Vrijdag 22/01/2021

DE WETENSCHAP IN 2012

Maya's geloven niet in de apocalyps

De actualiteitenrubrieken zullen ons er komend najaar mee doodgooien: de enkelingen die serieus verwachten dat de wereld vlak voor Kerst 2012 vergaat. Of dat door een zondvloed gebeurt, door zonnevuur of zelfs het omvallen van de aarde, daarover verschillen de meningen - maar eraan gaan we. New-ageaanhangers die menen dat op 21/12/12 juist onze harten zich plotseling openen, lijken in de minderheid.

Het begon in de jaren zeventig, met het boek The Mayan Factor van de notoire veelschrijver van spiritualia José Arguëlles. In een pennenstreek: op 21 december 2012 springt de kalender van de Maya's op nul en zal de apocalyps losbarsten.

De oude Maya's zouden vreemd van alle ophef hebben opgekeken. Inderdaad, de meeste archeologen gaan ervan uit dat op 21/12/2012 een zogeheten Bak'tun van de Maya's eindigt, een cyclus van 144.000 dagen. "Maar daarna komt er gewoon weer een cyclus", zegt de Leidse archeoloog Alex Geurds. Conservator Laura Van Broekhoven van het Museum Volkenkunde, ook in Leiden, wijst erop dat er Mayahiërogliefen zijn die verwijzen naar ná 2012. "Eén verwijst er zelfs naar ons jaar 4772. Niets wijst erop dat men dacht dat er in 2012 zoiets als een einde der tijden was."

De ophef draait vooral om 'monument 6' uit de Mayaruïne Tortuguero, een bewerkte steentablet met hiërogliefen. Slechts de laatste daarvan gaan over het tijdstip dat de Maya's 13.0.0.0.0 4 Ajaaw 3 K'ank'in noemden, onze 21 december 2012. Ze zijn slechts gedeeltelijk leesbaar: 'Compleet zal zijn de dertiende Bak'tun... Het zal gebeuren dat gezien wordt de presentatie van (de god) Baluun Yokte' K'uh in...', leest Van Broekhoven voor uit een vertaling. De laatste hiëroglief is onleesbaar.

Van Broekhoven noch Geurds krijgt daarvan de kriebels. "Er is van alle ongeveer vijftienduizend bewaarde teksten maar één die hierover iets zegt", merkt Geurds op. "Dat alleen al geeft aan dat dit tijdstip niet heel erg bij hen leefde." Daarnaast denken sommige archeologen dat de Mayakalender verkeerd is gedateerd en pas afloopt in 2116, 2129, 2257, 2220, 2272 of zelfs 2412. Weer anderen denken dat de kalender al in 1734 of 1752 zou zijn versprongen.

Realistische aanwijzingen dat er een apocalyptische ramp op til is, zijn er evenmin. Zonnevlammen kunnen voor elektromagnetische storingen zorgen, maar niet de aarde opbranden. En omvallen als een tol kan de planeet evenmin. Doemprofeten verwarren het kantelen van de draaiingsas van de aarde met het omslaan van de magnetische polen, een volstrekt ongevaarlijk verschijnsel dat inderdaad zo eens in de 20.000 tot 30.000 jaar plaatsvindt.

En nazaten van de Maya's? Van Broekhoven woonde een jaar in een Mayadorp. "Men repte met geen woord over 2012. De meeste Maya's zijn niet gecharmeerd van het pseudowetenschappelijk gedoe en vinden dat over hun rug bakken geld worden verdiend."

Het jaar van de ruimtetaxi

Als Terry Kilgore over een paar maanden zijn zin krijgt, krijgen inwoners van Virginia een belastingvoordeeltje als ze de ruimte in reizen - na hun dood. De politicus wil burgers van de Amerikaanse staat die hun as de kosmos in laten schieten een aftrekpost gunnen van 8.000 dollar (ruim 6.100 euro). Er zijn twee voorwaarden: de aanvrager moet in Virginia wonen en het heelal in gaan via Wallops Island, waar de staat een lanceerbasis heeft.

Een 'yes' van het parlement zal in 2012 geen exodus op gang brengen. Er zijn nog maar weinig aanbieders van ruimtebegrafenissen en een enkeltje kosmos is prijzig. Celestis Memorial Services in Houston rekent al 3.000 dollar voor een enkele gram as.

Potentiële aardverlaters hoeven niet te wanhopen, want 2012 brengt de droom van een ruimtereis een stapje dichterbij. Virgin Galactic hoopt de eerste bemande vlucht te maken met de SpaceShipTwo, een ruimtetaxi met plaats voor zes passagiers. Als die missie slaagt, wil de onderneming snel zijn eerste klanten naar de rand van de dampkring brengen. Ruim 450 welgestelden hebben al 20.000 dollar vooruitbetaald voor een trip die hun ieder 200.000 dollar kost en 6 minuten gewichtloosheid bezorgt.

Ook voor andere particuliere ruimtevaartbedrijven wordt 2012 een oogstjaar. Afgelopen maand werd bekend dat SpaceX met een van zijn onbemande Dragoncapsules naar het internationale ruimtestation mag vliegen, met dank aan NASA. De Amerikaanse ruimtevaartdienst had aanvankelijk betaald voor een proefvlucht op veilige afstand van het ISS.

Bij NASA staat 5 augustus met grote letters op de kalender. Dan bereikt Curiosity zijn bestemming. De Marsrobot werd eind november met succes de ruimte ingebracht. De satelliet is twee weken geleden al aan het werk gegaan, hoewel hij er pas 32 miljoen van de 567 miljoen kilometer naar de rode planeet op heeft zitten. Een instrument aan boord meet de straling van de zon en andere bronnen in het heelal.

Een andere Marsverkenner keert de komende twee weken terug naar de aarde. De Russische Phobos-Grunt kwam na zijn lancering in november van dit jaar door een weigerachtige motor niet verder dan 300 kilometer van de aarde en tuimelt sindsdien langzaam terug. Waar het 13 ton zware gevaarte zal neerstorten is een groot vraagteken. Virginia, het zou zomaar kunnen.

Jacht op Higgs en supersymmetrie

Eind 2012 hebben we hem, het Higgsdeeltje, en als dat niet zo is, weten we tenminste zeker dat hij niet bestaat. Zegt directeur Frank Linde van het Nikhef-laboratorium. Niet dat hij zich op die mogelijkheid verheugt, geen Higgs. "Er zijn mensen die dat spannender vinden, maar ik ben iemand die graag tot zes cijfers achter de komma eigenschappen van een deeltje bepaalt."

Het Higgsdeeltje, in de jaren zestig bedacht door onder anderen de Schotse theoreticus Peter Higgs, is de sluitsteen van het zogeheten standaardmodel van de deeltjesfysica. Het deeltje hangt samen met een universele tegenwind die elementaire deeltjes hun specifieke massa geeft. Zonder Higgsveld hebben fysici eigenlijk geen idee waarom een deeltje een bepaalde massa heeft. Met wel.

Dat klinkt als een extra hoofdstuk bij een verder solide verhaal. Maar zo zit het niet, zegt Linde. "We hebben in andere metingen al allerlei aanwijzingen dat de Higgs invloed heeft. Als hij er niet is, worden alle oude metingen onbegrijpelijk. Dan kan alles wat we onze studenten nu leren, in de vuilnisbak."

Begin december maakte deeltjeslab CERN na anderhalf jaar meten met de nieuwe LHC-superversneller bekend dat er tekenen zijn dat het gezochte Higgsdeeltje bestaat en mogelijk rond de 125 GeV massa heeft. Tekenen, want het kunnen ook nog gewoon een paar toevallige uitschieters in de metingen zijn. Eind 2012 zijn er naar verwachting viermaal zo veel meetgegevens. En dan, zegt Linde, is de statistiek sterk genoeg om te besluiten dat de Higgs bestaat. "En als we hem dan niet zien, bestaat hij echt niet." Hij bedoelt: dat wordt een chaos. Want een alternatief voor vijftig jaar deeltjestheorie ligt niet voor het oprapen.

Als gezegd: daar gaat Linde niet van uit. Maar intussen knaagt het na anderhalf jaar meten aan de botsende protonen in de LHC-versneller wel degelijk op andere vlakken. Het belangrijkste daarvan is de zogeheten supersymmetrie, een theorie die aangeeft dat deeltjes een soort schaduwpartner hebben. Dat geeft theoretici mogelijkheden om de deeltjeswereld elegant te beschrijven. Het enige probleem is eigenlijk dat er nog geen spoor is gevonden van supersymmetrische deeltjes. Ook niet in de metingen met de LHC-versneller, terwijl velen daar toch wel op hadden gerekend.

Linde wil het woord crisis nog niet horen. Supersymmetrie bij de huidige versnellerenergie is de simpelste variant die theoretici kennen. En het is helemaal niet gezegd dat die variant hout snijdt. Sterker, met een Higgs van rond de 125 GeV zijn er ingewikkelder versies van supersymmetrie die zich eigenlijk eerder opdringen.

Volgens plan gaat de LHC eind 2012 anderhalf jaar uit bedrijf om de magneten in de 27 kilometer lange ondergrondse versnellercirkel te verbeteren. Daarna wordt de botsingsenergie nog eens tweemaal zo hoog als nu. Als er dan nog geen teken is van supersymmetrie, breken er ongemakkelijke tijden aan, zegt Linde.

Toegang tot de waarheid

2012 kan de geschiedenis ingaan als het jaar waarin de manier waarop wetenschappers onderzoek doen voorgoed verandert. Volgend jaar zal het plannen regenen om de uitkomsten van onderzoek betrouwbaarder, beter controleerbaar en beter toegankelijk te maken. Zo studeert onder meer de Europese Unie op plannen om uit onderzoek verkregen ruwe gegevens onder te brengen in openbare data-archieven.

Affaires met frauderende hoogleraren hebben de druk vergroot, maar veel initiatieven stonden al in de steigers, aangezwengeld door de roep om betere controle en meer openheid in het tijdperk van internet en sociale media. De afgelopen jaren werd de wetenschap met enige regelmaat in verlegenheid gebracht door onderzoeksuitkomsten die niet in orde waren, doorgaans doordat de hele onderzoeksmachinerie zich van laboratorium tot vakblad had laten meeslepen door wensdenken, financiële belangen of de drang om te scoren.

Dit kan ook het jaar worden van de open access-vakbladen, gratis wetenschappelijke bladen op internet. Dit jaar beschreven Finse onderzoekers een "zeer snelle groei van open access-publicaties": 30 procent per jaar sinds 2000. De meeste prognoses voorspellen dat het gratis publiceren in of rond 2012 de grens van 10 procent van de totale wetenschappelijke artikelenproductie overschrijdt.

Er hangt meer verandering in de lucht. Steeds vaker zijn van vakgebieden onderzoeksgegevens ondergebracht op een centrale website, eisen patiëntengroepen snelle openbaarmaking van onderzoeksresultaten en openen wetenschappers zelf de gordijnen. Zoals de Canadese microbiologe Rosie Redfield, die uitzoekt of microben echt het element arseen in plaats van fosfor in hun dna kunnen dragen - een aanspraak die eind 2010 tot ophef leidde toen NASA-onderzoekster Felisa Wolfe-Simon beweerde zo'n 'arseenbacterie' in het wild te hebben gevonden. Het grote verschil: in plaats van een labjournaal houdt Redfield een weblog bij.

"Het resultaat is een fascinerend verhaal van ontluikende open wetenschap", oordeelde Nature vorige week. "Redfields blog is een virtuele laboratoriumbespreking geworden, waar wetenschappers uit de hele wereld helpen haar problemen bij het kweken en bestuderen van deze bacteriën op te lossen."

Onderzoeksgegevens stilhouden tot ze eindelijk staan afgedrukt in een wetenschappelijk vaktijdschrift: dat is zó 2011.

Hoe een duif een aap vangt

Breng een handvol chimpansees in een ruimte, met aan het plafond hangend een tros bananen en op de grond ergens een krat. Vrij gauw schuift een van de chimps het krat naar de juiste plek, klimt erop en pakt de bananen. De meeste mensen, ook wetenschappers, zien zoiets als bewijs van intelligentie.

De Amerikaanse psycholoog Robert Epstein publiceerde in 1984 over een herhaling van dit beroemde chimpansee-experiment van de Duitser Wolfgang Köhler, uitgevoerd rond 1920, maar nu met duiven. Die bleken tot hetzelfde kunstje in staat. Zijn duiven soms even intelligent als mensapen, of is er iets anders aan de hand?

Volgens een groeiend aantal cognitiewetenschappers kunnen allerlei vooropgezette ideeën over 'slimheid' van dieren op de helling. Anderhalf decennium geleden bleek al dat kapucijneraapjes er niet in slagen met een stok snoepjes uit een doorzichtige buis met in het midden een valpijp te krijgen, terwijl zij daarvoor alleen vanaf de juiste kant hoeven duwen. Nieuw-Caledonische kraaien lukt zoiets direct, toonde Alex Taylor in 2008 aan.

2011 leverde alweer een keur aan studies die de intellectuele prestaties van niet-apen meer glans geven. Een Japanse kraai, rapporteerde Animal Behaviour, laat een simpele vorm van tellen zien. In Biology Letters verdeelden Vlaamse gaaien twee voedselsoorten over verschillende verstopplekken om rekening te houden met toekomstige voedselbehoefte. Raven, rapporteerden Oostenrijkse en Duitse onderzoekers in Nature, wijzen met hun snavels niet-eetbare objecten aan. Begin december was er de Israëlische studie in Science waarin ratten in kooitjes gevangen soortgenoten bevrijdden, wat lijkt te wijzen op rattenempathie.

Misschien, opperen onderzoekers als de Utrechtse professor gedragsbiologie Johan Bolhuis en Clive Wynne, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Florida in de VS, zit het denken over zogeheten dierpsychologie op een verkeerd spoor. Al bij Charles Darwin ontstond de fout: omdat, zoals Darwin liet zien, mensen en apen evolutionair verwanter zijn dan mensen en raven, moeten haast de geestelijke vermogens van apen meer lijken op die van mensen, en van vogels minder.

De school van Bolhuis en Wynne ziet een intrigerend alternatief voor dit misplaatste 'antropomorfisme': dierenbreinen kunnen net zo goed door evolutie gekneed zijn om tegemoet te komen aan de cognitieve taken die het leven aan hen stelt, en veel minder afhankelijk van de plaats op een soort evolutionaire ladder. Daarbij komt dat weleens vaker intelligent lijkend gedrag kan voortkomen uit combinaties van eenvoudige gedragsregels, zoals onderzoek aantoont.

Het kan nog interessant worden, in 2012. Sneuvelt de aap definitief als bijna-mens, legt de mens het af als maat voor de dieren? Vaststaat: op die vogels moeten we letten.

Ergens breekt de hel weer los

Ook na IJsland en Fukushima blijft het een open vraag waar de volgende oprisping van de aarde zich zal voordoen. Dreigingen zijn er in elk geval genoeg.

In 2009 beefde de grond in het Italiaanse Aquila; 2010 was het jaar van de vulkaan Eyjafjallajökull en dit jaar was het Japan waar de aarde zich roerde. En volgend jaar? "Je hebt gelijk, er is ieder jaar wel iets", zegt geofysicus en aardbevingsexpert Rob Govers van de Universiteit Utrecht. "Maar vooraf kun je er helaas nauwelijks iets over zeggen."

Zeker niet na Japan. Onlangs was Govers op een groot congres voor vakgenoten. "Iedereen was het erover eens: dit kwam als een enorme verrassing. We zijn ons nog steeds aan het afvragen hoe we zoiets hebben kunnen missen."

Vulkanoloog Manfred Bergen intussen wijst op de eveneens nogal onverwachte eruptie van een onderzeese vulkaan bij het Canarische Eiland El Hierro, afgelopen oktober: "Uitbarstingen kun je overal verwachten. Alleen al omdat er ieder jaar gemiddeld zo'n zestig vulkanen uitbarsten."

Voor het grovere aardgeweld kijken wetenschappers met een schuin oog naar the usual suspects, de plaatsen waarvan bekend is dat er iets staat te gebeuren: de grote aardbevingen die dreigen voor Bagdad, Istanbul en Tokio; de dreigende vulkanen van IJsland en natuurlijk de Vesuvius in Italië. "Maar bedenk", waarschuwt Govers, "dat het ook nog vele tientallen jaren kan duren voor zoiets gebeurt."

En nee, de kans op een aardbeving bij Tokio of een nieuwe vulkaanuitbarsting op IJsland is na de rampen van de afgelopen tijd niet groter of kleiner geworden, zeggen de experts in koor. "Voor zover we kunnen zien is het niet zo dat IJsland actiever is geworden. Geologisch gezien zijn de erupties van dit jaar en vorig jaar meer toeval dan een trend", zegt Van Bergen. "Fukushima lijkt niet een opmaat voor Tokio", vertelt Govers intussen. "En de kans is ook niet kleiner geworden. Hij moet gewoon nog een keertje komen."

De tijd werkt in het voordeel: wetenschappers zijn druk doende een nieuwe generatie waarschuwingssystemen op te tuigen, zoals satellieten die bodemveranderingen tot op de centimeter nauwkeurig kunnen waarnemen en - nieuw in de strijd tegen de ingewanden van de aarde - gps-zenders op de zeebodem.

Of die op tijd zijn voor de volgende ontlading van aards geweld is echter nog maar de vraag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234