Woensdag 20/10/2021

De wereldorde van Bush II

Vandaag is het feest in Washington: George W. Bush II mag zijn gestolen kroon opzetten. Maar de feestroes is gedempt. Slechts 40 procent van de Amerikanen heeft vertrouwen in de eerste nieuwe president van deze eeuw en ook in het buitenland maakt men zich zorgen. De voorbije honderd jaar was er geen president die zo onervaren was, zo weinig wist over en belangstelling had voor de rest van de wereld.

Tom Ronse

'Onze Quincy', zo werd de kersverse president onlangs liefkozend genoemd door zijn vader. Dat was een allusie op Quincy Adams, Amerika's zesde president, de enige andere presidentszoon die in zijn vaders voetsporen trad. Maar George Walker Bush is geen John Quincy Adams. Deze laatste had een lange politieke carrière achter de rug - hij was onder meer minister van Buitenlandse Zaken geweest - voor hij naar het Witte Huis verhuisde. Hij stond bekend als een leergierige intellectueel, de Al Gore van zijn tijd. George W. Bush daarentegen heeft de reputatie intellectueel lui te zijn. Hij leest geen dikke dossiers, hoogstens samenvattingen. Hij weet alles over baseball maar keek niet-begrijpend toen hem een vraag werd gesteld over de Taliban.

Wat zijn ervaring betreft, is er zijn zakencarrière, gekenmerkt door opeenvolgende mislukkingen, die hij telkens overleefde dankzij de naam en de connecties van zijn vader, tot hij succes oogstte als spreekbuis van een baseballteam waar hij ook aandeelhouder van was. Zijn politieke staat van dienst beperkt zich tot zes jaar gouverneurschap in Texas, een staat met een grondwet die de gouverneur weinig macht geeft. Hard werken was zijn stijl niet. Als laatste op het kantoor, als eerste er weer uit en tussenin menig uurtje zoet maken met computerspelletjes, het hield hem jong. Een beslissing nemen over één executie kostte hem gemiddeld een kwartier.

Wat zijn zijn kwalificaties als president? Die vraag werd onlangs nog gesteld aan zijn vice-president Dick Cheney, de man die door velen wordt beschouwd als de stuurman van het schip dat Bush als boegbeeld heeft. Denk aan wat hij gepresteerd heeft, zei Cheney met de pijnlijke grimas die zijn gezicht zelden verlaat: "Hij won de Republikeinse nominatie en versloeg een zittende vice-president in een periode van grote voorspoed. Niemand anders deed dat. Dat is de test."

Daar klopt wel iets van. George W. mag dan intellectueel lui zijn, een domoor is hij niet. Tijdens de verkiezingen bewees hij een sluwheid te bezitten, een tactisch inzicht en het vermogen om zichzelf bij tijden een harde discipline op te leggen. Maar hij slaagde niet zonder hulp in de test. En dan hebben we het niet eens over de reddende hand die de opperrechters hem toestaken toen Florida, en meteen ook het Witte Huis, hem dreigde te ontglippen. Zelden kreeg een nieuwe kandidaat zoveel hulp van zijn partij als Bush, die door het Republikeinse establishment al gekroond was nog voor de voorverkiezingen begonnen. En nooit kreeg een kandidaat zulke massa's geld, vooral van de bedrijfswereld.

Die steun dankte hij, net als al de rest, aan zijn vader, die in 1992 met 38 procent van de stemmen de verkiezingen verloor maar wiens populariteit na de Clinton-schandalen steeg tot meer dan 70 procent. In de Republikeinse partij kwam er een golf van nostalgie op gang naar Bush I, wiens fouten waren vergeven en vergeten zodat slechts het imago van waardige gentleman overbleef, zo scherp contrasterend met slick Willie. Die nostalgie stuwde zijn zoon en naamgenoot naar de nominatie, niet zozeer als een politieke kandidaat dan als een erfgenaam. Geen wonder dat de nieuwe Amerikaanse regering gedomineerd wordt door vertrouwde gezichten, oud-gedienden van Bush I, die blaken van zelfvertrouwen en een gevoel uitstralen van 'We're back where we belong', de natuurlijk orde der dingen is hersteld.

De politieke commentator Kevin Phillips noemt het een 'restauratie', naar analogie met de restauratie van de Stuart-dynastie in het zeventiende-eeuwse Engeland en van de Bourbons in het begin van de negentiende eeuw in Frankrijk. Na de excessen van de Cromwells in het eerste geval en van Robespierre en Napoleon in het tweede "verkozen de politieke elites in beide landen de terugkeer van een onervaren kroonprins", schrijft Phillips. En in beide gevallen bleek de nieuwe vorst arrogant, lui, intellectueel onbegaafd, allemaal adjectieven die ook op Bush II van toepassing lijken. En juist omdat ze op het losse zand der nostalgie berustte, werd de restauratie in beide gevallen een mislukking. Het duurde niet lang of de Stuarts en de Bourbons werden er weer uitgetrapt en Phillips voorspelt dezelfde faliekante afloop voor de Bush-dynastie.

Maar wat valt er in Washington te restaureren, behalve het verbod op buitenechtelijke seks in het ovale kantoor? Bill Clinton heeft zich in grote lijnen als een voorbeeldige Republikein gedragen. Zijn voornaamste verwezenlijkingen op binnenlands vlak (de eliminatie van het begrotingstekort, een escalatie in de strijd tegen misdaad en drugs, een hervorming van de openbare bijstand die het recht op bijstand afschafte) waren allemaal Republikeinse prioriteiten en Clinton heeft er meer van terechtgebracht dan zijn Republikeinse voorgangers. Hetzelfde geldt voor zijn agressieve vrijhandelspolitiek: Clinton deed hetzelfde als Bush senior maar met meer resultaten. Op de rest van zijn buitenlandse beleid heeft het nieuwe Bush-team hopen kritiek: Clinton liet zich op sleeptouw nemen door de polls, hij gebruikte het Amerikaanse leger als een ambulance die bij het minste internationale brandje moest uitrukken, enzovoort. Maar terwijl die kritiek nauw aansluit bij het publieke sentiment, bij het groeiende gevoel dat het bestrijden van humanitaire rampen voor de VS een hopeloze taak is, dat al die tragedies ver van ons bed zijn, is het niet duidelijk wat het Bush-team anders zou hebben gedaan.

Dan is er nog het vooruitzicht van een 'culturele restauratie'. Maar ook op dit vlak gaat het meer over stijl dan inhoud. Want Clinton was al lang voor de moraalridders van rechts door de knieën gegaan. Hij ontsloeg het hoofd van zijn gezondheidsdienst omdat zij suggereerde dat masturbatie geen zonde was en keurde het goed dat er jaarlijks 100 miljoen dollar wordt uitgegeven aan kuisheidpropaganda in de scholen, ruim drie keer meer dan wat er aan aids-preventie wordt besteed. Natuurlijk eist Christian Right nu haar beloning voor bewezen diensten. Zij krijgt haar justitieminister maar verder wordt van haar verwacht dat ze niet te veel kabaal maakt, om de fragiele basis van de Bush-regering niet te doen wankelen. Diegenen onder hen die grote veranderingen verwachten zoals een criminalisering van abortus, zullen zwaar teleurgesteld worden. De nieuwe regering heeft absoluut geen appetijt voor een culturele oorlog. Ze wordt niet gedomineerd door ideologen maar door zakenlui die wel weten dat een cultureel conflict zelden goed is voor business.

Bill Clinton was goed voor business. Onder zijn bewind werden er fabelachtige winsten gemaakt. Arm bleef arm maar rijk werd veel rijker, zowel in de VS als globaal. De Bush-regering hoeft dus geen ingrijpende veranderingen door te voeren. "Marginale verandering zal het devies zijn van deze regering", voorspelt Bush-insider Marshall Wittman van het conservatieve Hudson Institute. "Dit is een behoudsgezinde regering die de belangen van de bedrijfswereld zal behartigen." Verwacht wel accentverschuivingen. Spilfiguren in de regering stonden eerder aan het hoofd van multinationals in de olie-, aluminium- en defensie-industrie. Verwacht dus een forse stijging van de militaire bestellingen en meer vrijheid voor bedrijven om milieubelangen te negeren.

Maar verandering komt niet altijd van binnenuit, vaak wordt ze opgedrongen. Clinton heeft buitengewoon veel geluk gehad. Net toen hij aan de macht kwam, begon de Amerikaanse economie aan een spectaculaire heropleving. Die verzachtte de sociale problemen en gaf hem de middelen om zijn successen te realiseren. Bush zou wel eens brute pech kunnen hebben. De hoogconjunctuur is in ademnood, de vraag lijkt alleen nog hoe hard de landing zal zijn. Een forse recessie zou de plannen van de nieuwe regering danig in de war schoppen. Op binnenlands vlak zouden de desastreuze implicaties van Clintons sociaal beleid pijnlijk zichtbaar worden. De miljoenen ex-bijstandtrekkers die in de voorbije jaren werk vonden, zouden als eersten weer op straat staan, nu echter zonder recht op bijstand. De begrotingsoverschotten zouden wegsmelten zodat zelfs maar een gedeeltelijke uitvoering van Bush' belastingverlagingsplan weer tekorten zou creëren. Die zouden er sowieso komen als de regering zich gedwongen zou zien tot meeruitgaven om de recessie in te dijken. Het zou ironisch zijn maar niet echt verbazend als uitgerekend een Republikeinse regering zich weer tot Keynes zou bekeren.

Vermits een groot deel van de wereld afhankelijk is van de Amerikaanse markt zou een Amerikaanse recessie een nieuwe globale financiële crisis onvermijdelijk maken. En dat terwijl de wonden van de vorige nog niet zijn dichtgegroeid. Hoe zou Bush op zo'n crisis reageren? Ook die vraag werd hem tijdens een debat gesteld. Zijn antwoord kwam erop neer dat hij Alan Greenspan en andere wijzen om raad zou vragen en dan wel zou zien. Dat had de melkboer ook kunnen bedenken. Hoe actief ze zich zou inzetten om een financiële crisis te stelpen ondanks bezwaren van isolationisten in haar eigen partij, dat is een van de grootste open vragen over de nieuwe regering.

Zo'n crisis zou ook olie gooien op smeulende regionale conflicten. Wat dat betreft, is het Bush-team wel duidelijk: reken niet op ons. Verwacht van Amerika geen deelname meer aan vredesmissies, hoogstens logistieke steun. Alleen als er vitale Amerikaanse belangen op het spel staan, zal de Amerikaanse oorlogsmachine nog in actie schieten en dan wel met overweldigende macht. Hoe die theorie in praktijk zal functioneren, valt nog af te wachten. Intussen wil de nieuwe regering honderden miljarden uitgeven aan een ruimteschild dat Amerika ongenaakbaar moet maken voor onrust en oorlog in de rest van de wereld, hoe gevaarlijk Europa en anderen dat ook vinden.

Het is die combinatie - de tendens om zijn eigen gang te gaan, om zich van de problemen van de rest van de wereld af te keren, om zich veilig te wanen achter zijn ruimteschild, om aan Europa en Rusland te zeggen: 'Het bevalt je niet? dat is dan jammer voor jou' - die Amerika's bondgenoten ongerust maakt. Ze reflecteert de mentaliteit van Amerika's superrijken die op het verval in de binnensteden reageren door zich een kogelvrije limousine te kopen en een elektronisch beveiligde muur te bouwen rond hun villa.

Tom Ronse is correspondent van De Morgen in New York.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234