Vrijdag 28/02/2020

'De wereld verander je niet, maar misschien wel wat levens'

en anekdote om mee te beginnen. Toen Niels Destadsbader 's nachts op de terugweg van opnamen in Nazareth doodmoe een ongeval had, was de eerste zin van de politieagent: "Moh, van De Kampioenen hè." En de laatste: "Heb je geen foto voor mijn kinderen?" Nu lacht hij erom: "Spijtig genoeg zaten die foto's in mijn wagen die net perte totale was afgevoerd."

Waarom die anekdote? Omdat Niels Destadsbader voor iedere leeftijd een huid lijkt te hebben. Voor Jules, een jongen van negen, is hij voetballer bij KV Mechelen. Dat komt door Ketnetprogramma Karrewiet, dat vorig jaar op 1 april de transfer van hun wrapper Destadsbader naar de eersteklasseclub meldde. Dat kwam dan weer door zijn rol als Ronaldinho in FC De Kampioenen. Rol die hem dus zelfs bij de politie bekendmaakte. Zeg maar bij de volwassenen. Daarvoor: Suske (van Wiske) gespeeld in de theatershow De Circusbaron. Dan een hoofdrol in jeugdserie Amika. Nu is hij Dagmar in de Ketnet-telenovelle De elfenheuvel.

Nog iets? Allez dan: hij was ooit finalist in Steracteur, sterartiest. "Vooral dat heeft veel gedaan", vertelt hij. "Vrijdagavond op tv, goed voor 1,2 miljoen kijkers. Maar zelf zit je weken in die studio en besef je niet wat er aan de gang is. Ik herinner me alleen nog het verschil. De dag van de eerste uitzending moest ik nog iets in mijn auto halen, maar de security liet me niet opnieuw binnen. Jaja, dat zeggen ze allemaal dat ze hier meedoen, dat idee. Een paar weken later stond het op diezelfde plek vol mensen die mijn naam schreeuwden."

Of we naar Kortrijk konden komen, had zijn manager gevraagd. Dat is dicht bij Deerlijk. Kortrijk lijkt op maandagavond op Hasselt. Het is doods. Lege straten. In Restaurant & Tea Room Quattro waar we afspreken, zal de hele avond maar één tafeltje bezet blijven: dat van ons. Maar eerlijk is eerlijk, ze zijn speciaal open gebleven.

Grappig is hoe West-Vlaams hij zijn steak met frieten bestelt, later nog een dame blanche. Maar hoe verzorgd zijn Nederlands is als hij over India begint. Van 26 tot 30 december was hij er. Al moest hij eigenlijk klaar zijn voor Congo. "Wanneer ben je klaar voor zo'n reis", herhaalt hij de vraag. "Ik was nog nooit buiten Europa geweest. Ik kom uit Deerlijk, een klein dorp, uit een typisch Vlaams gezin dat op zondagavond naar Witse kijkt. Van een carrière in Amerika droom ik niet. Wat zou ik daar kunnen gaan doen? Ooit wil ik er wel eens op reis. Maar nu? Toen ik naar Gent ging om te studeren, leek dat al een andere wereld."

Maar Kinshasa dus. Dat was het plan van de Damiaanactie. "Ik had veel opgezocht op internet, had met mensen gepraat die er geweest waren en had mijn Franse woordenboeken al in mijn koffer gestopt. Maar door de onrust na de presidentsverkiezingen durfden ze het risico niet te nemen en op het laatste moment werd het dus India. Eerlijk: ik was een klein beetje ontgoocheld. Maar toen ik in de luchthaven van Chennai kwam, was dat al voorbij."

Waarom de Damiaanactie precies hém vroeg? En waarom hij aanvaardde? De erfenis is immers beladen. Enkele jaren terug was Eddy Merckx ambassadeur van de ngo die zich, vooral bekend door de jaarlijkse stiftenverkoop, in zeventien landen inzet voor de strijd tegen tbc en lepra. Daarna: Brahim, Jef Vermassen en Herman - Marcske van De Kampioenen - Verbruggen. Nu dus Niels Destadsbader. "Ik heb er even over nagedacht. Om de twee weken krijg je de vraag om peter te worden of het gezicht te zijn van een goed doel. Ooit vroeg een man me zelfs voor een benefiet voor zijn overreden hond. Zijn poot was verbrijzeld en een operatie kostte veel geld. Dat heb ik zelfs gedaan, omdat ik gecharmeerd was van de echtheid en de eerlijkheid. Maar je kunt niet alles aanvaarden. Ik wil erin geloven en ik wil een meerwaarde kunnen bieden. Dus vroeg ik: waarom ik? Ze wilden iemand die bij een breed publiek bekend was, maar vooral hun voorwaarde overtuigde me. Ze wilden dat ik naar één van hun projecten ging. Dat vond ik oké. Alleen maar praten over iets dat je niet kent, is de foute intentie."

Chennai, wij kennen het beter als Madras. Wie nooit in India was, kent die wereld niet. Wie er wel was, zegt vaak hetzelfde: een cultuurshock. Niels Destadsbader kreeg die niet op de luchthaven, maar al heel snel wel in de krottenwijken van Salem. Op die vuilnisbelt dus. "Ik wist dat dat op het programma stond, maar wat is dat? Als ik daarover vertel, zegt iedereen: 'Amai, en we drinken nog een pintje.' Zoals je in de krant over een auto-ongeval leest, je draait de bladzijde om en kijk: we zitten al aan de sport. Daar is het anders. Op die gigantische vuilnisbelt wonen mensen. Liggen en leven kinderen, die tussen het afval plastic flessen zoeken, die ze inruilen voor wat geld. Ik had zelfs niet de indruk dat ze ongelukkig waren. Ik zag de tristesse, maar zij kennen alleen dat. En de stank. Hier stinkt niks. Hier heeft iets hooguit een slechte geur. Na anderhalf uur op die plek snoot ik in de auto mijn neus: alles zag zwart. Daar kun je alleen maar tbc krijgen, denk ik."

Stond je versteld?

"Ik kwam mezelf tegen, ja. Ik ben wel emotioneel, maar dat zal ik niet snel tonen in het bijzijn van mensen die ik niet ken. Daar kon ik niet anders. Op bezoek in een leprakolonie zag ik plots een man zonder voeten, zonder handen, blind en verminkt. Rond hem cirkelden vliegen. En hij stootte zijn kom met eten omver. Hij kon het niet zien, hij kon het niet vastnemen, hij kon ook niet gaan staan. De honden begonnen het op te eten. Als iemand me dat hier zou vertellen, dan zou ik denken: overdreven. Maar ik heb het wel gezien."

Wat denk je dan? Dit is uitzichtloos, want er is geen beginnen aan?

"(knikt) Ik moet daar niet hypocriet over doen, dat heb ik inderdaad wel gedacht. Waar begin je aan? Ze tonen je Arun, een jongen met een klauwhand, die door Damiaanactie geopereerd is en uit de miserie is geholpen. Goed, maar zo lopen er miljoenen kinderen rond. Maar niks doen, zou ook een optie zijn. En dan is niemand geholpen. Wellicht komt er nooit een einde aan alle ellende en Damiaanactie zal de wereld niet veranderen. Maar gelukkig wel het leven van veel mensen."

De diepte komt uit mensen. Arun, bijvoorbeeld. "Hij liet me zijn huis zien en zei plots: 'Kijk nu goed.' Hij stak het licht aan. Vond hij fantastisch, en hij dacht wellicht dat ik dat ook ongelooflijk zou vinden. Natuurlijk deed ik alsof. Wanneer ben je arm, wanneer ben je rijk? Bij ons is dat als je een mooie auto hebt, bij hen als je een koe hebt."

Een ander gezicht: Jerina. Verminkt door lepra. "De dokter vroeg me of ik haar wilde helpen verzorgen. Dat deed ik zonder nadenken. Als ik die beelden nu zie, kan ik dat amper zelf geloven. Toon ik ze, dan kijken mensen weg. Maar ginder gaf ik die vrouw een hand. Dat alleen al was heel bijzonder. Normaal gezien word je verstoten als je lepra hebt. (glimlacht) Ze leek wel op slag verliefd op me, enkel omdat ik haar een hand gaf.

"Die leprakolonie heeft diepe indruk gemaakt op me. Daar ligt het cliché van de lach en de traan voor het rapen. De dokter, die er al 42 jaar werkt, zei: 'In al die jaren heb ik die mensen nog nooit zien lachen. Jij bent erin geslaagd.' Ik leerde ze om mijn single 'Hou je me vast' in het Nederlands te zingen en plotseling kwamen ze los. Heel raar hoor. Ik deed teken om in de handen te klappen, maar die mensen hebben geen handen. Naar iemand stak ik mijn duim op, hij had geen duim. Heel dubbel was dat. Er was een man die maar riep: 'We love God, thank God.' Hoe kun je God nu dankbaar zijn als je eruit ziet zoals die mensen? Toch is het zo. Zelf ben ik niet gelovig, maar als die mensen daar steun uit halen, dan heb ik daar respect voor."

Weet je nog hoe alles begon, allebei nog puur en zo jong.

Leven op de wolken in het licht van de zon, even leek het of alles kon.

Tot alle tegenwind eindeloos op ons gericht, de schaduw wierp op het licht.

Het is de eerste strofe van de single die Niels Destadsbader schreef voor Damiaanactie. Voor hij naar India vertrok. De opbrengst ervan gaat rechtstreeks naar de pot. Op 22 april loopt hij in Antwerpen ook nog een marathon voor het goede doel. Hij gaat in scholen vertellen. Op tv. En volgende zondag speelt hij in de Gentse Capitole.

Zou die single anders klinken als hij hem nu zou schrijven? Na dat bad van ellende? Of anders: hoe lang blijft de relativering van de economische crisis in Europa als je dat gezien hebt? "Mijn show in de Capitole zal anders zijn. Omdat ik nu een verhaal ga kunnen vertellen. Dus je neemt dit zeker mee. Maar tot op een bepaalde hoogte. Onlangs had ik een vriend een bon voor de sauna cadeau gedaan en we gingen toen ik terug was uit India. Toen we in het bubbelbad zaten, vroeg hij of we iets zouden drinken. Toen voelde ik me echt schuldig."

Hij stapte niet uit het bubbelbad. Dat niet. "Ik ben er wel zeker van dat ik zorgzamer ga leven. En spaarzamer. Herman Verbruggen, die in Bangladesh was, vertelde me dat hij daarna echt anders was gaan denken. Maar ik ben pas 23, dat is een leeftijd waarop je nog niet zo relativeert. Dan gá je nog. En een mooie auto zie ik nog altijd graag. Ik ben een kind van mijn achtergrond, gezin en omgeving. Dan zijn er dromen die je koestert. Maar ik zal me wel minder snel druk maken en daarom was het misschien wel een goed moment. Alles is heel snel gegaan voor mij en dan sta je te weinig stil bij alle kansen die je hebt gekregen. Of... (denkt even na) Ik had vijf jaar een relatie en toen dat stopte, was dat een zeer zware ontgoocheling voor me. Maar in India was ik bij Jerina. Dat meisje zal nooit een man vinden, want dat ze lepra had, is zoveel als een vloek. Dat is iets anders."

Hij vertelt er nog iets over: "Soms doe ik iets voor Make-A-Wish (een organisatie die de droom van kinderen met een levensbedreigende ziekte helpt te realiseren, RVP). Op een dag kwam een blond meisje van zes naar de opnamen van Amika. De hele dag droeg ik haar mee op mijn arm, toonde haar alles, ik vond haar super. Toen vroeg ze me wanneer het uitgezonden zou worden. Over een paar maanden, zei ik. Dan zal ik het niet meer kunnen zien, antwoordde ze. En twee weken later is ze inderdaad overleden. Dat was een ferme slag."

Op de vuilnisbelt van Salem leerde hij kinderen beatboxen en duimworstelen. "Ze kennen Bollywood, ook al hebben ze amper een huis, een tv hebben ze wel. Maar die acteurs komen daar nooit", zegt hij. "Dat een 'acteur uit België' kwam, vonden ze heerlijk. Ik heb hen maar niet gezegd hoe groot België is. Als ik bij de VRT de verkeerde gang in ga, zit ik bij de RTBF. Daar kent niemand me."

Maar in dat opkijken herkent hij zichzelf. Destadsbader was een jaar of zes toen hij Jacques Vermeire in een zaalshow zag. "Los van het feit wat hij bracht, vond ik het straf dat iemand alleen zoiets kon teweegbrengen. Een héle zaal aan het lachen krijgen. Een week later spraken ze daar nog over in Deerlijk. Toen wilde ik ook op een podium staan. Op alle familiefeesten speelde ik een sketch van Jacques Vermeire. Later kwam de bewondering voor Koen Wauters, Bart Peeters en Marcel Vanthilt erbij. Mijn ouders hadden geen achtergrond in die wereld. Mijn papa is kinesist en mijn mama nachtverpleegster. Maar ze steunden me wel. Van toen ik zes was, volgde ik al dictie. Op die leeftijd was dat, als West-Vlaming, toch belangrijk. Ik mocht later woordkunst/drama doen in Gent."

Nochtans beschermd. Dat hij als kind niet echt op de ellende van de wereld werd gewezen, wijdt hij daar aan: "Ik denk dat ze me ervoor behoedden. Als ik zelf kinderen had, zou ik dat nu misschien ook doen. Toen ik naar Gent ging, kwamen ze de eerste dagen zelfs mee. Maar ze gaven me wel de kansen. Vandaag zijn ze wel trots, denk ik. Zoals ze ook trots zijn op mijn broer die in tweede provinciale voetbalt. En terecht. Dat is net zoveel om trots op te zijn."

Hij voetbalde zelf ook. "Tot ik vijftien was bij Harelbeke, we speelden nog de finale van de Beker van België. Maar wellicht is aan mij niet het grootste talent verloren gegaan. Ik had er uiteindelijk ook geen tijd meer voor. Voetballen, tennisles, tekenschool, later voordracht aan de academie en dictie. Je moet kiezen."

Nog eens: 23 pas. Dat is nog pril. En toch zijn de kinderen van zijn eigen jeugdidolen nu al fan van hem. Dat verhaal heeft twee anekdotes. "Twee jaar geleden werd ik uitgenodigd op het Gala van de Gouden Schoen. Mijn broer ging en we zaten elkaar voortdurend te porren: kijk daar, Vital Borkelmans, het brommerke. En toen kwam Borkelmans naar mij: 'Mijn dochter is zot van u.' En op een dag stond Jacques Vermeire op de set van De Kampioenen. Een tijdje voordien had Joepie me geïnterviewd en gevraagd wie mijn grote idool was. Jacques Vermeire dus. Plotseling zag ik hem binnenkomen. Hij gaf iedereen een hand, ik durfde vanuit mijn ooghoeken amper kijken. Toen stond hij bij mij: 'Mijn dochter leest de Joepie.' Ik wist meteen hoe laat het was en het brak het ijs. Met mijn uitspraak had hij veel punten gescoord bij zijn dochter."

Hoe behoed je je zelf voor de valkuilen van de roem als je nog zo jong bent?

"Na de humaniora deed ik ingangsexamen aan het conservatorium in Gent en Antwerpen. Dat ging telkens in twee fasen. En twee keer ging het op dezelfde manier: in de eerste ronde was ik erdoor en in de tweede viel ik af. Ik was altijd heel zelfverzekerd en ambitieus en ik had er geen moment rekening mee gehouden dat het níét zou lukken. Mijn hele wereld stortte dus in. Ze zeiden: doe wat audities en kom volgend jaar terug. De eerste zes maanden heb ik sportschoenen verkocht, héél graag trouwens, dan deed ik audities voor Suske en Wiske en ik had het.

"Waarom vertel ik dat nu? Omdat me dat heel erg met beide voeten op de grond zette. En ik had het geluk hele lieve ouders te hebben. Als ik nu bij Ketnet jonge mensen zie die ook die kansen krijgen, voel ik al snel of ze een omgeving hebben die standvastig is. Als ik dat niet had gehad, dan was het niet goed gekomen. Later heb ik veel met mensen als Jaak Van Assche, Tuur Deweert en Marijn Devalck gepraat, die mannen hebben alles meegemaakt. Dat is heel belangrijk. Ik besef dat ik veel kansen heb gekregen, maar ik besef ook dat veel mensen ze niet krijgen. Mensen die ook talent hebben, hoor. Natuurlijk moet je durven meedoen aan Steracteur, sterartiest. En zulke kansen moet je nemen. Maar je moet ook het geluk hebben ze te krijgen."

Hier drinkt hij een glas wijn. Maar, als voorbeeld, zal hij in de buurt van kinderen geen alcohol drinken. Roken doet hij sowieso niet. "Een collega die het onlangs wel deed, zei me: hier zit ik niet in mijn rol. Ik denk daar anders over. Natuurlijk moet je kunnen leven. Maar toch. Ik heb het al meegemaakt hoor, dat ik een pint drink en dat verderop iemand met zijn gsm een foto staat te maken. Hoe ga je daar mee om? Hetzelfde met gasten van mijn leeftijd die me wat komen uitdagen op café. Soms wil ik hun ongelijk bewijzen, maar je kunt zo hard je best doen dat het fout kan uitdraaien. Je leert ook. Als ik vroeger voor een stoplicht stond en iemand daagde me uit zo snel mogelijk weg te rijden, dan deed ik dat wel eens. Nu niet meer.

"Er zijn ook mensen die graag doen alsof ze je níét kennen. Wat kan. Maar toch. (lacht) Mijn vrienden vonden het wel cool dat ik meespeelde met De Kampioenen. Dat is toch iets dat heel Vlaanderen blijkbaar beroerde. Net zoals Sinterklaas. Onlangs mocht ik de grote intrede mee presenteren. Met mensen als Lucas Van den Eynde, Els Dottermans en Adriaan Van den Hoof. En Jan Decleir natuurlijk. Ik ben er zéker van dat die niet weet wie ik ben en dat is ook helemaal niet erg. Maar hij gaf me wel een hand. Ik durfde echt niks te zeggen. Jan is ook voor mij de enige echte Sinterklaas, hè."

Op het bandje van dit gesprek klinkt op de achtergrond plots 'Someone Like You'. In de roes van het gesprek niet op gelet, al was de vraag even voordien wel of hij nu meer helden heeft dan Jacques Vermeire en Bart Peeters. Bijvoorbeeld Adele. "Neen", had hij geantwoord. "Het is nu veel cooler om te zeggen dat je Selah Sue geweldig vindt, maar veel mensen kunnen geen drie nummers van haar opnoemen. Op een man als Jacques Vermeire ben ik nog altijd fier. Hij krijgt soms kritiek op wat hij nu doet, maar mijn respect is er niet minder op. Omdat hij mij aangezet heeft dingen te doen die ik zelf niet dacht te doen. In De generatieshow zag ik van dichtbij hoe Bart Peeters werkte. Voor elke opname was hij anderhalf uur te vroeg, elke keer opnieuw maakte hij er een punt van eerst de mannen van het geluid en het licht goedendag te zeggen. Chapeau. Als je dat op jonge leeftijd ziet, blijf je wel met je voeten op de grond."

Maar er is toch ambitie?

"Ik zou heel graag een goede presentator worden. Als ik er ooit klaar voor ben. En dat kan enkel door hard te werken. Ik volg nog altijd dictielessen en zanglessen, omdat ik zeer goed weet dat ik niet de meest getalenteerde ben. De mensen waar ik mee op het conservatorium had gezeten, studeren nu af. Op hen heb ik nu een voorsprong, maar als ik blijf stilstaan ben ik die kwijt.

"Maar als het morgen stopt, dan doe ik toch gewoon iets anders. Ik durf te denken dat ik nog andere dingen graag kan doen, dat er andere dingen zijn waar ik goed in ben. Wat ik nu doe, ligt dicht bij mij. Maar ik was niet minder gelukkig toen ik schoenen verkocht."

De enorme parking in het centrum van Kortrijk is nu nog leger. Onderweg naar de auto vertelt Destadsbader over zijn naam. "Geen idee waar het van komt, er zijn er in Vlaanderen maar een dikke dertig. Iedereen vraagt wel altijd hetzelfde: zijde gij van de bouwfirma? Die heet Stadsbader. Neen dus. Het gekke is wel dat er nog een Niels Destadsbader is. Net als ik in Kortrijk geboren én in 1988. Ik heb de man nog nooit ontmoet, maar het intrigeert me wel. Zelf zit ik niet op Facebook, behalve met een fanpage. Maar hij wel. Kreeg zo veel reacties dat hij ermee moest stoppen omdat hij niet de echte is. Terwijl hij dat net zo goed is. Ik zou wel eens willen weten hoe hij tegenover mij staat. Ik kan me voorstellen dat je zot wordt als je dat elke dag moet uitleggen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234