Dinsdag 10/12/2019

Zij waren onschuldig

De zaak-Pepermans: "Een geval zonder voorgaande in de geschiedenis van de Belgische rechtspleging"

Beeld rv/scans

Een toevallige vondst op een rommelmarkt bracht ons op het spoor van Jos Cels (1923-2003), journalist en verbeten strijder tegen gerechtelijke dwalingen. Vandaag in deel 5: de onverkwikkelijke zaak-Pepermans.

Met de pen de tralies breken voor een onschuldige, hem letterlijk uit de gevangenis schrijven: Jos Cels kreeg het twee keer voor elkaar. Toch stapte hij begin jaren 80 verbitterd uit de journalistiek. "De zaak-Pepermans heeft hem hard geraakt. Hij keek erg naar die man op."

“Weet ge nog, uw plechtige communie?”, vraagt Mia, weduwe.

“Jà!”, straalt Kathleen, dochter.

“Ze vroegen: wat wil Kathleen voor haar plechtige communie? Ik zei dat je aan het sparen was voor een fiets.”

“En voor een gitaar. En voor een fototoestel. En ik kreeg àlles. Alles twee keer zelfs.”

Jos Cels, die zijn eigen studentenjaren onderbroken zag door de oorlog, had een fascinatie voor gerechtelijke dwalingen, maar evengoed voor selfmade men. Mensen die het hadden gemaakt zonder diploma. Hij schreef ooit het boek Sant in eigen land, over ondernemers die vanuit het totale niets een succesvolle zaak hadden opgebouwd. Eric Stappaerts met zijn Napoleon-snoepjes, Reddy Meyers van SKM, brouwer Theo Maes en vele, vele anderen. Hieruit ontstond een club, de Santen. Het waren deze mensen die op Kathleens communiefeest geen slechte indruk wilden maken.

Mia: “Die gitaar, die hebt gij zelfs nooit vastgepakt.”

Kathleen: “Op school vroegen ze naar het beroep van je papa. Ik zei dat hij boeken schreef. Dan vroegen ze: kan hij niet eens een voordracht komen geven? Wat hij natuurlijk deed. Over gerechtelijke dwalingen.”

De begrafenis

Er straalt een zeker sarcasme af van de cover van Het proces-Pepermans. Het is de uitvergroting van de identiteitskaart van Frank Pepermans, geboren in Borgerhout op 18 oktober 1920. In die tijd vermeldde je identiteitskaart nog je beroep. Hier staat "beroep: zonder".

Het hele drama, gebald in één fragment.

Het boek begint met een voorwoord van Louis Major, Vlaams socialistisch minister van staat. "Wie met Frank Pepermans persoonlijk contact heeft gehad, moet getuigen van zijn uitzonderlijke persoonlijkheid, zijn bekwaamheid, zijn menselijkheid."

Op pagina 10 staan foto’s van de enorme bloemenzee op het kerkhof Steytelinck in Wilrijk, waar Frank Pepermans op 21 december 1976 ter aarde werd besteld.

Iets als een interessante spanningsboog gunt Jos Cels zijn lezer deze keer niet. Het is van meet af aan kraakhelder dat het voor zijn hoofdpersonage faliekant gaat aflopen. Hij schrijft: "Iedereen was er. Jong en oud, mannen en vrouwen. Zelfs de eerste minister was er, zes ministers van staat, drie ministers en twee staatssecretarissen in functie, drie partijvoorzitters, de gouverneur en de eregouverneur van de provincie Antwerpen, Kamerleden en senatoren, de burgemeester van Antwerpen."

Dan, die korte, dodelijke zin: "Alleen de magistratuur was afwezig."

Het boek dateert van 1980. Cels is in de zomer van dat jaar 57 geworden. Ongeveer zo oud als Pepermans. Op de achterflap zien we niet langer de stuurs kijkende wereldverbeteraar met fiftiesvlinderbril, maar golvende grijze haren en een empathische lach. Een beetje een tv-presentator uit die jaren.

De dwalingen waar Cels eerder over schreef, troffen niet al te snuggere lieden die door dorpsgeroddel of barre pech in de gevangenis waren beland. De personages hadden iets abstracts. De journalist kon zich hooguit een beeld van hen vormen op grond van brieven, observaties in de rechtszaal of een gerechtelijk dossier. Met Pepermans lag dat anders.

Mia: “Hij had een grenzeloze bewondering voor die man. Hij heeft hem ook goed gekend in de tijd van de Santen.”

Bell Telephone

Het boek telt 182 pagina’s. Als onvoorbereide lezer heb je rondom pagina 90 nog steeds geen half vermoeden waar het ooit fout moet gaan lopen met een leven als dat van Frank Pepermans. Ontmijner tijdens de achttiendaagse veldtocht in 1940. Krijgsgevangen in Duinkerken. Ontsnapt door manhaftig uit een rijdende vrachtwagen te springen. 

Op pagina 22 prijkt een foto van de Belgische nationale waterpoloploeg op de Olympische Spelen van 1948. Tweede van links: Frank Pepermans. Hij is tussenin bij de fabriek van Ford in Antwerpen als arbeider begonnen en heeft zich, talentrijk als hij op alle denkbare vlakken is, opgewerkt tot manager van de afdeling vrachtwagens.

Het Belgische waterpoloteam voor de Olympische Spelen van 1948. Frank Pepermans is de tweede van links op de achterste rij. Beeld rv/scans

Cels: "Op zekere dag gelukte hij er zelfs in een order van meer dan 3.000 vrachtwagens binnen te halen. Meteen was zijn naam voorgoed gemaakt."

Pepermans doet Ford als merk uitgroeien tot nummer één op de Belgische automarkt, hij moet de headhunters van zich afslaan. Halverwege 1963 laat hij zich ompraten. Hij verlaat Ford om directeur-generaal te worden bij Bell Telephone.

Als fabrikant van telefoontoestellen en -centrales heeft Bell Telephone in de nog gesloten Belgische telecommarkt een alles overschaduwende klant: de Regie voor Telefonie en Telegrafie (RTT), de staatsgebonden voorloper van Proximus. 

Daar barst in 1973 een groot omkoopschandaal los. In Humo getuigt Paul Demaegt, hoofdingenieur bij de RTT, over grootschalig geknoei met aanbestedingen. Er is sprake van een “miljardenverspilling”. Nagenoeg alle bouwcontracten van de RTT worden via de in 1970 benoemde Franstalige administrateur-generaal Germain Baudrin doorgespeeld naar bedrijven zoals Equimo, waarin de man belangen heeft, net zoals de vrouw en de zoon van PS-staatssecretaris Alain Dubois.

Klokkenluider Demaegt wordt enkele dagen na het artikel in
Humo op staande voet ontslagen. Het RTT-schandaal lijkt België te confronteren met pure, nooit eerder vertoonde laagheid. Samusocial in het kwadraat.

Cels: "Op 7 mei werd ingebroken in de woning van een RTT-architect aan de Kerselarenstraat te Dilbeek, een man die evenmin als Demaegt akkoord ging met de politiek van Baudrin. Merkwaardig was dat al wat waarde had onaangeroerd bleef, maar dat wel zeer ijverig en vooral grondig gesnuffeld werd in de persoonlijke papieren."

Over Germain Baudrin vernemen we nog dat die een riante villa aan het Comomeer in Italië bezit, met een eigen jacht. Over het bedrijf Equimo schrijft Cels: "Als men naar Equimo belt, krijgt men een zekere Michel Baudrin aan de lijn, zoon van de administrateur-generaal."

Juridische meesterzet

Het schandaal speelt zich ver buiten de leefwereld van Pepermans af. Hij is ook bij Bell een succesverhaal aan het schrijven. De Belgische tak van ITT beleeft onder zijn leiding een mondiale expansie. Op foto's in het boek zien we Pepermans een miljoenencontract ondertekenen aan de zijde van de Indiase premier Gandhi en wat later aan die van de Roemeense president Ceaușescu.

Germain Baudrin verschijnt in het najaar van 1974 voor een Franstalige kamer van de Brusselse correctionele rechtbank. Alles bij elkaar zijn bij de RTT-topman voor 25 miljoen frank, reken 600.000 euro, bezittingen aangetroffen die hij niet kan verantwoorden. Baudrins advocaat is de Brusselse stafhouder Gilson de Rouvereux. Die komt met een juridische meesterzet: “Hoe kan men mijn cliënt vervolgen voor omkoping indien niet kan worden aangetoond door wie hij is omgekocht?”

Iedereen weet perfect waar het geld naartoe is gegaan: de partijkas van de Franstalige socialisten. Alleen valt dat met de krakkemikkige wetgeving rond partijfinanciering in die tijd niet hardop uit te spreken. Tijdens de zitting van 22 oktober 1974 slaat aanklager Pierre Van de Walle aan het improviseren. Hij noemt Frank Pepermans als “omkoper” ten bedrage van 25 miljoen frank.

Cels: "Het ging hier om een geval zonder voorgaande in de geschiedenis van de Belgische rechtspleging. Om een geval dat – wat verhoopt mag worden – uniek zal blijven en daarom ook als voorbeeld gesteld zal worden van hoe het zeker niet mag."

Identiteitskaart

Pepermans is in de RTT-affaire nooit ondervraagd, niet in verdenking gesteld en door niemand van wat dan ook beschuldigd. Het Brusselse parket onderneemt pas pogingen om de geïmproviseerde betichting te onderbouwen nadat die tijdens een publieke rechtszitting is gelanceerd. Op 6 november 1974 vinden huiszoekingen bij Pepermans plaats. De Bell-baas wordt op 8 november ondervraagd. Cels: "Hij werd gedurende 70 uren op de rooster gelegd!"

Het onderzoek levert nauwelijks wat op. Een technieker heeft op het Comomeer een radio-installatie op het jacht van Baudrin geplaatst. Verder wordt melding gemaakt van twee kistjes juwelen, kortingen op advertenties in telefoonboeken en twee kleurentelevisietoestellen. Alles samen goed voor een bedrag van omgerekend zo'n 630 euro, gespreid over drie jaar.

Cels: "Hoewel de oceaan van corruptie gereduceerd werd tot een druppel water, beval de raadkamer tegen alle verwachtingen in de zaak-Pepermans toch te verzenden naar de rechtbank."

Hij is boos, hij is woedend. Hier speelt overduidelijk iets politieks.

Enkele jaren na de RTT-affaire zal de Belgische socialistische partij als laatste grote unitaire partij uiteenvallen. Voor veel historici is dat de determinerende stap naar het federale België zoals we het vandaag kennen. Daarom is het voorwoord van Louis Major in het boek niet zonder betekenis.

Pepermans wordt op 27 juni 1975 veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met uitstel. Nog dezelfde namiddag roept een vooraanstaande Franstalige magistraat enkele bevriende journalisten bij zich om hen te attenderen op een KB uit 1934 dat stipuleert dat wie een veroordeling achter zijn naam heeft staan voor “omkoping van openbare ambtenaren” geen enkel commercieel beheersmandaat meer mag uitoefenen.

Op 21 januari 1976 bevestigt het Brusselse hof van beroep de veroordeling. De volgende dag doet Pepermans afstand van al zijn beheersmandaten bij Bell Telephone.

Cels: "Frank Pepermans werd in de echte zin van het woord ook achtervolgd om na te gaan of hij het beroep van afgevaardigd beheerder op zijn identiteitskaart reeds had laten veranderen."

Het einde

New York, donderdag 16 december 1976. Frank Pepermans is zich nog aan het inwerken in zijn nieuwe functie als executive assistant bij het Amerikaanse moederbedrijf ITT als hij zich terugtrekt op zijn kamer in zijn hotel in 55th Street. Het is de bedoeling dat hij de volgende dag naar Brussel zal terugvliegen, en dat zal ook gebeuren. In een kist.

Cels: "Frank Pepermans zat diep in een zetel. Naast hem op een tafeltje stond een glas whisky. Zijn lippen waren blauw."

De doodsoorzaak is nooit als dusdanig benoemd, tenzij enkele jaren geleden op Wikipedia: “Zelfmoord.” Een gedenkpagina op schoonselhof.be houdt het op: "Door verdriet en onrecht hem aangedaan overleed hij in New York."

Voor Cels is dit boek zijn afscheid van de gerechtsjournalistiek. Er is iets in hem geknakt. De dood van de man naar wie hij zo opkeek, de opper-Sant, heeft hem geconfronteerd met de beperkingen van zijn passie. De laatste zin in het boek is een kreet: "Vrouwe justitia, waarheen gaat gij?"

Mia: “Hij is na de zaak-Pepermans meer beginnen te genieten van het leven. Op vraag van Theo Maes ging hij schrijven over oude brouwerijen, over het Sportpaleis. Voor Roularta schreef hij toeristische gidsen. We begonnen ook meer te reizen.”

Kathleen: "Tot drie keer per jaar naar Tenerife!"

Mia: "Hij was goed bevriend met Michel Huygen van Ten Bel (het vakantiepark op Tenerife, red.). Heeft ook voor hem allerlei dingen geschreven. Vrienden zaten bij elkaar, bedachten een boek, en dan riepen ze: Jos gaat dat wel schrijven! (lacht). En Jos deed dat, gratis. Goh, wat was het een leuke tijd."

Oud-collega Gust Verwerft, de nestor van de Vlaamse misdaadjournalistiek, bezigt de term “verzeept”. Hij zou in de jaren die volgden stukken schrijven voor allerlei bladen, Cels zou ze dan als chef nalezen. Veel contact hadden ze verder niet. "Hij was altijd heel inspirerend geweest voor ons", zegt Verwerft. "Jos heeft de weg geëffend voor een latere generatie. Zijn boeken, dat waren altijd bestsellers. Maar hij was verbitterd aan het eind."

Voorbij het punt waarop je je nog druk over iets kunt maken. De zaak-Pepermans maakte een einde aan de journalist die Jos Cels was. Maar niet voorgoed.

Morgen in deel 6: de gifmengster van Steendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234