Dinsdag 28/09/2021

'De wereld die we aan het maken zijn veroordeelt ons tot eenzaamheid'

Zodra we ons afkeren van dingen die we niet direct begrijpen, leggen we ons erbij neer, vindt de Nederlandse schrijver Auke Hulst. 'Veel mensen willen deze wereld niet, maar de mogelijkheid om er iets aan te doen, lijkt steeds verder weg.'

Op de flappen van Slaap zacht, Johnny Idaho, het nieuwe boek van Auke Hulst (39), staat een landkaart. Vier eilanden die 'Downside', 'Midlevel', 'Upside' en 'Executive' heten, elk met een uitgebreid stratenplan, een metronetwerk, kustlijnen en parken die namen dragen als Ayn Rand Road, Milton Friedman Circus en Zuckerberg Park. Samen vormen ze de Archipel, het dystopische decor van Hulsts vierde roman.

De schrijver ontvangt me in zijn woning vlak bij het Centraal Station van Amsterdam. Binnen staan opgestapelde dozen - niet met de nieuwe roman, maar met de tweede cd van zijn band De Meisjes, die toevalligerwijs ook op verschijnen staat. Halverwege het gesprek komt een koerier de bijbehorende boekjes brengen.

Auke Hulst debuteerde in 2006 met Jij en ik en alles daartussenin. Zijn autobiografische Kinderen van het Ruige Land uit 2012, over zijn jeugd in het noorden van Nederland met een weglopende moeder, een vroeg overleden vader en drie broers en zussen, werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en bekroond met de Cutting Edge Award. Hij wordt geroemd om zijn reisreportages en schrijversinterviews, en wist als een van de weinigen Haruki Murakami tot een gesprek te verleiden.

Eind 2014 schreef Hulst in een column in NRC Handelsblad: "Schrijvers beschikken bij uitstek over het instrumentarium om de taal, en daarmee onze perceptie van de werkelijkheid, te veranderen. Ik zeg niet dat ze dat moeten doen - schrijvers moeten vooral hun eigen thema's kiezen en hun eigen stem volgen - maar ik zie daarin wel een uitdaging aan mezelf."

Slaap zacht, Johnny Idaho is Hulsts aanvaarding van die uitdaging. Het is een roman over de moraal van de financiële wereld, over de invloed van technologie op het leven van mensen die daar niet om hebben gevraagd, over de gevolgen van een samenleving die door geld wordt bepaald. De drie personages leven in van elkaar gescheiden werelden op de Archipel, een door grote bedrijven opgerichte eilandstaat in de Stille Oceaan. In elkaar afwisselende hoofdstukken komen zij aan het woord.

Een van hen, de steenrijke en doodzieke Willem Gerson, is op zoek naar een middel tegen sterfelijkheid. De Japanse onderzoekster Hatsu Hamada is aangesteld om hem te genezen. En Johnny Idaho, het enige personage dat als 'ik' wordt opgevoerd, is op weg naar de Archipel, op zoek naar wraak, met een vernielde knie en een e-reader met Moby Dick onder de arm. Het regime op de Archipel is onbestemd en streng: 'ogen' houden de bewoners te allen tijde in de gaten, toegang ontleent men aan de juiste vingerafdruk, afwijkend gedrag is verdacht.

In de verantwoording schrijft Hulst: 'Dit boek, hoewel gesitueerd in een parallelle werkelijkheid, gaat over het hier en nu: een wereld waarin de macht van bedrijven die van natiestaten overstijgt.'

Slaap zacht, Johnny Idaho was voor mij een futuristische roman. Toch heb je het over een 'parallelle wereld' en noem je in het boek geen jaartallen.

"Ik specificeer bewust niet wanneer het zich precies afspeelt. Het is eerder een alternatief tijdpad dan sciencefiction. De lezer moet ervan doordrongen raken dat deze dystopie dichtbij is. Ik heb alles geresearcht en bijna niets opgevoerd dat nog niet bestaat. Een app waarmee je door te knipogen een foto kunt maken? Bestaat! Betaalsystemen met vingerafdrukken? De afgelopen jaren steeds gangbaarder geworden. Tijdens het schrijven ontdekte ik deze wetmatigheid: zodra je iets bedenkt, blijkt het te bestaan.

"Ik wist dat er een plan bestond om Californië in zes staten op te delen, iets waar de beter bedeelden in Silicon Valley groot voorstander van zijn. Omdat ze niet willen opdraaien voor achterstandsgebieden. Het is niet gelukt de opdeling ter stemming te krijgen, maar er zijn alternatieve plannen. Bijvoorbeeld voor een groot drijvend vlot in internationale wateren, waar start-ups zich kunnen vestigen, niet langer gebonden aan nationale regelgeving. Een veerdienst zou dat vlot moeten verbinden met San Francisco. Ik was halverwege mijn boek toen ik over dat plan las. Weer die wetmatigheid. Die klojo's waren al bezig!"

Een van de personages in het boek zegt: 'De enige manier om netwerken te beïnvloeden, is ze te begrijpen. Maar iets begrijpen betekent al snel: ervan gaan houden. En dat houden van dreigt ons onmachtig te maken.' Heeft je bestudering van de financiële wereld je ook meer van die wereld doen houden?

"Voor ik me begon te verdiepen in de financiële wereld, had ik er een eendimensionaal beeld van. Asociale graaiers. Maar het zijn natuurlijk ook gewoon mensen. Naarmate ik meer wist, werd het stereotype afgezwakt, menselijker gemaakt. Dat moet ook als je een roman wilt schrijven en niet een pamflet. Ik zag de kwetsbaarheid en angsten van mensen die in een 'dog eat dog'-wereld moeten functioneren. Maar ook: de tragiek van een systeem dat het denken vormt en op bepaalde manieren van denken selecteert.

"Wat opviel na de crisis, was dat de bankiers al vrij snel in een slachtofferrol kropen. Weinig zelfreflectie, veel sense of entitlement. Als je dat extrapoleert, kom je inderdaad uit bij een eilandstaat van bedrijven die zich niets meer van de rest van de wereld wensen aan te trekken. En dan schrik je er toch van hoe dicht die uitvergroting tegen de werkelijkheid aan blijkt te zitten."

Wanneer ben je begonnen met het schrijven van het boek?

"Het zaadje was een scène die ik meer dan tien jaar geleden schreef, over een jongen op een vluchtelingenschip dat een eiland naderde waar een conglomeraat van bedrijven de scepter zwaaide. Dat beeld had ik al heel lang, maar een beeld is nog geen boek. Door de crisis daagde het me langzaam dat het onderdeel zou moeten zijn van iets groters. Ik ben serieus begonnen met schrijven in het voorjaar van 2013. De titel heb ik overigens al twintig jaar."

Toen was je pas negentien.

"De bibliografie van een schrijver is doorgaans rommeliger dan je zou denken. Ik had toen net My Own Private Idaho (film van Gus Van Sant, red.) gezien en vond de klank van dat woord magisch. Idaho. Slaap zacht, Johnny Idaho was de aanzet tot een sciencefictionverhaal dat ik heb weggegooid. Maar de titel heb ik bewaard. Het was een titel op zoek naar een boek."

In 2007 schreef je in een stuk: 'Een sciencefictionlezer wordt geboren als hij twaalf is. Het kan een jongetje zijn, ergens op het platteland, levend in een afgebakende wereld van school, thuis en dorp. Totdat hij in de plaatselijke bieb een boek ziet met verre planeten op het omslag. Zijn uitkijk explodeert, in tijd en in ruimte.' Je lijkt al lang bezig te zijn met sciencefiction, maar dit is je eerste roman met futuristische elementen.

"Ik ben opgegroeid met het genre. In zekere zin, al klinkt het pathetisch, heeft het mijn leven gered. Houellebecq noemde sciencefiction ooit de enige waardevolle literaire ontwikkeling van de twintigste eeuw, wat me overtrokken lijkt, maar je ziet wel dat het genre de afgelopen twintig jaar is geabsorbeerd door de mainstream, die zich steeds meer bezighoudt met vraagstukken en ideeën waar sciencefictionschrijvers zich al een halve eeuw het hoofd over breken.

"In de gouden periode van de sciencefiction, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, was het genre een getto. Wie sciencefiction schreef, schreef geen literatuur. Het was het een of het ander. Iemand als Kurt Vonnegut heeft hemel en aarde bewogen om uit dat getto te ontsnappen. Dat is nu niet meer zo. Michael Chabon, Michel Houellebecq, Haruki Murakami, Jonathan Lethem, David Mitchell: ze zijn mede gevormd door sciencefiction, en je ziet de invloed ervan in hun romans.

"Maar goed, de technologische ontwikkelingen die vroeger het domein van sciencefiction waren, zijn nu zo dominant en alomtegenwoordig dat de literatuur tekort zou schieten als ze die elementen niet zou incorporeren. De tijd heeft het genre ingehaald."

Een van de eerste dingen die Johnny Idaho zegt, is: 'Een goed boek maakt geen reclame, een goed boek verkondigt waarheid.' Is dat ook jouw standpunt?

"Op een bepaalde manier. Harold Pinter zei toen hij de Nobelprijs in ontvangst nam over schrijven: 'Je bent vatbaar voor alle winden, sommige ervan ijzig. Je staat er alleen voor, begeeft je op glad ijs. Je vindt geen beschutting, geen bescherming - tenzij je liegt. In dat geval heb je je eigen bescherming opgebouwd natuurllijk, en kun je stellen dat je een politicus bent geworden.' Voor 'politicus' zou je ook kunnen lezen: marketeer. Een goede schrijver liegt de waarheid, maar waarover hij niet mag liegen, is zijn onderliggende kwetsbaarheid, de onderliggende wond. Als je je eigen angsten en onzekerheden niet onder ogen durft te komen, gaat een boek niet leven."

En zitten die angsten meer in de thematiek van de dystopie of in de personages?

"De personages. Wat me na verloop van tijd is opgevallen, is dat ik altijd schrijf over personages met één ouder. Dat was geen bewuste keuze, maar het is wat ik ken; ik weet hoe ik dat invoelbaar kan maken.

"En soms zijn er kleine angsten of tegenslagen die je kunt gebruiken. Neem mijn knie. Een paar jaar terug brak ik tijdens een zaalvoetbalwedstrijd mijn knieschijf. Bij de operatie kon ik kiezen tussen volledige narcose en een ruggenprik. Ik koos voor dat laatste, waardoor alleen mijn onderlichaam gevoelloos was en ik precies zag wat er tijdens de operatie gebeurde. Niet met het idee research te doen - het was vooral omdat ik het moeilijk vind controle te verliezen - maar toen ik Johnny's ongeluk moest beschrijven, had ik opeens wel een overtuigende kwetsuur in voorraad.

"Een minder tastbare wond is existentiële onzekerheid en eenzaamheid. Die raken tijdens een onveilige jeugd diep ingesleten. En dat kwam bij dit boek via een soort U-bocht van pas, omdat de wereld die we nu aan het maken zijn mensen tot eenzaamheid veroordeelt. En dan heb ik het niet alleen over de onderkant van de samenleving. Het geldt voor iedereen. In Brazilië verkeren de extreem rijken evengoed in existentiële onzekerheid, bang dat kwijt te raken wat ze hebben verworven. Ze leven in hun compounds, gevangen in wantrouwen jegens de wereld om hen heen."

De drie personages in Slaap zacht, Johnny Idaho haten het systeem waarin ze leven. Maar ze komen niet met een oplossing.

"Het akelige van systemen is dat ze geboren worden uit abstracte ideeën die in de werkelijkheid zelden prettig uitpakken. Maar systemen houden zichzelf in stand, zelfs als de liefhebbers ervan de facto in de minderheid zijn. Voor veel mensen is dit niet de wereld die ze willen. Maar de mogelijkheid er iets aan te doen lijkt steeds verder weg.

"Dat heeft ook weer met taal te maken: als je de taal van het systeem spreekt, en dat doen we, dan raakt het systeem dieper verankerd. Ik heb ook niet de illusie dat ik daar met een boek verandering in ga brengen, maar een voortdurende discussie over de technologische en financiële machten is noodzakelijk. Zodra we ons afkeren van dingen die we niet direct begrijpen, leggen we ons erbij neer.

"In het begin van het boek komt een takahe voor, een loopvogel die alleen door interventie voor uitsterven is behoed. De komende tijd zal ook moeten uitwijzen of wij zonder verdere interventie voort kunnen, of dat onze interventies juist al te ver zijn doorgeschoten."

Auke Hulst, Slaap zacht, Johnny Idaho, Ambo/Anthos, 383 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234