Dinsdag 28/06/2022

De wereldkampioenen van de twintigste eeuw

'Ik ben de sterkste schaker uit de geschiedenis, zelfs sterker dan Bobby Fischer. Dat komt niet omdat ik meer talent heb dan Bobby, wel doordat ik bij mijn voorbereiding beschik over krachtige computers', aldus Gary Kasparov, de nummer één van de schaakwereld op het einde van het vorige millennium. We zetten het nieuwe millennium in met een korte terugblik op de prestaties en het karakter van de 20ste-eeuwse wereldkampioenen.

Van onze medewerker

Wouter Janssens

De Duitser Emanuel Lasker (1868-1941) wordt in 1894 de tweede wereldkampioen schaken door Wilhelm Steinitz te verslaan. Lasker beschouwt zichzelf als een filosoof. Wiskunde (hij is de uitvinder van de priemgetallen!) en schaken zijn slechts zijn broodwinning. Lasker ziet het schaakspel als een strijd, niet tussen witte en zwarte stukken, maar tussen twee mensen. Vaak kiest hij niet de beste, maar de op één of twee na sterkste zet, omdat die voor zijn tegenstander het vervelendst is. Een pragmaticus, diepzinnig, ideeënrijk, uiterst slagvaardig en onovertroffen in tweesnijdende stellingen. Gedurende 27 jaar blijft Lasker wereldkampioen, de langste regeerperiode in de recente schaakgeschiedenis.

Pas in 1921 neemt de diplomaat José Raúl Capablanca (1888-1942) de scepter over. In zijn jeugd ontpopt de Cubaan zich tot een wonderkind. Zijn intuïtieve spel straalt eenvoud uit. Hij is een echte verdedigingskunstenaar, met een ongelooflijk goede neus voor gevaar. In zijn beste jaren geldt Capablanca als onoverwinnelijk, een schaakmachine. Tussen 10 februari 1916 en 21 maart 1924 verliest hij geen enkele keer. Hij is een gentleman, uiterst succesvol bij het schone geslacht.

Zijn opvolger, de Russische Fransman Alexander Aljechin (1892-1946), is bezeten van het schaakspel, dat hij als een kunst beschouwt. Aljechin is een harde werker, een combinatie- en aanvalsvirtuoos, maar ook een opportunist van het zuiverste water (in het nazi-tijdperk laat hij zich ertoe bewegen om anti-joodse pamfletten te schrijven). Zijn stijl wordt gekenmerkt door een ongebreidelde fantasie en een unieke dynamiek. Aljechins rijk duurt van 1927 tot aan zijn dood in 1946, met een onderbreking van twee jaar.

De Nederlander Max Euwe (1901-1981) verovert de schaakkroon in 1935, maar moet haar in 1937 teruggeven aan Aljechin. Euwe is een amateur, een wiskundeleraar. Een analytische geest en wetenschappelijke systematiek brengen hem aan de top. De schaakwereld dankt aan hem een hele reeks boeken met grote didactische waarde. Euwe geldt als de meest gedreven voorzitter van de wereldschaakbond Fide, die in 1924 in Parijs wordt opgericht.

Na de Tweede Wereldoorlog leggen de staatsamateurs van het sovjetimperium beslag op de schaaktroon. In 1948 wint de elektrotechnisch ingenieur Michaïl Botvinnik (1911-1995) een matchtoernooi om het wereldkampioenschap onder auspiciën van de Fide. De ascetische, hard werkende Botvinnik legt een ijzeren zelfdiscipline aan de dag. Hij is een groot strateeg; zijn bijdrage aan de schaaktheorie is nauwelijks te overschatten. Hoewel verscheidene van zijn landgenoten zich geregeld minstens zijn evenknie tonen, regeert Botvinnik tot 1963, met twee korte onderbrekingen.

Van 1957 tot 1958 is Vassily Smyslov (1921) wereldkampioen, een interregnum van nog geen twee jaar. Smyslov is behalve schaker ook musicus, operazanger. "Harmonie" is zijn levensmotto. Zijn stijl is krachtig, doelgericht, robuust en toch elegant.

Michaïl Tal (1936-1992) verschijnt als een komeet aan de schaakhemel. Als 24-jarige onttroont hij in 1960 Botvinnik met ongehoord onstuimig spel, maar al één jaar later herovert 'der Alte' zijn titel. Tals handelsmerk is het onverwachte, halsbrekende stukoffer dat de stelling van de tegenstander openrijt en beide partijen een overvloed aan problemen bezorgt. Een tovenaar, een combinatiegenie, maar ook een zeer geliefd mens. Uitgerekend de duivelskunstenaar Michaïl Tal bezit het record van de langste reeks schaakpartijen zonder nederlaag: gedurende 86 partijen, van 15 juli 1972 tot 26 april 1973, blijft hij ongeslagen.

In 1963 bemachtigt Tigran Petrosjan (1929-1984) de schaakkroon. Een briljant strateeg, die als een tijger, taai, geduldig en met een benijdenswaardige onverstoorbaarheid zijn stukken subtiel naar de beste velden dirigeert en aanvallers langzaam maar zeker uitschakelt.

De tiende wereldkampioen is de extraverte Boris Spassky (1937) in 1969. Net als zijn voorganger is Spassky niet erg vlijtig, maar wel vindingrijk, dynamisch, praktisch en onbevangen. Een levensgenieter, een teddybeer.

Selfmade man Robert James Fischer (1943) doorbreekt in 1972 de verstikkende sovjethegemonie. De Amerikaanse schaakkoning is grillig, excentriek, maar bezit een glasheldere schaakstijl. Als geen ander is 'Bobby' doordrongen van de wil om te winnen. Zijn eerzucht gaat gepaard met de hoogste mate van professionaliteit. Tot zijn idee van professionaliteit behoren ook riante honoraria en eersteklas toernooiomstandigheden.

Anatoli Karpov (1951) krijgt in 1975 de wereldtitel in de schoot geworden, omdat Fischer zich terugtrekt uit de schaakwereld. Karpovs eenvoud herinnert aan Capablanca. Hoewel hij risico's vermijdt, is hij ook een verbeten vechter, een echte speler. Karpov heeft 149 toernooioverwinningen op zijn naam staan, een duizelingwekkend record.

In 1985 is het de beurt aan de flamboyante Gary Kasparov (1963), die aan een verbeterde versie van Aljechin doet denken: onvoorstelbaar goed voorbereid, ondernemend, vermetel, creatief, hyperdynamish, met een ontembaar temperament, opportunistisch en heerszuchtig.

Tijdens Kasparovs regeerperiode brokkelt de macht en geloofwaardigheid van de steeds corruptere wereldschaakbond af. In 1993 komt het tot een schisma: Kasparov is het niet eens met de Fide en gaat zijn eigen weg. Karpov wordt opnieuw Fide-wereldkampioen. In 1997 verliest Kasparov in onmenselijke voorwaarden een match tegen schaakcomputer Deeper Blue. IBM weigert een revancheduel.

In afwezigheid van onder meer Kasparov en Karpov wint de Rus Alexander Chalifman (1966) in 1999 het wereldkampioenschap nieuwe stijl: korte minimatches met rechtstreekse uitschakeling. Aan de heroïsche tweekampen tussen wereldkampioen en uitdager komt voorlopig een einde.

WIT: Kf5, Dc3, Lc1.

ZWART: Kf8, Da2, Pg1, Ph1, pie5, h6, h4. 1. La3+ ! (1.Lxh6+ ? Kg8 2. Dc8+ Kh7; 1. Dc8+ ? Kg7 2. D-7 Df7+; 1. Dc5+ ? Kg8 2. Dc8+ Kg7 ; 1. Db4+ ? Kg7 2. Dg4+ Kf7 3. Dg6+ Ke7 zijn slechts remise.) 1. _ Kg8 ! (Kg7 2. Dxe5+) 2. Dc8+ Kh7 3. Dc7+ ! (3. Dd7+ ? Kh8 4. D-8+ Dg8 =) 3. _ Kg8 4. Dd8+ Kh7 ! (Kg7 5. Lf8+ ! Kg8 6. Ld6+ en zwart gaat mat.) 5. De7+ Kg8 6. De8+ Kh7 7. Dg6+ Kh8 8. Dxh6+ Kg8 9. Dg5+ Kh7(8) 10. Dxh4+ Kg7 11. Df6+ Kh7 12. De7+ Kg8 (Kh6 ? ? 13. Lc1+ Kh5 14. Dh7 mat.) 13. Dd8+ Kh7 ! 14. Dc7+ Kg8 15. Db8+ en nu zijn er twee takken :

A) 15. _ Kh7 16. Db7+ Kg8 17. Da8+ ! Kh7 (Kg7 ? ? 18. Lf8+ met damewinst, de bedoeling van de ganse opzet !) 18. Dxh1+ (Wit kan dit paard alleen met schaak slaan als de pionnen op h4 en h6 opgeruimd zijn !) Kg8(7) (Ph3 19. Dxh3+ Kg- 20. Dg3+ Kh8 21. Kf6 !, hoewel ook 21. Dxe5+ wint.) 19. Dxg1+ Kh8 20. Kf6 ! ! Dg8 21. Dh1+ ! Dh7 22. Da8+ Dg8 23. Lf8! (De fraaie slotpointe, de zwarte koning loopt mat, bijvoorbeeld :) 23. _ e4 24. Lg7+ Kh7 25. Dxe4 mat.

B) 15. _ Kg7 16. Dxe5+ ! (15. Df8+ ? Kh7 leidt slechts tot een perpetuum mobile.) 16. _ f(h)7 17. Dc7+ Kg8 18. Db8+ Kh7 19. Db7+ Kg8 20. Da8+ Kh7 21. Dxh1+ Ph3 ! (Kg- gaat over naar tak A. Het vervolg is een sublieme aristocraat!) 22. Dxh3+ Kg8 23. Dg3+ Kh7 ! 24. Dc7+ (24. Kf6 ? werkt niet meer na het opruimen van de pion op e5 : Da1+ 25. Kf7 Df1+ of 25. Lb2 Da6+ enz.) 24. _ Kg8 25. Db8+ Kg7 (Kh7 26. Db7+ Kg8 27. Da8+ Kh7 28. Dh1+ Kg- 29. Dg1+ Kh8 30. Kf6! enz.) 26. Lb2+ ! Kf7 27. Db7+ Ke8 28. Kf6 ! (En wééér wint deze zet!) 28. _ Kd8 29. Ld4 ! ! (Vermijdt 29. Kg7 ? De6 30. Lf6+ Ke8 31. Db5+ Dd7+ ! Na de tekstzet kan zwart alle schaak- en matvelden dekken, edoch:) 29. ... Dc4 30. Lb6+ Ke8 31. De7 mat. Wie dit niet mooi vindt, verbrande het schaakbord!

Morphy - Harrwitz (1858)

Wit: Kg1, De2, Tf2, Th5, Pf5, pia2, b2, d5, g2, h3.

Zwart: Kh8, De8, Tc5, Tg6, Le7, pia6, b7, d6, e5, h7.

Wit speelt en wint.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234