Dinsdag 19/11/2019

De wijze jaren

Nie neute, nie pleuje! Met het overlijden van Walter De Buck en Luc De Vos heeft Gent in 2014 muzikaal gebloed. Maar een halfjaartje later al rechten de Gentenaren hun rug. Het boek 9000 toeren brengt een ode aan vijftig jaar muzikaal leven in de stad van de stroppendragers. Wij wandelden door Gent met het bruisende boek als gids en botsten op memorabele plekken.

Prille rock in een afvalhok

De Watersportbaan

9000 toeren laat zijn Gentse muziekgeschiedenis beginnen met drie jongens die opgroeiden aan de Watersportbaan. Eind jaren vijftig stond daar nog maar één hoog appartementsblok een schitterende toekomst voor de mensheid te verbeelden. Toch was het in de krochten van die toren dat het rock-'n-rollvuur in Gent begon te smeulen, meer bepaald in het 'vuilbakkot' waarin het afval van het hele gebouw via kokers belandde. Daar repeteerden Dan Ellery (de 'Gentse Elvis' of ook wel Jacky Van Poecke) en Jef De Visscher op hun gitaren. Ook gaven ze er hun eerste optredens voor een onverwacht groot publiek: door de kokers was hun prille rock in de hele toren te horen.

Ellery bracht succesvolle singles uit, schuimde bals en feesten af in het hele land - vaak met Will Tura - én in Noord-Frankrijk. Multiple sclerose smoorde zijn carrière in de kiem, maar Ellery bleef actief in de muziek. Jef De Visscher speelde eerst in Ellery's begeleidingsband, later in diverse sixtiesbandjes. In de jaren zeventig mocht hij nippen van de roem met de jazzrockband Kandahar.

De derde 'jongen van de Watersportbaan' is Danny 'Sinclair' Bracke, die met Gus Roan (spilfiguur in de Gentse muziekscene, en vader van John van Arsenal) The Black Fellows vormde. Dat bandje zorgde voor zo veel ambiance dat het er aan het eind van hun shows vaak bovenarms op zat. Een naamsverandering drong zich op: New Inspiration. Met resultaat: de band mocht de Britse zanger Dave Berry (bekend van 'This Strange Effect') begeleiden op zijn Europese tournees.

Roland: van kazerne naar podium

De gevangenis aan de Nieuwe Wandeling

Menig Gentse rocker botste in de loop der jaren met de arm der wet en belandde in het gevang. De typisch Gentse sfeer van milde rebellie waarover burgemeester Termont spreekt in het voorwoord van 9000 toeren is dan ook een vrij recente ontwikkeling. De bekendste muzikale bajesklant moet wel Roland Van Campenhout zijn. Reden? Desertie: kort voor zijn dienstplicht in Zeebrugge erop zat, hield Roland het voor bekeken en nam de tram met zijn dienstwapen in krantenpapier verpakt. De militaire politie had hem snel gevonden nadat hij was gesignaleerd als dronken deserteur met een geladen geweer. Straf? Dood met de kogel - gelukkig omgezet in een paar maanden Nieuwe Wandeling, waarbij Roland overdag mocht werken als metser bij Walter De Buck.

Gevolg op korte termijn: Roland ontdekte de hippiecultuur en alles wat daarrond hing. Gevolg op lange termijn: een jonge gast uit Boom groeide uit tot een van de kleurrijkste Gentse muzikanten - en na de dood van De Buck misschien wel de ziel van de lokale scene. Roland vormt ook zowat de rode draad in 9000 toeren - de redactie van het boek dacht zelfs even 's mans biografie te schrijven en de Gentse muziekgeschiedenis te droppen. Blij dat ze zich hebben bedacht, maar de vraag blijft wel: wie wordt Rolands biograaf?

Hippies schieten wakker

Bij Sint-Jacobs

"Het is dankzij die hippies dat Gent de stad is geworden die zij nu is." Aan het woord is Luc De Vos, en hij heeft het over Walter De Buck. Die organiseerde met zijn bende 'luizigaards' (dixit mama De Vos) in 1970 bij Sint-Jacobs zijn eigen versie van de Gentse Feesten omdat de oorspronkelijke feesten in slaap waren gesukkeld. Voor baardige barden als De Vos en De Buck was er al helemaal geen plaats.

Klein feestje - "Op een wijkbarbecue is er meer volk nu dan toen op Sint-Jacobs", luidt het in het boek - enorme impact. Denk de Feesten weg, en het muziekleven in de stad zou er heel wat schraler uitzien.

Maar De Buck heeft nog meer verdiensten: hij haalde de Vlaamse volksliedjes uit het verdomhoekje waarin ze na de oorlog waren gezet, was een gewaardeerd beeldend kunstenaar, nam tal van sociale initiatieven én is er naar verluidt voor verantwoordelijk dat we tijdens de Gentse Feesten met z'n allen Irish coffees drinken tot de ochtendzon boven de Vlasmarkt onze bleke tronies verbrandt. Schol daarboven, Walter.

Pletsen op je muil

Boudewijnstraat en Kuiperskaai

Beide plekken waren ooit levendige uitgaansbuurten, nu zijn het respectievelijk een rustige woonstraat bij het Sint-Pietersstation en een doorgangsweg om de stad te verlaten.

De Boudewijnstraat had zelfs de reputatie gevaarlijk te zijn: je kon er snel tegen een vuist aanlopen van dronken miliciens en dito motards. Hipste keet daar: discotheek The Shark, waar Zaki Dewaele (vader van de Soulwax/2manydj's-broers Stephen en David) in de sixties zijn eerste plaatjes draaide in het kielzog van de destijds erg populaire deejays van de Engelse piraatzenders. In The Shark zag Zaki voor het eerst ook een apart hok voor de deejay. Is hier de eeuwige strijd tussen platenruiters en rockers ontstaan, vraagt men zich af in 9000 toeren.

In ieder geval, strijd was er genoeg in de Boudewijnstraat, zoals ook de zestienjarige Luc Waegeman twee decennia later mocht ondervinden. Hij belandde er op café omdat hij zijn trein naar huis had gemist, en kreeg er meteen 'pletsen op zijn muil'. Het hield hem niet tegen om later te verhuizen naar Gent en er zowat alles te doen wat je in de rock kunt doen: van roadie over productieassistent tot muzikant, onder meer bij SeXmachines van Danny Mommens. Een en ander leidde tot Kinky Star vzw, de naam waaronder Waegeman een platenlabel runde en een muziekcafé op de Vlasmarkt uitbaatte. Het café is er nog, maar zonder Waegeman, die zich weer op de muziek heeft gestort.

Waar nu auto's de stad uit razen langs het foeilelijke Urbiscomplex, paradeerden en strompelden ooit nachtvogels van allerlei pluimage over straat. Van de jaren zestig tot de late jaren tachtig was de Kuiperskaai het kloppende hart van het Gentse nachtleven, met legio verhalen over legendarische portiers, razzia's van de politie en wilde feesten. Voor de muziekgeschiedenis zijn twee momenten van extra belang. In 1986 trok een deejay uit Rijsel hier de new beat op gang door in Club 55 'Flesh' van A Split Second op 33+1/3 toeren te draaien in plaats van op 45. Er valt veel lelijks te zeggen over new beat, maar het fenomeen heeft wel een dancecultuur in België gecreëerd die tot vandaag doorwerkt. In 1990, tijdens de Gentse Feesten, mochten TLP en Grazzhoppa (samen Rhyme Cut Core) tien dagen lang draaien in diezelfde Club 55: het was zowat het eerste grote wapenfeit van de toen nog vrij prille, maar vandaag des te levendigere Gentse hiphopscene.

Aan dat roemruchte feestverleden langs de Kuiperskaai herinnert nu alleen nog de daar gevestigde DJ School van David Foucquaert (Benoelie, van de Gentse dj-godfathers Mo & Benoelie, nu The Glimmers).

Ondergrondse aardverschuivingen

Reinaertstraat in de Brugse Poort

Dat Nirvana eind 1989 in de volksbuurt Brugse Poort speelde, is genoegzaam bekend - heel muziekminnend Gent was er naar eigen zeggen zelfs bij, terwijl er volgens de meest optimistische schattingen hooguit honderdvijftig man in de Democrazy stond. De club in de Reinaertstraat was lang een van de weinige plekken waar moeilijke en ondergrondse muzikanten hun gang konden gaan én een publiek vonden.

Het bekendst is Democrazy om surf- en garagegroepjes, en doordat gitaarbands als Yo La Tengo, The Melvins, Ween, Jon Spencer Blues Explosion, Blonde Redhead en Grandaddy hier in een vroeg stadium passeerden. Maar ook hiphop, Detroit techno, experimentele jazz à la John Zorn én genreoverschrijdende acts belandden hier heel snel op de draaitafel of het podium. Of dubreggae à la Zion Train, een band waarvoor op een warme avond zoveel publiek kwam opdagen dat Democrazy de deuren moest opengooien. Heel wat extra volk kon zo buiten meedeinen op de bassen.

Dergelijke toestanden in een dichtbevolkte woonbuurt - Faith No More wrong zich ooit met megatourbus door de nauwe straatjes van de Brugse Poort - moesten wel leiden tot een verhuizing. Democrazy trok naar... overal en nergens. Anno 2015 leidt de muziekclub nog altijd een nomadisch bestaan in de stad, zonder eigen zaal. Desondanks - of misschien juist daardoor - houdt Democrazy nog altijd stevig de vinger aan de immer kloppende pols van de underground.

Een gapend gat gevuld met beats

Jachthaven Portus Ganda

Anno 1995 kon je over new beat nog hooguit praten als een jeugdzonde, en was de uitgaansbuurt aan de Kuiperskaai weggevaagd. Tegelijk was de alternatieve rockrevolutie over zijn hoogtepunt - Kurt Cobain had zich een kogel door het hoofd gejaagd. In dat niemandsland bouwden de Gentenaren dan maar een feestje - of liever: drie feestjes. In 1995 vonden de eerste edities plaats van Kozzmozz, 10 Days of Techno én I Love Techno.

Kozzmozz, intussen een bescheiden party-imperium, was een technofuif op een gammele boot in jachthaven Portus Ganda. Aanwezig: zo'n zevenhonderd man. Evenveel volk daagde dat jaar op in de Vooruit, voor de eerste I Love Techno waar Daft Punk optrad voor een loon van... vijfhonderd Franse frank. Moet het nog gezegd dat zowel bezoekersaantallen als artiestengages van I Love Techno in een paar jaar astronomisch zijn verveelvoudigd?

De eerste 10 Days of Techno deed voor de Gentse Feesten van 1995 dan weer wat Walter De Buck deed voor die van 1970: een gapend gat vullen met een nieuw, fris en kleurrijk initiatief. Tien dagen lang beats en bassen in een leegstand pand van de burgerlijke stand, gelegen in het hart van de stad.

10 Days Of Techno is na zijn twintigste editie vorig jaar gestopt, maar het Gentse nachtleven profiteert nog altijd van de impuls die uitgang van dat eerste feestje in 1995 - én van die twee andere uit hun voegen gebarsten beatbacchanalen in datzelfde jaar.

Freejazzkasteel

Gravensteen

Ah, het Gravensteen. Verplichte klasuitstap voor scholen in Gent en wijde omgeving. Met als vast ingrediënt: kleine kindertrauma's in de folterkamer van dat middeleeuwse kasteel.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig kwam de gesel echter van de vrije geluiden die hier tussen de kantelen weerklonken. Boosdoener: een freejazzfestival dat op grote belangstelling kon rekenen in binnen- en buitenland. Namen? Steve Lacy, Jan Garbarek, Peter Brötzmann en Misha Mengelberg. Ook de eerste glimpen van wat toen nog geen wereldmuziek heette maar het wel al was, kon je hier horen. Al hadden de Gentse flikken het niet altijd begrepen op die jazzmuzikanten - en al helemaal niet als zij een andere kleur hadden. De zwarte drummer Sunny Murray werd de nor ingedraaid voor marihuanabezit, en mocht pas optreden na bemiddeling van de gouverneur.

Dertig jaar later klonk in het kasteel opnieuw naar jazz geurende muziek: het crossoverluik van Blue Note Jazz Festival (nu: Gent Jazz) vond hier plaats. Anno 2015 is dat festival het boegbeeld van de jazzstad die Gent is. Van gevestigde zalen als de Vooruit en de Handelsbeurs tot cafeetjes als Hot Club de Gand en El Negocito, waar jazz in al zijn gedaantes te horen is.

Punk in public

Cercle

De punkscene in Gent? Dertig man, misschien. Groot was ze dus niet, invloedrijk des te meer. Nu klinkende namen in cultureel Vlaanderen leefden op dankzij de bevrijding die punk betekende: do it yourself. Vakmanschap? Onzin, alleen vrijheid en creativiteit tellen. Gevestigde waarden? Die zijn er vooral om tegen te pissen.

Johan De Smet, Peter Vermeersch, Kamagurka, Arne Sierens, Gert Dooreman, Gerda Dendooven: niet dat ze met hanenkam en veiligheidsspeld in de neus door Gent banjerden, maar allemaal sloegen ze destijds hun vleugels uit in de slipstream van de punk.

Hét Gentse punkhonk was de Cercle aan de Recolletenlei, voluit: Cercle Artistique et Littéraire, ooit een bastion van de Franstalige bourgeoisie. Kamagurka provoceerde er met zijn Dachau Dollies door seksistische praat uit te slaan. Kunstenaar Danny Devos ging nog een stap verder met Hitler-toespraken, moedwillig kotsen en omgekeerd aan het plafond hangen.

Alles kon, alles mocht in de Gentse punkscene. Naast onzin leverde het vooral een generatie op die zonder oogkleppen naar kunst en muziek keek. En het gaf jonge gasten in de jaren tachtig de moed om toch voor de muziek te gaan, met een eerste belpophausse tot gevolg.

9000 toeren. 50 jaar muziek in Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 29,95 euro. Onder redactie van Katrien Brys, Sven De Potter, Katia Vlerick en De Morgen-medewerker Tim F. Van der Mensbrugghe.

Te koop in de boekhandel en de Gentse platenzaken.

Tijdens Record Store Day, nu zaterdag 18 april, is het uitzonderlijk te koop voor 25 euro.

www.9000toeren.be

Lees meer over Record Store Day op zaterdag 18 april in ons weekendkatern cult.weekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234