Zondag 13/06/2021

De wonden blijven overal zichtbaar

Terwijl de mensen in het oosten van de provincie Atjeh kampen met de overstroming werd in het westen herdacht dat de tsunami twee jaar geleden over Atjeh spoelde. Honderdzeventigduizend mensen vonden op 26 december 2004 de dood en een half miljoen mensen werden dakloos. Er is nog veel werk aan de winkel voor alle nood gelenigd zal zijn.

Door Michel Maas in BANDA ATJEH

In het tsunamigebied zijn een kleine 60.000 huizen klaar en zijn er nog 20.000 in aanbouw.

Een konvooi van vijf witte Rode Kruistrucks kruipt langs de westkust van Atjeh naar het zuiden. De trucks brengen aluminium noodwoningen naar Calang, waar de wederopbouw kennelijk nog altijd in het stadium van barakken is blijven hangen. Calang is een dagreis verwijderd van Banda Atjeh.

Vroeger duurde de rit drie uur. Sinds de tsunami, die niet alleen Calang maar de hele westkust van Atjeh heeft weggespoeld, lijkt dat een verre droom. Calang en alle andere dorpen en stadjes langs de kust waren maanden van de buitenwereld afgesloten en bijna alleen per helikopter of per schip te bereiken. Twee jaar na de tsunami is de kapotgeslagen kustweg weliswaar met militaire noodbruggen weer aan elkaar geplakt en zijn nieuwe stukken kiezelweg aangelegd, maar asfalt is er nog nergens en gaten en kuilen dwingen auto's voortdurend tot bijna stapvoets rijden. De weg is nog verre van hersteld, maar je kunt, als je tijd hebt en als het niet regent, met een auto van Banda Atjeh naar Lamno, Calang en verder tot voorbij Meulaboh.

De zware Rode Kruisauto's schuiven moeizaam vooruit. Telkens weer moeten zij afremmen voor obstakels die omwonenden op de weg hebben gelegd. Boomstammen, grote stenen en olievaten reduceren de snelheid van de passerende auto's tot bijna nul, zodat zij niet van die enorme stofwolken opwerpen die het leven in de huisjes aan de kant van de weg tot een hel maken.

Links en rechts van de weg voltrekt zich de reconstructie van Atjeh. Nog even en het is alweer twee jaar geleden dat de tsunami hier de weg, de bruggen en 128.000 huizen wegspoelde. Honderdzestigduizend Atjeeërs kwamen om in de vloedgolf. Hele dorpen verdwenen. Bijna iedere overlevende verloor familieleden, vrienden en kennissen. De achterblijvers herwonnen hun leven zo goed als het ging. Eerst in tenten, later in barakken, daarna in de 'semipermanente' huisjes en ten slotte in hun nieuwe, permanente eigen huis.

Tenten zijn er niet meer, maar 46.600 mensen zitten twee jaar na de tsunami nog altijd in barakken. De wederopbouw vordert trager dan de mensen hadden gehoopt. Hulporganisaties die nooit huizen hadden gebouwd begonnen bouwprojecten op te zetten die vaak niet van de grond kwamen. Vele honderden slechte, onbruikbare huisjes werden opgezet en moesten weer worden afgebroken. Projecten werden stopgezet wegens corruptie. Organisaties verloren zich in hun eigen bureaucratie.

De organisaties die wel serieus probeerden te werken bleken een veel langere weg te moeten afleggen dan verwacht.

>14>13

De tsunami had niet alleen de huizen en mensen weggevaagd maar ook identiteitsbewijzen, bewijzen van landeigendom, de kantoren waar kopieën van die bewijzen lagen, het personeel dat die kantoren bevolkte en in veel gevallen ook het land zelf. Het inventariseren van de landrechten en het aankopen van land blijken nog altijd de grootste obstakels voor een snelle reconstructie.

Kuntoro Mangkusubroto, hoofd van het reconstructieorgaan BRR, dat leiding geeft aan de wederopbouw, noemt de regering in Jakarta en de bureaucratie daar als een ander groot probleem. "Wij hebben 140.000 stukken land opgemeten maar nog maar 7.000 eigendomscertificaten kunnen tekenen omdat Jakarta nog altijd geen regulering heeft uitgevaardigd voor de aanschaf van land. De president heeft dat in september nog eens beloofd, maar de regels zijn er nog altijd niet. Het bureaucratische spel in Jakarta is erg frustrerend."

De kustweg voert door een staalkaart van de reconstructie. In Lhoong staan de eerste, houten 'permanente' huizen, die vorig jaar al zijn gebouwd. Het zijn nette huisjes en Lhoong was trots op de snelle wederopbouw. Nu kijken de bewoners van Lhoong met een beetje jaloezie naar de nieuwste permanente huisjes die in dorpen in de buurt worden neergezet: mooie huisjes van baksteen, met een veranda en een betegelde keuken.

Layeun huist nog in semipermanente huisjes die pal aan het strand staan, ongeveer op de plaats waar het dorp zelf ook stond. Layeun wordt verplaatst. Honderden meters van de zee, aan de voet van de heuvels, verrijst in twee strakke, kaarsrechte rijen het nieuwe Layeun. In het roze. Bedacht aan een tekentafel en precies zo neergezet. Bij de heuvels is het veilig voor als er weer eens een tsunami komt, maar de mensen hier leven van de zee. Het zijn vissers en botenbouwers die toch liever hier aan het strand wonen dan ver weg, ook al is dat veiliger. De nieuwe huisjes zijn nog niet klaar. Het materiaal komt met horten en stoten. Een paar bouwvakkers zitten in de schaduw en doen niets. "Het cement is op", zeggen ze mistroostig.

Volgens Mangkusubroto zijn 57.000 van de te bouwen 128.000 huizen klaar, 22.000 zijn in aanbouw. De rest moet eind volgend jaar volgen. Op veel plaatsen staan de nieuwe huizen nog leeg, vaak omdat er nog geen stroom of water is. "In afgelegen dorpen zijn mensen dat gewend en gebruiken ze een petroleumlamp. Maar hier in Banda Atjeh trekken ze niet in een huis als er geen stroom is. Zij blijven liever in de barakken."

De colonne van het Rode Kruis houdt stil bij Dayah Mamplan, een gehucht bij Leupung. Met boomstammen en stenen is een wegversperring opgeworpen. Op een bord staat geschreven dat vrachtwagens van het Rode Kruis hier niet langer langs mogen. "Wil je verder, dan moet je betalen", staat eronder. Op de achterkant van het bord staat in grote rode letters: 'Habis sabar', het geduld is op. Dat is het geduld van M. Nur, die met een woeste blik de versperring bewaakt. Met een baby op de arm staat hij midden op de weg en fulmineert: "Elke dag rijden zij hier voorbij, maar nooit stoppen zij. Wie helpt mij? Laat ze mij helpen!" Hij zegt dat dit nieuwe stuk van de weg is aangelegd over zijn land en dat hij daar geen compensatie voor heeft gehad. Hij wijst naar een ander onrecht dat hem wordt aangedaan: een groepje van drie barakken waar hij woont. "Daar wonen vijf 'KK' (families) in één kamer. Achter iedere deur vijf families! Nu willen zij die barakken slopen, maar er zijn nog geen huizen. Waar moeten wij naartoe?"

Termieten hebben de barakken van Dayah Mamplang ontdekt. Met je vinger prik je zo gaten in de planken, die vanbinnen door het ongedierte tot zaagsel zijn vermalen. Rasida zit op de veranda met haar baby. Zij heeft het niet over vijf families per deur, maar zegt dat er wel "twee of drie families" in elke eenkamerwoning wonen. Zelf woont zij trouwens maar alleen met haar man en haar kind. Haar buurvrouw Mardiya ook. En de vrouw daarnaast ook.

Een bromfietser rijdt voorbij. Achterop heeft hij een zak rijst, een doos mi en een tas met spullen. De bromfietser 'woont' hier ook, maar is er nooit. Hij komt alleen om het gratis rantsoen op te halen dat aan de barakkenbewoners wordt uitgedeeld en gaat dan weer naar de stad, waar hij een huisje heeft gehuurd. Ook dat komt voor, erkent Mangkusubroto. Zijn BRR gaat nu de bewoners van de barakken opnieuw registreren en voorzien van nieuwe identiteitsbewijzen die hen recht geven op een huisje. Daarna worden de barakken ontmanteld. Binnen zes maanden zijn ze weg. "Niemand wordt eruitgezet voordat er een tijdelijk huis voor ze is", belooft hij.

Mensen wier land is weggespoeld krijgen nieuw land. De landlozen die vóór de tsunami als dagloner werkten en een klein huisje of een kamer huurden, krijgen huisjes toegewezen aan de rand van Banda Atjeh. Mangkusubroto: "Dat is ver van de haven of de markt waar zij werken, dus daar willen zij niet wonen. Daarom blijven zij liever in de barakken. Wij zullen ze moeten dwingen." Oxfam waarschuwt in een rapport dat met die gedwongen 'relocatie' naar de rand van de stad de achterbuurten van de toekomst worden gecreëerd.

Langs de weg van Banda Atjeh naar Calang ligt het hele verhaal van de reconstructie uitgestald. Overal zie je de gevolgen van de tsunami en wat de reconstructie daarna heeft aangericht. Bijna zou je vergeten dat zich hier dertig jaar lang een andere ramp heeft voltrokken. De weg was goed en snel, maar de weg was leeg. Niemand durfde hem te gebruiken. Wie hier reed, kon erop rekenen dat hij werd aangehouden door militairen of rebellen die geld eisten, uang rokok (sigarettengeld), en mensen intimideerden of erger. Dat was voorbij toen het vredesakkoord in Helsinki werd getekend.

M. Nurs wegversperring is een aangepaste, onschuldige kopie van zijn obscure voorgangers. Hij heeft geen wapen, alleen een baby op zijn arm. De chauffeurs van het Rode Kruiskonvooi geven hem uiteindelijk een beetje geld, net als vroeger genoeg voor sigaretten, en rijden verder. M. Nur zwaait hen na.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234