Woensdag 07/12/2022

De wonderjaren van Silvio

Berlusconi heeft een zware maand achter de rug. Niet alleen weigerde president Ciampi een wet te ondertekenen die zijn premier de vrije hand gaf om kartel te vormen in de media. Deze week verloor hij ook nog zijn immuniteit. De geschrapte 'Lex Berlusconi' had Sua Emittenza door het parlement gejaagd om hem te beschermen tegen het juridische onderzoek in de zaak SME. Maar die affaire is niet de enige die Berlusconi en zijn holding Fininvest achtervolgen. Een poging tot overzicht.

Brussel

Eigen berichtgeving

Fabian Lefevere

Net voor Silvio Berlusconi vorige zomer voorzitter van de Europese Unie zou worden, joeg zijn meerderheid in het parlement er nog gedwee een nieuwe wet door. Het kan niet, zo heette de redenering, dat Berlusconi bezoedeld Europa tegemoet zou treden. Het kwam de premier handig uit: voor de rechtbank in Milaan hing hem een proces wegens corruptie bij de verkoop van voedingsgigant SME boven het hoofd en die zaak werd netjes aan de kant geschoven.

Veel schiet inmiddels niet meer over van die aanvankelijke triomftocht. Berlusconi promoveerde zichzelf met of zonder proces boven het hoofd tot risee van de Europese unie. Hij liet zich opmerken door een gebrek aan kennis van zaken en onder zijn voorzitterschap strandde het stabiliteitspact en liep het project voor een Europese grondwet op de klippen. Toen Berlusconi achteraf het voorzitterschap als "een triomf" bestempelde, zag alleen hijzelf de ironie er niet van in. En zelfs de troost dat hij buiten schot van de Milanese rechters bleef is hem niet meer gegund nu het Grondwettelijke Hof de 'Lex Berlusconi' heeft geschrapt.

De zaak die de Italiaanse premier nu weer voor de rechter zal brengen gaat terug tot halverwege de jaren negentig. De overheidsholding Istituto per la Ricostruzione Industriale(IRI) wilde toen onder de leiding van gedelegeerd bestuurder Romani Prodi het staatsbedrijf saneren en gedeeltelijk afstoten naar de privé. Een van de onderdelen was het voedingsconcern SME, dat onder meer de merknaam Cirio (tomaten), Bertoli (olijfolie) en Di Rica (melk) beheerde. In de jaren tachtig was het verkocht aan Carlo de Benedetti, de topman van de failliet gegane computergigant Olivetti en eind jaren tachtig verwikkeld in een overnamestrijd rond de Generale. De Benedetti was zich op dat moment overigens ook, via de krant La Repubblica, een stevige positie in de toen al grotendeels door Berlusconi gecontroleerde media aan het verwerven.

Net toen de zaak zou afgerond worden, via De Benedetti's filiaal Buitoni, werd de verkoop op last van de regering-Craxi stilgelegd. Socialist Craxi, in 2000 gestorven in Tunesië en verdacht maar vrijgesproken in beroep van banden met de maffia, was een intieme vriend van Berlusconi. Strikt juridisch had Craxi niet de bevoegdheid om de verkoop van een staatsbedrijf te beïnvloeden. Romani Prodi legde het dossier toch voor aan de regering en zag het afgeschoten worden door Craxi, na een gesprek met Berlusconi overigens. Via stromannen haalde Berlusconi vervolgens zelf de prijs binnen, in een consortium met voedingsgiganten Barilla en Ferrero.

Een ziedende De Benedetti verloor de rechtszaak die hij aanspande. Pas in 1991 bleek waarom, zo bericht het magazine The Economist in een recente special over Berlusconi. All Iberian stortte in maart 1991, via twee andere banken, een bedrag van 434.404 dollar op een Zwitserse rekening van Cesare Previti. Dezelfde dag nog belandden die op de ook al Zwitserse rekening van een Panamees bedrijf. Eigenaar daarvan was ene Renato Squillante, of een van de rechters die de geannuleerde verkoop van SME aan De Benedetti bekrachtigden. Die zou het geld gedeeld hebben met zijn collega-rechter Filippo Verde.

In die zaak dus moet Silvio Berlusconi zich straks weer voor de rechtbank verantwoorden. Op het nippertje: verder uitstel zou allicht een verjaring van de affaire veroorzaakt hebben. Maar echt veel kans dat Berlusconi veroordeeld wordt, bestaat allicht niet. Zijn kompaan en medebeklaagde Cesare Previti (zie kader) werd in september vorig jaar vrijgesproken.

Tegelijk heeft Berlusconi in de loop van zijn carrière een bijzonder talent ontwikkeld om veroordelingen te ontlopen. Zijn strafblad is maagdelijk wit, terwijl hij al werd aangeklaagd wegens corruptie, schriftvervalsing en fraude. Eén keer, één enkele keer werd Sua Emittenza veroordeeld. In 1990 achtte een rechtbank in Venetië hem schuldig aan mijneed, omdat hij gelogen had over zijn lidmaatschap van de duistere religieuze groep P2, met vermoedelijke banden met de maffia en de politiek. Berlusconi was in 1978 lid geworden maar zei op een proces tegen P2 nooit lidgeld betaald te hebben. Die misdaad was echter al een jaar eerder het voorwerp geworden van een algemene amnestie.

Vooral de verjaring is steeds een nuttig instrument ter verdediging van Berlusconi geweest. In 1998 bijvoorbeeld werd hij in eerste aanleg veroordeeld tot twee jaar en vier maanden celstraf omdat hij Bettino Craxi, aan wie hij veel van zijn zakelijke succes te danken heeft, via een offshorebedrijf 12 miljoen dollar doorgestort had. Tegelijk kreeg hij een boete van 5,6 miljoen dollar. In beroep werd evenwel de verjaring uitgesproken, al voegde de rechter daaraan toe: "Er is geen enkel bewijs van de onschuld van de beklaagden."

De corruptie bij de aankoop van Mondadori, Italiës grootste uitgeverij, verjaarde al evenzeer. Ook bij het verwerven van Medusa Cinema, Italiës grootste filmbedrijf, was er sprake van fraude. Berlusconi kreeg er in december 1997 een celstraf van één jaar en vier maanden voor, maar werd in beroep vrijgesproken. Met een merkwaardige argumentatie: Berlusconi kon onmogelijk, gezien de "dimensies van zijn fortuin", opgemerkt hebben dat op zijn rekeningen een potje van tien miljard lire (5 miljoen euro) stond voor steekpenningen. Lees: Berlusconi is te rijk om te weten dat hij ergens vijf miljoen ontvangt. Of nog: bij de toenmalige recordtransfer van steraanvaller Luigi Lentini zou vijf miljoen euro in het zwart betaald zijn, maar ook die aanklacht verjaarde.

Verjaarden de zaken niet, dan greep Berlusconi naar een andere tactiek, die van de wetswijziging. In 1994 liet hij het decreet-Biondi uitvaardigen, dat politici en ondernemers uit de klauwen van de campagne Mani Pulite (Schone Handen) redde. Grote begunstigde was zijn broer Paolo, topman van Fininvest. En net voor het Italiaanse voorzitterschap gunde Berlusconi afgelopen zomer zichzelf ook een wetswijziging.

Het verhaal is bekend, maar het is maar de vraag of het Italiaanse kiespubliek goed op de hoogte is van de wonderjaren van Silvio Berlusconi. Zoals bekend is hij per slot van rekening de eigenaar van drie private tv-stations en heeft als premier voogdij over de staatsomroep Rai. Op die manier controleert hij 97 procent van het medialandschap. De enige 'onafhankelijke' zender wordt geleid door Giulano Ferrara, ex-minister in Berlusconi eerste regering. En kranten die het wagen kritiek op Il Cavaliere te spuien worden meteen in het vakje 'communisten' geduwd.

Berlusconi heeft in de loop van zijn carrière een bijzonder talent ontwikkeld om veroordelingen te ontlopen. Zijn strafblad is maagdelijk wit, terwijl hij al werd aangeklaagd wegens corruptie, schriftvervalsing en fraude

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234