Zaterdag 24/07/2021

De wonderbaarlijke wederopstanding van LiverpoolKunst als heelmeester

Eric Rinckhout

The Beatles en het voetbal. En met wat geluk kennen de veertigers onder ons 'Ferry 'cross the Mersey' van Gerry and the Pacemakers. Maar veel meer roept Liverpool vermoedelijk niet op. Was dat geen havenstad, ergens in het verpauperde industriële noorden van Engeland? Grauw, grimmig en gevaarlijk? Dat spookbeeld sleurt de stad al geruime tijd mee - onterecht, zo blijkt nu. Met de uitermate royale steun van Europa beleeft Liverpool een renaissance waarin kunst en cultuur een cruciale rol spelen. Liverpool heeft de ambitie om in 2008 Culturele Hoofdstad van Europa te worden. "Cultuur is de snelst groeiende business in deze stad", zegt burgemeester Mike Storey.

Eens was het de stapelplaats van het British Empire, de tweede Engelse haven na Londen. Eens stroomde het geld van de handel met de koloniën er binnen en bouwden machtige maatschappijen er hun protserige hoofdkwartieren aan de waterkant. Nu is de stad voor haar wederopbouw grotendeels afhankelijk van de gulle subsidies van de Europese Unie.

Sinds 1994 heeft Liverpool Objective One-status. Onder die Doelstelling I vallen de armste gebieden van Europa, in België is dat de provincie Henegouwen. Concreet betekent dit dat er per werkdag één miljoen euro, ruwweg veertig miljoen Belgische frank(!), naar de stad Liverpool en haar regio Merseyside vloeit. Voor de periode 2000-2006 komt dat neer op een totale subsidie van twee miljard euro, zo'n tachtig miljard Belgische frank. Het is niet niets.

In Liverpool zul je dan ook geen onvertogen woord over de Europese Unie horen. "Wij zijn Europa bijzonder dankbaar", klonk het uit de mond van iedereen met wie ik sprak: van Leader of the City Council - zeg maar burgemeester - de liberal democrat Mike Storey, over Richard Cragg, directeur van Mersey Producers, een impresariaat voor jonge theatergroepen, tot stadsgids en Beatles-specialiste Sylvia McMurtry. Zonder uitzondering vinden ze het bijzonder jammer dat een groot deel van de Britse pers - vooral, maar niet uitsluitend, de zeer populaire sensatiebladen - de eurofobie propageren. "Terwijl wij meer van Europa krijgen dan we ertoe bijdragen", aldus een van mijn gesprekspartners.

Liverpool zat in een diep dal en had de Europese fondsen dringend nodig om weer overeind te krabbelen. Maar hoe is het zover kunnen komen? Wat heeft het eertijds zo machtige Liverpool tot de bedelstaf gebracht?

Het verhaal van de stad begint pas rond 1700, voordien was Liverpool een onbelangrijk vissersdorpje. De groeiende koloniale handel, vooral met Amerika, zorgde ervoor dat Liverpool de invoerhaven werd voor suiker, rum, tabak en katoen. Sir Henry Tate, handelaar, uitvinder van het suikerklontje en grondlegger van de gelijknamige Gallery, was afkomstig uit Liverpool. De lucratieve slavenhandel leverde eveneens grote winsten op. In de negentiende eeuw werd het noorden van Engeland in sneltempo geïndustrialiseerd. De bevolking van Liverpool steeg explosief: van 82.000 inwoners in 1800 naar 685.000 in 1900. Op haar hoogtepunt telde de stad een miljoen inwoners, nu zijn dat er minder dan een half miljoen.

In de Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar gebombardeerd door de Duitse Luftwaffe, aangezien de haven een strategische rol in de oorlog op de Atlantische Oceaan speelde.

Liverpool - en naburige steden als Manchester en Leeds - kreeg vanaf de jaren vijftig rake klappen: de aftakeling van de zware industrie, de schier eindeloze reeks sociale conflicten en stakingen, de achteruitgang van de koloniale handel als gevolg van het uiteenvallen van het Empire en de dekolonisatie, de sluiting van de steenkoolmijnen - het leek niet op te houden. Onder premier Margaret Thatcher werd het almaar erger. De opeenvolgende Conservatieve regeringen, tussen 1979 en 1997, bezuinigden zwaar in de overheidssectoren en hadden vooral oog voor Londen. De oude binnensteden van het noorden kregen nagenoeg de doodsteek: ze ontvolkten en werden rampgebieden met stijgende armoede, om zich heen grijpende criminaliteit en toenemende aantallen drugsverslaafden. De vele sociale woningen - vaak torenflats - takelden af, vielen ten prooi aan brandstichting en werden no go areas.

Het gaat sinds kort ontegensprekelijk beter met Liverpool. Toch merk je, zelfs bij een kort bezoek aan de stad, dat er wat schort. Hier en daar lijkt een splinterbom ontploft te zijn - deze stad is gehavend. In en om het stadscentrum zijn grote gaten geslagen waar armetierige grasperkjes en parkjes of botweg parkeerterreinen zijn aangelegd. Sommige straten leiden nergens meer naar. Vele prachtige panden zijn in de jaren zestig en zeventig meedogenloos gesloopt. Hier en daar staan er nog wankele, pokdalige huizenblokken, vaak Victoriaanse huizen die ternauwernood geschoord kunnen worden. Het stedelijke weefsel, zoals dat heet, is op vele plaatsen kapot.

Maar er zijn nog altijd - of misschien wel: opnieuw - levendige straten. Liverpool is ook trots op het grootste aantal beschermde monumenten buiten Londen. Er is het neoklassieke stadhuis uit 1795, met elegante balzalen die je eerder in het Rusland van de tsaren zou verwachten. Er is de Walker Art Gallery, het majestueuze kunstmuseum dat samen met de massieve St George's Hall als een stel Griekse tempels te midden van de stad oprijst - een imposant ensemble. Met, helaas, pal daarachter een flyover, een stukje autosnelweg als een vloek uit de jaren zestig.

En er wordt volop gebouwd en gerestaureerd in de binnenstad. Oude opslagplaatsen worden omgebouwd of ingepalmd door kunstenaars, lofts liggen goed in de markt en er verrijzen nieuwe huizen aan de waterkant.

De kentering kwam er toen Liverpool in 1994 voor het eerst Europese steun kreeg. Op dat moment woonden er nog welgeteld 2.340 mensen in het centrum... De échte ommekeer is er pas gekomen met het aantreden van een nieuwe bewindsploeg in het stadhuis, mei 1998. De liberaal-democraten volgden Labour op en willen de stad op een zakelijke en efficiënte manier besturen, als een onderneming, met zo weinig mogelijk bureaucratische rompslomp.

"Zomaar met geld gooien leidt tot niets", zegt David Henshaw, de chief executive van Liverpool, de stedelijke manager en directeur van alle openbare diensten. Volgens hem heeft het alleen zin buitenlandse bedrijven aan te trekken als de mensen van Liverpool er ook kunnen gaan werken. Dat betekent dat zij de juiste opleiding of ervaring moeten hebben voor die nieuw gecreëerde banen. Een van de belangrijkste doelstellingen van het Liverpoolse stadsbestuur is dan ook de verbetering van opvoeding en opleiding. En daar is nog werk aan de winkel.

"Het is ook onze laatste kans om Europese subsidies te krijgen", voegt burgemeester Mike Storey daaraan toe. "Binnenkort zullen immers de nog veel armere Oost-Europese landen aan de beurt zijn."

Storey is erg tevreden dat Jaguar zijn nieuwe kleine auto, de 'Baby Jaguar', in Liverpool gaat bouwen. De farmaceutische industrie breidt uit, US Airways, BarclayCard en Capital Bank hebben hun call centre in Liverpool gehuisvest, en Bertelsmann vestigt er zijn centrum voor klantenservice. De nieuwe luchthaven doet het met 1,3 miljoen passagiers per jaar uitstekend, het toerisme zit in de lift, er wordt een cruiseterminal gebouwd, internationale winkelketens en hotels strijken neer in het centrum van de stad - een teken dat het geld er weer rolt. Inmiddels lopen de werkloosheidscijfers terug, van 19 procent in 1995 naar 10 in 1999 - in Antwerpen bedraagt de werkloosheid nu 12,13 procent; in het Verenigd Koninkrijk bedroeg ze 5,1 procent in 1999), en heeft Liverpool de laagste criminaliteitscijfers onder de Britse steden.

Op zich lijkt dit het zoveelste verhaal van geslaagde stedelijke vernieuwing, van een oude havenstad die herrijst. Maar Mike Storey tovert aan het eind van ons gesprek een konijn uit zijn hoge hoed. Ook in de culturele sector wordt zwaar geïnvesteerd - eveneens met Europees geld. En dan gaat het niet alleen om een grotere subsidie voor het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, de uitbreidingswerken aan de Walker Art Gallery en de vertrouwenwekkende fusie van het Everyman Theatre met het Playhouse, dat twee jaar gesloten was door een financieel debacle.

Neen, cultuur is volgens Storey meer, het is business, zelfs "the fastest growing business in Liverpool". Onderzoek van ACME (Arts, Culture and Media Enterprise) heeft uitgewezen dat de creatieve sector in Liverpool bijna 8 procent van de ondernemingen uitmaakt, 16.000 mensen in dienst heeft en een omzet van 485 miljoen pond (30,555 miljard frank) realiseert. Maar er is niet alleen de zakelijke kant.

Liverpool huldigt een gediversifieerde en geïntegreerde aanpak: kunst en cultuur moeten de motor zijn van de stedelijke regeneratie, en daarbij gaat het om grote artistieke initiatieven én kleinschalige projecten in achtergestelde buurten en verkommerde wijken. Nieuwe musea en kunstcentra maar tegelijk ook cultuur als bindmiddel tussen de mensen: de kunst om het sociale weefsel te herstellen. Buurtbewoners worden ertoe aangezet om samen wat te ondernemen, elkaar weer te leren kennen. Zo wil men de eigenwaarde aanzwengelen en de gemeenschapszin herstellen. Mensen laten genieten en leren genieten van kunst, ze kunst leren beoefenen, ze in contact brengen met kunstenaars en omgekeerd. Drempels verlagen door de mensen naar het museum of het museum naar de mensen te brengen. De hele waaier, kortom.

ACME stimuleert dit mee, het is de Liverpoolse denktank en subsidieverstrekker, opgericht in 1997 met een Europese subsidie van drie miljoen pond (189 miljoen frank). In drie jaar tijd steunde ACME 150 zogeheten 'creatieve ondernemingen' en 120 gemeenschapsprojecten waarin kunst een centrale rol speelt. Die projecten liepen vooral in de 38 armste buurten van Liverpool: wijken waarin nooit wat leek te veranderen werden aangepakt met diverse culturele acties om het leef- en woonklimaat te verbeteren.

ACME is ook bezig met de voorbereidingen voor Liverpool 2008. Het Verenigd Koninkrijk duidt voor dat jaar zijn eigen Europese Culturele Hoofdstad aan. De strijd zal vooral gaan tussen Liverpool, Newcastle, Bristol, Belfast en Birmingham. Al die steden bereiden nu hun programma voor, in de lente van 2003 hakt de Britse regering de knoop door. Liverpool speelt met ideeën voor een rivierfestival, een erfgoedmuseum, een kunstcentrum en zelfs een voetbalstadion aan de oude dokken. Maar het is duidelijk welke richting het voor Liverpool écht moet uitgaan. "De mensen op de bus moeten voelen dat zij de eigenaars zijn van Liverpool Culturele Hoofdstad", zegt gemeenteraadslid Bernadette Turner.

Het Maritime Museum en de Tate Liverpool zijn sinds de jaren tachtig gehuisvest in negentiende-eeuwse magazijnen aan het Albert Dock. De twee musea namen toen het voortouw in de regeneratie van de verlaten en aftakelende docklands, nadat de regering-Thatcher in 1981 even wakker werd geschud door de hevige rassenrellen in de Liverpoolse wijk Toxteth. Beide musea werken nu, elk op hun eigen manier, voort aan de sociale heropbouw. Het Maritiem Museum wil zoveel mogelijk naar buiten treden en werkt met outreach workers die naar de mensen toe gaan om jong en oud bij het museum te betrekken. Er is een uitvoerig project opgezet rond het geheugen van de stad en de herinneringen aan de haven, waarbij de getuigenissen van oudere mensen worden vastgelegd op band en video. Dat moet resulteren in een evenement in mei 2002 rond toekomst en verleden van Liverpool.

Tate Liverpool werkt dan weer met gevangenen en jonge criminelen die - buiten de gewone openingstijden - het museum komen bezoeken. Het outreach programme van de Tate wil niet zozeer de klassieke lezingen aanbieden in de gemeenschap als wel mensen leren genieten van en praten over kunst.

Steeds weer poogt men de 'gewone mensen' bij allerlei projecten te betrekken. In Knowsley, een eind buiten het stadscentrum, werd samen met Liverpool FootballClub - aartsrivaal van Everton - een charmante tentoonstelling opgezet. Kinderen en oudere buurtbewoners, allemaal fans van LFC, mochten enige tijd voorwerpen uit het voetbalmuseum koesteren. Wat zouden ze doen met de voetbalschoenen van Kevin Keegan en Michael Owen of met een stuk steen van de spionkop? Het leverde een reeks prachtige foto's en een hoop emotionele verhalen op.

Ook het FACT - een soort media-instituut - zet samenwerkingsprogramma's op met buurtbewoners, zodat zij niet alleen tv-programma's consumeren maar ze zelf maken. Zo verzorgen de inwoners van het oudste flatgebouw van Liverpool, Coronation Court, zelf nieuwsuitzendingen en debatprogramma's over hun eigen wijk. Ook kunstenaars zijn hierbij betrokken.

FACT bouwt momenteel een eigen huis dat de verkommerde Rope Walks-buurt nieuw leven moet inblazen - die naam verwijst naar de scheepstouwen die er ooit gevlochten werden en die men te drogen legde in de lange, nauwe straatjes. Het FACT Centre (kostprijs 8,5 miljoen pond, Europa brengt 3 miljoen in) is de eerste culturele instelling die in meer dan zestig jaar in Liverpool wordt opgetrokken. Het centrum zal een combinatie zijn van filmmuseum, de betere bioscoop, tentoonstellingsruimte, productie-ateliers voor video en nieuwe media en een (on-line) archief. Het moet volgend jaar klaar zijn en een van de uithangborden voor Liverpool 2008 worden.

In Speke Garston liggen de kaarten helemaal anders. Het is een van de armste districten van de stad en is een heel eind verwijderd van het centrum. De weg ernaartoe is niet onaangenaam. We rijden over een nieuwe, met jonge boompjes omzoomde weg. Het oude luchthavengebouw in aantrekkelijke art deco is recent omgebouwd tot een hotel. Iets verder staat een lucifersfabriek, ooit de werkverschaffer van de hele buurt, nu net omgebouwd tot een zakencentrum. De nieuwe luchthaven ligt om de hoek.

Te midden van verkommerde rijhuizen ontvangt Nick Birkenshaw ons in een soortement versterkte bunker. Want hoe opgewaardeerd de wijde omgeving inmiddels is, Speke Garston blijft een probleemgebied. Het is een van de meest achtergestelde wijken van het hele land en, naar verluidt, zelfs van Europa. Er heerst abnormaal hoge en langdurige werkloosheid, er wonen veel jongeren, onder wie veel vroege schoolverlaters, de buurt wordt geteisterd door brandstichting. Er zijn veel alleenstaande moeders, het aantal tienerzwangerschappen ligt er het hoogst van Europa.

Nick Birkenshaw is directeur van Arts in Regeneration (AIR), opgericht eind de jaren tachtig als reactie op de zware heroïneproblemen in de buurt. "We waren van de eersten om met spuitenruil te beginnen. Maar het belangrijkste was een nieuwe aanpak: we wilden werkloze jongeren uit de vicieuze cirkel van drugs en isolement halen door hun aantrekkelijke cursussen aan te bieden met onder meer dans en creativiteit erin. Wij wilden geen kunstcurus lanceren, geen kunstenaars opleiden. De bedoeling was en is nog altijd om mensen hun waardigheid terug te geven. Ze moeten zelfvertrouwen verwerven en daarbij leren zichzelf creatief te uiten. We leren hen omgaan met de computer, maar geven tegelijk een beroepsopleiding. Om hun aanwezigheid in de cursus te stimuleren betalen we hen ook een soort loon: omgerekend 4000 frank per week. De projecten hebben altijd een ruimere impact. Zo hebben jongeren prentkaarten ontworpen om hun leeftijdgenoten te waarschuwen tegen drugsgebruik."

En AIR boekt succes: driekwart van de studenten vindt een baan of gaat een beroepsopleiding volgen.

Maar AIR doet meer. Vorig jaar in juli maakte Speke Garston, gesteund door een professionele toneelschrijver en studenten drama, een grootschalige theatervoorstelling met honderd uitvoerders. Het onderwerp was de lucifersfabriek Bryant & May, ooit een van de vlaggenschepen van Liverpools industrie, gesloten in 1994 na zeventig jaar activiteit. Het theaterstuk, dat enigszins ironisch England's Glory heette, ging uit van de herinneringen van de vele vroegere werknemers. Meer dan 350 toeschouwers werden voor de opvoeringen op tocht genomen door de oude, verlaten fabriek zelf.

Voorts werd Take 5 opgezet, een dans- en muziekevenement met 500 schoolkinderen in de Royal Philharmonic Hall in het centrum van Liverpool. "Op die manier brengen we onze inwoners met zo'n culturele instelling in contact", zegt Birkenshaw. "Voor de meesten was het zelfs de eerste keer dat ze in een concertzaal kwamen."

Maar het hoeft niet altijd plezierig te zijn. Leraars, ouders en schoolkinderen hebben samen een videoproductie gemaakt rond spijbelen, een kruising tussen een educatieve film en een soap, om de discussie rond dit wijdverbreide fenomeen aan te zwengelen. Ook daarin werden ze bijgestaan door professionelen uit het theater.

Kunst kan de wereld redden. Of toch een beetje.

Terug naar het centrum van de stad. In en om Hope Street (what's in a name?) bevinden zich de belangrijkste theaters en concertzalen. Om de hoek ligt het Liverpool Institute for Performing Arts (LIPA), de voormalige school van Paul McCartney, die dankzij zijn inzet en genereuze steun in 1996 prachtig gerenoveerd is en een prima nieuwe bestemming kreeg. Het is een voorbeeldig geoutilleerd instituut geworden met opnamestudio's en theaterzalen. De opleiding is gratis voor inwoners van de EU en alle aspecten van de showbusiness worden er onderwezen: van decorontwerper en geluidstechnicus over boekhouder tot acteur, muzikant en zanger. "Onze studenten zetten zelf volledige shows op. Dat was onze droom", zegt directeur Mark Featherstone-Witty. "Na hun opleiding moedigen we hen aan in Liverpool te blijven en hier met hun projecten te beginnen. Zo leggen we de basis voor nieuwe rockgroepen en dansgezelschappen in de stad."

Richard Cragg, directeur van Mersey Producers, zet zich met zijn organisatie al enige tijd in voor negen jonge theater- en dansgezelschappen. "Mersey Producers bestaat twee jaar en probeert voornamelijk nieuw publiek op te bouwen. Door educatieve projecten, maar ook door het festival Come Together in Brussel. Zo willen we laten zien dat er in Liverpool boeiende dingen gebeuren. Het is zeker geen rijke stad, maar er heerst wel creatieve energie."

Cragg is er zich van bewust dat er nog grote inspannnigen zullen moeten gebeuren. Want wat als de heropbloei van Liverpool van korte duur is, met name als de Europese geldkraan in 2006 dicht gaat?

"Daarom is het essentieel dat de economische motor draait", reageert Cragg. "Liverpool is een van de favoriete filmlocaties op dit moment, wat zeer veel geld binnenbrengt. Maar eigenlijk moeten we werken op drie fronten: zorgen voor toerisme en dan vooral cultureel toerisme, de productie van muziek en nieuwe media aanzwengelen, en zien dat het vertrouwen in de traditionele industrie wordt hersteld."

Zal het publiek voldoende groeien om de veelheid van bestaande initiatieven ook te láten bestaan? "We moeten ervoor zorgen dat er een zeer ruim aanbod ontstaat: van musicals over toegankelijk theater tot de avant-garde. Er moet een Merseyside-stijl ontwikkeld worden en natuurlijk moeten we grote namen uit het buitenland aantrekken."

"In Liverpool is er ook een uitgebreid studentenpubliek dat je kunt aanboren", zegt Han Duivendak, een Nederlander die al langer in Liverpool werkt. Het gaat om 60.000 studenten. "Maar je moet ook de pers meekrijgen, en dat is hier een probleem. De kranten in Liverpool zijn verschrikkelijk, ik ben er beschaamd over. Zo provincialistisch. Kunstkritiek is onbestaande. En er is niet eens een evenementenkalender voor de stad, terwijl er zoveel te doen is."

Van 19 tot 23 maart treden vijf Liverpoolse theatergroepen in Brussel op. Op 20 maart is er een seminarie over cultuur en EU-subsidies; de dag nadien gaat het over de Europese Culturele Hoofdsteden.

Meer inlichtingen: www.theatrefactory.com; reservering bij FNAC (tel. 0900/00600).

Eén miljoen euro vloeit per werkdag van Europa naar de stad Liverpool en haar regio Merseyside'De mensen op de bus moeten voelen dat zij de eigenaars zijn van Liverpool Culturele Hoofdstad'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234