Maandag 21/10/2019

Aanslagen in Parijs

De ziel eruit, de geest gesmoord

Protest van ultra-orthodoxe Joden in Jeruzalem. Beeld © AP

'Doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt.' Wie de heilige boeken van jodendom, islam en christendom op hun woord neemt, dreigt domme dingen te doen. Jammer maar helaas, want overal viert de letterlijkheid weer hoogtij.

Het is wat de Fransen l'esprit du temps noemen: deze maand zijn in ons taalgebied twee boeken verschenen die, elk op hun manier, de flagrante wreedheid hekelen van de heilige schriften. In Bloedboek keert Dimitri Verhulst terug naar de Bijbel om de gruwel ervan met barokke verve in herinnering te roepen en God als een bombastische sukkel voor te stellen. In Waarover men niet spreekt maakt Wim Van Rooy in de vorm van een ellenlang smaadschrift brandhout van de Koran, evenmin een tekst voor doetjes.

Beide auteurs doorspekken hun interpretatie met verwijzingen naar het nazisme. Je hoeft er niet eens voor gestudeerd te hebben: in hun ultieme, meest selectieve naleving zijn de sacrale teksten van jodendom, christendom en islam een recept voor doodslag en terreur.

Niets waar gematigde, pragmatische gelovigen - gelukkig nog altijd in de meerderheid - een boodschap aan hebben. Het probleem is desondanks dat die blinde naleving de wind in de zeilen heeft, en in de drie religies brokken maakt.

In Jeruzalem leggen orthodoxe Joden hun aan Jahweh ontleende, uiterst petieterige regeldrift steeds vaker aan de hele samenleving op. Vanuit de Verenigde Staten, Latijns-Amerika en Afrika rukt ook het fundamentalistische christendom fors op, dat in België nota bene op dezelfde wijze onderschat wordt als het islamisme in de jaren 90. Dat het salafisme even meedogenloos als obstinaat is in de leer, en in alle kieren van de existentie doordringt, ook daar hoeft geen tekening bij. Elk van de drie monotheïstische confessies haalt er haar teksten bij en predikt strikte, in veel gevallen zelfs totalitaire volgzaamheid.

Antihomomanifestatie in Kampala, Oeganda. Beeld © AFP

Goden een plaats geven

Na de Tweede Wereldoorlog zei de Franse auteur en politicus André Malraux dat "in het licht van de verschrikkelijkste dreiging die de mensheid ooit getroffen heeft, de taak van de 21ste eeuw erin zal bestaan de goden opnieuw een plaats te geven". Malraux stelde ook dat ons tijdsvak "mystiek" zou zijn - of niet zou zijn.

Aan goden geen gebrek, dezer dagen, aan mystiek vermoedelijk des te meer. De absurd letterlijke uitleg die fundamentalisten aan gewijde teksten geven, halen de ziel eruit en smoren de geest. Verre van ons om in het hoofd van Malraux te kijken, maar anno 2015 zou hij geheid hebben vastgesteld dat de goden hun plaats in de samenleving nog niet hervonden hebben. In het beste geval zitten ze op de verkeerde stoel. Geen kaarsen in hun buurt, wel koud keukenlicht op kale muren.

Actie voor Raif Badawi, opgesloten in een Saudische cel. Beeld © BELGAIMAGE

Slaafse executeurs

Letterlijkheid is dodelijk voor de letteren. Gelovigen die de tekst zonder bemiddeling te lijf gaan, zonder context, zonder perspectief, zonder zin voor beeldspraak, zonder historische inkleding, zonder hertaling naar vandaag of meta-religieus discours, gelovigen die de tekst onfeilbaar achten en geen enkele andere gezagsbron dulden, die liever reciteren dan kennen, verworden als puntje bij paaltje komt tot slaafse executeurs van het transcendente ordewoord.

Ze zijn talrijk, de religieuze slaven. Allemaal zijn ze gewillig. Allemaal streven ze naar zuiverheid en nemen ze God voor de hoogste instantie in dit ondermaanse. Onder te verstaan: de nochtans aan de menselijke redelijkheid ontsproten wetten van de democratie worden ondergeschikt gemaakt aan een instantie die ver boven de mens verheven is.

Hoeft dat op het persoonlijke vlak niet per se een probleem te zijn, dan wordt het dat wel als God de menselijke politiek in wordt getild, een ideoloog wordt en andersgelovigen of andersdenkenden hun plaats ontzegt. In hun letterlijkste beleving bieden de heilige schriften immers niet de minste kans tot compromis, laat staan tot contestatie.

Heel verhelderend in dat verband is de theorie van de Israëlische filosoof en vredesactivist Avishai Margalit. Hij schreef in 2006, samen met Ian Buruma, het boek Occidentalism, over het Westen zoals dat door zijn vijanden bekeken wordt, en over hoe ongeliefd dat Westen om historische, culturele en geopolitieke redenen wel niet is.

"De religies", zegt Margalit, "zijn begonnen aan een poging om hun in de politiek verloren plaats weer op te eisen. Dat zien we in de islam, maar evengoed bij de evangelische christenen in de VS. Zij vinden het fout dat ze hun controle van de publieke sfeer uit handen gegeven hebben. Ze zijn er dan ook op uit haar te heroveren door middel van godsdienstige symbolen, gedragsvoorschriften en de vraag dat godslastering strafbaar zou worden. Van alle religies is de islam het verst gevorderd in dat terug claimen."

Het succes van salafistische partijen in landen als Egypte, Algerije of Marokko valt nauwelijks te overschatten. Het droombeeld van miljoenen kiezers bestaat erin dat de profeet Mohammed zijn macht rechtstreeks op aarde zou laten gelden. De snelste weg om dat doel te bereiken is extreme navolging van de regels, op elk moment van elke dag van het hele leven.

Steunbetuigingen na de IS-aanslag op Charlie Hebdo. Beeld © AFP

Enkel de overtuiging telt

Het goede nieuws, nogmaals, is dat zo een denken zelfs in de moslimlanden een minderheidsdenken blijft, of toch weerwerk krijgt van burgers die er een mildere geloofsbeleving op na houden. Alleen: het kan de rabiate minderheid ook wel gestolen worden dat ze een minderheid is. Sektariërs hebben dat met elkaar gemeen dat ze kicken op hun minderheidsbesef. Wie tot de zuiversten der zuiveren wil behoren, tot de uitverkorenen dus, heeft lak aan aantallen. Enkel de overtuiging telt, en die is koud en hard. Staan de regels van de democratische rechtsstaat haaks op die van God, dan moeten ze weg.

Maar dan nog. Tussen het haast ketterse verlangen van de massa en de bloedige terreur van enkelen is de stap minder snel gezet dan we geneigd zijn om te denken. Als er een rechtstreeks oorzakelijk verband bestond tussen sektarisch denken en geweld, tussen ideologie en harde hand, dan liepen er vandaag ontelbare moordenaars rond. Quod non.

Het probleem is complexer dan dat: in zijn hoofd is de jihadist een getto binnen het getto, een zelfverklaarde antiheld. Die is grotendeels van eigen fabrikaat en offert zich op als het gewillige kanonnenvlees van IS.

Neem de deze week door de politie omgebrachte Abdelhamid Abaaoud. Abaaoud en zijn kompanen waren heus niet zo bedreven in het aanhalen van de Koran. Integendeel, dat blijkt uit hun profielen, veel jihadisten hebben er een psychosociaal en educatief brokkenparcours op zitten waaruit de enige exit een hapklare, lowbrow doe-het-zelfislam gebleken is, niet zelden na bekering in de cel.

Omdat het velen onder hen ontbroken heeft aan genegenheid in hun kindertijd, voelen ze ook weinig emoties, zo stelt de Frans-Belgische terrorisme-expert Claude Moniquet. "Doordat hij geen enkel referentiekader voor affectie heeft meegekregen, kent de jihadist amper gevoelens. Hij heeft de neiging de andere tot een ding te maken, dat zijn fantasme op simpele wijze ondersteunt."

Heel wat Syrië-strijders zijn individualistische, postmoderne, op snel succes azende knippers en plakkers die net zoveel filmpjes en quotes bij elkaar klikken tot ze een verhaal hebben dat steek houdt met hun boosheid. Dat het einde van de wereld nabij is, zo lezen ze, en dat de laatste slag tussen goed en kwaad in Syrië zal worden uitgevochten. Ontwortelde jongeren bij wie het kriebelt in de vingers, vinden er de perfecte legitimering voor hun daden in. "Ze handelen in de naam van Allah", vertelde filosoof Raphaël Enthoven maandag op Europe 1, "in realiteit nemen ze zichzelf voor Allah."

"Eén mens doden is de hele mensheid doden", luidt het mooiste vers uit de Koran. Maar er staan, net als in de Bijbel, ook minder vredestichtende zinnen in:

Soera 9: 5

Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.

Soera 9: 14

Bestrijdt hen, Allah zal hen door uw handen straffen en vernederen.

Soera 9: 29

Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.

Is een letterlijke inachtneming, los van elke relativering, op zich al problematisch, dan wordt de cocktail pas echt explosief als het internet eraan te pas komt. In zijn bestseller The Shallow: What the Internet Is Doing to Our Brains slaakt de Amerikaanse essayist Nicholas Carr een alarmkreet over de manier waarop de mensheid vandaag kennis construeert. Door in korte tijd zo ontzaglijk veel informatie op te nemen, slagen we er niet langer in tot diepere, meer conceptuele denkvormen te komen.

Carr stelt het bijvoorbeeld vast op school. "Leerkrachten", schrijft hij, "moeten zich nog meer inspannen om de hersenen van hun leerlingen op verschillende manieren te doen werken. De leerlingen moeten de mogelijkheid krijgen om weer contemplatief te denken, even alleen te zijn met hun gedachten, zich te concentreren, de informatie op een meer langzame, lineaire manier te absorberen. Een school zou een schuiloord moeten zijn, een plek die bespiegelingen mogelijk maakt, weg van de nieuwe technologie, weg ook van het scherm waar ze sowieso al uren en uren voor doorbrengen."

De letteren als wapen tegen de letterlijkheid, dus. In de lessen Franse literatuur leerden we ooit over het proustiaanse principe: verder en dieper proberen te gaan dan de zinnen die de auteur je aanreikt, kritisch lezen dus om je eigen ideeën te vormen. Net dat beginsel staat op de helling nu het internet onze complete lees- en denkcultuur verandert. Letterlijke lezers zijn amper nog lezers, omdat ze de verborgen lagen onder een tekst niet langer weten aan te boren, er geen diepere gedachten meer aan ontlokken en metaforiek met objectieve werkelijkheid verwarren. Of hoe de nieuwe letterlijkheid in de religies rustig een hedendaags cultuurfenomeen genoemd mag worden.

De zottigheid voorbij

Want uiteraard, les extrêmes se touchent. In de radicale islam, in het radicale christendom en in het radicale jodendom reiken archaïsme en hypermoderniteit elkaar probleemloos de hand. Religieus fundamentalisme is zowel uiterst solitair als heel erg groepsgedreven, het is de zottigheid voorbij maar toch gestructureerd, het zweert bij God maar is in wezen nihilistisch.

Volgens Marcel Gauchet, een wijsgeer die zijn hypothese in Philosophie Magazine uit de doeken doet, is het spanningsveld binnen het islamisme zo krachtig dat het uiteindelijk zal imploderen. Of hoe de radicalisering van de monotheïstische godsdiensten - als een zaklamp die een laatste keer oplicht voor de batterij op is - misschien wel de voorbode van hun einde is.

Is dat laatste wenselijk? Niet per se, want de collateral damage, het bloedvergieten dat we vandaag meemaken, kan apocalyptisch worden. Om door te gaan op de lijn van Malraux, zelf een agnosticus met een zeker heimwee naar geloof: voor onze wereld zouden rationele, zachtere religies beter zijn dan helemaal geen religies. Alleen moet God zijn juiste plaats hebben.

Is er, met andere woorden, een weg terug? Kunnen we niet alleen geradicaliseerde individuen, maar ook de religies die hen tot brandstof dienen, tot matiging overhalen? Kan de islam, een godsdienst met talloze gezichten, zichzelf hervormen zodat hij verenigbaar wordt met democratisch denken?

Ofschoon één zwaluw de lente nog niet maakt, worden her en der in Europa hoopvolle aanzetten gegeven. Na de aanslagen in Parijs klonk de stem van de gematigde moslims luider en helderder dan ooit, terwijl seculiere intellectuelen met wortels in de Maghreb felle kritiek spuien op Rabat en Algiers. Overal staan mensen op die basta zeggen. In zijn moskee in Wenen, Oostenrijk, heeft de reformistische imam Adnan Ibrahim niet alleen de scheiding tussen vrouwen en mannen opgeheven, er hangen ook een afbeelding van Darwin en een grote affiche over diens evolutietheorie. De zeer belezen Ibrahim, die laatst op de Nederlandse moslimomroep te zien was, wrijft zijn radicale geloofsgenoten aan dat ze het hoofdattribuut van Allah, diens barmhartigheid, uit het oog verloren zijn en enkel nog behept zijn met de doodsgedachte.

Brussel kreeg onlangs het bezoek van de Parijse imam Ludovic-Mohamed Zahed, homoseksueel, drager van het hiv-virus en bezieler van een moskee waarvan de openheid ook de katholieke kerk tot voorbeeld mag strekken.

Ook het vertoog van de Gentse imam Brahim Laytouss, zopas nog aan het woord in deze krant, is welkom. Laytouss beweegt hemel en aarde om de islam in te bedden in een Europa dat de scheiding van godsdienst en staat hoog in het vaandel voert en religie ondergeschikt maakt aan burgerschap.

Donderen in Keulen

Helaas, de macht van de Letterlijken blijft groot. Zoals Laytouss al aangaf, staat Turkije, Marokko noch Saudi-Arabië open voor een Europese islam. Hun macht en invloed staan amper ter discussie, de politieke klasse gaat de confrontatie niet aan en de meeste moslims horen het donderen in Keulen als het woord hervorming valt.

Ontletterlijking heeft ook met opleiding te maken, met alfabetisering zelfs. Soms wil het erop lijken dat de Arabische landen hun bevolking liever dom houden. Zo zindert een Arab Development Report van de Verenigde Naties dat in 2003 hoge ogen gooide, een decennium later nog altijd na. Daaruit bleek dat de 22 Arabische landen met hun (inmiddels) 389 miljoen inwoners in totaal jaarlijks niet meer boeken publiceerden dan een middelgroot Europees land. Als het iets mag zeggen over leescultuur, dan alleszins dat die dun gezaaid is.

Zorgde de Arabische Lente voor de efemere begoocheling dat er beterschap zat aan te komen, dan kennen we vandaag het antwoord: vooralsnog niet. De hervorming blijft het werk van witte raven, de letterlijkheid viert hoogtij, niks Proust in de Koran.

Dimitri Verhulst

"Zijn wij allemaal Zijn gelijken, dan is er niemand meer die van schrik voor Hem brak water zal gaan schijten", schrijft Dimitri Verhulst nogal ondeugend in Bloedboek. Bijbelvaste Nederlanders reageren scherp, en amper enkele decennia geleden zou de kerk het werk nog op de index hebben geslingerd.

Bescheidenheid siert dus, ook het christendom komt van ver terug. Maar het is snel gegaan, plotsklaps, katholieken en protestanten hebben met de sociale werkelijkheid leren leven, en dat doen vandaag ook heel wat moslims.

Zeg nooit nooit dus, c'est l'esprit du temps, ook in de islam zal het ooit verkeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234