Vrijdag 13/12/2019

De witte vlucht naar de rand

REEKS 'SAMEN LEREN' OVER ALLOCHTONEN IN HET ONDERWIJS (DEEL 2)

BECIJFERD: het ontstaan van concentratiescholen in de grote steden

Als er veel migranten op een school zitten, denken nogal wat ouders dat de kwaliteit van het onderwijs niet zo hoog kan liggen. Ze maken zich ook zorgen om de sociale omgeving waarin hun kind zal terechtkomen. Wie worden zijn vriendjes? Komt zoon of dochter straks met een Marokkaans lief naar huis? Zowel in Brussel, Antwerpen, Gent en Mechelen was of is er sprake van een 'witte vlucht' naar de rand.

Brussel

Eigen berichtgeving

Katrijn Serneels

Mechelen: 'Vooral in secundair onderwijs een probleem'

In Mechelen daalde het aantal leerlingen op de basisscholen in de stad tussen 1993 en 2001 met 0,2 procent, in de rand steeg het met 20 procent. De daling van het aantal leerlingen in de stad heeft alles te maken met een vermindering van het aantal autochtone leerlingen. Het aantal allochtone leerlingen op de basisscholen in het centrum steeg in diezelfde periode met 20 procent. In het secundair onderwijs is het contrast tussen de terugloop van het totaal aantal leerlingen en de stijging van het aantal allochtonen nog sterker dan in het basisonderwijs. Het totaal aantal leerlingen in de eerste graad van het secundair daalde van 1995 tot 2001 met 10 procent, terwijl het aantal allochtone leerlingen steeg met 52 procent. Er zijn geen aparte cijfers voor secundaire scholen in de periferie en in de stad.

"Hier speelt zowel het effect van de witte vlucht als de daling van het aantal kinderen", zegt Johan Vanderhoeven, voorzitter van het Lokaal Overleg Platform Mechelen. "Reputatie van de school is het belangrijkste argument bij de schoolkeuze, en veel ouders denken onterecht dat de aanwezigheid van migranten de kwaliteit van een school naar beneden trekt. Ze maken zich ook zorgen om de sociale omgeving waarin de kinderen terechtkomen: met wie zullen ze vriendjes worden, met wat voor lief komen ze straks thuis? Vooral in het secundair onderwijs gaat de schoolkeuze erg bewust gebeuren. Want dan kun je je kind niet zomaar naar het dichtstbijzijnde basisschooltje in de buurt sturen, dus moet je wel kiezen."

Een ander effect dat sterk speelt is de terugloop van de bevolking. Vanderhoeven: "Er zijn veel minder autochtone kinderen door het kleine aantal geboortes. In de migrantengemeenschap zijn de gezinnen groter, daardoor krijg je automatisch meer migrantenkinderen in het onderwijs. In Mechelen wonen er weinig dertigers, veertigers en jonge vijftigers. En net deze groep heeft kinderen van schoolgaande leeftijd. Om meer jonge gezinnen naar de stad te trekken hebben we heel veel geïnvesteerd in de leefbaarheid van de stad."

Dat betekent niet dat er in de stad een meerderheid van allochtone kinderen is. Ongeveer één op de tien kinderen in Mechelen is allochtoon. Mechelen telde in 2001 2.435 Belgische kinderen van 4 tot 6 jaar, en 173 vreemdelingen van die leeftijd. Van zeven tot twaalf zijn er 475 vreemdelingenkinderen en 5.042 Belgische kinderen in Mechelen. In de categorie van 13 tot 18 jaar telt Mechelen 4.683 Belgen en 490 vreemdelingen. Verder blijkt uit de cijfers dat het katholieke net meer dan 50 procent van de kinderen van vreemde nationaliteit opvangt. Maar in verhouding tot het globale leerlingenaantal van het net, ligt de 'concentratie' lager dan bijvoorbeeld in sommige voormalige stedelijke scholen (nu gemeenschapsonderwijs).

De scholen in de stad staan onder druk door de terugloop van de bevolking, in de rand en de kleinere gemeenten rond de grote stad doen ze het nog wel goed. "In Haacht zie je dat mensen 's nachts voor de school kamperen om zich maar op tijd te kunnen inschrijven. De tijd dat je naar het college of het atheneum in de stad moest als je later wou doorstuderen, is voorbij. Secundaire scholen in de rand bieden evenveel kwaliteit."

Mechelen blijft echter zijn centrumfunctie als onderwijsstad houden. Kinderen die niet in de stad wonen, trekken naar Mechelen, vooral voor het secundair onderwijs. Er zijn 5.353 kinderen tussen 13 en 18 woonachtig in Mechelen, terwijl de secundaire scholen in Mechelen 12.694 leerlingen tellen. "Ook het hoger onderwijs trekt veel studenten uit de wijde omgeving aan", zegt Vanderhoeven. "Mechelen blijft dus wel een ijzersterke onderwijssstad."

Brussel: 'Voor het eerst weer witte kinderen op enkele zwarte scholen'

'In 2000 hadden we een sterke witte vlucht", zegt Guido Deraeck, voorzitter van het Lokale Overleg Platform (LOP) in Brussel. "Scholen probeerden hun publiek zo wit mogelijk te houden, en andere leerlingen te weigeren. Maar met de invoering van het gelijkekansendecreet zijn er nu een paar zwarte concentratiescholen waar dit jaar voor het eerst weer zes à zeven witte kinderen zijn ingeschreven. Die verbetering is te danken aan verschillende factoren. Te veel migrantenkinderen weigeren zou zelfmoord zijn voor de Nederlandstalige scholen. Dat er nog ruim 120 zijn, en geen 20, is louter te danken aan de migranten en Franstaligen die ernaar toe gaan. Maar er is ook een mentaliteitswijziging bij de Vlamingen: ze kiezen er bewust voor om hun kinderen naar een multiculturele school te sturen, waar zowel Franstaligen als anderstaligen zitten. Ze hebben een open, kosmopolitische instelling en willen hun kinderen een multiculturele opvoeding geven."

Wat er wel nog gebeurt is dat ouders hun kinderen van een zwarte school halen en hen op een multiculturele school inschrijven. De-raeck: "Ook allochtone ouders kiezen soms voor inschrijving in een iets verder gelegen multiculturele school, in Evere of Schaarbeek, in plaats van in de dichtstbijzijnde concentratieschool."

Gent: 'Daling van aantal concentratiescholen in de stad'

"We hebben een sterke witte vlucht gekend," zegt Armand De Meyer, specialist allochtonen en kansarmen van de stedelijke pedagogische begeleidingsdienst Gent. "Vooral in de jaren tachtig en negentig hebben we dat ervaren. Maar momenteel is de situatie zich aan het stabiliseren. We hebben ook zo vlug mogelijk proberen in te grijpen toen duidelijk werd dat er zich een witte vlucht afspeelde. Begin jaren negentig hebben we twee verschillende strategieën ingezet om de witte vlucht en de vorming van concentratiescholen tegen te gaan. De eerste dateert van begin jaren negentig, toen we scholen verplichtten dat 30 procent van de leerlingen uit de buurt afkomstig moest zijn."

De tweede strategie spitste zich toe op de methodescholen. "Heel wat methodescholen bereikten uitsluitend een hoger opgeleid autochtoon middenklassepubliek. Sommige methodescholen die in een allochtone buurt lagen, hadden last van witte vlucht. We hebben aan ouders die hun kinderen naar een methodeschool stuurden, gevraagd of ze hun kinderen misschien naar een multiculturele school wilden stuurden. Zo hebben we bereikt dat deze scholen geen concentratiescholen werden, maar slechts tot 40 procent allochtonen telden."

De strategieën hebben gewerkt. Het aantal concentratiescholen in Gent daalde tussen 1997 en 2002 van acht naar zes. Sinds 1992 is er een afname van het aantal scholen met uitsluitend Belgische leerlingen (negen scholen in 1991, vier in 1997). De spreiding van de leerlingen over de netten is kenmerkend voor grootsteden. Hoewel het merendeel van de leerlingen te vinden is in het vrije net, zijn niet-Belgische leerlingen ondervertegenwoordigd in het vrije net en het gemeenschapsonderwijs. Het stedelijk net kent het grootste aandeel niet-Belgen. Maar dat aandeel neemt ook in het vrije net toe.

Een ander fenomeen is dat jonge gezinnen zich in allochtone wijken vestigen, en hun kinderen daar ook naar de basisschool in de buurt sturen. "De stadsvlucht is gekeerd, ook de witte vlucht kan gekeerd worden", zegt De Meyer. Je moet de witte vlucht zien en aanpakken in het groter kader van de stadsvlucht. Door renovatieprojecten in allochtone wijken hebben we jonge gezinnen terug naar de stad kunnen halen." Het aantal allochtone leerlingen in het Gentse onderwijs stijgt niet ten koste van de autochtone leerlingen. In het schooljaar 2001-2002 liepen 26.400 leerlingen school op een Gentse kleuter- of basisschool, 13,7 procent was niet-Belg. In 1998-1999 was dat nog 12,6 procent. Het aandeel leerlingen van buitenlandse nationaliteit stijgt niet spectaculair, gedurende de jaren negentig bleef het zelfs redelijk constant: 12,5 procent in 1991, 12,9 procent in 1997 en 12,6 procent in 1999.

De leerachterstand stijgt wel. Zowel bij de Belgische als bij de niet-Belgische leerlingen is het aandeel leerlingen met schoolachterstand sinds 1990 toegenomen. In 1990 had één op de vijf (21 procent) van het totaal aantal leerlingen in het Gents lager onderwijs een leerachterstand van minstens een jaar. In 2001 was dat gestegen naar één op de vier (25.5 procent). Bij de Belgische leerlingen is er een kleine stijging in leerachterstand te merken: in 1998-1999 had 19,4 procent van de Belgische leerlingen leerachterstand, in 2001-2002 steeg dat tot 21 procent. De leerachterstand blijft vooral zeer groot bij de niet-Belgische kinderen. Ruim 55 procent van de niet-Belgische leerlingen telt minstens één jaar schoolachterstand, tegenover 49.4 procent in 1991, 52 procent in 1997 en 54.6 procent in 1999.

Iemand met een kwade tong zou kunnen zeggen: zie, dat krijg je met al die migranten, het niveau is gedaald. "Dat is niet de schuld van de migranten, want ook in witte scholen zien we een vergroting van de leerachterstand. Dat heeft meer te maken met de grotere gezins- en opvoedingsproblematiek: veel kinderen hebben het moeilijk omwille van psychologische problemen. Echtscheidingen, ingewikkelde gezinssituaties, moeilijkheden bij het opvoeden. Deze problemen komen ook tot uiting op school, maar de school heeft niet altijd de knowhow om ze op te lossen."

De grootste teleurstelling is de nog steeds stijgende leerachterstand bij migranten. De Meyer: "We dachten aanvankelijk dat het eigen aan de eerste generatie was, die de taal nog niet zo goed sprak. Maar bij de tweede en derde generatie is het probleem gebleven. Je ziet nu wel een allochtone burgerij ontstaan, van tweede-generatiemigranten die zelf gestudeerd hebben en tot de middenklasse behoren, maar dat is niet de meerderheid. De tolerantie van de Gentse bevolking is wel gestegen: als vroeger 15 procent allochtonen op een school de grens was voor witte vlucht, dan ligt die grens nu soms zelfs boven de 35 procent."

Antwerpen:

'Actieplan

ontwikkelen'

In Antwerpen gaat het hard met de witte vlucht: in vijf jaar tijd is het aantal leerlingen in het vrije onderwijs in Antwerpen-centrum gedaald met 11,6 procent. Ook het stedelijke net en het gemeenschapsonderwijs in de stad lijden eronder. "Het is zo'n tien jaar geleden begonnen", zegt Paul Mahieu, een van de voorzitters van het LOP Antwerpen. "Sindsdien is de witte vlucht exponentieel gegroeid en heeft ze zich over verschillende scholen verspreid."

Sommige scholen, zoals het Instituut Sint-Maria, zagen de afgelopen jaren 10 procent van de leerlingen vertrekken. Ook bijna uitsluitend witte scholen met een faam en reputatie, zoals Sint-Jan Berchmanscollege op de Meir, zien met lede ogen leerlingen vertrekken. De slechte bereikbaarheid van het centrum en de reputatie van de stad (vuil, onveilig, vol verlokkingen) spelen eveneens een rol bij de witte vlucht. Het percentage allochtone leerlingen op scholen in het stadscentrum is 58 procent, terwijl het gemiddelde percentage voor de hele stad 34 procent is. De Antwerpse situatie steekt ook schril af tegen het Vlaams gemiddelde van 13 procent allochtone leerlingen.

Het Lokale Overleg Platform Antwerpen is nu bezig met alle migratiebewegingen tussen de scholen in kaart te brengen om zo een exact beeld van de witte vlucht te krijgen. Er wordt ook een actieplan ontwikkeld om de witte vlucht te stoppen. "Er zijn alvast drie actiepunten", zegt Paul Mahieu. "Op de eerste plaats willen we dat de vraag overeenstemt met het aanbod. In sommige regio's, zoals Berchem en Borgerhout is er een tekort aan basisscholen en secundaire scholen: er moeten nieuwe opgericht worden. Ten tweede moeten we dringend werk maken van een uitgebreider aanbod voor technisch secundair onderwijs in Antwerpen. De technische scholen zijn aan het verdwijnen, dat kan toch niet in het economisch centrum van Vlaanderen? Ten derde willen we de ouders ervan overtuigen om voor een school in hun buurt te kiezen, en niet naar de rand te trekken. Maar daarvoor is het nodig mensen ervan te overtuigen dat de stad een verrijking is, dat Antwerpen een levende leermetropool kan zijn."

Aalst: 'Bij ons misschien zelfs te veel spreiding''

Een kleinere stad als Aalst heeft geen last van 'witte vlucht'. "Het aantal allochtonen in onze scholen groeit geleidelijk, er is zeker geen sprake van een overrompeling", zegt Frans Van Volsem, voorzitter van het Lokaal Overleg Platform in Aalst. "In september zullen er in het basisonderwijs zo'n 20 tot 25 anderstalige nieuwkomers bijkomen, in het secundair onderwijs zo'n 65. Ze zullen in een onthaalklas terechtkomen, waar ze extra begeleiding krijgen. Elk jaar komen er allochtone leerlingen bij en vallen er af, vaak kinderen van asielzoekers die weggaan omdat ze uitgeprocedeerd zijn."

De scholen in Aalst zelf staan nog altijd garant voor kwaliteit en trekken veel leerlingen uit de omliggende gemeenten aan, zegt Van Volsem. "Aalst heeft een centrumfunctie: er gaan hier 12.000 leerlingen naar school, ze komen zelfs uit Wetteren en Zellik hier naar toe."

De nieuwkomers in het basisonderwijs zitten erg verspreid over de verschillende scholen, eentje hier, twee daar. "We willen de scholen aanmoedigen om de leerlingen naar elkaar door te sturen, zodat ze zes allochtone leerlingen hebben in één school", zegt Van Volsem. "Vanaf zes anderstalige nieuwkomers kun je immers extra lestijden krijgen voor de kinderen, om hen beter te begeleiden en te helpen met onze taal. Eigenlijk is er dus zelfs te veel spreiding." MORGEN IN DEEL 3: welke problemen ervaren allochtone ouders bij de opvoeding? Soms is de school voor hen geen vriend bij het opvoeden, maar een vijand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234