Dinsdag 19/10/2021

De wereld, één worst

De emancipatiestrijd van de Vlaamse cultuurgemeenschap is vooral uitgevochten als een lokale strijd, het verwerven van Vlaamse culturele autonomie als een lokale aangelegenheid. Vandaag mag echter die Vlaamse gemeenschap nog zo 'autonoom' kunnen beslissen over culturele aangelegenheden, intussen wordt haar macht zienderogen uitgehold door globale economische processen op wereldvlak.

De dictaten van de kapitalistische globalisering vormen niet alleen een bedreiging voor tal van (economisch) arme cultuurgemeenschappen in het zuidelijke halfrond, dat is al evenzeer het geval voor kleine cultuurgemeenschappen in de kern van het economische wereldsysteem. No logo (Naomi Klein) staat niet alleen symbool voor de strijd tegen de almacht van de grote westerse merknamen. Het staat ook symbool voor de strijd tegen de almacht van een ook op cultureel vlak imperialistische mogendheid, of die strijd nu wordt aangeduid als Jihad vs. McWorld (Benjamin Barber), Fast Food Nation (Eric Schlosser), Empire (Michael Hardt & Antonio Negri) of The end of the world as we know it (Immanuel Wallerstein). Ik heb het dan niet alleen over de sluipende verengelsing van de internationale communicatie(netwerken) zoals het internet of over de verengelsing van het wetenschappelijke onderzoek en van het hoger onderwijs.

Neen, de autonomie van kleine culturele gemeenschappen zoals de Nederlandstalige wordt ook bewust uitgehold door internationale politieke besluitvormingsprocessen waar die kleine culturele gemeenschappen zelfs niet bij worden betrokken. Zoals de Europese bureaucratie - o, ironie - al tientallen jaren ijvert voor het opleggen van vrijemarktregels aan en in al haar lidstaten, zo probeert de bureaucratie van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) hetzelfde op wereldvlak. En het gaat hier, dat hebben de andersglobalisten perfect ingeschat, allerminst om een ver-van-mijn-bed-show, maar om besluitvormingsprocessen die ook diep in je slaapkamer kunnen binnendringen.

De rondetafelconferenties die de Wereldhandelsorganisatie nu al sedert enkele jaren organiseert en die onder meer de ontwikkelingslanden op de knieën hebben gedwongen om peperdure octrooirechten op met name (genetisch gemanipuleerde) landbouwgewassen en farmaceutische producten te erkennen, strekken er ook toe om het hele culturele veld tot een 'vrije' handelszone om te vormen, waarin nog slechts de wetten van vraag en aanbod - hoe 'vrij' is die vraag eigenlijk wanneer de aanbodzijde alle macht naar zich toetrekt? - de toon mogen zetten.

Tijdens een recente bijeenkomst in Qatar - ja, de WHO weet haar vergaderplekken goed uit te kiezen om vervelende andersglobalisten buiten te houden - komen culturele uitzonderingsclausules zoals die onder het oudere regime van de GATT algemeen werden aanvaard, nog nauwelijks aan bod. Alles wijst er op dat de Wereldhandelsorganisatie wil afstevenen op een 'cultureel regiem' (om een term van Rudi Laermans te hanteren), waarin culturele producten alleen nog maar als economische koopwaar mogen worden bejegend en waarbij iedere vorm van beschermings- of subsidiëringsbeleid dan ook als een ongerechtvaardigde vorm van concurrentievervalsing moet worden bejegend. Dat lijkt althans de doelstelling te worden die in de zogeheten ontwikkelingsagenda van Doha de toon zet.

Volgens de verklaring van Doha (volledige tekst te raadplegen op www.wto.org) is volledige vrijhandel voor alles en voor iedereen een zegen en moet er daarom ook naar worden gestreefd om eender welke handelsbarrière ongedaan te maken. Weliswaar wordt in de preambule obligaat melding gemaakt van het belang van "duurzame ontwikkeling, bescherming van het milieu, gezondheidszorg, een sociale basisbescherming en de bescherming van de biodiversiteit" maar in de daaropvolgende artikels is daarvan nauwelijks iets terug te vinden en wordt, belangrijker, met geen woord gerept over de beschermenswaardigheid van culturele diversiteit en worden alle artistieke expressievormen gezien als 'diensten' en 'producten' zoals alle andere.

Dat is zelfs een terugval in vergelijking met de (gelukkig) mislukte WHO-verklaring van Seattle en de Verenigde Staten heeft dan ook al luidkeels verkondigd dat alle audiovisuele producten aan geen enkele beperking op de vrijhandel mogen worden onderworpen. Als dat gebeurt, ja, dan is het zeker nog meer "fifty five channels and nothing on", zoals Bruce Springsteen de Amerikaanse beeldbuisarmoede beschreef, en kan er geen sprake meer zeer van een specifiek Nederlandstalig film-, literatuur- of theaterbeleid, van een Nederlandstalig cultuurbeleid tout court, zeg maar.

Zoals de grote rock- en popfestivals in Europa worden opgekocht door Amerikaanse productiegiganten - Geert Allaerts in het kwadraat - zo zal hetzelfde gebeuren - of beter, zo zal nog meer hetzelfde gebeuren, want dat proces is al lang aan de gang - voor de film- en theaterdistributie of het concertgebeuren en dreigen er voor 'onafhankelijke artiesten' nog nauwelijks podia ter beschikking te staan: fifty five theaters, maar allemaal bieden ze nog slechts megaproducties aan die tientallen jaren kunnen renderen. Wee de minister van Cultuur die ergens nog een experimentele, een grensverleggende of gewoon een volkse productie wat subsidies zou durven toekennen! Concurrentievervalsing en verstoring van de 'vrije' mechanismen van vraag en aanbod is dat. Eén land heeft alvast krachtdadig geprotesteerd tegen de volledige economische liberalisering van het culturele veld in naam van de bescherming van de eigen culturele expressies: Frankrijk, jawel. Straks wordt een stukje Vlaamse culturele autonomie toch nog gerespecteerd dankzij de diplomatieke inspanningen van Frankrijk.

Laten we duidelijk zijn: de bescherming van de culturele diversiteit mag geen alibi vormen, zoals dat soms (mis)begrepen wordt in het multiculturalismedebat, om fundamentele mensenrechten tussen haakjes te zetten of faliekant met voeten te treden. Culturele diversiteit moet in de eerste plaats uitgaan van de vrijheid van artistieke expressie en die mag zeker niet in naam van de culturele eigenheid aan banden worden gelegd. Integendeel moet het juist de bedoeling zijn die vrije artistieke expressie in bescherming te nemen tegen de Anglo-Amerikaanse of eender welke culturele eenheidsworst.

Het gaat er om culturen en culturele en artistieke expressievormen een minimum aan gelijke kansen te geven om in en aan een geglobaliseerde wereld te participeren. Literatuur, zang en theater worden nu eenmaal in een bepaalde taal geschreven, terwijl anderzijds monopolievorming over de grote media van productie- en communicatienetwerken (filmstudio's, televisie- en radiostations, kabelnetwerken) een nefaste invloed heeft op de diversiteit van het culturele aanbod.

In maart 2002 lanceerde het International Network for Cultural Diversity (INCD) (zie www.incd.net), dat door de Unesco werd erkend als een niet-gouvernementele organisatie, een voorontwerp van verdrag ter bescherming van de culturele diversiteit, precies om de nefaste implicaties van de WHO-akkoorden te counteren. Het is vandaag voor een Vlaamse minister van Cultuur dan ook een primordiale opdracht om dergelijke mondiale initiatieven op de voet te volgen en te ondersteunen, want zijn beleidsmarges zullen daardoor veel meer worden bepaald dan, zeg maar, het bibliotheekbeleid van een gemeente in de rand van Brussel.

Het INCD ijvert ervoor dat culturele goederen en diensten uit de WHO-onderhandelingen zouden worden gehaald en een andere behandeling zouden (mogen) krijgen dan andere goederen en diensten. Zo wil het de rechten en verplichtingen erkend zien van overheden om maatregelen te nemen die de culturele diversiteit en creativiteit bevorderen en het recht verzekeren van alle scheppende kunstenaars en alle burgers op vrijheid van expressie en op toegang tot alle culturele activiteiten en culturele infrastructuur. Dat kàn, door producties van eigen bodem een minimale bescherming te geven of door speciale inspanningen te doen om de verspreiding ervan te bevorderen (film, literatuur), door te investeren in experimentele en/of arbeidsintensieve expressievormen, door het bewaren en uitbouwen van niet-commerciële culturele infrastructuur... Het kan ook door artistieke expressievormen uit andere kleine cultuurgemeenschappen hier een podium aan te reiken, erover wakend dat hierdoor echter geen artistieke braindrain van arm naar rijk op gang komt.

Een wereld waarin 'culturen zonder grenzen' kunnen floreren en expanderen is geen wereld waarin de grenzen door loutere marktmechanismen worden gedicteerd en waarin de grootste markt altijd wel met de goedkoopste producten kan komen aandraven (Neighbours voor de hele wereld als toppunt van culturele democratie). Het is wel een wereld waarin democratisch gelegitimeerde lokale en nationale overheden nog het recht hebben een beleid te voeren waarin alle culturele en artistieke expressievormen gelijke kansen krijgen. Dat staat haaks op de dogma's die de WHO zogenaamd in naam van de vrijheid aan de wereld opdringen wil. Culturele verantwoordelijken, wees op uw hoede!

Koen Raes is hoogleraar in de rechtsfilosofie en de toegepaste ethiek aan de Universiteit Gent. Vorig jaar verscheen van hem Verschaalde waarden. De onmin in een cultuur bij uitgeverij Pelckmans.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234