Zaterdag 27/11/2021

De zaak-Van Noppen: een weggemoffelde getuige spreekt

Het was de avond van 20 februari 1995, herinnert Eddy Cools zich. Hij moest een in een container verstopte Mercedes in een wijde boog rond België overbrengen naar Griekenland. De wagen, weet hij nu, was enkele uren daarvoor gebruikt voor de moord op Karel Van Noppen. Maar zijn opdrachtgevers zijn niet degenen die vandaag op de beklaagdenbank zitten. Douglas De Coninck over de vergeten getuige.

Het eerste wat de politie na een dodelijke schietpartij doet, is zoeken naar getuigen. In de avond van 20 februari 1995 is dat in Wechelderzande, kort na de ontdekking van het lijk van IVK-veearts-keurder Karel Van Noppen, niet anders. Het resultaat van het buurtonderzoek is vervat in het rijkswachtdocument 'Dossier Van Noppen - Zaakanalyse', dat in de maanden die volgen zal dienen als houvast voor alle bij het onderzoek betrokken speurders.

In geen enkel dossierstuk worden de vaststellingen van het eerste uur zo gedetailleerd en overzichtelijk beschreven. Wie het document vandaag doorbladert, wordt echter getroffen door een vreemd detail. Volgens de juridische realiteit, zoals die sinds half april op het proces-Van Noppen wordt gepresenteerd aan de Antwerpse assisenjury, was er die avond in Wechelderzande één dader: de feitelijke moordenaar Albert Barrez. In het rijkswachtdocument staat iets anders. Daar is consequent sprake van 'dader 1' en 'dader 2'.

Dader 1 is natuurlijk Barrez, die met een gestolen BMW naar Wechelderzande kwam. Maar wie is de vermoedelijke 'dader 2'? Vier buurtbewoners hebben hem die avond gezien en zullen onafhankelijk van elkaar beschrijven hoe ze de zich in een Mercedes verplaatsende man al vanaf iets na zevenen gezamenlijk met de man in de BMW verdachte rondjes hebben zien draaien in en rond het Zand, de straat waar Van Noppen om 20.04 uur zou worden vermoord.

De eerste getuige is Van Noppens buurman Michiels. Hij ziet de "donkerkleurige Mercedes" omstreeks 19 uur ter hoogte van Zand 88. Niemand kan op dat ogenblik vermoeden welk drama zich in die straat zal afspelen, maar mijnheer Michiels heeft dan al redenen om de Mercedes "verdacht" te vinden. Hij loopt er driemaal langs en prent zich (een deel van) de nummerplaat in het geheugen.

Om 19.20 uur bemerkt ook buurman Jacobs de Mercedes. Hij ziet eerst de BMW van 'dader 1', die nu halt heeft gehouden op de kleine weg naar het kerkhof: "Ongeveer 150 meter daarachter stond de Mercedes." Tien minuten later wordt buurman Valckx getroffen door de aanwezigheid, op dezelfde plek, van "een Mercedes 280, donkere kleur, koplichten ontstoken, man achter het stuur, 40 à 45 jaar oud". De Mercedes, zo vertelt Valckx de politie die nacht, "stond zo dat het verkeer op het Zand in het oog kon worden gehouden".

Om 20.04 uur zijn vier doffe knallen hoorbaar. Karel Van Noppen is van dichtbij neergeschoten door de man in de BMW. Buurman Vervoort - en dat is dan getuige nummer 4 - maakt een avondwandelingetje, hoort de schoten en legt uit wat hij daarna zag: "Twee personenwagens kwamen met een hoge snelheid voorbijgereden. Ze hoorden duidelijk bij elkaar."

Het interne rijkswachtdocument bevat geen zweem van twijfel dat er een tweede dader was. Het vermeldt ook een persoonsbeschrijving: "Man, 40 à 45 jaar, kalend voorhoofd." En het type, Mercedes 280, "dringend op te sporen".

'Dader 2' zal nooit worden gevonden. Naarmate het onderzoek vordert, verdwijnt hij als een schim uit het strafdossier. Alsof er die avond in Wechelderzande nooit een man met een Mercedes is geweest. Als die er al was, zo heet het nu in het rekwisitoor van het openbaar ministerie op het proces, dan was het een toevallige voorbijganger. Een antwoord op de vraag waarom de bestuurder, die vanuit zijn positie een uur lang een absolute kroongetuige moet zijn geweest, zich dan nooit zélf heeft gemeld bij jusitie, blijft in het rekwisitoor onbeantwoord.

Eddy Cools is een mislukte slager uit Geel die op zijn achtendertigste de kost tracht te verdienen als trucker. Hij heeft een vrouw en vier kinderen te onderhouden, en werkt voor de transportfirma Gebroeders Van der Vaart in Retie. Na dagenlang bij gebrek aan vrachtjes werkloos thuis te hebben gezeten, krijgt Eddy Cools op maandagochtend, 20 februari 1995, te horen dat hij diezelfde avond naar Griekenland zal moeten vertrekken met "een lading met paletten verf".

Normaal rijdt Eddy Cools met z'n eigen truck en blijft het contact met zijn baas, de Nederlander Leo Van der Vaart, beperkt tot wat summiere instructies. Nu wordt hij door diens broer Frank Van der Vaart meegetroond op een eindeloze autorit, langs een dure villawijk in de buurt van Turnhout en eindigend aan de grenspost van de E19 in Meer. Daar staat een van de andere trucks van de firma - geladen en verzegeld - vertrekkensklaar. Erg ongebruikelijk. Maar het wordt nog beter. Cools krijgt te horen dat hij via Nederland in een wijde woog rond België naar Luxemburg zal moeten rijden en van daaruit naar Frankrijk, waar hij op een afgesproken plek langs de snelweg zal moeten wachten op Frank Van der Vaart en nog een derde man. Zij zullen hem volgen met een tweede vrachtwagen. Dit speelt zich volgens Cools af op de avond van de moord op Karel Van Noppen.

"Ik was werknemer en moest tenslotte doen wat mij gezegd wordt", blikt Eddy Cools zes jaar later in een van zijn vele brieven terug. De brieven zijn verstuurd vanuit de zwaar bewaakte gevangenis van Whitmore in Groot-Brittannië, waar hij nu een celstraf van twintig jaar uitzit wegens drugssmokkel.

Het is Eddy Cools die nacht van metafaan duidelijk dat zijn bazen met iets opwindenders bezig zijn dan het transporteren van verf. Na het contact met Frank Van der Vaart en de derde man moet hij doorrijden naar het Italiaanse Ancona, waar hij de volgende dag moet inschepen op de veerboot naar het Griekse Patras. Het is daar, op de boot, dat hij zijn nieuwsgierigheid niet langer kan bedwingen. Hij opent de deuren van zijn container, en ziet een paar paletten latexverf. Maar daarachter, zo merkt hij, hebben zijn bazen twee auto's in de container verstopt: een BMW cabrio en een donkerblauwe Mercedes.

Het volgende rendez-vous is aan de Grieks-Bulgaarse grens. Hier leert Eddy Cools de derde man kennen. Hij is net als de twee Van der Vaarten een Nederlander: Jaak Van Griensven. Veel tijd om zich in dit personage te verdiepen heeft Cools niet. Hij is woedend: "Jullie hebben mij op pad gestuurd met gestolen auto's!" Hij ontkoppelt de trekker, kondigt aan dat hij bij zijn terugkeer in België meteen ontslag zal nemen en zet koers richting Thessaloniki, waar hij de boot naar Bari zal nemen.

Als Cools het allemaal geweten had, dan was hij nooit in dienst getreden bij de Gebroeders Van der Vaart. Frank en Leon zijn in die periode ook uitbaters van twee rundveehouderijen in Retie, waar in de eerste weken van 1995 ene Karel Van Noppen op inspectie is geweest. Of die heeft ontdekt wat er te ontdekken viel, is niet bekend, maar inmiddels staat vast dat de twee bedrijven dienden als dekmantel voor een grootschalige handel in hormonenpreparaten, cocaïne en XTC. Hun partner, Jaak Van Griensven, staat in de grensstreek bekend als XTC-koning. Hij bewoont een riante villa in Oud-Turnhout, die op 25 maart 1995 met een enorme knal in de lucht zal vliegen. Een geval van verzekeringsfraude, of minstens een poging tót. Frank Van der Vaart heeft de knal veroorzaakt met een paar gasflessen. De bende, zo begrijpt Cools later, telt nog een vierde kopstuk: vleeshandelaar Walter Remysen, een achterneef van Karel Van Noppen. Hij heeft de waarde van de villa van Van Griensven frauduleus opgedreven tot 223 miljoen frank door op te treden als pseudo-koper.

Remysen wordt later door Barrez formeel herkend als de man die organisator Carl De Schutter enkele dagen voor de moord op de Grote Markt in Sint-Niklaas in zijn bijzijn een pak bankbiljetten toestopte om "een zekere Noppes" naar de andere wereld te helpen. Remysen zal op een zeker ogenblik ook door De Schutter worden genoemd als opdrachtgever. Medio 1995 lopen bij diverse politiediensten tips uit "het milieu" binnen, waarin Remysen wordt genoemd als een van de opdrachtgevers voor de moord op Van Noppen (DM 18/05).

Hoe het verder afliep met Eddy Cools, wordt door de man zelf verteld in een brief vanuit Whitmore, die op 12 februari 2002 zijn weg vindt naar het bureau van de Turnhoutse procureur Herman Janssens: "Toen ik terug in Retie aankwam, heeft Leo Van der Vaart mij gezegd dat alles geregeld was door Frank en Van Griensven. Hij heeft mij toen gezegd dat Frank betrokken was bij de moord op een veearts (...). Toen ik thuis kwam, heb ik aan mijn vrouw gevraagd wat er allemaal aan de hand was. Ik was op Teletekst aan het kijken en daar was sprake van de moord op veearts Karel Van Noppen. Toen heb ik pas echt schrik gekregen."

Was Eddy Cools de man die de tweede, door justitie vergeten Mercedes van 'dader 2' in het buitenland deed verdwijnen? Hijzelf spreekt er zich niet over uit. Te oordelen aan zijn brieven, weet de man niet eens dat getuigen in Wechelderzande die avond een donkerkleurige Mercedes hebben opgemerkt en ook niet dat hun beschrijving van de bestuurder kan overeenstemmen met Frank Van der Vaart. Al wat Cools weet, is dat die andere broer, Leo Van der Vaart, hem na zijn terugkeer in België vroeg om tegenover de rijkswacht een vals alibi te geven over zijn tijdsgebruik rond het tijdstip van de moord.

Vorige zaterdag kwam Eddy Cools kort aan de lijn vanuit zijn Britse gevangenis. Het gesprek werd op band opgenomen.

Leo Van der Vaart heeft u gesproken over de moord?

"Ja, hij heeft mij toen verklaard dat Frank ook betrokken was bij de moord op Van Noppen."

Kon hij omschrijven wat zijn precieze rol was?

"Hij heeft mij achteraf gezegd dat heel de bende er bij betrokken was. Met 'bende' bedoelde hij Walter Remysen, een zekere Jan B. uit de buurt van Amersfoort. Voor de rest ja: er was een hele hoop eigenlijk. De vetmesters die daar zelf kalveren in de stal hadden staan, Frank en Leo..."

Heeft hij gezegd waarom zij precies Karel Van Noppen op het oog hadden?

"Ja, omdat Van Noppen eerst werkzaam was in de slachthuizen voor controles, om het vlees de goedkeuring te geven met de EEG-stempel. Van Noppen zou alles uitgebracht hebben over de hormonen, de inspuitingen, de namen geven van waar de kalveren stonden, door wie de hormonen geleverd werden, en zo verder."

Na de moord op Van Noppen groeit vrij snel het vermoeden dat er een verband moet bestaan met de hormonencontroles die hij sinds kort uitvoerde in West-Vlaanderen, en dan vooral in het slachthuis LAR in Rekkem. Daar zitten de "grote jongens", zo had hij aan familieleden gezegd. Wat weinigen weten, ook al staat het zwart op wit in het strafdossier, is dat Van Noppen sinds 13 februari 1995 opnieuw aan het controleren is geslagen in zijn eigen streek: Turnhout, Retie...

Na februari 1995 wil Eddy Cools maar één ding: uit de buurt blijven van de Van der Vaarten. Hij heeft een van hen horen zeggen dat Van Noppen niet het enige slachtoffer is van deze bende. Hij heeft horen praten over een of andere man met wie het tot een meningsverschil kwam en die door de bende, ontdaan van zijn hoofd, is achtergelaten in het Antwerpse havengebied. Het zou gaan om een zekere Luc Leclerc. Cools schrijft erover in een van zijn vele brieven, niet beseffend dat de anonieme rijkswachtinformant X282 - waarvan uiteindelijk bleek dat hij voor de finale doorbraak zorgde in het onderzoek - in zijn eerste verklaringen eveneens een verband legde met een lijk zonder hoofd in het Antwerpse havengebied.

Dat Cools dit fijne milieu de rug toekeert is geen onverstandige keuze. In mei 1998 wordt Frank Van der Vaart in Boekarest gearresteerd met 50 kilogram heroïne in zijn auto. Het is niet de eerste en ook niet de laatste keer dat de drugsbaron zoiets overkomt. Hij wordt nu veroordeeld tot tien jaar cel, maar slaagt erin een Roemeense gevangenisdirecteur om te kopen en is na zestien maanden weer in België. We schrijven eind 1999.

Rond deze tijd pretenderen de speurders in Turnhout eindelijk dé opdrachtgever voor de moord op Van Noppen te hebben gevonden: de Wetterse vetmester Alex Vercauteren. De bewijslast tegen hem is opgebouwd door Carl De Schutter, de wapenfreak die daarvoor al twee andere opdrachtgevers (Théo Goossens en Remysen) heeft genoemd.

De Schutter gaat nu plots voluit voor Vercauteren, omdat hij van zijn advocate heeft vernomen dat de Gentse strafpleiter Hans Rieder haar eind 1998 heeft gecontacteerd met een vraag om inlichtingen over de zaak-Van Noppen. Rieder is de advocaat van Vercauteren. Vercauteren is een van de grootste vetmesters van het land. Daar zit geld, denkt De Schutter. Hij stuurt in mei 1999 vanuit zijn Zuid-Franse gevangenis, waar hij tot dan toe zit, twee Griekse ex-medegedetineerden naar Gent met de vraag of Rieder even 300.000 dollar wil overmaken.

Rieder weigert, maar het feit dat hij de genaamden Kyriakos Mariou en Georgiou Yiakoumis (bijgenaamd "de kolonel") met de nodige égards ontving, vormt in de ogen van het Antwerpse parket-generaal het bewijs dat zijn cliënt wel degelijk de opdrachtgever was. Dinsdag zorgde de zaak met de twee Grieken op het proces-Van Noppen - waar Vercauteren naast zijn vriend en zakenrelatie Germain Daenen in de rol van opdrachtgever in de beklaagdenbank zit - voor nog maar eens een lekkere brok rechtbank-soap. Twee ex-secretaresses van Rieder werden als getuigen opgeroepen, waarna het openbaar ministerie kon pronken met "tegenstrijdigheden" in wat zij zich van het Griekse bezoek herinnerden en wat Rieder daarover had verteld.

Vanuit zijn cel in het Britse Whitmore tracht de man die in de uren na de moord op Karel Van Noppen plots een Mercedes moest laten verdwijnen justitie iets duidelijk te maken: 'De ware opdrachtgevers lopen vrij rond'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234