Maandag 25/10/2021

De wereld van Leonardo da Vinci

Daar staat hij dan, de universele mens van Leonardo da Vinci. Niet als logo van een uitzendbureau of op de voorpagina van een wetenschappelijk tijdschrift, maar in zijn volle glorie, een achttal meter hoog. Bijna vijfhonderd jaar na zijn dood diende Leonardo's beroemde studie van de Vitruvische Man de kunstenaar Mario Ceroli tot inspiratie voor 'De Man van Vinci', blikvanger van het geheel vernieuwde Museo Leonardino in Vinci.

Dat we dat nooit eerder beseft hebben. Leonardo heeft zijn naam gewoon van het dorpje waar hij geboren is: Vinci, zo'n 30 kilometer ten westen van Firenze. Niet letterlijk, de familie da Vinci (soms ook Da Vinci) was al sinds de 13de eeuw prominent aanwezig in het kasteelstadje - Leonardo's overgrootvader mocht zich zelfs een tijdlang kanselier en ambassadeur van de Florentijnse republiek noemen - maar het was in elk geval hier, in Vinci en omgeving, dat de grote schilder, beeldhouwer, ziener, architect, uitvinder, alchemist, muzikant en wetenschapper opgroeide. Hoewel Leonardo ook een symbolische betekenis uit zijn naam puurde, zoals al zijn werken barsten van de symboliek. De naam Vinci zou afkomstig zijn van het woord dat de biezen aanduidt die groeien op de oevers van een plaatselijk riviertje, de Vincio, en die in Toscane geweven en gevlochten worden. Leonardo identificeerde zich met die in elkaar verstrengelde 'vinci', tekende vaak ingewikkelde knopenconstructies, soms heuse visuele puzzels en verwerkte ze als details in werken als de Mona Lisa en Dame met Hermelijn. Toch niet zo gewoon dus, die naam.

Leonardo's ouders waren niet gehuwd. Een paar maanden na zijn geboorte trouwde moeder Caterina met een vriend van vader Piero da Vinci, maar Leonardo werd geaccepteerd als een liefdeskind, niet als de vrucht van zonde. Een schoolse opleiding was nochtans niet voor hem weggelegd, daar in Anchiano, even buiten Vinci, waar Leonardo de eerste jaren van zijn leven doorbracht in het gezelschap van zijn vader. Het 'Casa Natale di Leonardo' is de eerste stop voor wie in de voetsporen van het genie wil treden, een landhuis dat tot vandaag omringd wordt door het glooiende Toscaanse landschap. Wijn, olie, honing, bloem: daar draaide het leven om in de kleine gemeenschap en ook vandaag nog probeert een man verse honing te slijten aan de schaarse toeristen die hier voorbijkomen. Die zijn echter vooral bekoord door de geuren en kleuren van de natuur en zoeken daarna bij voorkeur de koele luwte van het geboortehuis op, waar een bescheiden maar interessante expositie van reproducties van Leonardo's werken loopt.

In en rond Vinci stonden destijds liefst zestien romaanse kerken. De bruisende kunstcentra Pistoia (vandaag de vaalste van alle Toscaanse steden) en Empoli waren vlakbij, en naar verluidt was Leonardo gefascineerd door mechanica en landbouwtechnologie, maar het was pas in 1469 dat hij al die invloeden artistiek begon te uiten. In dat jaar werd Leonardo da Vinci aangenomen als leerling in het atelier van de grote Florentijnse beeldhouwer Andrea del Verrocchio. Volgens de 16de-eeuwse biograaf Giorgio Vasari was de kunstenaar zwaar onder de indruk van de 'buitengewone' tekeningen die vader da Vinci hem bezorgd had en het was daar en dan dat Leonardo op 17-jarige leeftijd begon met 'de uitoefening van alle kunsten waarin ontwerp een rol speelt', hoewel hij zichzelf altijd in de eerste plaats een schilder zou blijven noemen. In het legendarische atelier van Verrocchio, tegelijk goudsmid, 'meester van het perspectief', beeldhouwer, houtsnijder, schilder, muzikant en aannemer, werkten toen enkele van de beroemdste kunstenaars uit de Renaissance (Botticelli, Perugino). Firenze was het kloppende hart van de nieuwe tijden, de plaats waar de tradities van het christendom verweven werden met humanistische, classicistische en oosterse invloeden. Recent historisch onderzoek suggereert zelfs een geheim verband tussen al die culturen, een verborgen bron van kennis, door de tijden heen bewaard en gecultiveerd door een groep van uitverkoren wijzen, Tempeliers, Rozenkruisers, waarvan Leonardo da Vinci rond 1500 een belangrijke leider zou zijn geweest. Talloze occultisten en magiërs hadden hun toevlucht gezocht in de stad en da Vinci's voornaamste beschermheren, de familie de Medici, heersers over Firenze, moedigden de belangstelling voor de verboden wetenschappen nog aan.

Van die spirituele en intellectuele opwinding is vandaag in de straten van Firenze nog maar weinig te merken. Eindeloze stromen toeristen bewegen zich dagelijks heen en weer tussen de Piazza del Duomo, de Piazza Santa Croce en de Galleria degli Uffizi. Echt drummen is het op de leermarkt aan de Via Porta Rossa en bij de winkels in de Via Por Santa Maria, die uitgeeft op de nog altijd onweerstaanbare Ponte Vecchio. Alle bars, cafés en restaurants zitten afgeladen vol, hoe slecht de overal geserveerde Italiaanse junk ook vaak mag smaken. Zou dit de toekomst zijn zoals Leonardo die zich in de Renaissance voorstelde, de artistieke erkenning door de massa's van de constructies die hij zelf zozeer bewonderde, de machtige dom, de mysterieuze octagonale doopkapel of het deftige Palazzo Vecchio? Misschien had de meester toch iets meer verwacht van de mensheid dan het driftig en onvermijdelijk oppervlakkig consumeren van al die kunst. Natuurlijk kan je 's nachts, als alle toeristen weer vertrokken zijn, nog altijd dromerig ronddolen in de middeleeuwse straten en steegjes. Uiteraard moet het hier heel bijzonder wonen geweest zijn, Dante's huis om de hoek, de Bibliotheca Laurenziana in de buurt. De vestibule van de bibliotheek werd trouwens ontworpen door Leonardo en herbergt naast enkele van zijn eigen manuscripten ook oude teksten van Petrarca en Vergilius. Zelfs Leonardo moet al zijn bedenkingen gehad hebben bij de in middelmaat gedrenkte grootheidswaan die sommige bestuurders in zijn tijd schijnbaar tentoon spreidden. Zo is de Piazza della Signoria in de loop der jaren uitgegroeid tot een heus openluchtmuseum en maakt vooral de Neptunus-fontein op de meeste bezoekers nogal wat indruk. Niet zo op Leonardo da Vinci, die naar verluidt verschillende keren verzucht zou hebben dat al dat prachtige marmer op ontoelaatbare wijze verprutst zou zijn.

De eerste Florentijnse periode van Leonardo duurde tot 1482. Zijn schilderwerk evolueerde in die tijd van de nog onevenwichtige maar toch al hoogst intrigerende 'Boodschap aan Maria' (sinds 1867 eigendom van de Uffizi-galerie) naar de magistrale maar jammer genoeg nooit afgewerkte 'Aanbidding der Wijzen', volgens ingewijden een revolutionair humanistisch manifest, volgens mensen die nog meer ingewijd zijn een overtuigende demonstratie van Leonardo's betrokkenheid bij de mystieke Priorij van Sion, de geestelijke erfgenamen van de Tempelridders. Weinig duidelijkheid bestaat er ook over de betichting van sodomie, vermeld in een gerechtsdocument uit 1476, die de indruk zou versterken dat Leonardo da Vinci homoseksueel was, een indruk die gewekt wordt door talloze vermeldingen van, grappen over en verwijzingen naar hechte vriendschappen tussen mannen. Leonardo was ook nooit getrouwd en benoemde twee jonge studenten tot zijn erfgenamen. Blijkbaar maakte hij van zijn seksuele voorkeur niet echt een geheim, maar zelfs in die situatie achtten de geschiedschrijvers het gegeven te onbelangrijk (of te schokkend?) om het na te gaan, laat staan neer te schrijven.

In diezelfde periode zette Leonardo da Vinci ook zijn eerste technische schetsen op papier, tekeningen van toestellen en machines die de wereld pas eeuwen later een nieuw aanschijn zouden aangeven. Hij deed daarvoor een beroep op de meest uiteenlopende bronnen van kennis, documenten uit de oudheid, middeleeuwse ontdekkingen, Toscaanse ingenieurs en hechtte tijdens het ontwerpen net zo veel belang aan de esthetiek als aan de doeltreffendheid van de apparaten. Wetenschap en schoonheid sloten in Leonardo's wereldbeeld elkaar niet uit, integendeel zelfs. De universele mens maakt geen onderscheid tussen empirisch onderzoek en esthetische verzuchtingen, tussen lichaam en geest, tussen feitenkennis en occulte zoektochten. Hoe mooi zo'n wereld van universele wijsheid er zou kunnen uitzien, mag blijken uit de prachtige verzameling modellen in het Museo Leonardino, hoog op de centrale heuvel van Vinci. Perfect gemaakt zijn ze, precies volgens de schetsen en notities van de meester zelf. Op het gelijkvloers staan de militaire tuigen, allerhande constructietoestellen (om te heffen, te meten, te slijpen...) en wetenschappelijke apparaten (de perspectograaf). Op de eerste verdieping zien we hoe Leonardo da Vinci het tijdperk van de verhoogde mobiliteit aankondigt. Met de reusachtige houten vleugels zal wel nooit gevlogen kunnen worden, maar het prachtige amfibievoertuig, de al even mooie auto met zelfaandrijving, 'Leonardo's automobiel', en de onmiskenbare voorloper van de fiets, demonstreren op levensgrote schaal de kracht van de ontwerpen van Leonardo, die zelf te vroeg geboren werd om ze ook te kunnen verwezenlijken.

Vinci is, veel meer dan Firenze eigenlijk, een waardige getuige van Leonardo's genie, een plaats waar zijn denken nog aanzet tot doen. Naast de tentoonstelling van Leonardo's machines en uitvindingen loopt hier ook een permanente expositie over de evolutie van de wetenschap tussen de 13de en de 20ste eeuw, kan de bezoeker terecht in een gespecialiseerde videotheek en sinds 1996 zelfs in een 'multimedia-laboratorium'. De Bibliotheca Leonardino is het ultieme documentatiecentrum voor iedereen die de man nog beter wil leren kennen, met fascimiles van al zijn teksten en tekeningen, gedrukte uitgaven van al zijn werk en ruim 300 studies, gemaakt sinds 1910. Al die kamers, zalen en gebouwen zijn ondergebracht in het oude, volledige gerestaureerde kasteel van Vinci, een schitterend complex, vanop afstand een middeleeuwse vesting, binnenin een voorbeeld van toeristische infrastructuur. Met een gezellig terrasje natuurlijk en een souvenirwinkel die voor een keer absoluut de moeite waard is. Voor de boeken, maar ook voor de t-shirts en de talloze Leonardo-parafernalia, allemaal even geinspireerd en smaakvol vorm gegeven. Zo zou ik altijd wel toerist willen zijn. Overigens vindt in Vinci ieder jaar een uitvindersbeurs plaats en ook daar zal de beroemdste inwoner van het dorp vanuit de hemel wellicht welwillend op toekijken.

In 1482 vertrok Leonardo da Vinci naar Milaan, officieel als ambassadeur van de Florentijnse kunsten, maar ook fel aangetrokken door de militaire uitstraling van het moderne hertogdom. Leonardo stelde zichzelf schriftelijk voor aan de regent (Ludovico Sforza, bijgenaamd Il Moro) als een expert in de krijgskunsten en maakte zijn plannen bekend voor de constructie en ontwikkeling van 'bruggen en overdekte wegen, geheime tunnels, methodes om eender welke vesting te vernietigen, veilige, overdekte voertuigen, kanonnen, mortieren en andere wonderbaarlijk doeltreffende machines...' De visioenen van da Vinci konden Il Moro blijkbaar toch niet overtuigen, want er werd hem niet meteen een plaats aangeboden in de hertogelijke entourage. In afwachting van meer erkenning en opdrachten (Leonardo was tot z'n verbazing niet uitgenodigd door de paus om samen met andere vooraanstaande schilders uit Firenze in het Vaticaan te komen werken) keerde hij zich naar een oude liefde, de muziek. Leonardo da Vinci zou zelf een uitmuntend lierspeler geweest zijn, maar staat toch vooral bekend als uitvinder van talloze instrumenten en theatermachines. Die schijnbare tegenstelling tussen militaire (industriële) idealen en verheven kunst is Milaan altijd blijven kenmerken. Aan de buitenkant is de hoofdstad van Lombardije lelijk en onpersoonlijk, een onoverzichtelijk complex van ringwegen, veel te brede straten, lelijke randgemeenten, fabrieken en wolkenkrabbers. Nergens in Italië zijn de mensen zo welvarend als hier, nergens gaat het leven sneller, nergens is dit land zo onpersoonlijk. Dit is Berlusconi City. Maar Milaan is toch ook een metropool van mode en design, van kunst en muziek en richt de blik op de toekomst, zoals ook Leonardo da Vinci die vorm trachtte te geven. Het was in Milaan dat hij zijn vele talenten perfectioneerde en te gelde kon maken. Hij richtte een atelier in, nam een aantal jonge medewerkers in dienst (waaronder ene Giulio Tedesco, een Duitse mechanicien) en maakte al gauw naam met enkele nu legendarische beelden, fresco's ('Het Laatste Avondmaal', in het klooster van Santa Maria delle Grazie) en schilderijen. Hij schreef een lange reeks verhandelingen over alle ideeën, dromen, experimenten, ontwerpen en projecten waar hij mee bezig was. Hij ontwikkelde een haast utopisch vernieuwingsplan voor Milaan, een voorafspiegeling van de futuristische steden die je vandaag vaak aantreft in stripverhalen, waar kunst, wetenschap en industrie harmonieus samengaan. Waarbij ieder gebouw, elke constructie een reflectie was van het menselijk lichaam en dus van het hele universum. Die gedachte keerde overal terug bij Leonardo da Vinci, of hij nu muziek schreef of machines ontwierp, landkaarten of kathedralen tekende, een vliegtuig probeerde te bouwen of een kanon uittestte. Zijn hele leven streefde hij naar de ideale verhoudingen, naar de verzoening van alle natuurwetten, naar de uiteindelijke opheffing van alle grenzen tussen dromen, denken en doen.

De beroemde schets van de menselijke lichaamsverhoudingen (gemaakt rond 1490) is veruit de bekendste uiting van die zucht naar volmaaktheid. De tekening verwijst rechtstreeks naar de geschriften van de Romeinse architect Vitruvius (1ste eeuw voor Christus), met de cirkel als absolute geometrische waarde en de navel als 'omphalos', volgens de oude Grieken het centrum van de wereld. In Vinci kijkt hij, de homo universalis, vandaag uit over de vruchtbare Toscaanse akkers en olijfgaarden, op zich ook al een organisch samengaan van natuurlijke en kunstmatige elementen, en vormt hij in al zijn glorie de mooiste fotokans van deze verfijnde toeristische lokatie, het Museo Leonardino. Zo wordt reizen om te leren toch weer wat leuker.

Het Museo Leonardino is alle dagen geopend van 9.30 tot 18 u (nov.-feb.), tot 19 u (maart-okt). Vinci is gelegen op de weg tussen Empoli en Pistoia (snelweg naar Livorno). Info: 00-39-0571.56055 (museum) of 00-39-0571.568012 (toeristische dienst).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234