Woensdag 11/12/2019

De zeedrift van een perfectionist

De Vlaamse strippionier Bob de Moor bleef bij voorkeur de man in de schaduw. Als discipel van de Klare Lijn zet hij lange tijd zijn eigen carrière opzij om meester Hergé te assisteren bij Kuifje. Een expo in het Brusselse Stripmuseum toont De Moors voorliefde voor het maritieme, die hij botvierde in zijn succesreeks Cori de Scheepsjongen.

In 1956 gaan twee striptekenaars in Oostende aan boord van de pakketboot Koningin Astrid. Twee mannen met een missie: zo goed mogelijk het binnenste van een schip in detail vatten. Hergé en zijn rechterhand Bob de Moor (1925-1992) zijn in volle voorbereiding van het beroemde Kuifje-album Cokes in voorraad. Ze mogen snuisteren in de machinekamers, in de stuurcabines en in de vrachtruimtes. Schetsen doen ze naar hartenlust.

Het typeert het perfectionisme van het duo, dat elkaar vond in een liefde voor de befaamde Klare Lijn. Meer dan dertig jaar lang zal De Moor een sterkhouder zijn in Studio Hergé en zelfs af en toe de meester naar de kroon steken. Gaandeweg ontpopt hij zich er als hét manusje-van-alles. Niet enkel de decors van talloze Kuifje-albums nam hij voor zijn rekening. De Moor kreeg ook de verantwoordelijkheid over de tekenfilms en de publiciteit.

Hergé was altijd vol lof over zijn meesterknecht: "In de dertig jaar die Bob en ik samenwerken, is er geen enkele wrijving geweest. Dat wijst op zijn grootste deugd: zijn geduld. Om mij gedurende een kwarteeuw te verdragen, moet een mens geduld hebben." Nog uitbundiger prees hij De Moors werkkracht: "Nooit kwam ik zo veel beroepsfierheid en zo'n werkvermogen tegen. Soms steekt Bob wel eens een sigaret op (nu ja, niemand is volmaakt) of hij drinkt een kop koffie (tien liter per honderd kilometer). Maar voor de rest onderbreekt hij zijn werk nooit, alsof hij op een stopcontact is aangesloten."

De hondstrouwe De Moor gaf Kuifje steeds voorrang. En dat gaf zijn eigen carrière en bekendheid allicht een knauw. De Moor, die in 1945 debuteerde met de strip Bartje in De Zondagsvriend, werkte vanaf 1949 voor het weekblad Kuifje. Daar verdiende hij zijn strepen met een stripbewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen. In 1950 nam de door hem zo bewonderde Hergé hem in de arm. Later maakt hij wel furore met gagstrip Meneer Mus en de reeks rond amateur-detective Barelli. Met de reeks Cori de Scheepsjongen, waarin De Moor zijn ziel legde, verzekerde hij voorgoed zijn plaats in de Vlaamse stripannalen, naast die van Willy Vandersteen en Marc Sleen.

In Cori de Scheepsjongen, gestart in 1952 maar pas in 1977 volwaardig uitgebouwd, kon De Moor zijn passie voor de scheepvaart kwijt, in het bijzonder zijn fascinatie voor de grote zeilschepen, de conquistadores en de Spaanse Armada. Het Brusselse Stripmuseum, waarvan hij ooit de eerste voorzitter was, kiest met De Moor het ruime sop voor een tentoonstelling die zijn affiniteit met maritieme atmosferen exploreert.

Al op vroege leeftijd gaf De Moor gehoor aan de lokroep van het water. De Antwerpenaar, die schoolliep aan de Academie voor Schone Kunsten, drentelde voortdurend langs de kaaien en lonkte naar het havengewoel. "De zee, dat is het avontuur. Als ik met vakantie ga, moet er altijd zee in de buurt zijn", zo zei hij later. Opmerkelijk voor een man die met zeeziekte kampte, maar in zeilbootjes met zijn zonen wél onverschrokken de golven opging.

Verbluffend detailrijk

De expo, gecureerd door stripjournalist Toon Horsten, toont vooral De Moors uitzonderlijke vermogen tot documentatie. In de marge van zijn schoolschriften krabbelde De Moor maritieme taferelen. Spoedig kocht hij zich blauw aan scheepsmagazines en knutselde hij schaalmodellen van zestiende-eeuwse Venetiaanse barges in elkaar. Opgespaarde lollystokjes van zijn kinderen fungeerden als masten.

Verbluffend detailrijk zijn de vroege, bijna architectonische tekeningen van de galjoenen. "Het tekenen zelf van een strip duurt acht à negen maanden. Maar de voorbereiding, dat is wat anders", zo verklaarde hij ooit in een VRT-interview. Alsof het tekenen zelf maar bijzaak was én er in een gulp uitkwam. We zien veel originele tekenplaten van Cori de Scheepsjongen, waarin hij vooral de ondergang van de Spaanse Armada in 1588 evoceerde. En je kunt er bladeren in albums. De Klare Lijn én het realisme zijn prominent, zij het dat je hier ook de affiniteit opmerkt met de vroege Vandersteen.

Toch wil de geur van de zee maar moeizaam de neusgaten prikkelen. Dat ligt aan de wat onhandige scenografie. Het volstaat niet een scheepstuurwiel kwansuis in de expo te plaatsen of uit de boeg van een schip priemende kanonnen te knutselen om de Armadasfeer in volle glorie op te roepen. Zonder veel duiding liggen er een paar familiefoto's en attributen in kastjes. En bij de filmfragmenten met interviews is een hoorapparaat geen overbodige luxe.

Intrigerender zijn de voorzichtige zijsprongetjes naar ander werk van De Moor. Zo duikt in de strip Maarten Mus ook de besnorde, wat sullig ogende Balthazar op. Humorist De Moor toonde daar een ander aspect van zijn kunnen: de voorliefde voor burleske nonsens. Met de vondsten van de knutselaar-uitvinder lapte hij alle regels van de klassieke strip aan zijn laars. Zijn zoon Johan De Moor zal later dat spoor drukken. Bij het verlaten van de expo voel je dan ook een steek van ontgoocheling. Omdat hier allicht een grotere, uitgebalanceerde retrospectieve in zat, die de veelzijdigheid van De Moors loopbaan écht recht doet.

Bob de Moor & de zee, in het Belgisch Stripmuseum, Zandstraat 20 in Brussel, nog tot 15 januari 2011, gesloten op maandag. www.stripmuseum.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234