Zaterdag 10/04/2021

De wraak van Régis Debray

Parijse intellectueel gaat op avontuur in Kosovo en werpt zich op als verdediger van Milosevic

Lode Delputte

Bij het begin van de bombardementen op Joegoslavië werden de pausen van de Parijse intelligentsia uitgenodigd op het Elysée. Chirac vroeg en kreeg hun steun voor de Navo-acties. Een comfortabele consensus was het gevolg. Totdat de linkse filosoof Régis Debray naar Kosovo trok en een steen in de intellectuelenvijver gooide. 'In Pristina kun je gewoon een pizza gaan eten bij de Albanezen.'

Régis Debray, anti-Amerikaans idool uit het Frankrijk van de jaren zestig, ex-adviseur van François Mitterrand en sindsdien stukje bij beetje tot de Realpolitik bekeerd, was stilaan belegen geraakt. Natuurlijk, je hoorde zijn naam op gezette tijden opduiken in filosofische debatten over, pakweg, het in zijn ogen al te burgerlijke karakter van de mensenrechtenbeweging, hij signeerde weleens een door de links-radicale fine fleur van Parijs ingezonden opiniestuk, zijn boeken kenden nog steeds gretige aftrek en hij bleef een graag geziene gast in literaire tv-programma's als Apostrophes. Maar het heilige vuur was gedoofd.

In de jaren tachtig behoorde Régis Debray nog tot de inner circle van François Mitterrand. Hij schreef kilometers presidentiële discoursen aan elkaar en noemde de president "mon nouveau père". Maar ook die episode was niet echt glorieus: de late Mitterrand had zijn buik vol van Debrays ego en ontzegde hem een rol in de viering van 200 jaar Franse Revolutie.

Het enige échte Debray-verhaal gaat over het strijdlustige leven dat de denker en auteur in '67, op 27-jarige leeftijd, enkele maanden lang aan de zijde van Che Guevara leidde, toen hij de Argentijns-Cubaanse vrijheidsstrijder naar Bolivië volgde en daar, na de moord op Che, drie jaar in de gevangenis belandde. Maar ook die geschiedenis ligt inmiddels een halve Koude Oorlog achter ons.

Anno 1999, talloze politieke en filosofische ontnuchteringen later, rook de mythische, zichzelf inmiddels 'nationaal-republikeins' maar daarom niet minder 'rabiaat anti-imperialistisch' noemende Debray, opnieuw zijn kans: Kosovo. Op initiatief van het op tijd en stond provocerende gauchistische blad Marianne trok Debray naar de geteisterde provincie, vastbesloten zijn relaas in zijn kolommen te publiceren.

Begin mei raakt de filosoof zonder al te veel poespas aan een Joegoslavisch visum en mag hij tien dagen lang door Servië en Kosovo trekken, alleen vergezeld van een tolk. Debray praat met journalisten in Belgrado, gaat pizza eten bij Albanezen in Pristina, en doorkruist het oorlogsgebied. Debrays bedoeling volgens de krant Libération: "Ongezouten zijn eigen mening ventileren over hoe de pers met Kosovo omgaat."

En jawel: terug in Frankrijk laat Debray in de krant Le Monde zijn Lettre d'un voyageur au Président de la République verschijnen, de theoretische neerslag van de reportage die op hetzelfde moment, 17 mei, in Marianne gepubliceerd wordt en waarop het tijdschrift de exclusieve rechten bezit. De moraal van Debrays verhaal is dat het Franse publiek geen correcte informatie ontvangt met betrekking tot Kosovo.

Collectieve verontwaardiging van publiek, pers en collega-intellectuelen is zijn deel: Debray heeft afgedaan en intellectueel is hij zo dood als een pier. Adieu Régis, titelde een niet van academische pretentie verstoken Bernard-Henry 'BHL' Lévy zijn 's anderendaags in Le Monde verschenen weerwoord. De ondertitel was nog krasser: De zelfmoord van een intellectueel. "Ik wou vooral het debat deblokkeren", licht Debray toe in Libé.

Als dat het doel van Debrays reis was, dan is de filosoof in zijn opzet geslaagd: twee weken na zijn terugkeer blijven de Franse kranten en tijdschriften bol staan van de verontwaardigde brieven. De ex-guevarist heeft er dan ook geen gras over laten groeien: zijn discours komt erop neer dat Milosevic geen dictator is, want driemaal democratisch verkozen; dat het de Navo-bombardementen en het UCK zijn die de Kosovaarse vluchtelingenstroom op gang hebben gebracht en niet een of andere in Belgrado bekokstoofde etnische zuivering; dat het Albanese leven in Pristina als vanouds zijn gangetje gaat, want je kunt er zelfs pizza's eten, mét Albanese Kosovaren in door Kosovaren gerunde restaurants. "Alsof je tijdens de Tweede Wereldoorlog niet Frans kon eten in Franse restaurants", spot TF1-journalist Michel Floquet. "Journaliste, c'est un dur métier, Régis."

"Intellectuele, journalistieke en filosofische oneerlijkheid, onbezonnen eerzucht, een historische schanddaad", vindt de Parijse universiteitsprofessor Nicole Pigeot. De krant Libération, de in zijn kruis getaste aanvoerder van de anti-Debray-hetze, besluit het er niet bij te laten zitten en trekt de sporen van de filosoof in Joegoslavië na: "Hij is het hotel Grand niet uit geweest", zegt een enkele dagen later door de krant gecontacteerde getuige die Debray in Pristina ontmoet heeft. "Hij heeft functionarissen gezien en hun vragen gesteld. Met name Milivoje Mihajlovic, de Servische persattaché." En de driehonderd door Navo-bommen verwoeste scholen waar Debray het in zijn relaas over heeft? Die heeft hij, toegegeven, niet met eigen ogen waargenomen, maar hij heeft het wel van horen zeggen.

"Wat is voor schrijvers, intellectuelen toch de aantrekkingskracht van de barbarij?", vraagt Bernard-Henry Lévy zich af, "de lust om niets te zien, zichzelf voor het lapje te houden?" En ook Libé-hoofdredacteur Jacques Amalric en zijn troepen rekenen af, zes volle pagina's lang: "Zijn rabiate anti-Amerikanisme kan overal toe leiden, inclusief de gemaskeerde steun aan Slobodan Milosevic. Jammer voor de feiten en voor de 900.000 vluchtelingen."

Twee maanden geleden zag het er bijlange niet naar uit dat de Franse intelligentsia in haar pen zou klimmen. Kosovo lag intellectueel braak en niemand in Frankrijk leek wat te voelen voor een remake van de discussie die halfweg de jaren negentig plaatsgevonden had: toen hadden enkele Parijse intellectuelen, aangevoerd door Bernard-Henri Lévy, het aangedurfd hun morele pacifisme te ruilen voor een meer pragmatische stelling. Ze hadden zonder omhaal voor een westerse interventie in Bosnië gepleit en de 'traditioneel vriendschappelijke' banden tussen Frankrijk en Servië op die manier een kaakslag van jewelste toegebracht. Een hopeloze polemiek was het gevolg.

Met de heldhaftige avonturen van Debray in Kosovaren-land is de remake er nu toch. Debray zou nochtans lang niet zo'n heisa veroorzaakt hebben als hij niet een bijwijlen legendarische staat van dienst had in intellectueel Frankrijk. Anderzijds bewijst de recente verontwaardiging dat Debray wel degelijk nog krediet bezat, krediet dat hij nu finaal verschoten heeft. Of toch niet? Hier en daar duiken dissidente stemmen op, beginnen sommigen zich af te vragen of de denker toch niet, al was het maar een heel klein béétje, gelijk heeft: "Tenez bon, hou vol, Régis", titelt een lezer zijn brief in Le Monde. "De pers verdraagt geen kritiek en reageert als een verkrachte maagd", schrijft fotograaf Laurent Condominas.

Régis Debray is een grijzende man, een intellectueel van de oude stempel. Hij woont nog steeds op Rive Gauche, de universitaire Seine-oever waar stoffige boekhandels stilaan door chique modehuizen worden vervangen, de wijk die in mei '68 het toneel was van de revolte waar hij zo graag bij geweest was. Maar Debray was toen belet: samen met Che Guevara en gesteund door Fidel Castro wou de filosoof de Cubaanse revolutie internationaliseren. Een ideaal dat hem zuur opbrak, zo zuur zelfs dat hij tegenwoordig dure Corps Diplomatiques rookt in plaats van de volksere havanna's.

Het echte afscheid van zijn revolutionaire (Cubaanse) internationalisme heeft Debray tot '91 uitgesteld. Merci petit camarade, schreef hij in een speciaal voor de gelegenheid geredigeerd essay. Zou Slobodan Milosevic Debray ook bedankt hebben toen hij hem zo lovend over het democratische Joegoslavië zag schrijven?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234