Dinsdag 15/06/2021

De wereld van bloemen en wilgen

Sinds het barsten van de Japanse economische zeepbel is de vraag naar de peperdure geisha's sterk afgenomen

Van Liza naar Ichigiku en terug: hoe een Amerikaanse de eerste niet-Japanse geisha werd

Geisha's. Ze zijn voor Japan wat panda's zijn voor China: merkwaardige wezens die je nergens elders ter wereld vindt. Dames zonder ondergoed ook, maar met iki of stijl, en geenszins te verwarren met prostituees. Integendeel, hoeren konden hen vroeger zelfs laten vervolgen als bleek dat ze een klant hadden ingepikt. De Amerikaanse antropologe Liza Dalby was in de jaren zeventig de eerste niet-Japanse die geisha werd, en ze schreef er een boek over.

door Catherine Vuylsteke

Liza Dalby

Uit het Engels vertaald door Louw Dijkstra en Jantsje Post, Anthos, Amsterdam, 253 p., 900 frank.

Geisha's worden tegenwoordig gezien als behoedsters van de traditie, van al wat uniek Japans is. Toch golden ze tot in de jaren dertig als bijzonder progressief en toonaangevend wat nieuwe mode betreft. Het is de oncombineerbaarheid van krulspelden met het dragen van een kimono die voor de ommezwaai zorgde. En het Japanse militarisme van de jaren dertig, toen Engels plots de taal van de vijand werd en westerse cultuurvormen haaks gingen staan op het Japanse pattriotisme.

De eerste geisha werd in het begin van de zeventiende eeuw geboren. Als man nog wel, als trommeldrager/nar die met vrolijk, scabreus geklets de gasten van de prostituees of yujo's moest amuseren. De eerste vrouwelijke trommeldrager dateert van 1751. Zij werkte in Kyoto, maar een paar jaar later had ze al collega's in Edo (zoals Tokio toen heette) en tegen 1780 waren er al meer vrouwelijke dan mannelijke geisha's. Die laatsten zouden twintig jaar later zelfs niet meer bestaan.

Het beroep geisha werd in 1779 officieel erkend, wat betekende dat er een registratiekantoor werd opgezet en een gedragscode voor geisha's ontwikkeld. Daarin stond bijvoorbeeld dat ze geen felle kimono's mochten dragen - die waren alleen voor hoeren bestemd. Ook spelden en juwelen in het kapsel werden gereserveerd voor meisjes van lichte zeden. Het registratiebureau zag ook toe op wat de geisha's deden: zo konden yujo's er een klacht indienen als ze meenden dat een geisha hun klant had ingepikt.

Overigens, seksuele huzarenstukjes hebben nooit tot het repertoire van de geisha behoord, en zelfs van de lichtekooien hoefden zelden vernuftigheden te worden verwacht. Japanse bordeelbezoekers hielden zich veel meer met eten, drinken en pleziermaken bezig dan met seks, en een van de merkwaardigste vaardigheden der yujo's was dat ze "opwindende dingen deden met hun mond" - waarmee, anders dan u denkt, gewoon bedoeld werd wat bij ons zoenen heet.

Al even opmerkelijk is dat prostitutie in Japan de jongste eeuwen altijd erg sterk gereglementeerd is geweest. Zo moesten alle bordelen en theehuizen in 1842 hun deuren sluiten, waarop ze in 1851 andermaal een vergunning kregen. Het waren niet de zeden waar de overheid bezorgd om was - de uitgaanswijken golden als schuilplaatsen voor criminelen en vanaf de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw ook voor politieke dissidenten. Zelfs de plannen voor de opstand tegen de shogun van Tokugawa (die leidde tot de terugkeer van de keizer) werden in theehuizen gesmeed. Door opstandige samoerais, die hun geisha-minnaressen na hun overwinning meetroonden naar de hoofdstad.

Die periode was ook de echte bloeitijd van de geishacultuur. De yujo's werden als ouderwets afgedaan, geisha's waren toonaangevend wat mode en uiterlijk betrof en werden beschouwd als het summum van iki of stijlvolheid.

In de daaropvolgende decennia kregen geisha's het andermaal moeilijk. Japan wilde zich tegenover het Westen profileren als een moderne, competente en beschaafde natie. En het feit dat prostitutie een legale, gestructureerde aangelegenheid was, deed Victoriaanse wenkbrauwen fronsen. Bijgevolg kwam er in 1872 een proclamatie voor de Emancipatie van Geisha's en Prostituees, waarbij ze werden aangemoedigd om 'fatsoenlijk' werk te verrichten.

Een en ander zorgde voor grote werkloosheid. De toestemming om vrij naar huis te gaan werd door geisha's nauwelijks geapprecieerd. Daarom moest de stad Kyoto toch een regeling uitwerken, zodat de geisha's opnieuw aan de slag konden. Wel werd voortaan een maandelijkse belasting geheven, waarmee dan een ambachtsschool werd betaald waar deze dames verplicht heen moesten. Ze leerden er tal van praktische vaardigheden. Iets waar ze niet echt van hielden: de school stierf een stille dood zodra de verplichte aanwezigheid der leerlingen werd afgeschaft.

Ondertussen steeg het aantal geisha's opmerkelijk snel. Tegen 1905 waren er in Tokio alleen al 2.300, vijftien jaar later zelfs een kleine 10.000, en tegen 1935 lag hun aantal in het hele land rond de 74.000.

In die periode verschenen tevens tal van traktaten over wat geisha's horen te doen en zijn. Terwijl de dames experimenteerden met een kort kapsel of krulspelden en speciale lessen westerse dans namen, argumenteerden professoren en zakenlui allerhande dat ze door hun pogingen om modern te zijn precies datgene prijsgaven wat hen zo speciaal maakte. Precies de verheerlijking van al wat uniek Japans was maakte de geisha's in de jaren veertig andermaal erg populair en sindsdien zijn alle pogingen tot verandering of modernisering achterwege gelaten.

Traditioneel was het heel zwaar en moeilijk om geisha te worden. Je begon op je tiende als vaak afgesnauwde meid voor alle werk. Na enige jaren en heel veel braaf zijn mocht je leerling-geisha of maiko worden, en uiteindelijk kon je dan tot het geishaschap worden toegelaten.

Aan het einde van het millennium ligt het wel even anders. Sinds het barsten van de Japanse economische zeepbel is de vraag naar de peperdure geisha's sterk afgenomen. Maar er zijn ook steeds minder meisjes die zich geroepen voelen om het beroep te gaan uitoefenen. Meestal gaat het om late roepingen, die het meiden- en maiko-stadium gewoon overslaan. Beginnende geisha's worden juist extra in de watten gelegd: ze mogen naar de leukste etentjes, zodat ze in de ban zouden raken van de glamour van het beroep.

Al evenzeer veranderd is de seksuele opvoeding van geisha's. Terwijl het nu geen mens aangaat of een geisha al dan niet nog maagd is, moest een maiko vroeger seksueel volwassen zijn - en ontmaagd - voor ze geisha kon worden. Dat gebeurde met een opmerkelijk ritueel, de mizuage. Die bestond erin dat een oudere, rijke en betrouwbare heer gedurende een week bij de maiko sliep. Van de drie eieren die hij elke avond op het kussen vond at hij de dooiers op en het eiwit smeerde hij tussen de benen van het meisje. Elke dag een beetje dieper, zodat de uiteindelijk penetratie vreemd noch pijnlijk zou aanvoelen.

Wat een geisha nu eigenlijk doet? Overdag heel weinig. Eventueel naar de kapper of kleermaker gaan, en een bedankbezoekje afleggen aan de uitbaatster van het theehuis waar ze de avond ervoor heeft gewerkt. Dat 'werken' houdt in: het bespelen van het traditionele snaarinstrument shamisen, dansen en converseren; elke geisha maakt van een van die vaardigheden haar gei of kunst. Bij plechtige diners wordt de eregast op een speciale plaats gezet en afwisselend door alle aanwezige geisha's aan de praat gehouden. Voor het lekkere eten hoef je het overgens niet te doen: een geisha raakt de meestal peperdure schotels niet eens aan en eet na het werk in een of andere bar.

Ze leren het vak van elkaar. Of beter: van hun oudere 'zus', met wie ze door hetzelfde ritueel zijn verbonden als echtelieden, namelijk de sansan kudo of het drinken uit drie verschillende gelakte kommetjes. Op die manier verbinden de oudere en de jongere zuster hun lot met elkaar en belooft de oudere te zorgen voor de opleiding van de jongere, die vooral neerkomt op minarai ofte leren door observatie.

Geisha is een beter beroep dan stewardess: je bent niet meteen op je veertigste afgeschreven. Tenminste, als je goed bent in de conversatie. De meeste oudere geisha's beginnen uiteindelijk hun eigen theehuis als okasan, 'moeder'. Ze engageren geisha's op twee manieren: of ze geven hen kost en inwoning en betalen voor hun peperdure kimono's en kapperbezoekjes, waarna de geisha er een jaar of vier over doet om haar schulden af te kopen. Of ze laten de geisha zelfstandig werken en rekenen een bepaald bedrag voor logement en maaltijden.

Liza Dalby was in 1974 de eerste niet-Japanse die werd ingewijd in de wereld van bloemen en wilgen, zoals het milieu van de geisha's wordt genoemd. Als Ichigiku werkte ze geruimte tijd in de geishawijk Pontocho in Kyoto. Precies over haar ervaringen schreef ze Geisha. Het is enigszins bevreemdend dat er zoveel tijd is verstreken tussen haar geishabestaan en de publicatie van dit boek, dat in 1983 in Engelstalige vertaling verscheen. Bovendien geeft ze zelf toe dat er wel een en ander is veranderd. Het proces van de 'helse maiko' bijvoorbeeld, in 1995, zou twintig jaar eerder ondenkbaar zijn geweest. Een ontevreden geisha-leerlinge spande toen een rechtszaak aan tegen de uitbuiting in een bepaald theehuis, en na afloop begon ze haar eigen maiko-bellijn. Nog opmerkelijker - en tot voor een paar decennia geheel uitgesloten - is het aftreden van premier Uno Sosuko, die door zijn geisha-minnares werd beticht van gierigheid en arrogantie, wat er volgens de publieke opinie op wees dat de eerste minister een rokkenjager was, en dus ongeschikt als regeringsleider.

Niettemin is Geisha beslist een interessant boek, al valt er een en ander op aan te merken. Zo is de structuur erg rommelig en de keuze der thema's doet willekeurig aan. Ook vraag je je af of Dalby niet meer uit haar persoonlijke ervaringen had kunnen putten, om de voorstelling van de geisha's, met wie ze tenslotte samenleefde, te verlevendigen of om een beter inzicht te geven in hun motieven. Maar er ligt een kwarteeuw tussen Dalby's geisha- en haar schrijverschap, wat vast zijn invloed heeft gehad op de kwaliteit en de aard van haar herinneringen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234