Zaterdag 24/08/2019

‘De wind zit tegen’

Vorige week kondigde Freddy Willockx (63) zijn afscheid aan als burgemeester van Sint-Niklaas. Een paar maanden geleden werd Louis Tobback (72) gevierd om zijn vijftien jaar als burgemeester van Leuven. Twee ‘grand old men’ van het Vlaamse socialisme, die zich eigenlijk niet oud voelen en allesbehalve out zijn. Ook al omdat ze zich vanuit hun steden ontpopten tot gezagvolle, zo niet gevreesde waarnemers van het politieke bedrijf. Maar ondanks die jubileums valt er voor hen vandaag weinig te vieren. Het maakt hen boos, soms ook bitter. Ze zijn vernietigend voor Leterme, fair voor De Wever, en erg bezorgd om hun eigen partij.

LOUIS TOBBACK en FREDDY WILLOCKXmaken een stand van zaken op voor België, Vlaanderen en hun eigen sp.a

U bent beiden protagonisten van een generatie die het niet alleen zeer lang volhoudt, maar ook een die er vroeg bij was. Louis Tobback was schepen in Leuven op zijn 32ste, en op dezelfde leeftijd was Freddy Willockx al staatssecretaris van Financiën.

Freddy Willockx: “Het is altijd vervelend om het over uzelf te zeggen, maar ik was in alles de snelste. Ik was gemeenteraadslid op mijn 23ste, schepen op mijn 26ste. Willy Claes recruteerde mij op mijn 29ste als adjunct-partijsecretaris voor de BSP. En ik had het geluk dat ik al op jonge leeftijd veel stemmen haalde.”

U was de Freya Van den Bossche van uw tijd.

Willockx: “Ik heb alleszins opwindende politieke jaren gekend. Toen Karel Van Miert co-partijvoorzitter werd in de nog unitaire BSP/PSB, heeft Willy Claes mij dus gevraagd om de nieuwe adjunct- partijsecretaris te worden. Bij Karel stapte je binnen in zijn bureau, je deed je voorstel, hij luisterde en zei: ‘We gaan ervoor’. En we gíngen ervoor. Wij Vlamingen waren een soort permanente dissidentie binnen de socialistische partij, maar we opereerden onder dekking van onze eigen partijvoorzitter.

“Ik amuseerde me dus prima, maar in 1980 had Karel een staatssecretaris van Financiën nodig. De Waalse liberaal Robert Henrion had in de regeringsonderhandelingen een grote rol gespeeld, de coalitiepartners drongen er op aan dat hij in de regering zou komen als minister van Financiën, maar Henrion wou dat alleen als hij een staatssecretaris kreeg. ‘Ik denk dat ik iemand met het juiste profiel heb’, zei Van Miert. En zo ben ik in de regering begonnen. Op zes weken tijd heb ik dan zo veel gedaan - de BBI opgericht, maatregelen genomen tegen de geheime commissielonen en het bankgeheim - dat de liberale partijvoorzitter Jean Gol die arme Henrion dwong om ontslag te nemen. Na zes weken, omdat hij overvleugeld werd door een rooie rakker! Op de koop toe benoemde Gol Paul Hatry als Henrions opvolger, de baas van de petroleumfederatie. Vandaag zou dat natuurlijk niet meer kunnen, toen wel. En we maakten met Hatry vanalles mee. Achter mijn rug halveerde hij de taks op de casino’s en verviervoudigde hij de taks op het ringen van duiven.”

En in het Waasland brak de revolutie uit.

Willockx: “Ik heb toen gezegd: ‘Als de regering dat aanhoudt, organiseer ik een mars op Brussel met honderdduizend duivenmelkers’. Men heeft mij naar het kernkabinet geroepen en die maatregel werd geschrapt.”

Dat zijn de sterke verhalen over jullie wonderjaren. Die leken definitief aan hun einde te komen in 1995, toen Louis Tobback de beroemde zin pleegde over ‘het einde van een politieke generatie’. In de praktijk bleef jullie generatie nog jaren actief.

Willockx: “Mijn goede vriend Norbert De Batselier was destijds erg boos over dat fameuze beeld van de verloren generatie. Ik vond zijn analyse wel juist, al was zijn boodschap natuurlijk niet plezant voor ons. Maar het was nodig om de Agustacrisis te bezweren, en dat blijft de moeilijkste periode uit mijn leven. Maar we hebben ons herpakt, hè. Als je nu terugkijkt op wat we gepresteerd hebben, mag je toch zeggen dat ‘onze’ ploeg - Louis Tobback, ikzelf, Norbert De Batselier, Luc Van den Bossche, noem maar op - toch niet de slechtste politieke generatie van de voorbije decennia was.”

Louis Tobback: “Ik had ook kunnen zeggen ‘het einde van een manier van politiek bedrijven’, maar dat had minder indruk gemaakt. Maar dat bedoelde ik wel. We beleefden toen het einde van een manier van politiek bedrijven. Van de methode om het land te leiden die toegepast werd door Paul Vanden Boeynants, Willy De Clercq, Wilfried Martens, Willy Claes, ikzelf en alle anderen uit die tijd. Goed, er zaten ranzige kanten aan. Het was de tijd van de commissie-Dekens, een orgaan onder controle van de regering dat zonder schroom de juiste politieke benoemingen regelde. Van de bedrijfsleiders, die recepties van alle partijen afschuimden met een envelop. Maar in het licht wat we vandaag meemaken, vraag ik me toch af of alles van die oude methode wel zo slecht was. Het was de republiek van de copains van die tijd. Alle partijen hadden contacten met vakbonden en het bedrijfsleven. Ze wisten allemaal tot waar ze konden gaan om niet te ver te gaan. Ze vochten, maar ze verstonden elkaar. Terwijl ze nu ook vechten maar elkaar niet meer verstaan. Toen was men tenminste in staat elkaar te begrijpen en tot oplossingen te komen, ‘op zijn Belgisch’. Nu doet men het ‘op zijn vrouwtjes’ en het lukt niet meer.

“En de schuldige daarvoor heb ik al vaak aangewezen. Ik ga van mijn hart geen moordkuil maken: Leterme is finito en interesseert me niet meer. Als hij verder wil gaan met de CD&V kapot te maken, ik zal het hem niet beletten, ik ben geen filantroop. Maar het is toch nuttig om te zien hoe zo’n man groot is kunnen worden. Anders dan een Bart De Wever of Elio Di Rupo was Yves Leterme het pure product van spindoctors. Op een dag heeft die Jan Callebaut hem bij wijze van spreken gezegd: ‘Je moet om de twintig woorden ‘goed’ zeggen’. En Leterme deed dat ook echt. Net als de papegaai van ons bomma. Hij telde tot negentien en dan viel het woord ‘goed’. Op een bepaald ogenblik kwam het er al om de tien woorden uit. Zijn imago was dus ‘goed’.”

Willockx: “Ik krijg het ook op mijn heupen van dat ‘goed beleid’, zeker omdat men bovendien het lef heeft om te doen alsof wat voordien gebeurde, slecht was. Toegegeven, in tegenstelling tot Verhofstadt I was Verhofstadt II een opeenvolging van gemiste kansen. Maar vervolgens werd het nog veel erger vanaf Leterme I. De laatste drie jaar is er echt niets gebeurd. Het is gewoon misdadig. Leterme heeft zelfs niet geprobeerd om de begrotingen wat op te smukken. Natuurlijk is dat nodig! Ik heb nooit iemand de begroting meer weten opsmukken dan Jean-Luc Dehaene. Al die sale-and-lease-backoperaties gingen allemaal in zijn jaren negentig van start. Er waren nooit grootschalige saneringen zonder hulp van een paar kunstmatige ingrepen. Maar zelfs dat heeft de regering-Leterme de laatste drie jaren niet eens meer geprobeerd. Het is echt onverantwoord.”

Tobback: “Leterme is een karikatuur van een toppoliticus. Net zoals ik destijds Fons Van Dijck graag in mijn buurt had, zullen De Wever en Di Rupo ook wel hun mensen hebben met wie ze aftoetsen. Maar er is niemand die aan De Wevers koordje mag trekken, zoals dat voortdurend met Leterme gebeurde. Dat is het verschil tussen een grote en een parochiale politicus.

“Maar Bart De Wever had natuurlijk chance. De Wever won de federale verkiezingen op een manier zoals ik, op bescheiden schaal, in 1994 in Leuven de gemeenteraadsverkiezingen won. Vergelijk het met voetbal en koers. Wie met 2-0 wint, is beter dan de tegenstander. Maar er was tenminste een match. Wie met 10-0 wint, zoals De Wever nu en ik destijds, moet eerlijk toegeven dat dit vooral komt omdat de anderen zwaar in de fout zijn gegaan. Je kunt een koers winnen in de sprint, of met een voorsprong van een paar minuten: dan ben je snelste of de beste. Maar als er in de Tour een renner de rit wint met twintig minuten voorsprong, betekent dat vooral dat de anderen niet achter hem aan hebben gereden. Het heeft De Wever dus allemaal erg meegezeten. Een herhaling van die combinatie van gunstige factoren krijgt De Wever wellicht nooit meer. Dat was trouwens ook zo met Stevaert in 2003: op een bepaald ogenblik kom je in een état de grâce, door jezelf én door de omstandigheden, en je haalt dan een niveau dat hoger is dan wat je eigenlijk waard bent.”

Willockx: “Echte grote politieke talenten zijn zeldzaam. Ik weet dat sommigen mij dat kwalijk nemen, maar ik weet dat de socialistische partij de laatste dertig jaar een paar spelers had die de Champion’s League aankonden: Willy Claes, Karel Van Miert, Louis Tobback, Steve Stevaert. En dan waren er nog een paar die daar juist onder zaten, goede Europese klasse: ik denk aan Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte. Ik schat mij zelf nog één categorie lager in. Een goede speler voor eerste nationale. Norbert De Batselier is iemand van mijn liga. We hebben allebei onze zwakke en goede kanten. Norbert is ideologisch veel sterker dan ik, maar ik ben waarschijnlijk pragmatischer dan hij. Ik zit er niet mee in om te zeggen dat Claes of Tobback sterker zijn dan ik. Ik ben iemand die graag opkijkt naar mensen. Daardoor moet ik mezelf ook niet wegcijferen.”

Tobback: “Ik voel mij vereerd maar ik hecht niet te veel belang aan het klassement van Freddy. De omstandigheden maken de man, hè. Mensen zijn niet belangrijk. De vraag is: op een bepaald moment komt er een situatie waarin iemand zich al dan niet ontbolstert. Stel u voor dat Eddy Mecrckx 150 jaar geleden was geboren. Wat zou die jongen gedaan hebben, toen er nog geen fietsen waren? Zonder de Tweede Wereldoorlog was Churchill een bijzondere vervelende klier waar heel Engeland vanaf wilde, een man die zijn passage op de admiraliteit had verknoeid. Zonder diezelfde Tweede Wereloorlog was De Gaulle een excentrieke kolonel die vooral voor heibel in eigen rangen zorgde. Zonder de onvoorstelbare politieke dwaasheden van Yves Leterme was De Wever er niet geweest. Hoe goed hij intrinsiek ook moge zijn. Dan was hij politiek medewerker van een partijtje van rond de 5 procent.

“Nog voor de verkiezingen van 2007, waar de CD&V zogezegd als grote winnaar uitkwam, heb ik hier in Leuven aan Carl Devlies gezegd: ‘Wat uw Leterme allemaal uitslaat, kunt ge u als staatsdragende partij niet veroorloven. Hij brengt u recht naar de afgrond’. En later heb ik CD&V’ers bij herhaling gewaarschuwd: ‘Die kerel doet uw partij nog scheuren’. Wat staat er deze week in de kranten? Voilà. Je moest trouwens geen groot politiek denker zijn om die afloop te voorspellen. Toen CD&V in 2003 voor de tweede keer in de oppositie belandde, kon die partij in haar wanhoop niet anders meer dan zich radicaal te profileren. Maar hoe? CD&V kon niet naar links, want dan verloren ze hun conservatieven, en niet naar rechts, want dat mocht niet van het ACW. En dus koos men voor een Vlaamse radicalisering. Terwijl Yves Leterme met zijn fameuze politieke inzicht niet zag dat hij zo de oude Volksunie aan het herstellen was. En helaas werd hij niet gecorrigeerd door Herman Van Rompuy of Jean-Luc Dehaene. Ook zij dragen een zware verantwoordelijkheid: die van het schuldig verzuim.

“Dat neemt niet weg dat Bart De Wever de meest begaafde politicus van zijn generatie is. Pas op, de Tarpeïsche rots wacht hem, en misschien sneller dan hij denkt. Maar intussen zal hij een bijzonder belangrijke rol gespeeld hebben in de Belgische politiek, daar hoeft niemand aan te twijfelen. Want hij heeft de kansen die hem tot nu toe geboden werden natuurlijk wel gegrepen. Dat is niet iedereen gegeven. Met al mijn gemeende sympathie voor Marianne Thyssen: zij had de kans om de geschiedenis in te gaan. Want het is precies in de meest ondankbare omstandigheden dat je de dingen moet omdraaien. Ja, als je dat niet kunt en ontslag neemt als CD&V-voorzitter, ben je misschien zeer verdienstelijk en alom geliefd, maar de politiek is dan natuurlijk wel onverbiddelijk. Was ik in 1995 niet pal blijven staan tijdens de Agustacrisis om het tij voor de SP te keren, dan had Freddy hier niet gezegd dat ik een Champions League-speler was.”

Waar zijn trouwens in de sp.a de grote politici gebleven? De rastalenten?

Willockx: “Ik ben de man niet om mensen te verloochenen die ervoor gegaan zijn. Ik heb Caroline Gennez in de campagne gesteund en aangemoedigd, ik ga haar nu dus niet afvallen. Zij is er tenminste in geslaagd om de partij opnieuw te mobiliseren. Onze vakbondsmilitanten, het personeel van onze mutualiteiten, iedereen voelde zich veel meer tevreden dan in 2007 of 2009. Maar dat volstaat vandaag niet meer om de verkiezingen te winnen. Ter linkerzijde hebben we ons potentieel uitgeput, maar we hebben geen nieuwe kiezers geworven.

“Ik weet wel dat het gemakkelijk is om na de verkiezingen te praten, maar de basis roert zich. Op het voorbije koepelbestuur van Sint-Niklaas werd zeer openhartig gediscussieerd. En hoe gaat dat: de verkiezingen waren niet goed en dus wordt de partijvoorzitter geviseerd. We zijn niet ten onder gegaan in deze verkiezingen, maar je kunt niet zeggen dat wij een goede uitslag hebben behaald. Ik ben zeer ongerust. Een socialistische partij die zich situeert rond de 15 procent, dat is te weinig. En ik steek dat niet op Caroline.

“Ik ben blij dat wij bij de sp.a geen bloedbad meemaken zoals het zich deze dagen bij CD&V voltrekt. Maar tegelijk is het natuurlijk de derde keer op rij dat we verliezen. En dat moet ernstig en in de hele partij geëvalueerd worden. Men mag niet zomaar over gaan tot de orde van de dag: niet bij de benoemingen van ministers, niet bij het functioneren van de voorzitter. Dat mag allemaal niet afgehaspeld worden door een onderling clubje verliezers aan de top. Ik viseer Caroline Gennez dus niet persoonlijk. Ik vraag wel een grondig politiek debat.”

Tobback: “Het waren onze verkiezingen niet. En uiteindelijk zijn we er redelijk ongeschonden uitgekomen. Als de wind meezit, kan je je alles permitteren. Als de wind tegenzit, niets. Dat was ons lot: de wind zat tegen. En dat het geen ramp is geworden, is de grote verdienste van Caroline Gennez. Want zij heeft zwarte sneeuw gezien om tot dit resultaat te komen. Wat men ook over haar moge zeggen - en iedereen heeft zijn tekortkomingen - ze heeft haar uiterste best gedaan en veel geïncasseerd. Wie in de voorbije jaren ook sp.a-voorzitter was geweest, hij of zij zou ook klappen hebben gekregen.

“Het niet ook niet Gennez die De Wever aan zijn overwinning heeft geholpen. De sp.a heeft het kiesvolk van de N-VA niet geleverd, of slechts voor een marginaal deel. De eerste leverancier van de nieuwe N-VA-stemmen is de CD&V, de tweede Open Vld. Wij zitten slecht, we moeten daar geen doekjes om winden, maar we zitten vooral slecht omdat er op de markt geen vraag is naar onze marchandise. Hoe goed die ook mag zijn. Wij keken op tegen de voor ons fatale combinatie van de opstoot van een bepaald soort nationalisme met een algemeen gevoel van ongenoegen. De burger die daaruit ontstaat is een klant die nooit bij socialisten terechtkomt. Ik ben daar in zekere zin nog tevreden mee ook. In 1982 zegden alle peilingen dat de Britse eerste minister Margaret Thatcher op drie maanden voor de verkiezingen de grote verliezer zou zijn. En toen brak de Falklandoorlog uit. En al die mannen en vrouwen wier pensioen en inkomen voor de bijl ging, die hun National Health Service afgebouwd zagen, zwaaiden met vlaggetjes de vloot uit die de Falklands ging veroveren. En Thatcher won de verkiezingen. Zo’n opstoot van nationalisme is dus bijzonder moeilijk te stoppen.”

Maar het verlies vandaag maskeert niet dat de sp.a al vele jaren electoraal aan het sukkelen is. Sinds 1989 hebben jullie veel meer verkiezingen verloren dan gewonnen.

Willockx: “In het begin van de jaren negentig hebben we een deel van ons trouwste kiezerspubliek verloren. Ik doe aan zelfkritiek: ik heb geen of onvoldoende pogingen gedaan om onze kiezers die naar het VB waren overgelopen, terug te halen. Ik was te kwaad op hen. En ik heb tegelijk een aantal maatschappelijke onderstromen onderschat. Wie mij wees op samenlevingsproblemen met vluchtelingen of allochtonen, beschouwde ik te snel als een racist. Louis was de eerste die zag dat een correctie zich opdrong. Als minister van Binnenlandse Zaken heeft hij gekozen voor een flinker beleid inzake veiligheid en migratie. Ik behoorde helaas niet tot de strekking van Louis. Ik behoorde tot degenen die wel eens de kop in het zand hebben gestoken voor de reële problemen.”

Maar ook Louis Tobback heeft vandaag niet hét recept voor electoraal succes, want anders had hij het zijn partij wel meegedeeld.

Tobback: “Ik heb het al gezegd: de wind zit tegen voor ons. Ik ga gisteren naar mijn coiffeur. Dat is niet meer dezelfde als ‘de coiffeur van Tobback’ van vroeger, want die is helaas overleden. Mijn nieuwe coiffeur vertelt hoe er stadsverlichting tegen zijn muur werd geïnstalleerd. Dat daarbij de muur van zijn pand danig beschadigd werd. Hij vraagt aan de arbeider die bezig is: ‘Wie gaat dat herstellen?’. Zegt die man: ‘In ieder geval ik niet’. Dat is een detail, maar veralgemeen dat eens op het politieke niveau? Jaren geleden zou men nooit op zo’n lompe manier geantwoord hebben. Men zou zijn werk afmaken en die muur herstellen. Nu duwt die arbeider in zijn handterminal dat zijn werk klaar is, en hij is er vanaf. Dat heet moderne efficiëntie. Is er een probleem? Slechts één antwoord: mijn zaak is het niet. Ik ga hier geen overuren maken. Mogelijk mág hij zelfs geen overuur maken. Maar: voor de man in de straat is het de overheid die in de fout gaat.

“En wie is dat, ‘de overheid’? Wij, de socialisten. ‘De overheid’ zijn nooit de liberalen, zelfs al zijn ze twintig jaar aan het bewind. Belastingen, dat zijn zelfs de socialisten, zelfs als zitten ze in de oppositie.

“Het hele systeem gaat nu op de fles: het neoliberalisme, het kapitalisme richt dat allemaal aan, de zogenaamde markt die alles in orde gaat brengen. Maar men keert zich helaas niet naar ons. Want er is die andere reflex: de overheid had daar maar iets tegen moeten doen.”

Willockx: “Alles heeft te maken met het feit dat de mensen hun geloof in de maakbaarheid van de samenleving verloren zijn. Het globaliseringsproces voltrekt zich nu toch al een paar decennia, en men gelooft niet meer dat de politiek daarop nog een antwoord kan bieden. En zoals Louis zegt: de politiek, dat zijn de socialisten. Zij het dat de eeuwige optimist in mij zegt: volgend weekend gaat er een G20 door, en als ik Sarkozy en Merkel hoor, dan denk ik: tiens, zelfs de rechterzijde heeft begrepen dat eindelijk er iets gedaan moet worden. Ik trek me op aan een Strauss-Kahn, die in het IMF een ander accent probeert te leggen. Pas op, Strauss-Kahn zwaait niet met een rode vlag. Het is een zeer lichtroze bijstelling. Maar ze is er wel. En dat geeft me weer wat moed.

Er zijn ook forsere linkse pleidooien, bijvoorbeeld voor de oprichting van een nieuwe overheidsbank.

Willockx: “Ga weg! Ik zie ze nog, ASLK, Gemeentekrediet, NMKN: elk op zijn terreintje, volledig gepolitiseerde boîtes, volledig gebureaucratiseerd. Men moet bij mij niet afkomen en zeggen dat die overheidsbanken dé instrumenten van het socialistische beleid waren. Goed dat we die hebben geprivatiseerd: het hielp ons onze schuld af te bouwen. Tegelijk vind ik het goed dat Belgacom nog voor 50 procent en iets achter de komma publiek bezit is. Maar zeggen dat je met dat overheidsaandeel in Belgacom gaat wegen op het maatschappijbeeld, op het surf- en internetgebruik van jongeren, dat is toch jezelf wat wijsmaken?”

Dat is natuurlijk moeilijk voor socialisten: de indruk bestaat inderdaad dat niemand meer kan ‘sturen’.

Tobback: “Mag ik voor één keer eens het perspectief verleggen? Komt dat door de politici, of mag ook de kiezer daarop aangesproken worden? Sinds de verkiezingen wordt Nederland stuurloos, en België misschien ook. Door de verkiezingsuitslag. Moeten politici de uitspraak van de kiezer aanvaarden? Zeker. Maar als ‘de kiezer’ bij herhaling de kaarten zo schudt dat het zeer moeilijk wordt om nog een regering op de been te brengen, dat ‘de kiezer’ dan ook de gevolgen draagt van wat hij gedaan heeft. (boos) Dat iemand dat ‘de kiezer’ ook eens in zijn gezicht zegt: dat hij zich niet alle kuren kan veroorloven. De kiezer gaf de grootste partij van Vlaanderen 27 zetels op 89. En dan zitten die kiezers op het strand in Mallorca, en als de formatie moeilijk verloopt, zeggen ze: ‘En wat zijn die klootzakken nu weer aan het knoeien? Waarom raken ze er weer niet uit? Wat zijn de politiekers toch weer aan het doen met onze intelligente stem?’

“Vandaar dat ik begin te pleiten voor een kiessysteem in twee rondes. Verplicht de kiezer om in de tweede ronde tussen de twee grootste partijen te kiezen. Misschien is er dan geen sp.a’er meer bij, dat kan. Dat lossen we later wel weer op. Maar verplicht hem om echt te kiezen. Laat hem niet meer toe er zich zo gemakkelijk vanaf te maken als in Nederland, waar men (misprijzend) op een moment waarop de werkloosheid stijgt, waarop men miljarden euro’s moet besparen, toch weer meemaakt dat enkele honderdduizenden gelukkige Nederlanders vinden dat het welzijn van de kat en hond het belangrijkste is. Dat zij alweer een lid van de Partij voor de Dieren naar de Tweede Kamer sturen. Hoe kan een land dat zich zulke onbenulligheden kan veroorloven, nu eigenlijk problemen hebben? De samenleving waar dat kan is decadent, punt uit.”

Wat voor hoop of wensen hebben jullie nog voor jullie partij in dergelijke moeilijke, halvelings onmogelijke omstandigheden?

Willockx: “Ik wens mijn partij geen oppositie toe. Met de uitslag van de verkiezingen zijn we gedoemd om in de regering te stappen. Het is onze verdienste niet dat de PS 37 procent haalde, maar we moeten in Vlaanderen de relais van Di Rupo zijn. Je zult dus mensen nodig hebben in de regering die dat aan de achterban kunnen verkopen. Ik wens mijn partij toe dat we die mensen vinden.

“Als dat lukt, hoop ik dat we bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 onze positie in de centrumsteden kunnen consolideren, en dat we in 2014 eindelijk een wederopstanding kunnen zien. Ik wens mijn partij ook toe dat het nog duurt tot 2014. Ik hoop dat het communautaire gekrakeel wordt doorbroken door een consensus, en dat we vervolgens zoals in de jaren negentig tot een sociale sanering kunnen komen. Ik bedoel: een noodzakelijke sanering van de openbare financiën, maar zonder sociaal bloedbad. En dat is toch een periode waar ik fier op ben: in 1992-1994 heb ik onder Dehaene mijn uiterste best gedaan om de sanering verteerbaar te maken voor ons electoraat, verteerbaar voor de vakbond ook. Goed, de vakbonden hebben betoogd tegen het Globaal Plan, maar de ABVV-leiding van toen - François Janssens, Michel Nollet en Mia De Vits - besefte goed dat er iets moest gebeuren. Ik hoop en denk ook dat Rudy De Leeuw de spontane reflexen van zijn achterban kan overstijgen. Ik ken de Waalse syndicalisten niet, maar als Elio Di Rupo premier wordt, denk ik wel dat ze zullen begrijpen dat er iets moet gebeuren.”

Tobback: “Als er iets is dat de sp.a weer moet opbouwen, is het kennis van zaken. Het gaat niet om zogezegd talent. Kijk eens naar de CD&V, die spartelt omdat ze niet weten wie voorzitter te maken. Heeft de christendemocratie ineens geen talent? Daar gaat het dus niet over. De vraag is: weet de sp.a waar ze naartoe wil met deze samenleving? En op dit ogenblik is het antwoord: neen.

“Gelukkig zijn ze onlangs opnieuw begonnen met de uitbouw van hun studiedienst. Dat is geen nostalgie naar het SEVI van vroeger. Ik hoorde op de radio een CD&V’er zeggen: ‘Vroeger was er onze studiedienst Cepess. Dat is er niet meer’. Dat is een ramp voor de democratie, dat partijen van dag tot dag beslissingen nemen. Het was een slag in mijn gezicht, als oude krokodil, toen ik een maand of zes geleden in De Morgen een hele bladzijde vond van tientallen problemen die opgelost werden dankzij Peeters & Pichal. Ja, zeg, waarvoor dient dat parlement dan nog? Wachten die gewoon tot Peeters & Pichal iets aanbrengt? Wat is dat voor onzin? Inderdaad, ze weten niet meer waar ze naartoe willen met deze samenleving. En dat moet verder gaan dan vage slogans. Dat deze samenleving eerlijk moet zijn, en rechtvaardig, het zal wel. Wie vindt dat niet, op een paar heimelijke egoïsten na?

“N-VA trok veel mensen aan die geen Vlaams-nationalisten zijn, geen conservatieven à la Theodore Dalrymple en Bart De Wever. Wanneer morgen de hype-De Wever voorbij is, en als CD&V doorgaat zoals het nu bezig is, staan er dan socialisten klaar om op dat cruciale moment de rol van Doorbraak of De Batselier-Coppieters over te nemen? Om de christelijke arbeidersbeweging te zeggen: ‘Uw plaats is eigenlijk bij ons’. Als er nu geen ACW’ers beginnen nadenken of het wel zinvol is om CD&V te blijven steunen, dan nooit meer. Dus dringt de vraag zich op: wat hebben we die ACW’ers te bieden? Ja, zeg eens: wat? Ik zou het vandaag niet weten. Dat het ACW geen geloof hecht als vaste politieke partner aan Groen! of de PVDA+, ondanks Tine Van Rompuy, is inmiddels wel duidelijk. Maar waarom zouden zij zich in de gegeven omstandigheden naar de sp.a richten? Dat is geen verwijt naar de partijleiding van vandaag toe, het is een aansporing. Er is één prioriteit voor de sp.a: we moeten weer weten waar we mee bezig zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden