemaal weet?", besluit Lester. "Van Tom Cannon, die het grootste deel van zijn leven op de Dockery-plantage heeft doorgebracht. Hij is Charley Pattons neefje."

Ode aan de muziek

De plek waar Charley Patton zijn allereerste optreden gaf, ligt zo'n tien minuten buiten Cleveland. Het einde van deze muzikale reis. Maar vanaf 5 maart het begin van een gloednieuw hoofdstuk aan de muziek in Mississippi. Dan opent het Grammy Museum haar deuren. Een museum vol muziek. Met interactieve features, studieprojecten in combinatie met de Delta State University en gastcolleges en -optredens van grote muzikanten. Een museum over muziek uit heel Amerika. Maar als je goed luistert, en het juiste spoor van invloeden volgt, zie je dat elk succesvol liedje uit die muziekgeschiedenis te herleiden is tot dat eerste podium van Charley Patton, tien minuten verderop. En dan kun je jezelf maar één vraag stellen. Waarom opent dat museum, over dit onderwerp, op deze plek, nu pas?

Praktisch

Een retourticket Brussel - Memphis (met overstap in Atlanta) boekt u vanaf 547 euro bij Delta Airlines (delta.com). Vliegt u vanaf Amsterdam (eveneens met tussenstop in Atlanta), dan bespaart u flink wat geld, want dan kost een retourticket 411 euro.

Wilt u de Mississippi Blues Trail zelf rijden, dan is een huurauto noodzakelijk. Via Priceline.com vind je in Amerika vaak goede deals voor autohuur, soms al voor minder dan 10 dollar (8 euro) per dag.

Op priceline.com zijn ook goede hoteldeals te vinden.

Beste reistijd Tussen maart en mei of van september tot november. Dan zijn de temperaturen aangenaam, rond de 20 graden, en zit je buiten het hoogseizoen. De zomers in Tennessee en Mississippi zijn erg warm, klam en vochtig.

Info over het Grammy Museum en de opening: grammymuseum.org.

De kerk van Al Green

Optreden doet Al Green nauwelijks meer, maar dat betekent niet dat je een van de beroemdste soulmuzikanten ter wereld nooit meer kunt zien zingen. Op een paar minuten rijden van Graceland heeft Al Green zijn eigen gospelkerk en als dominee leidt hij af en toe nog zelf de dienst. Dan predikt en zingt de man achter 'Let's Stay Together' zo'n twee a drie uur lang. Of Al Green aanwezig is, is elke keer weer de vraag. Maar ook zonder hem is een kerkdienst in de Full Gospel Tabernacle een ware belevenis.

Adres: 787 Hale Road, Memphis. Start dienst: 10 uur, elke zondag

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234