Zaterdag 07/12/2019

De wolkenspotter op de terril

Na een lange, steile klim staan we op de top van de Terril des Piges, de hoogste berg steenkoolafval van de streek. Beneden ligt Charleroi als een grijze, vormeloze vlek die aan de horizon oplost in de lucht. Zelfs de toren van de Université du Travail en het ringviaduct, de opvallendste landmarks van de stad, komen ogenschijnlijk uit een modelbouwdoos.

“C’est un ciel qui écrase tout”, zegt mijn wandelgezel Pierre-Yves. Hij is een kenner. Al jaren zwerft hij na zonsopgang langs de kanalen en terrils om luchten te fotograferen.

“Mijn foto’s zijn een carnet de vie. Een dagboek van de plaats waar ik woon en leef. Charleroi heeft een bijzondere schoonheid. Althans voor wie het wíl zien. Zelfs de pollutie kan hier fotogeniek zijn. Dat komt door de ‘luminositeit’. Deze stad is vaak in de steek gelaten, maar niet door het licht. La lumière n’a rien déserté. Sneeuw op een berg cokes kan prachtig zijn. Ik ken ook geen andere plek waar de vier oerelementen zo alom aanwezig zijn. Het water van de Samber en het kanaal Brussel-Charleroi. Het vuur van de hoogovens. De aarde. En bovenal de luchten.”

Op zijn blog ‘Lumière au pays noir’ staat een indrukwekkende collectie waar je niet op uitgekeken raakt. In de vroege ochtend lijkt de hemel boven het industriegebied van La Providence met pastelverf geschilderd. Maar een paar uur later is hij vlekkerig oranje en bruin, alsof hij opgestookt wordt. En ’s avonds staat hij boven de staalfabrieken in lichterlaaie. Dieprood. Op de zwart-witfoto’s ligt het industriële landschap buiten de tijd. Roerloos. Is het 1880 of 2011? Moet alles nog beginnen? Of is het gedaan?

De voorbije jaren gingen veel fabrieken langs de Samber dicht. De glorieuze negentiende eeuw van Charleroi loopt nu pas helemaal ten einde, een nieuw tijdperk begint in het noorden van de stad, rond de luchthaven. Nog niet zo lang geleden kwam de Russische regisseur Andrej Zvjagintsev hier The Banishment opnemen. Nergens in Europa had hij een stad gevonden waar de industrie nog zo ontzagwekkend aanwezig was.

“Ik denk niet dat er binnenkort nog veel overblijft”, zegt Pierre-Yves. “Dan zal de stad eindelijk schone lucht hebben. Maar als wandelaar en fotograaf zal ik ze missen, die vermaledijde fabrieken. En de arbeiders die er hun leven sleten. Na tientallen jaren ging hun huidskleur lijken op het metaal van de machines.”

Hij wijst naar de cokesfabriek aan de oever van de Samber.

“Toen de cokerie nog in bedrijf was, ontsnapte om de tien minuten een immense witte rookzuil uit de schouw. Dat was het moment waarop men duizenden liters water op de gloeiende cokes stortte om ze te koelen. Een spektakel. De hele dag door.”

We richten onze blik weer naar boven, naar het grootste IMAX-widescreen van Gods schepping. Duizenden wolken heeft Pierre-Yves hier gefotografeerd, in alle vormen en formaten. Bloemkolen. Watjes. Spoken. Gecoiffeerde poedels. Schapenkuddes. Continenten.

Wolkenspotten is een stadstraditie in Charleroi. Of is het alleen toeval dat de twee grootste Belgische luchtenschilders - René Magritte en Pierre Paulus - opgroeiden in de straatjes langs de Samber? Django Reinhardt, de schrijver van het mooiste, woordeloze wolkenlied, kwam op de wereld in een woonwagen aan de rand van de stad. In de film Les convoyeurs attendent van Benoît Mariage zijn de luchten van Charleroi het echte hoofdpersonage, meer dan de immer verrukkelijke Benoît Poelvoorde.

Het wonderlijke van wolken is dat ze geen serienummer of bouwjaar hebben, bedenk ik nu. In tegenstelling tot trein- of vliegtuigspotters hoeft de wolkenspotter geen notitieboekje bij te houden of cijfers uit het hoofd te leren. Kijken is genoeg.

Vandaag hebben we geen geluk. Alleen in het oosten tekenen zich een paar vormelijk oninteressante regenwolken af tegen de grijze lucht. De verrekijker blijft in mijn rugzak.

Over smalle sintelpaadjes, langs dichte begroeiing van bramen en vlinderstruiken, dalen we de Piges weer af. In het zwarte, natte gruis liggen de resten van afgeschoten vuurpijlen. Een twintigtal meter boven de grond kondigt de stad zich weer aan met het geluid van een ambulance en het eerste sluikafval: vuilniszakken van de Stad Brussel.

Vorige week hing een twintigtal foto’s van Pierre-Yves tentoon in een nieuw congrescentrum in Damprémy. Ze waren het decor van een debatavond onder de titel ‘L’estime de soi à Charleroi’. Charleroi is geobsedeerd door zijn donkere zelfbeeld.

“Op straat komen mensen naar me toe en vragen: ‘Wat loop je te fotograferen, hier is toch niets te zien?’ Dat zit er diep in. Je kunt in deze stad zelfs een toeristische rondleiding volgen langs de meest in het oog springende rariteiten, ja, zelfs ‘het huis van Dutroux’. Veel Carolos voelen zich opgesloten als indianen in een reservaat zonder toekomst. Ze zijn gehecht aan hun stad, maar tegelijk koesteren ze de droom van een huisje op het platteland in Bon Villers of Gerpinnes.”

We lopen nog even binnen bij Chez Angelina, een café in de rue Varre. Aan de wand hangen ploegfoto’s van Association Sportive Damprémy en Fabio Cannavaro in het shirt van de Squadra Azzurra. Een luidruchtig gezelschap mannen zit te kaarten onder de buislampen. Twee tafeltjes verder houdt een jonge moeder een peuter op haar schoot achter een zak chips. Het is halfvier ’s middags. Op de jukebox speelt Dean Martin: ‘When the moon hits your eye like a big pizza pie, that’s... amore.’

Het was vandaag niet de eerste keer dat ik met Pierre-Yves ben opgetrokken. En toch was het dit keer anders. Dat twee Belgen - de ene uit Charleroi, de andere uit Gent - op een verloren middag naar luchten gaan kijken, het lijkt in deze tijden op een betoging.

“Er is iets gebroken”, zegt hij. “De Walen zijn hun verlatingsangst kwijt. Dat was vorig jaar nog ondenkbaar. Je zou België als een oud koppel kunnen zien. Vlaanderen is de man, Wallonië is de vrouw. De man roept jarenlang dat hij het wil aftrappen, terwijl de vrouw lijdzaam zwijgt. Maar intussen zet ze alles op een rijtje: ‘Is dít mijn leven? Wil ik die vent nog?’ En zodra vrouwen een keuze maken, dan is dat onherroepelijk. Een referendum over het voortbestaan van het land zou wel eens een verrassende uitslag kunnen krijgen.”

We besluiten de bespreking van ’s lands toekomst te staken en nog wat te bladeren in The Cloudspotter’s Guide, de onvolprezen wolkenencyclopedie van de zeer Britse Gavin Pretor-Pinney. Met honderden drijven ze voorbij, bladzijde na bladzijde, geordend volgens geslacht en soort. Van de lage cumulus humilis arcus tot de hoge cirrostratus nebulosus. Mijn oog valt op een weelderige suikerspin die rechts naar beneden ietwat uitgerekt is. Het lijkt België wel, getekend door een kinderhand.

Het is al donker als we buiten in de regen afscheid nemen. De top van de Piges is niet meer te zien, opgelost in de avondlucht. Pierre-Yves gaat naar zijn huis in Marcinelle. Ik keer terug naar het centrum van Charleroi.

Het wordt een wandeling zonder geschiedenis. In mijn schriftje noteer ik een achtergelaten supermarktkar op de hoek van de rue Wauters. Even verderop pist een straathond melancholiek tegen de poort van een garagebox. Beide waarnemingen hebben verder geen belang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234