Zondag 04/12/2022

De wereld, een boek

door Eric Min

Wie leest, kan geen maat houden. Een beetje zwanger zijn is al even ondenkbaar - het is alles of niets. Wie leest wil alles. Gedreven en verloren, forse brokken opschrokkend of gelukzalig grazend, uitgeput en aan herkauwen toe: de lezer heeft een boekenmaag. Soms gebeurt er dagenlang niets, maar daar is tenminste een andere blinde passie voor nodig, een dof verdriet, een verdacht soort tevredenheid of een doktersbriefje. Gelukkig weten we dat de belegering van de woorden toch nooit ophoudt. Er is altijd nog het etiket op de melkfles en de bijsluiter in het doosje. Geen paniek, we redden het wel.

Ik lees het ook bij Annie François in Bouquiner, de meeslepende diagnose van haar literaire geeuwhonger. De woorden stotteren over de bladzijden en lopen elkaar voor de voeten, stuiteren vrolijk in het rond. In één alinea wordt 'boulimique' opgevrijd door 'bibliomaniaque', naar het vertrouwde recept dat de Parijse krant Libération groot en enigszins voorspelbaar heeft gemaakt. François proeft, leest, slikt alles door en heeft meteen opnieuw zin. Soms gaat haar leeskoorts heel ver, maar toch is ze herkenbaar. Neem nu die ene keer op Orly: vliegtuig twee uur vertraging, alleen foute boeken binnen handbereik en een valies dat wegdabt op de transportband. Het laatste krantenstalletje is dicht, maar er hangt gelukkig nog een bord met de aangekondigde vluchten: Marrakech, Sevilla en Parma worden met veel gedruis en "dans un grand claclaclaclaclacla" omgetoverd tot Mbrrbkfch, Sfvillf en Pbrmf. In haar tas zit ook een oude kaart van Rome waarop ze de 'Informazioni utili' uitspelt ("I taxi autorizzati sono bianchi o gialli..."), en een novelle van Virginia Woolf - nog even mee wachten, voor het geval het valies bij het overstappen in Milaan zoek raakt. Wanneer een man Le Monde achterlaat, stort François zich op het exemplaar, maar de blik van zijn vrouw houdt haar tegen. Het vliegtuig vertrekt en de schrijfster dommelt in.

Dit relaas is het verhaal van een verslaving. Even verderop vraagt Annie François zich hardop af wat voor een leegte zij zo nodig met taal moet vullen.

Zo kun je het natuurlijk óók zien, maar zou het niet gewoon een soort van gretig genieten zijn dat ons naar de wereld laat kijken als naar de plaatjes in een album? Welk boek las de ingedommelde man op de bank in de treincoupé, welk tijdschrift waait daar voorbij? Langs de straten van de stad kunnen we de tekens ontcijferen, hardop als een kind dat net leerde lezen of stil en stiekem, om ze straks opnieuw te gebruiken. Heeft de avant-garde uit het begin van de twintigste eeuw iets anders gedaan dan woorden uit de goot oprapen en ze in kunstwerken opslaan die de goegemeente wel moesten choqueren? Zoals Braque en Picasso fragmenten van terrasstoeltjes, theaterkaartjes en repen krantenpapier op hun doeken plakten, sluisden grazende lezers als Aragon, Joyce, Benjamin of - dichter bij huis - Paul van Ostaijen en Kurt Köhler karrenvrachten opschriften, advertenties en krantenkoppen in de literatuur naar binnen. In Le paysan de Paris (1926) struikelen we over taalfragmenten die Aragon optekende in de Passage de l'Opéra, van het bordje met de tekst 'Fermé pour cause de maladie' of een artikel over grondspeculatie langs de grote boulevards tot de voornamen van herenkappers, inscripties op de sokkel van een monument in een park en het menu van café Certa. Was het een goedkope provocatie of een spoor van de fascinatie die het lezen van moderne, publieke woorden op de kunstenaars heeft uitgeoefend? Beide, en vooral het laatste. Sla er Van Ostaijen op na en ervaar hoe de klanken van straatzangers, litanieën en reclameteksten ('Singers naaimasjien is de beste') hun ritme aan de gedichten doorgeven. Herlees Köhler, die in de jaren dertig een boekje schreef met de baldadige titel Vade Mecum voor de jonge zelfmoordenaar, waarin we aantreffen: een weerbericht, het uithangbord van de firma Craw & Craw, de route van tram 68, huisnummers. De krant van gisteren, "verfrommeld en kwalik-ruikend", waarin een jonge vrouw net zo goed het manifest van de communistische jeugd, berichten over de prinselijke verloving als een advertentie voor maagzout leest. "Voor Vim Verdwijnen Vele Vuile Vegen. Lichtreklamen. 100 watt lampen branden in de ogen. Rookt Mephistofles."

George Steiner houdt niet van de gratuite terreur waarmee de dadaïsten hun tijdgenoten belaagden. Te goedkoop, te lawaaierig voor een kamergeleerde die slechts in de kloosterlijke stilte van studeerkamer of bibliotheek wil lezen en gelezen worden. Cyrille Offermans is het niet met hem eens. Er woekerde namelijk ook een avant-garde die "de blik wilde bevrijden van de hiërarchische kaders, (die) zijn oor te luisteren legde op straat en zijn oog liet dwalen in de krant". Bovendien vindt hij dat Steiner veel te weinig achting heeft voor het gedreven grasduinen dat speelsheid, hartstocht en diepgang combineert. Met zijn pleidooi voor het "van de hak op de tak lezen" staat Offermans niet alleen. Hij is in het uitstekende gezelschap van Montaigne, Lichtenberg, Enzensberger en Charlotte Mutsaers. De essayist heeft er een mooie term voor gevonden: "desultorisch lezen", naar de acrobaat uit het oude Rome die in vliegende vaart van het ene paard op het andere sprong. "In het woord verdringen zich allerlei connotaties die me hier goed van pas komen: behendig, zwierig, speels, lichtvoetig, lichtzinnig." Ik lees Offermans' zin op de trein, in het cultureel supplement van een krant. Quod erat demonstrandum: vanmiddag heb ik op mijn croque-monsieur gewacht in het gezelschap van de menukaart van de Cirio (de legendarische ristretto kreeg een nieuw, groter kopje en proeft minder ristretto, zo blijkt later), las ik de namen van alle etalages in de Sint-Hubertusgalerij, nam ik twee kranten door en zocht ik een essentiële passage op in Bouquiner. Ik verdwaalde in Köhlers labyrint en kwam een halfuur later buiten adem weer aan de oppervlakte, dobbelde met alle letters in 'Campari' (mooi woord, fout drankje) en keerde de voornamen van al wie ik liefheb om. Graaiend door zorgvuldig bewaarde knipsels liep ik toevallig tegen het Offermans-stuk aan, net op tijd voor de laatste zin van dit verhaal.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234