Woensdag 08/04/2020

'De wereld is onze markt'

Perfide geesten zien er een vagina dentata in: het symmetrisch geplooide kroonkurkje dat sinds kort het vernieuwde Kaaitheater symboliseert. Maar er zijn natuurlijk meerdere interpretaties mogelijk, zeggen ook Agna Smisdom en Johan Reyniers, de nieuwe artistieke directie van het Brusselse kunstencentrum. 'Zolang er maar een scherp randje aan zit,' klinkt het, 'want dat is waar het Kaaitheater voor wil staan.' Een gesprek over de opvolging van Hugo De Greef, en over de beperkingen op lange termijn van een artistieke familie.

Steven Heene

Age quod agis, zegt het Latijnse spreekwoord: je kunt je voornemen beter ten volle realiseren, of jezelf iets anders voornemen. Het zou de lijfspreuk kunnen zijn van Agna Smisdom en Johan Reyniers, de nieuwe artistieke directie van het Kaaitheater. Zij volgen Hugo De Greef op, die vorig jaar ontslag nam, na twintig jaar baanbrekend werk voor het Brusselse kunstencentrum. Of moeten we zeggen 'kunstenaarscentrum', want Kaai verzamelde mettertijd een groep kunstenaars die onze hoofdstad op het vlak van de podiumkunsten een internationale betekenis gaf: Jan Decorte, Josse De Pauw, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Lauwers, Jan Fabre, Dirk Roofthooft. De lijst is indrukwekkend maar, zo oordelen Smisdom en Reyniers, kunstenaars zijn - meer nog dan vroeger - "van iedereen". Met de woorden van algemeen directeur Hugo Vanden Driessche op een persconferentie begin juni: "Er waait een nieuwe wind door het Kaaitheater. Dat wil niet zeggen dat er een breuk is met het verleden of dat het verleden wordt ontkend. Het moge duidelijk zijn: onze opties zijn vernieuwing én continuïteit."

Johan Reyniers: "Het Kaaitheater blijft wat ons betreft een kunstenaarscentrum, zij het in een andere mate dan voorheen. Maar we blijven echt wel kiezen voor een aantal mensen." Als daar zijn: de Amerikaanse choreografe Meg Stuart en haar gezelschap Damaged Goods - artist in residence bij Kaai voor de komende drie jaar, Rosas, Tg STAN, The Wooster Group. Tot de nieuwkomers behoren het Nederlandse theatercollectief Dood Paard, Blauw Vier uit Antwerpen, Emio Greco en Renée Copraij (beiden met een verleden als dansers/acteurs bij Fabre), de Britse choreograaf Jonathan Burrows en zijn Franse collega Jérôme Bel, de Zwitser Thomas Hauert en David Maayan, een theatermaker uit Israël.

De gastenlijst voor het volgende Kaaitheaterseizoen is niet volledig, en mag dat ook niet zijn. Smisdom en Reyniers willen ruimte overhouden om "kort op de bal te spelen en logheid te vermijden". Alleen al het feit dat de artistieke koers nu door twee mensen wordt bepaald, is daarvan een vertaling. Hoe formuleerde Reyniers het enkele maanden geleden ook weer? In een interview begin vorig seizoen lichtte hij zijn beslissing toe om van het Klapstuk-dansfestival naar het Kaaitheater over te stappen. Samen met Smisdom en met Guy Gypens als directeur zou hij het Kaaitheater een nieuw elan proberen te geven.

Het draaide anders uit: Gypens moest na enkele maanden verstek laten gaan en Smisdom en Reyniers bleven achter met de aanzet voor een nieuw artistiek beleid, klaar om het werk voort te zetten indien de raad van bestuur niet andermaal op zoek wou gaan naar iemand van buitenaf. Nochtans, aldus Reyniers in het interview: "Ik ben geen kandidaat geweest voor de opvolging van Hugo De Greef omdat ik geen directeur wou zijn van het Kaaitheater (...) Guy Gypens is naar mij gekomen met het aanbod om in een ploeg te stappen. In dat aanbod kon ik mij heel goed vinden, omdat het dramaturgische activiteiten combineert met programmeren. Ik ga het beste van die twee werelden hebben zonder de eindverantwoordelijkheid van een grote organisatie te dragen."

Geconfronteerd met die uitspraak kan Reyniers een glimlach niet onderdrukken. "Op het moment dat Guy ontslag nam, heb ik ook aan die uitspraak teruggedacht. Maar wij zijn nu met twee artistiek directeurs, wat een gedeelde verantwoordelijkheid inhoudt. Ten tweede zijn we ook geen algemeen directeur: Hugo Vanden Driessche is dat onlangs geworden, nadat hij al jaren administratief directeur was. Zo kunnen wij ons volledig op het artistieke concentreren. Ten derde is het onze intentie om niet alleen maar programmeur te zijn. Artistieke leiding impliceert voor ons dat we het programma dramaturgisch omkaderen, reflecteren, de context definiëren. Alles bij elkaar zit ik dus wellicht nog meer in die twee werelden dan voorheen."

Agna Smisdom: "We zijn nog maar vier maanden bezig, en in die tijd moest er een volledig seizoen worden samengesteld. Dat geeft dus nog niet helemaal weer hoe de verhouding tussen programmeren en dramaturgie er zal uitzien. Maar we houden sowieso rekening met de context. Toen ik nog het Studiowerk voor Kaaitheater programmeerde (het programma-onderdeel in de Studio's voor kleinschalige en experimentele podiumkunsten, SH) gebruikte ik het beeld van een mozaïek, waarin elke voorstelling een manier is om naar de wereld van vandaag te kijken. Zoiets levert verschillende invalshoeken op, en dat is wat we op jaarbasis willen doen: een web maken waarin dingen in elkaar grijpen en waarin elke voorstelling op zich waardevol is.

"Wat Johan zei in dat interview, geldt trouwens ook voor mij: alleen zou ik dit nooit willen doen, juist omdat ik in eerste instantie dramaturge ben. Bovendien is het echt onmogelijk voor één persoon om heel het landschap van de podiumkunsten te bestrijken. Zeker als je niet alleen theater en dans volgt, maar ook regelmatig een boek wilt lezen, een film wilt zien, een concert wilt meemaken."

Reyniers: "Tenzij je je na één jaar beperkt tot een bepaalde stal van kunstenaars en daarmee doorgaat. Maar zo functioneert het nu niet meer. Dat is het verschil met het Kaaitheater van de jaren tachtig: vandaag kan op deze plek niet door één persoon een interessant verhaal worden samengesteld. Natuurlijk bestaat het risico dat, als er twee artistiek directeurs zijn, je elkaar na verloop van tijd in de haren zit, maar dat risico willen we nemen."

Voorlopig lijkt er van een conflict echter geen sprake. Behalve hun gezamenlijk verleden als dramaturg hebben Smisdom en Reyniers hun leeftijd gemeen - ze zijn beiden dertig - en hadden ze voldoende voorkennis over elkaars professionele affiniteiten.

Reyniers: "We mogen niet klagen (lacht)."

Smisdom: "We kenden elkaars werk inderdaad. Zeven jaar geleden zat Johan bij Klapstuk en ik in het Stuc, allebei in Leuven dus."

Reyniers: "Het vermoeden bestond dat we complementair konden werken. We hebben ook meteen gesteld dat Agna niet alleen theater zou volgen en ik alleen dans. Voor mij is het juist de uitdaging om meer met theater bezig te zijn, en om in een grotere zaal aan de slag te kunnen gaan - ik ken die kleine zaaltjes in Leuven intussen als mijn broekzak."

Wat Smisdom en Reyniers nog gemeen hebben, is een contract van onbepaalde duur.

Reyniers: "(tegen Smisdom) Hoe zeggen we dat ook alweer? 'Kaaitheater heeft een overeenkomst om het Lunatheater te exploiteren voor de duur van dertig jaar.' Dan zijn we allebei zestig (lachen)."

Smisdom: "Maar wees gerust, als we voelen dat we niet meer mee zijn, dan stoppen we."

Reyniers: "We willen hier graag een tijdje mee doorgaan. Er bestaan in het huidige landschap twee soorten plekken: die waar mensen te lang blijven en die waar mensen te snel weer weggaan. Ik denk het onze uitdaging is om iets ertussenin te vinden."

Was er geen paniek toen Guy Gypens - om privé-redenen - in februari ontslag nam als artistiek directeur?

Reyniers: "Toen Guy wegging, zaten we wel met de vraag hoe we in de muziek verder zouden gaan. Dat is niet onze specialiteit, maar het is belangrijk dat er op dat vlak iets gebeurt. We hebben beslist om daarvoor enkele maanden onze tijd te nemen - voorlopig zijn er engagementen aangegaan die al in de steigers stonden. Voor ons is Kaaitheater nog altijd het belangrijkst als een plek voor theater en dans, met daarbij de mengvormen als het muziektheater. We willen theater en dans ook graag met andere artistieke disciplines confronteren, en niet alleen theater met theater of dans met dans."

Smisdom: "De vraag is alleen: hoever kun je daarin gaan? Er is een budget, maar als muziek ten koste gaat van theater en dans, tja... Er komen veel vragen uit de klassieke-muzieksector om in het Lunatheater op te treden, aangezien die zaal geknipt is voor concerten. Maar we moeten daarover nadenken. De twee lijnen die voor volgend seizoen vastliggen - klassiek met Jos Van Immerseel, hedendaags met Ictus - staan in elk geval voor kwaliteit, dat weten we."

Reyniers: "Het muziekbeleid moet liefst aansluiten bij wat er voor dans en theater gebeurt. Het Kaaitheater moet voor een geheel staan, en geen dingen op een hoopje gooien. Dan gaat het niet over thema's maar over rode draden, motieven die erin zitten. De ene keer zijn die vrijwel onzichtbaar, op een ander momenten komen er misschien dingen samen waardoor je haast van een festival kunt spreken."

Smisdom: "Als je kijkt naar het begin van het seizoen: Boris Charmatz, Meg Stuart, Jérôme Bel. Dat zijn choreografen die heel verschillend werken maar die ook iets met elkaar gemeen hebben. We hebben ze dicht bij elkaar geplaatst op de kalender, waardoor mensen die naar de voorstellingen komen misschien wel anders ernaar zullen kijken."

Reyniers: "Wat dans betreft waren onze plannen voor volgend seizoen snel duidelijk, aangezien er in de jaren negentig een generatie naar voren is gekomen die in Brussel nog geen platform had gekregen: Jonathan Burrows, Amanda Miller, Emio Greco. Inzake het theater hebben we nog wat werk, maar daar heeft zich ook minder scherp een nieuwe generatie afgetekend. Desondanks zijn er voor Kaai toch enkele nieuwe gezichten."

Smisdom: "Zoals Johan eens heeft gezegd: de wereld is onze markt. We kunnen dus uitzwermen en gaan zoeken. In Brussel bijvoorbeeld heb je de Beursschouwburg, Bronks, de Munt. Wij moeten niet een van hun taken overnemen en uitvergroten, om pakweg een tweede Beursschouwburg te worden maar met een grote zaal. We moeten juist uitzoeken hoe wij die diversiteit nog kunnen vergroten."

Reyniers: "En daarbij willen we liever niet vertrekken vanuit het idee dat kunst 'Brussels' zou moeten zijn, of expliciet 'maatschappelijk' of wat dan ook. We willen de kunstenaar niet tot één aspect van zijn werk reduceren, want voor je het weet, heb je zoiets als een postzegelverzameling.

"Het Kaaitheater is dus minder een kunstenaarscentrum dan vroeger omdat we met meer mensen samenwerken, waarbij we het label van 'Kaaitheater-kunstenaar' laten vallen. Bovendien hebben de meeste mensen van vroeger nu hun eigen structuur."

Een naam die in de toekomst wel met het Brusselse Kaaitheater zal worden geassocieerd, is die van Meg Stuart, artist in residence. Smisdom: "Maar haar werk wordt niet onze 'eigendom' - ze wordt alleen goed gesoigneerd zeg maar. We hebben ook voor de coproducties bewust gekozen voor jonge kunstenaars die geen structurele subsidie krijgen: Meg Stuart, Renée Copraij, die samen met de Amerikaan Dennis O'Connor in de Studio's een dansproductie aan het repeteren is. Er gebeurt veel meer dan die mensen gewoon geld geven: kunstenaars zullen hier vaak aan het werk zijn, en wij willen hen daarbij inhoudelijk steunen. Iemand als Raimund Hoghe bijvoorbeeld (jarenlang dramaturg bij Pina Bausch, tegenwoordig bekend door zijn controversiële danstheatersolo's, SH) belt regelmatig om te praten over zijn werk - er is een voortdurende dialoog."

Waardoor er na verloop van tijd wel eens een nieuwe 'Kaai-familie' zou kunnen ontstaan.

Reyniers: "Dan wil ik er toch nadrukkelijk voor pleiten dat het niet echt een familie wordt. Er moet zeker een verloop blijven."

Smisdom: "Bekijk het als een hele grote familie, waarvan de kinderen op een bepaald moment op kot gaan waardoor er kamers vrijkomen voor anderen."

Het nieuwe Kaaitheater-symbool voor volgend seizoen ten slotte: de kroonkurk waar ontwerper Kris Demey al heel wat reacties op kreeg.

Smisdom: "We willen werk brengen waar een haakje aan zit, zo hebben we het aan Kris gevraagd."

Reyniers: "Iets met een scherp randje."

Smisdom: "Toen we hoorden dat hij als beeld een kroonkurk had gekozen, moesten we even slikken. Moest dat het Kaaitheater voorstellen? Tot we zijn ontwerp zagen: fantastisch. Een kroonkurk is nu het laatste waar ik aan denk: het is een oester waarin je een parel kunt vermoeden, een grijns met tanden, een UFO..."

Reyniers: "Mij doet het denken aan die dichtbundel van Cees Nooteboom: Open als een schelp, dicht als een steen."

Smisdom: "Het is van alles, én er zit een haakje aan."

Inlichtingen over het nieuwe Kaaitheaterseizoen en over abonnementen op tel. 02/201.59.59.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234