Maandag 21/10/2019

De westerse wereld is een strijdtoneel

De Schotse professor Niall Ferguson zit zelden verlegen om een controversiële uitspraak. In The War of the World haalt hij een aantal gangbare stellingen over de westerse wereld in de twintigste eeuw onderuit. Met wisselend succes overigens.

Door Hans Muys

Terwijl hier te lande een overdosis spontaneïteit en enthousiasme nog al te vaak vaak volstaat om dankzij de televisie uit te groeien tot een Bekende Burger wordt in Engeland soms iets meer verwacht. Want ook bij ons bekende tv-koks als Jamie en Nigella mogen dan in de eerste plaats vlot en charismatisch zijn, ze kennen ook hun vak. Hetzelfde geldt voor een hier nog niet ontgonnen categorie beeldbuisbekenden: de populistische historici die geschiedenisles geven via vaak zeer goed gemaakte programma's.

Dat de Schot Niall Ferguson binnen dat selecte gezelschap een belangrijke plaats inneemt, is niet verrassend. Als hoogleraar die pendelt tussen Harvard en Oxford en als schrijver van succesvolle boeken beschikt hij over indrukwekkende adelbrieven. Daarnaast is hij vlot, ziet hij er niet slecht uit en - denk aan de kijkcijfers - kun je met hem zeker zijn van omstreden en dus spraakmakende stellingen. Zo schrijft hij in Pity of War dat Duitsland in 1914 een defensieve oorlog voerde, waarvoor de echte verantwoordelijkheid lag bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Verder stelt hij dat een Duitse overwinning in die Grote Oorlog een zegen zou zijn geweest voor Europa. In Empire vindt hij het Britse wereldrijkrijk onder koningin Victoria een goede zaak en in Colossus betreurt hij dat de Amerikanen psychologisch niet in staat blijken om dat Britse voorbeeld te volgen.

Nu is er The War of the World, oorspronkelijk bedoeld als een vervolg op Pity of War, als een boek over de Tweede Wereldoorlog dus, maar uitgegroeid tot een aan een tv-reeks gekoppeld project dat terugblikt op de door massaal bloedvergieten gekenmerkte twintigste eeuw. En het zal vriend noch vijand verbazen dat Ferguson een aantal alom aanvaarde stellingen afbreekt. Want de Tweede Wereldoorlog begon volgens het Schotse enfant terrible niet in 1939, met de Duitse inval in Polen, maar al in 1937, toen het Japanse leger China binnenviel. En eigenlijk ging het niet om één oorlog, maar om een 'vijftigjarig conflict', dat begon toen Japan in 1904 het Russische tsarenrijk vernederde en eindigde in 1953, toen de wapens zwegen in Korea.

Na dat te hebben rechtgezet buigt Ferguson zich over de vraag waarom het dodental zo hoog was - volgens zijn berekening tussen de 167 en 188 miljoen mensen - in een periode die werd gekenmerkt door positieve ontwikkelingen. Zo waren er de spectaculaire stijging van het bnp, medische en hygiënische doorbraken, die zorgden voor een hogere levensverwachting en steeds meer vrije tijd.

Ferguson is niet de eerste historicus die die vraag opwerpt, maar hij wijst wel de gangbare antwoorden af. De economische recessie van de jaren twintig en dertig? Die was wereldwijd, zo schrijft Ferguson, terwijl alleen Duitsland het nazisme omhelsde. De klassentegenstellingen? Volgens de Schotse prof waren etnische conflicten zeker niet allemaal even belangrijk. Ook de rol van het nationalisme, van de botsende ideologieën en zelfs van de technologische doorbraken, die doden zoveel efficiënter maakten, verklaren volgens Ferguson niet alles.

In plaats daarvan legt hij de klemtoon op drie elementen die onderling zijn verbonden. Hij wijst op de spanningen tussen etnische groepen, vooral op plaatsen waar aan het begin van de 20ste eeuw verregaande assimilatie bestond, nadat het idee van biologisch verschillende rassen opgang begon te maken. De daaruit voortvloeiende spanningen vonden een voedingsbodem in het woelig economische klimaat. Niet alleen in de Grote Crisis, maar vooral in de onzekerheid door de voortdurende schommelingen in de economische situatie, van hausse naar depressie en terug. En ze kwamen vooral tot uitbarsting in gebieden waar de wereldrijken instortten die aan het begin van de 20ste eeuw nog dominant waren. De regio tussen de Oostzee, de Balkan en de Zwarte Zee bijvoorbeeld, waar de rijken van de Ottomanen, de Habsburgers, Hohenzollerns en Romanovs elkaar ontmoeten. En het deel van het Verre Oosten waar Korea en Mantsjoerije liggen.

Bij het uitwerken van die drievoudige stelling is Ferguson op zijn indrukwekkendst als hij zich buigt over het meest gruwelijke voorbeeld van etnische conflict, de Jodenvervolging, de Holocaust, die zich "vooral onderscheidde doordat ze werd uitgevoerd door een regime dat beschikte over alle mogelijkheden van een geïndustrialiseerde economie en een goed opgeleide gemeenschap".

Naast dat schoolvoorbeeld van analytische geschiedschrijving biedt The War of the World ook heel wat voer voor de fans van debunking, van Fergusons heel eigen, controversiële kijk op gebeurtenissen. Zo stelt hij dat "de oorlog tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland evenzeer de fout was van de westerse landen, en van Polen, als van Hitler". Dat sluit mooi aan bij zijn analyse van de schuldvraag over de Eerste Wereldoorlog. Die westerse geallieerden krijgen er ook stevig van langs, wegens de manier waarop ook zij zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden en wegens hun goedkeuring in Potsdam van wat hij "vergeldende etnische schoonmaak" noemt: de deportatie van miljoenen Duitsers uit Oost-Europa na 1945. Boeiend zijn ook de randgegevens die Ferguson en zijn legertje researchers hebben opgegraven, zoals het feit dat Hitlers strijdmacht niet altijd zo puur Arisch was als je zou verwachten. Want "in februari 1943 bestond één divisie uit Albanese en Bosnische moslims, die op hun fez het SS-logo droegen en die baden onder leiding van regimentele imans".

Dat is Ferguson op zijn best. Maar of dit boek "de Everest van mijn loopbaan is", zoals hij zelf zegt, is toch niet zo zeker. Niet zozeer omdat hij vaak teruggrijpt naar eerder door hem beklommen en zeker even indrukwekkende bergen als Empire of House of Rotschild. Zelfs niet omdat War of the World soms erg nadrukkelijk lijkt te lonken naar oplage- en kijkcijfers. Dat hij zijn boek begint op 11 september 1901 bijvoorbeeld heeft geen enkele relevantie, maar doet de lezer onvermijdelijk denken aan 'onze' 9/11. En het verband dat hij legt tussen zijn titel en de (bijna) gelijknamige sciencefictionklassieker van H.G. Wells lijkt ook vooral te zijn ingegeven door de bijbehorende tv-reeks. Het meest storend is echter is dat de auteur zichzelf soms tegenspreekt. Bijvoorbeeld als hij de vaststelling waarmee hij het boek inleidt, namelijk dat er nog nooit zo'n bloedig tijdperk is geweest als de vorige (halve)eeuw, in de appendix bijstuurt door te wijzen op 'statistische verwarring' en op eerdere slachtpartijen. Daarbij herinnert hij er trouwens aan dat in Congo ten tijde van Leopold II "mogelijk een vijfde van de bevolking omkwam".

Paradoxaal is op het eerste gezicht ook dat hij zijn 'eeuw' nadrukkelijk afsluit in 1953, om vervolgens toch nog in te gaan op wat er gebeurde tijdens de Koude Oorlog en na de val van de Muur. Maar dat had hij nodig om te kunnen afsluiten met een tweede provocatieve thesis: dat de 20ste eeuw, in tegenstelling tot wat algemeen wordt gezegd, niet het 'tijdperk van het Westen', vooral dan van de Verenigde Staten, was maar juist het einde van die overheersing inluidde. En dat voert hem dan weer naadloos van het verleden naar een toekomst die, als we niet uitkijken, opnieuw zal aantonen dat de geschiedenis de neiging heeft zich te herhalen. De opkomst van China als (voorlopig economische) supermacht, de migratiegolven en de demografische trends in Europa en de moslimwereld herinneren Ferguson aan de achtergronden van de bloedige 20ste eeuw. Wat hem brengt tot de waarschuwing: "We zullen een nieuwe eeuw van conflicten alleen vermijden als we de krachten begrijpen die de vorige hebben veroorzaakt- de duistere machten die uit economische crisis etnische conflicten en imperiale rivaliteit kunnen distilleren".

Daarmee is de cirkel gesloten en heeft Niall Ferguson opnieuw een boek afgeleverd dat vaak bewondering afdwingt door de manier waarop hij economische, politieke en financiële elementen weet te combineren, dat soms irriteert door zijn hang naar provocatie, maar dat altijd boeit.

Niall Ferguson

The War of the World, History's Age of Hatred

Allen Lane, Londen, 589 p., 17,50 euro

Ferguson dwingt vaak bewondering af maar evenzeer irriteert hij door zijn hang naar provocatie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234