Zaterdag 03/12/2022

De wraakzucht

roer Hans Vanden Bremt: 'Ik zou die straf kunnen aanvaarden, op voorwaarde dat levenslang echt levenslang betekent. Worden ze 66 jaar oud dan zitten ze 66 jaar vast. Worden ze 80 dan blijven ze tot hun 80ste in de cel. Tot hun laatste ademtocht en geen seconde minder'orpschef Julien Matthys: 'De angst is nooit helemaal wegge�bd, vooral niet bij de horeca. Gisteren nog vertelde een caf�bazin me dat ze haar vaste sluitingsritueel heeft veranderd. Geen gordijnen meer dichttrekken als er nog onbekenden aan de toog zitten'

van een provinciestad

In Geraardsbergen werd deze week over niets anders gesproken. Het assisenproces van de moordenaars van 't Vraagteken, iedereen volgt het op de voet. In de cafés op de markt jeuken de handen. Stamgasten zouden de daders van de drievoudige roofmoord het liefst eigenhandig wurgen. Zelfs de burgemeester van de Denderstad is niet ongevoelig voor de wraakgodin. Het taboe op de doodstraf, volgens hem moet erover gediscussieerd worden. Erik Raspoet / Foto's Tim Dirven

Geraardsbergen, zijn Muur, zijn mattentaarten, zijn kloon van Manneken Pis. Redenen genoeg om deze eeuwenoude stad op de grens van Oost-Vlaanderen en Henegouwen met een bezoek te vereren. Sinds twee jaar heeft de markt van Geraardsbergen er een attractie bij. Dwingender dan de 5 meter diepe fontein, prangender dan de barokke gevel van het stadhuis, sprekender dan de glasramen van de Sint-Bartholomeuskerk. Autochtonen blijven zich verwonderen over de magnetische aanzuigkracht van die nieuwe sensatie. Stappen er op de markt vijftig toeristen van de bus, dan zijn er minstens dertig die de historische bezienswaardigheden de rug toekeren. Als een kudde verdringen ze zich voor een banale, zandkleurige gevel aan de overkant van de kerk. De naam van het café werd nog niet zo lang geleden verwijderd, maar de gravure in het glas van de voordeur neemt de laatste twijfels weg. Inderdaad, stoten de ramptoeristen elkaar aan, dat moet café 't Vraagteken zijn. Waarop de fotografen van dienst prompt hun digitale camera's bovenhalen. Een café waar drie mensen op gruwelijke wijze werden vermoord, dat mag in het beeldverslag van de dag niet ontbreken.

De schokkende feiten zijn, zoals dat heet, genoegzaam bekend. Meer nog, ze werden de voorbije dagen tot in de goorste details opgerakeld. Deze week immers stonden voor het Gentse assisenhof de moordenaars van 't Vraagteken terecht. Dat ze levenslang zouden krijgen stond zowat bij voorbaat vast. Want het moet gezegd: de broers Sven (26) en Steven (21) Vlassenbroeck hebben er die nacht van zondag 29 op maandag 30 september 2003 een beenhouwerij van gemaakt. De toen dertigjarige cafébaas Bryan Vanden Bremt werd met een kandelaar de hersens ingeslagen, nadat zijn belagers hem met messteken hadden bewerkt en beurs hadden geslagen. De negentienjarige dienster Cynthia Ronse werd met een mes doorstoken en de keel afgesneden, een lot dat ook de achttienjarige stamgast Bjorn Wymeersch moest ondergaan. Zelfs voor geharde assisenfanaten was het geïllustreerde verslag van de wetsdokter een zware dobber. Zelden werden in een Belgische rechtbank zulke bloederige beelden vertoond. Buit van de roofmoord: 3.750 euro, een paar gsm's en een dozijn flessen sterke drank. Het waren overigens die gsm's die de speurders naar de daders leidden. Vijf weken na de roofmoord werden twee broers van hun bed gelicht, in een appartement in de deelgemeente Overboelare.

Sven en Steven Vlassenbroeck waren bepaald geen ideale schoonzoons. Ze komen uit een ontwricht gezin, met een zwaar drinkende vader die zijn kroost meer rammel dan eten gaf. Als rolmodellen voor generatiekansarmoede waren ze dan weer geknipt. Laaggeschoold, langdurig werkloos, compleet verpauperd en sociaal geïsoleerd, het is allemaal waar. Maar evengoed hadden ze een blanco strafblad en gingen ze bij de buren door voor vriendelijke, zij het ietwat schuwe jongens. De schok bij hun arrestatie was des te groter. Vijf weken lang had Geraardsbergen in een angstpsychose voor onbekende psychopaten geleefd. Toen hun identiteit bekend raakte, sloeg angst om in verbijstering. Jongens van bij ons, wie had dat kunnen denken? Sterker nog, daders en slachtoffers waren bekenden van elkaar. Vijf jonge mensen uit Geraardsbergen, het is hard aangekomen in deze provinciestad.

Volgens de VDAB bedraagt de werkloosheidsgraad in Geraardsbergen 8,8 procent, niet gek veel boven het Vlaamse gemiddelde. Zou het kunnen dat er met de geografische spreiding van die werklozen iets aan de hand is? Dat het gros niet in de vijftien landelijke deelgemeenten maar wel binnen de stadsmuren woont? Deelcijfers zijn niet beschikbaar, maar het patrimonium van de Denderstad spreekt boekdelen. Bescheiden arbeidershuisjes, beluiken met kromme gevels, winkeletalages die een paar decennia achterop hinken bij grootsteedse trends. Het is geen misère zoals in het Seraing van de gebroeders Dardenne, maar het woord sjofel borrelt bij menig bezoeker spontaan op. Voor hippe cafés moet je dus niet in Geraardsbergen zijn, maar je kunt er wel stevig doorzakken.

"In het weekend is het hier volle bak", zegt cafébaas Steven Van Vlaanderen. "Vrijdag en zaterdag heb ik tot halftien 's morgens gedraaid." We zitten in de Tiffany's, een van de vijftien cafés op de markt die de voorbije jaren een heuse horeca-invasie heeft gekend. Opvallend is de concentratie van nachtcafés, tenten waar in het weekend zonder sluitingsuur wordt gedronken en gedanst. Zo ook in de Tiffany's, een wat benepen lokaal met de gezelligheid van een Turkse pitabar, in weerwil van de glitterbol aan het plafond. Eigenlijk heet de cafébaas Steven De Vos, maar in het nachtleven van Geraardsbergen kennen ze hem onder zijn artiestennaam. Deejay Steven Van Vlaanderen, zijn naam en faam dankt hij aan 't Vraagteken, waar hij iedere zaterdag draaide. "Van de sixties tot de nieuwste hits", zegt hij. "Voor elk wat wils, want 't Vraagteken was bij alle leeftijden populair. Dat lag aan de figuur van Bryan, een geboren cafébaas die met iedereen over de baan kon. Eigenlijk had hij maar één fout: hij was veel te nonchalant met geld. De kassa opmaken terwijl de laatste klanten nog aan de toog zitten, dat is niet verstandig. Pas op, ik heb in 't Vraagteken veel geleerd. Het is misschien cru om te zeggen, maar het is dankzij die moord dat ik nu cafébaas ben. Mocht 't Vraagteken nog bestaan, dan was ik nu nog altijd deejay."

Ook de avond voor de moord heeft hij in 't Vraagteken gedraaid. "Bjorn vierde die zaterdag zijn achttiende verjaardag", mijmert hij. "Er was een geweldige ambiance en een dag later was hij dood. Een vriend werkt voor de begrafenisondernemer die de lijken is komen ophalen. Hij heeft me verteld hoe ze waren toegetakeld. Mijn eerste gedachte was: dat moet de Albanese maffia zijn. Zo'n gruwelmoord, dat kunnen geen mensen van Geraardsbergen zijn." Uiteraard werd Steven zelf verhoord. Als deejay van 't Vraagteken kon hij een verhelderend portret tekenen van de slachtoffers. Van Cynthia, de jonge dienster die elke dag in 't Vraagteken zat. "Ze werkte er in het zwart. Cynthia had het erg moeilijk. Haar moeder dronk en met haar vader had ze geen contact meer. Ze probeerde op eigen benen te staan, ze had pas een appartement gehuurd dicht hij De Post." Ook Bjorn, een homo net als cafébaas Bryan, kende voor Steven weinig geheimen. "Hij woonde samen met een oudere vriend. Bjorn was een sympathieke knul, maar hij had een verleden. Als minderjarige had hij een paar auto's gestolen en op de Vesten in de prak gereden. Zijn vriend heeft daar zwaar voor gedokt, want die werd als meerderjarige aansprakelijk gesteld."

Ongetwijfeld relevante informatie voor de speurders. Een afrekening in het homomilieu, het was maar een van de pistes die in die eerste dagen werden onderzocht. Wat de speurders toen niet konden weten: deejay Steven Van Vlaanderen kende niet alleen de slachtoffers, maar ook de daders. "Het waren mijn buren", zegt hij. "Vriendelijke jongens, ik heb ze vaak een lift naar huis gegeven. Op de duur rekenden ze erop, want ze wisten dat ik tot de laatste man in 't Vraagteken bleef. Ik vroeg er niks voor, maar soms trakteerden ze me een pint om me te bedanken. In de auto werd er wel gelachen en gezeverd. Maar veel praten deden ze niet, ze waren erg op zichzelf."

Julien Matthys herinnert zich de hectische weken na de drievoudige roofmoord maar al te goed. "Er heerste angst in Geraardsbergen", zegt de korpschef van de lokale politie. "Angst en wantrouwen. Mensen kwamen 's avonds hun deur niet meer uit. Het volstond dat een van onze combi's voor een huis halt hield, en de tongen kwamen los. Zie je wel, werd er gefluisterd, die zit er ook tussen. De angst is nooit helemaal weggeëbd, vooral niet bij de horeca. Met het assisenproces flakkert dat gevoel weer op. Gisteren nog vertelde een cafébazin me dat ze haar vaste sluitingsritueel heeft veranderd. Geen gordijnen meer dichttrekken als er nog onbekenden aan de toog zitten."

De druk op de speurders, de lokale politie versterkt met rechercheurs van de GDA Oudenaarde, was destijds enorm. "In het begin ging het onderzoek alle kanten op", zegt Matthys. "Want wat doe je bij een feit met onbekende daders? Dan richt je alle schijnwerpers op de slachtoffers. Een afrekening in het homomilieu, een uit de hand gelopen drugszaak, een familiaal conflict, alle opties waren open. We hebben op elk spoor een ploeg speurders gezet." Gelukkig stonden de gerechtsdienaren niet alleen, heel Geraardsbergen speurde vlijtig mee. "We werden overstelpt met tips", beaamt de politiecommissaris. "Maar veel hebben die niet opgeleverd. Vaak waren het afrekeningen in aanslepende burenvetes. Dan kregen we een dringend telefoontje. Mijn buurman, die moesten jullie maar eens ondervragen, die heeft me al eens bedreigd, dat hij me de keel zou afsnijden. De meeste meldingen waren rommel, maar we namen geen enkel risico. Honderden mensen hebben wel nagetrokken, tot die gsm's eindelijk voor een doorbraak zorgden. Ook over de daders was er trouwens een melding binnengelopen. Maar niks dat onze aandacht trok, hun namen figureerden tussen honderden anderen die we nog moesten doorlichten."

Tijdens die waanzinnige weken deed Matthys een merkwaardige vaststelling: een forse terugloop van het aantal interventies. "Doorgaans ligt dat in deze streek aan de hoge kant. Vechtpartijen, echtelijke ruzies, nachtlawaai, voor het minste beetje bellen ze de politie. Maar die eerste weken na de moord was het opvallend kalm. Ik denk te weten waarom. Die moord was zo'n shock dat vele mensen hun eigen problemen gingen relativeren. Na zo'n gruwelijke gebeurtenis gaf het geen pas de politie voor een bagatel op te bellen."

Geertrui van 't Groot Kaffee krijgt nog altijd koude rillingen als ze eraan terugdenkt. Haar brasserie paalt aan 't Vraagteken. Dat ze voor 't zelfde geld bij haar binnen waren gekomen, zegt de waardin. Waarna ze even later uit de doeken doet dat haar café op die 29ste september 2003 in feite nog niet open was. Ze had de zaak pas overgenomen en was nog volop aan het verbouwen. Zoals Geertrui zijn er wel meer in Geraardsbergen, mensen die naar eigen zeggen door het oog van de naald zijn gekropen. Gracienne van de Cerkel maakt er zich vrolijk over. "Sterke verhalen dat ze aan mijn toog verkopen", zegt de blonde dienster. "Als je ze bezig hoort, lijkt het alsof ze allemaal het pad van de moordenaars hebben gekruist. Toevallig zijn ze die nacht allemaal op de markt gepasseerd, zo rond het uur dat de moorden werden gepleegd. Ik was zelf nog open toen het gebeurd is. Wel, ik heb niet veel volk op de markt zien lopen."

De Cerkel, gevestigd op de gelijkvloerse verdieping van een immens pand, is een wat dubbelzinnig etablissement. Je kunt er sanseveria's bewonderen en niet-Olympische sporten zoals bakschieten beoefenen. Maar de Cerkel is tevens een pleisterplaats voor nachtbrakers, met Gracienne in een glansrol. Terwijl ze schuimkragen tapt om u tegen te zeggen, strooit ze kwistig met ironische commentaar. "Nog zoiets", vervolgt ze. "Hoeveel mensen dat er in 't Vraagteken hun beste vriend hebben verloren, ik zou ze geen eten willen geven. Al dat getreur, ik heb daar mijn bedenkingen bij. Het weekend na de moord zaten de stamgasten van 't Vraagteken bij mijn in de Cerkel. Van groot verdriet heb ik niet veel gemerkt, ze hebben hier de hele nacht op de tafels staan dansen."

Verdriet, in de Sint-Bartholomeuskerk is het geen ijdel woord. Het gastenboek puilt ervan uit. Er staan zowel dankzeggingen als smeekbedes in, beurtelings gericht tot Jezus, de maagd Maria of God Zelve. Dat levert ontroerende lectuur op. God, schrijft een scholier, ik denk veel aan ons vake de laatste tijd en daardoor krijg ik slechte punten. Ik vrees dat ik beroeps zal moeten volgen. Jezus, komt een andere kerkganger assertief uit de hoek, ik vraag om mijn wratten weg te nemen. En veel geluk wil ik ook. God, luidt het weer enkele pagina's verder, ik ben een meisje dat zedenleer volgt. Ben je daarom kwaad op mij? Omdat de meeste opdrachten ongedateerd zijn, duurt het een tijdje voor we vinden wat we zoeken: de impact van de drievoudige roofmoord. Het wordt een magere oogst, slechts twee schrijfsels verwijzen rechtstreeks naar het drama. Vicky en Shari heten de auteurs, twee vriendinnen die kennelijk samen troost hebben gezocht in de kerk. Vicky houdt het bij een klassieke jammerklacht over het verlies van dierbare vrienden. Shari bespeelt op dezelfde pagina een ander register. Heer, bidt ze, laat AUB de dader goed straffen.

Wraak, dat is waar heel Geraardsbergen om schreeuwt. Tijdens de reconstructie werd er met eieren naar de daders gegooid. Er kwam een aanzienlijke politiemacht aan te pas om de massa in toom te houden. In de kroegen klinkt stoere taal. Levenslang is niet genoeg. Ten anderen, wat betekent levenslang nog de dag van vandaag? Als ze zich in de gevangenis een beetje gedragen kunnen ze al na vijftien jaar herbeginnen. Wat zeg ik, na tien jaar! Eigenlijk, zo gaat het dan verder, is er helemaal geen proces nodig. Dat ze die twee maar eens loslaten, in het midden van de markt. De handen van de grootsprekers jeuken. Wat zouden ze die twee eens graag mores leren! Waarna ze uit machteloze woede in één teug hun pint leeggieten.

Burgemeester Guido De Padt (VLD) kan het niet genoeg beklemtonen. Hij is geen blinde voorstander van oog om oog, tand om tand. En of ik hem alstublieft niet als de slippendrager van een bepaalde partij wil afschilderen. Zoveel slagen om de arm, het is geen toeval. De Padt heeft in de nasleep van de schokkende moord een dissident geluid laten horen. Uitgerekend in die periode had de Kamer, waar hij een anoniem bestaan als backbencher leidt, zich over een gevoelig onderwerp gebogen. Voorstel tot herziening van artikel 14 van de grondwet met het oog op de afschaffing van de doodstraf, luidde het officieel. Op het eerste gezicht leek het een volstrekt overbodig initiatief. België heeft de doodstraf, voor het laatst uitgevoerd in 1950, al in 1996 formeel afgeschaft. Maar enkele volksvertegenwoordigers van SP.A-Spirit, MR en Ecolo wilden nog een stap verder gaan, door die afschaffing grondwettelijk te verankeren. Hun voorstel werd goedgekeurd, ook door de VLD, die evenwel niet op Guido De Padt kon rekenen.

"Ik heb de stemming opzettelijk gemist", zegt hij. "Openlijk tegenstemmen, dat ging me te ver. Maar ik wilde duidelijk maken dat ik het er oneens mee was. Kijk, ik ben geen onvoorwaardelijke voorstander van de doodstraf. Maar de publieke opinie over misdaad en straf evolueert. Je moet dat niet gaan betonneren in de grondwet. Ik vind dat er omstandigheden bestaan waarin men het opleggen van de doodstraf tenminste moet kunnen overwegen."

We mogen hem nog altijd niet verkeerd begrijpen. Maar de omstandige argumentatie die in zijn kabinet weerklinkt, komt in wezen hier op neer. Wie zijn medemens als een beest behandelt, moet aanvaarden dat de maatschappij hem met gelijke munt betaalt. Is dat dan geen 'oog om oog, tand om tand'? "Misschien wel", geeft De Padt toe. "Maar ik denk alleen aan zeer uitzonderlijke gevallen, zoals de drievoudige moord in 't Vraagteken. Die was niet alleen zinloos en extreem gruwelijk. Nu blijkt dat de daders geen greintje spijt hebben. Ik zeg niet ze de doodstraf moeten krijgen. Maar van zulke mensen vraag ik me af of ze nog een plaats verdienen in onze maatschappij."

De burgemeester ontkent het niet. Met zijn standpunt vertolkt hij feilloos de mening van zijn kiezers. Dat geldt ook voor volgende uitsmijter. "Weet je wat mij stoort in deze zaak?", vraagt hij. "Die twee broers zitten al de hele tijd samen in de cel. Wel, dat pleziertje verdienen ze niet, zeker niet als je aan de families van de slachtoffers denkt. Je hebt geen idee wat voor lijdensweg die mensen achter de rug hebben."

Hebben de daders echt geen greintje spijt? Het is een van de vragen die de assisenjury de voorbije dagen probeerde te beantwoorden. Echt behulpzaam waren de beschuldigden daarbij niet. Zelfs toen de foto's van hun slachtpartij werden getoond gaven ze geen krimp. Steven, de jongste van de twee die alle moorden voor zijn rekening nam, zorgde voor de quote van de week. "Volgens mij zal ik zoiets nooit meer doen." Dichter bij een spijtbetuiging is deze fanaat van horrorfilms niet gekomen. Het blijft intussen een mysterie hoe twee schlemielen zoals de broers Vlassenbroeck erin geslaagd zijn hun slachtoffers te overmeesteren. De nabestaanden hebben het dikwijls tegen elkaar gezegd. Had Bryan maar een barkruk naar het hoofd van zijn belagers gegooid. Of waren ze maar door het raam gesprongen. Wellicht werden ze verraden door een misplaatst optimisme. Het zou zo'n vaart niet lopen. Ze kenden Sven en Steven toch? Als ze braafjes hun geld en bezittingen overhandigden dan kwam het wel goed.

Tini van frituur Obelix heeft zichzelf al vaak gekweld. Iedere zondag besloot hij zijn nachtshift in 't Vraagteken. Maar uitgerekend die ene keer moest hij verstek laten gaan. Zijn vriendin was ziek, niks aan te doen. "Toch voel ik me schuldig", zegt hij. "Met mij erbij zou het anders gelopen zijn. Ik sta niet alleen met dat gevoel, heel wat van onze vrienden kampen ermee." Tussen frituur Obelix en café 't Vraagteken bestonden nauwe banden. Uitbater Jan was zeven jaar lang de vaste vriend van Bryan. Frituurbediende Tini zat dan weer in de harde kern van de stamgasten, net als Bjorn Wymeersch, met wie hij innig bevriend was. "Twee handen op één buik", zegt Tini. "We hadden geen geheimen voor elkaar. Eigenlijk was Bjorn geen homo, hij was voor de twee. Bjorn was geen sukkelaar hoor, hij liep altijd in merkkledij. Op school werd hij gepest omdat hij anders was. Op een keer ben ik met hem mee geweest. Ik heb me toen heel kwaad gemaakt aan de schoolpoort. Dat ze Bjorn met rust moesten laten, dat hij een mens was van vlees en bloed, zoals iedereen." Veel tijd om te praten heeft hij niet, de eerste klanten druppelen binnen.

In Gent is het assisenproces intussen aan zijn tweede dag toe. Tini, een potige jongen met zwart piekhaar, wordt stilaan nerveus. Morgen is het zijn beurt om voor het assisenhof te getuigen. "Je zult het zien", voorspelt hij, "ze zullen vragen of ik seks met Bjorn heb gehad. Maar ik ben geen homo, ik ben honderd procent voor de meisjes."

Een dag later hebben we een afspraak in The Club. Ik moet mijn mening herzien, dit is wel degelijk een hippe zaak, die op het Antwerpse Zuid niet zou misstaan. De nieuwste aanwinst voor het nachtleven van Geraardsbergen, lang zal de titel niet standhouden. Schuin tegenover The Club zijn de eerste verbouwingswerkzaamheden al gestart. Niemand weet hoe het zal heten, maar binnen afzienbare tijd gaat 't Vraagteken weer open. Habitués van de marktcafés zijn het erover eens. Het Nieuwe Vraagteken wordt een flop. Alleen ramptoeristen zullen er komen, geen enkele Geraardsbergenaar die er een voet binnen wil zetten. Beste bewijs dat er een vloek op het moordhuis rust: Interbrew heeft de vroegere goudmijn stilletjes van de hand gedaan.

"Ik heb de nieuwe eigenaars gesproken", zegt Caliche. "Een jong koppel uit Aalst. Blijkbaar wisten ze niet wat er hier gebeurd is. Ze voelen zich beetgenomen door Interbrew. Hadden we dat geweten, zei de man, dan hadden we die akte nooit ondertekend." Caliche alias Stephan Scruel is zowat de bekendste cafébaas van de markt. Hij was een een goede vriend van zijn overbuur, Bryan Vanden Bremt. "Het was een traditie", zegt hij, "wie eerst dichtdeed, ging bij de andere nog iets drinken. Dat is trouwens de mentaliteit van de markt. We zijn concurrenten maar geen rivalen."

Caliche komt net terug van het proces. Nog geen moment heeft hij van het spektakel gemist. 's Avonds, aan zijn toog, speelt hij als een volleerd acteur de prangende scènes na. Hoe de twee beklaagden erbij zitten. Sven met de kop in de grond, Steven met uitgestoken nek. "Ze zijn allebei twintig kilo verdikt", zegt hij. "Van het lekkere eten in de gevangenis. 't Schijnt dat ze daar ook internet en televisie hebben. Ze hebben het daar veel te goed."

Even later komt van Hans Vanden Bremt binnen. De vier jaar oudere broer van de vermoorde cafébaas heeft donkere wallen onder zijn ogen. Maandag heeft hij een bordje voor de deur van zijn eigen café gehangen. De Fratelo, hij heeft de naam gekozen als eerbetoon aan zijn betreurde broer. "We komen niet uit een horecageslacht", zegt hij. "Mijn ouders zijn marktkramers. Ik ben er vroeg ingerold, Bryan heeft een omweg gemaakt. Hij had voor beenhouwer gestudeerd. Een dag heeft in een slagerij gewerkt. Pas toen ontdekte hij dat hij geen bloed kon zien. Hij is nadien jarenlang als kelner gaan werken. Eigenlijk heb ik hem de weg gewezen. Een café zoals dat van Hans, dacht hij, dat wil ik ook. En ik moet toegeven: hij had meer aanleg dan ik. Onze Bryan, die sprak iedereen aan, die was in heel Geraardsbergen bekend. Sommige klanten van 't Vraagteken zijn er nog altijd niet over. Neem nu Peggy, Bryans boezemvriendin die nu veel in de Fratelo zit. Als ik per ongeluk een liedje van Barry White draai dan spurt ze het café uit. Barry White, zie je, dat was Bryans lievelingsmuziek."

Hans sleept zich naar het einde van het proces. Levenslang, het is een schamele troost. "Ik zou die straf kunnen aanvaarden", zegt hij, "op voorwaarde dat levenslang echt levenslang betekent. Worden ze 66 jaar oud dan zitten ze 66 jaar vast. Worden ze 80 dan blijven ze tot hun 80ste in de cel. Tot hun laatste ademtocht en geen seconde minder." Maandag was een hel. Hij beklaagt zich dat hij de diashow van de wetsdokter niet heeft ontweken. "Ik had een mooi afscheidsbeeld in mijn hoofd. Mijn broer die van op de trap van zijn café naar mij wuifde. Dat beeld kan ik niet meer vasthouden, het wordt door een ander tafereel verdrongen. Een close-up van mijn broer, zoals ze hem hebben aangetroffen. Zes mokerslagen met een kandelaar, dan ligt je hersenpan open, dat kan ik je wel verzekeren. Na die foto ben ik uit de rechtszaal gelopen. Ik probeerde ons ma mee te lokken, maar ze wilde absoluut alles zien. Ik houd mijn hart vast voor de weerbots. De weken voor het proces is ze hard achteruitgegaan. Ze is vermagerd, ze zit urenlang in haar zetel met het portret van Bryan."

Hij steekt een zoveelste sigaret op. Vrijdagavond moet alles achter de rug zijn. Dan gaat zijn café opnieuw open en herneemt het leven zijn gewone gang. En het dient gezegd: de vooruitzichten zijn gunstig. "Binnen een week of vier word ik voor het eerst papa", zegt de cafébaas. "Dat wordt een mooi moment, vooral voor ons ma. Na de dood eindelijk nieuw leven in de familie.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234