Vrijdag 25/06/2021

Design

De witte plastic tuinstoel is design, zweetbillen inbegrepen

null Beeld weareoskar.com
Beeld weareoskar.com

Een goedkope plastic tuinstoel. Tot die banaliteit wordt de monoblocstoel al langer dan vandaag veroordeeld. Wijdverspreid en even verguisd als verafgood intrigeert deze stoel, meer nog dan hij zitcomfort biedt. Dat wat een grafrede zou kunnen zijn, brengen wij u daarom als een ode.

Als er één gevoel is dat de monoblocstoel oproept bij designliefhebbers of de gemiddelde Vlaming, is het dat van zwetende billen in de zomer. Vlees dat zich vastzuigt aan het plastic en slechts lost met het geluid van een gootsteenontstopper die slaagt in zijn opzet. En dan, eenmaal losgekomen van het zitvlak, de zweetdruppels die langs je benen naar je voeten glijden. Even onafwendbaar als de stoel zelf. Want daar waar nood is aan goedkope zitplaatsen vind je hem, in achtertuinen, cafés en de slechtere, zelfs de betere, restaurants. Afhankelijk van het land waar(in) je zit.

Als er een expo over de stoel zou bestaan, zou die zelfs A chair for the world kunnen heten. Maar geen museum dat zichzelf serieus neemt zou zo zot zijn, toch? Toch. Het Vitra Design Museum in Weill Am Rein doet het op dit eigenste moment met een expo over de monobloc, zijn geschiedenis en de culturele impact ervan. Het is dus geoorloofd om het over De Witte Plastic Stoel te hebben. Met hoofdletters. Dat lees je goed.

null Beeld weareoskar.com
Beeld weareoskar.com

Banaal geniaal

Als schoolvoorbeeld van massaproductie valt de stoel slechts een beperkte tot onbestaande waardering als designobject te beurt. Het plastic doorstaat zelden feilloos de tand des tijds, valt niet te herstellen en is niet bepaald ecologisch te noemen. Maar hij is wel licht, afwasbaar en stapelbaar, wat hem pretentieloos handig maakt. Een object met zoveel tegenstellingen kan niet anders dan de gemiddelde gebruiker, maar vooral designers en artiesten intrigeren.

Noch de prijs, noch het gebruik in sommige gevallen, mag afbreuk doen aan het ontwerp. Want dat is goed gevonden, hoe dan ook. Van rugleuning tot armleuning, zitvlak en poten vloeien lijnen in elkaar over met overgangsvlakken in plaats van verbindingen van welke aard dan ook. Met een soort van profielvorming krijgt de stoel zijn structuur en sterkte. Een stoel uit één materiaal, meestal polypropyleen, geproduceerd in één productiestap. Goedkoop, banaal en geniaal.

Pogingen om een stoel te maken uit één stuk materiaal dateren al uit de jaren 20, maar de vakliteratuur zal voor de eerste single-piece plastic stoelen verwijzen naar de jaren 60 en 70 met de Bofinger-stoel van Helmut Bätzner, de Panton-stoel van Verner Panton of de Selene van Vico Magistretti. Die ontwerpen ontgingen Henry Massonnet dan weer niet en hij kwam in de jaren 70 met zijn Fauteuil 300, een ontwerp dat beschouwd wordt als het archetype van de goede oude plastic stoel. Nog een paar jaar later zouden steeds meer bedrijven soortgelijke ontwerpen op de markt brengen om te komen tot waar we vandaag zijn.

Dankbaar onderwerp voor ontwerpers

Het werk van die mannen met hun nieuwe materialen en productietechnieken is goed bewaard, maar wie applaus of een tik op de billen moet krijgen voor die monobloc, is niet geweten. Het lijkt wel alsof het ontwerp in de vroege jaren 80 geleend is bij die historische voorgangers, zonder veel om te kijken naar het verhaal erachter.

Misschien is het net dat wat de stoel vandaag zo dankbaar maakt voor ontwerpers. Zij kunnen zich schaamteloos ­baseren op de veronderstelde banaliteit, om er vervolgens met hun eigen geniale breinen een persoonlijke inter­pretatie aan te geven. Sommige ontwerpers storten zich op materiaalonder­zoeken of transformeren de stoel, anderen kleden hem aan. Zo is er Tom De Vrieze die met de Mono­cover een hoes ontwierp. De Leather and Plastic Chair van Front voor Casimirs label Vlaemsch() heeft dan weer een lederen jasje. Of hoe een stoel van enkele euro ook luxueus design kan zijn. Nog anderen gebruiken de monobloc als geëngageerd statement, zoals Martí Guixé doet om commentaar te leveren op design en de consumptiemaatschappij, of gebruiken ze als hoofdrolspeler in pijnlijk treffende fotoreeksen.

Noem de monobloc gerust design, of een deeltje van de evolutie van design. Want design vernieuwt terwijl het refereert. Of noem het gewoon een stoel en doe er verder niets meer mee dan erop zitten. In dat geval is er uiteindelijk geen betere plek om je billen neer te vlijen dan op de monobloc. Een anonieme klassieker. Een icoon uit de twintigste eeuw. Een voorbode op de zomer.

Monobloc, A Chair for the World, tot 18 juni, Vitra Design ­Museum

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234