Woensdag 15/07/2020

De wereld als werkvloer

Zelf kan hij het niet helpen. Ze willen hem overal. De grootste reclameregisseurs staan al een hele tijd in de rij en er komen dit jaar twee Amerikaanse en twee Vlaamse langspeelfilms van zijn hand uit. En om nog eens het cijfer 2 te laten vallen: hij is dit jaar nog geen twee weken thuis geweest. Nu bijvoorbeeld zit hij in Atlanta, voor een film met Kate Winslet en Casey Affleck.

De reismicrobe heeft Nicolas Karakatsanis wellicht van zijn vader, een Griek die zelf de wereld rondzwierf en uiteindelijk strandde bij een Antwerpse met wie hij een gezin stichtte. Volgens zijn vader is de naam Karakatsanis afkomstig van de Sarakatsani, nomaden die in het zwart gekleed gaan. Misschien werden ze, net als hij, ook al masters of darkness genoemd. En eigenlijk is ook hij een nomade. Nooit meer thuis. Omdat iedereen door zijn ogen wil meekijken. Er zijn meerdere hotels waar hij al vaker heeft verbleven dan in zijn eigen gloednieuwe loft, met schitterend uitzicht over centrum Brussel, die hij eind vorig jaar met zijn vriend Stefan Jakiela betrok. Hij heeft het ver geschopt. En schopt het constant nog wat verder. Destijds op de schoolbanken zag het er nochtans niet zo veelbelovend uit.

"Ik heb even filmregie gestudeerd aan het Sint-Lukas, maar na het tweede jaar hebben ze me buitengezet met de boodschap: zoek je eigen parcours, want wij kunnen je niet helpen met wat je wil doen." Zijn eigen parcours vond hij, toen hij via Pieter Van Hees een stageplaats versierde bij Condor, een postproductiebedrijf in Berlijn. "Ik was er de assistent van de assistenten. Maar ik heb er vooral mijn ogen de kost gegeven. Ik zag er hoe beelden gecorrigeerd en bewerkt werden door de Duitse meesters, die ik helemaal niet kende. Later toen ik zelf op een set stond, kwam die ervaring van pas. Soms, als het licht niet ideaal was, wist ik dat het beeld achteraf in een seconde kon gecorrigeerd worden en hoefde ik er op de set geen energie in te stoppen."

Intussen konden bevriende studenten op hem rekenen als ze een cameraman voor hun kortfilms zochten. Zo kwam het dat Frank Van Passel - als jurylid op Sint-Lukas - kennismaakte met zijn werk. "Hij vond het wel straf wat ik deed met een klein digitaal cameraatje, zonder licht. Frank was toen een grote mijnheer in de reclame. En hij stelde me voor om met hem een reclameclip op 35 mm te draaien. Ik had nog nooit op 35 mm gedraaid, maar ik ben een lichtmeter gaan halen en heb die opdracht aanvaard. In mijn vrije tijd. Want ik werkte nog altijd bij Condor. Tot ik een drietal kortfilms en enkele reclameclips had gedraaid en mijn broer Dimitri me zei: 'Je moet gewoon cameraman worden'. Daar had ik zelf nog niet aan gedacht."

Bugs Bunny

Nicolas Karakatsanis is een schorpioen en heel vastberaden. Hij wil altijd vooruit. "Wat heel belangrijk is geweest, was Small Gods. Dimitri zei: 'Je moet voor je dertigste een film draaien, anders komt het niet goed'. En dus besloten we er helemaal voor te gaan." Dimitri regisseerde de film en Nicolas stond achter de camera. Het was een experimenteel meesterwerk, elk beeld afzonderlijk had als een schilderij verkocht kunnen worden. De film werd meteen geselecteerd voor het Festival van Venetië. "Het Brusselse productiehuis Czar heeft me toen binnengehaald," zegt Nicolas. "En doordat Czar zo'n goeie reputatie had, wilden ook andere regisseurs met me werken. Maar na een jaar of drie, vier kreeg ik het gevoel dat ik tegen een glazen plafond aanstootte. België is een kleine afzetmarkt, dus de budgetten zijn bescheiden. Ik ben toen naar L.A. getrokken en bij het eerste agentschap waar ik aanklopte, werd ik aangenomen. Door die stap te zetten, besefte ik dat de wereld niet ophield in België, dat er meer is. En al vlug had ik ook een agent in Parijs."

In België maakte hij intussen naam als cameraman en director of photography van films als Linkeroever, Lost Persons Area en vooral Rundskop. Maar hij wou ook langspeelfilms draaien in het buitenland. The Loft was het perfecte opstapje in die richting.

"Ik voelde me ergens wel vereerd dat Erik (Van Looy) belde. Ik ken hem niet persoonlijk. Toen hij belde, hing ik net in Costa Rica in een helikopter om met zo'n grote camera vanuit de lucht een shot te filmen. Best grappig. The Loft was misschien niet echt mijn soort film, maar het was een Amerikaanse film die ik met een Belgische regisseur kon draaien. Als je zonder ervaring in een Amerikaanse productie terechtkomt waar je niemand kent, leef je constant met de stress en de angst voor een ontslag. De Amerikaanse productiemaatschappij Anonymous Content zat achter het project. Synoniem voor kwaliteit. En het budget was ook mooi: 14 miljoen is ook in Amerika geen lowbudget meer."

De opnames verliepen vlot, maar het was pas nadien dat hij ook de hardheid van het Amerikaanse systeem leerde kennen.

"Erik vroeg me of ik de kleurencorrectie van de beelden kon gaan tonen aan de mensen van Joel Silver, de befaamde Amerikaanse producent die de rechten op de film net gekocht had. Nadat ze een kwartier bekeken hadden, zei de vertrouwensman van Silver: "We hebben een probleem. De film heeft geen look, het beeld is te licht." Ik viel van mijn stoel: 'Te licht? Het is de eerste keer dat ik dat hoor', antwoordde ik. Maar hij hield voet bij stuk: 'Het is een thriller, het moet spannend zijn, de toon moet donkerder. Pas het wat aan en kom ermee terug.' Ik was natuurlijk op mijn tenen getrapt en zei: 'Ik heb die kleuren afgeregeld en ik ben er blij mee. Erik is tevreden en heel Woestijnvis ook. Ik kan geen betere versie afleveren. Ik stel voor dat jullie zelf enkele aanpassingen doen en dat je ze mij toont.' Zoiets kun je daar eigenlijk niet zeggen. En je voelde dan ook dat de spanning steeg. Drie dagen later spraken we weer af en kreeg ik een film te zien met veel meer saturatie, en alles was veel lichter geworden. Net het omgekeerde van wat ze hadden gezegd. Dus dat zei ik ook: 'Ik vind het raar, jullie zeiden dat het donkerder moest en het is veel lichter geworden. Nu lijkt het wel een Bugs Bunny-tekenfilm." Toen werd ik bijna van het project geschopt. Tijdens een telefoontje met Erik zei ik: "Als de kleuren zo hard veranderen, dan haal ik wel mijn naam van de film". Natuurlijk, dat was helemaal niet wat Erik wou horen, die vond dat niet cool. Gelukkig hebben we een soort compromis gevonden, uiteindelijk."

95% Roskam

Een goeie les. Want ook toen hij The Drop zou draaien met Michaël R. Roskam, stonden ze in Amerika niet meteen op hem te wachten. "De producers wisten niet wie ik was. Mijn Belgisch werk, dat kenden ze niet. Dat interesseert hen ook niet. Ik zei: 'Ik heb al veel reclame gedraaid in Amerika, met veel grotere budgetten dan wat jullie nu aanbieden', maar daar hadden ze net schrik van. Ze dachten wellicht: weer een van die cameramensen die het gewend is om het met veel poen te doen. Maar toen ze hoorden dat ik The Loft had gedraaid, waren ze overtuigd. Het was een film met een gelijkaardig budget en dat ik de opdracht afgemaakt had, bewees dat ik met fictiedruk overweg kon."

Horrorverhalen uit fictieland

Tegenwoordig krijgen de studiobonzen de beelden van de opnamen meteen binnen via een centrale server, terwijl er gedraaid wordt. "En de producers in L.A. waren superenthousiast over wat ze te zien kregen. 'It looks beautiful', kreeg ik te horen. Ook wat hij zelf te zien kreeg, beviel hem: hij zag sterren door zijn lens. "Ja, aan die mensen hangt een zeker magnetisme. Noomi Rapace is fantastisch, ziet er super uit, en Tom Hardy is eigenlijk een klein, struis mannetje, maar the camera loves him. Dat is gewoon zo. Ik belicht een ruimte in functie van het verhaal en niet van de acteurs, maar natuurlijk is het tof om die mensen aan het werk te zien. Eerst werk je met stand-ins en ziet een bepaalde scène er gewoontjes uit. En dan nemen de echte acteurs hun plaatsen in en alles valt op zijn plaats. Dat heeft niet alleen te maken met hun uiterlijk, maar ook met hun uitstraling. Een fotomodel kan een fantastisch gezicht hebben, maar zet haar op een filmset en die is leeg. Je voelt dat."

"Het was een superplezante set, heel chill, heel relaxed. Het was vooral Tom die in de gaten moest gehouden worden. Dat is a hard nut to crack, een pateeke zoals we hier zeggen. Dat was echt niet iemand met wie je zomaar eventjes een praatje kon slaan. Ik ben sowieso niet iemand die met acteurs gaat praten. Die zitten in hun eigen wereld. Ik vind: zij doen hun ding en ik dat van mij. Na vijf, zes weken draaien, wist ik dat Tom geen makkelijke jongen was. Ik had hem nog niets gevraagd. Ik denk altijd: het is aan mij om me aan te passen. Maar nu kon dat niet. Hij moest twee meter naar rechts opschuiven om de opname te beginnen, een kleinigheid. En ik wist dat hij respect had voor wat we aan het doen waren, hij was helemaal mee. Dus ik vroeg hem: 'Zou het mogelijk zijn om daar te beginnen?' Hij draaide zich om en zei : 'Jij kunt me dat vragen, en Michaël ook, maar voor de rest aanvaard ik hier van niemand orders.' Zo'n repliek was dat. En hij moest echt maar twee stappen verzetten. Voor de rest zat hij constant te twitteren en te sms'en tot hij een take moest doen, en verder geen woord. Maar hij is wel fantastisch. Onwaarschijnlijk. Hij speelt een heel andere rol dan wat je van hem gewoon bent. Het personage van Matthias Schoenaerts is misschien niet het meest rijke, complexe personage. Een beetje een typetje. Maar hij heeft er wel iets mee gedaan. Eigenlijk was ik vooral onder de indruk van Michaël. Je mag niet vergeten dat The Drop nog maar zijn tweede langspeelfilm is. En hij belandt meteen in een heel ander systeem, met een veel grotere ploeg en veel meer volk en veel meer inbreng van allerlei mensen. Ik had echt schrik dat het hem allemaal wat boven het hoofd zou groeien, maar totaal niet, hij heeft dat echt goed beheerst."

"Pas op, Michaël heeft ook moeten knokken. Na zestien weken monteren leverde hij een film af waar hij helemaal achter stond en ze vonden hem goed, maar ze wilden nog van alles aangepast zien. Dus heeft hij nog tien weken langer gewerkt - terwijl hij er wellicht naar snakte om naar vrouw en kind te gaan. Toen zeiden ze: 'Michaël, dat is jouw film niet meer. Waarom ben je niet veel dichter bij je eerste versie gebleven?' Na een paar weken van gepalaver is de uiteindelijke versie voor 95% zijn film."

De magie van de filmset

Er komen in het najaar ook nog twee Vlaamse films uit waarvoor hij het camerawerk heeft gedaan. Niet dat hij zich nog makkelijk laat verleiden tot werk op eigen bodem. Als hij in België draait, dan moet het anders zijn. Welp deed hij omdat hij het beloofd had aan zijn beste vriend Jonas Govaerts. Maar hij eiste van producer Peter De Maegd wel een reeks peperdure lenzen om mee te werken en liet een 35 meter hoge bouwkraan optrekken om het bos waarin het verhaal zich afspeelt een akelige belichting mee te geven. "Wellicht heb ik nu meer zelfvertrouwen om mijn zin door te drijven", zegt hij. Voor Violet kocht hij een camera om op 65 mm te draaien, een ongewoon formaat dat regisseur Bas Devos achteraf haast tot waanzin dreef, omdat de beelden zeer moeilijk te ontwikkelen en te bewerken waren. Andere bevriende regisseurs die hem wilden voor hun langspeelfilm, zoals Kevin Meul en Pieter Van Hees, moest hij ontgoochelen. "Met pijn in het hart, maar ik moet het ijzer smeden terwijl het heet is. En ik begin toch ook wel de voordelen te zien van de ruimere budgetten in het buitenland. Als ik in België draai, dan merk ik hoe bric-à-brac sommige dingen in mekaar zitten. Het is soms een beetje een apenland. Ik schrik er zelf van. Want ik dacht altijd: neen, in België kunnen we veel sneller en flexibeler werken, en is alles veel beter. Maar op het vlak van fictie zitten wij hier soms een beetje aan onze limieten. Zeker in tv-land. Ik hoorde onlangs nog horrorverhalen van een vriend die net twee tv-reeksen had gedraaid, en daar met veel te weinig mensen veel te hard en te snel moest werken. Het komt niet meer op creativiteit aan, maar op het aantal bladzijden dat je draait. Daar doe ik niet aan mee."

Sterren voor de lens

Reclame zal hij blijven doen, denkt hij. Ten eerste omdat het de rekeningen betaalt. "Door die spotjes kan ik selectiever zijn in mijn filmkeuze (hij weigerde al projecten van Michael Mann en John Hillcoat, red). En ik leer er ontzettend veel mee bij, al die snelle opnames met waanzinnige middelen vergroten mijn expertise. Het ene moment zit ik op een eiland in Maleisië, dan in Singapore, dan weer in Kaapstad. Je leert je aanpassen aan alle omstandigheden, alle weertypes en alle manieren van werken. Nu zal ik voor de film Triple Nine van John Hillcoat (The Road, Lawless, red.) bijna vier maanden in Atlanta vertoeven. Een cultuurstad hadden ze gezegd, maar er is hier hooguit één noemenswaardig museum en ik ben al weken op zoek naar een boekenwinkel. Muziek leeft hier wel, en dan vooral hiphop. Hoe dan ook, ik pas me wel aan. En films maken is overal hetzelfde. Ik ben nu dagelijks aan het storyboarden met John, de regisseur, en dat is eigenlijk net hetzelfde als toen ik met Jonas aan het storyboarden was voor Welp. Oké, de mensen hier zijn van het kaliber dat ik vroeger betaald zou hebben om even vijf minuten met hen op de set te mogen staan. En oké, met Triple Nine beschikken we over een budget van 27 miljoen dollar. Maar eigenlijk verandert er niet veel. Alleen staan er deze keer geen Vlaamse acteurs voor mijn lens, maar Casey Affleck en Kate Winslet."

Tijdens zijn schaarse vrije tijd vliegt hij soms gewoon voor een weekendje naar de Amerikaanse westkust. Zijn broer Dimitri is er nu ook aan de slag als cameraman. Samen met de jonge regisseur Arno Uyttenhove is hij in sneltempo uitgegroeid tot een felbegeerde naam in het reclamecircuit. "Hij draait commercials waar anderen niet eens van kunnen dromen. Het gaat zo snel dat hij onlangs getrouwd is om met zijn gezin naar L.A. te kunnen verhuizen. Daar is stilaan een Belgische kolonie aan het ontstaan. Zelf wou ik vroeger die stap nooit zetten. Ik vond België altijd heel cool : klein, bereikbaar, bescheiden en heel laidback. Maar het jonge talent wil weg. En ik snap ze. Er is het financiële verhaal - ze zitten altijd aan ons geld - en de politiek maakt me ziek. Dat is zo'n kluwen. Het gaat niet meer over partijen. Het zijn gewoon persoonlijkheden op wie gestemd wordt, en die persoonlijkheden moeten dingetjes doen om populair te zijn. Er is nog weinig sprake van ideeën. Het is meer cafépraat. Gewoon bekvechten."

Buiten de tijd

In november vloog hij nog eens voor een weekend terug naar België, om er een fototentoonstelling van zijn werk te openen. Er is te weinig tijd voor zijn fotografie, maar hij zou niet zonder kunnen.

"Bij film dien je het verhaal of de sfeer die je wordt opgelegd. In fotografie ben je volledig vrij. Voor mij moet fotografie buiten de tijd staan. De realiteit zal ik wel op het nieuws zien. Tegenwoordig zie je wel vaker werk van oorlogsfotografen in kunstgalerijen hangen. Terwijl ik me afvraag of ze ook een goeie foto kunnen nemen in een normale omgeving, waar er geen oorlog is. Foto's die in galeries hangen, moeten voor mij meer laten zien dan puur realisme. Dat is dan misschien wat mijn foto's gemeen hebben met fictie: dat ik graag een wereld schep die je misschien nog niet hebt gezien. Rundskop voelt ook realistisch aan. Maar ik hoop dat je tenminste voelt dat daar een visie achter zit. Ik zou wellicht niet meteen geïnteresseerd zijn om een film van de gebroeders Dardenne te filmen. Ze maken goeie films, maar puur visueel vind ik dat ze te hard hun best doen om de realiteit na te bootsen, waardoor er visueel niets meer overblijft."

Rundskop, met een opgepompte Matthias Schoenaerts.

The Drop, Roskams tweede langspeelfilm - en de allerlaatste film met James Gandolfini - komt op 19 september uit in de VS.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234