Donderdag 09/04/2020

De Wending

De Wending van Justine Henin: "Zelfs een nederlaag is een cadeau"

Beeld Copyright: Karoly Effenberger

Zo paradoxaal kan het leven zijn: de euforie die Justine Henin (33) dit land vaak gaf, duurde bij de tennis­ster zelf hooguit drie seconden. Het geluk een dag. Nadien dacht ze al aan haar volgende toernooi. Tot ze vijf jaar geleden stopte en zélf pas zag in welke bubbel ze had geleefd. 'De krijgster die ik was, is weg.'

Ongemerkt is de Dijle la Dyle geworden, het water weet van geen taal, het zijn slechts wij die de stroom een andere naam geven. Alsof een vis anders zwemt in Limelette dan in Leuven: zo relatief is identiteit dus. Toen Justine Henin tenniste, was ze geen Waalse meer. Ze was een Belgische, ook in Vlaanderen aan de borst gedrukt - "hoera, het is er eentje van ons!" Zoals van de eerste Syrische vluchteling die ooit een goal maakt in de Jupiler League snel zal nagetrokken worden of hij nog Rode Duivel kan worden. Succes maakt geliefd.

Maar zij zegt: "Natuurlijk heeft dit land problemen op sociaal en economisch vlak. Maar sport en cultuur zijn daarom zo belangrijk. Ze verenigen mensen. Waarom leven we anders? De verschillen moet je niet ontkennen, maar je moet ze wel omarmen. Ze geven rijkdom. Ik ken de clichés over de Walen natuurlijk, ze zijn meer Latijns en dus minder strikt, en laten alles iets meer op hun beloop. (lacht) Misschien dat ik op dat punt wel iets Germaanser ben. Ik wilde altijd graag duidelijkheid."

In de spelonken van het internet hoef je niet lang te zoeken naar wat een onbekende dichter op 9 juli 2001 schreef. Dit:

Een witte pet
Verfijnd afgetraind gezicht
Een blik op het grote doel gericht
De mond, Lance Armstrong in 't net

Justine, ogenschijnlijk, de teerste in de top
Donkere, heldere, besliste blik
Een gazelle met een beslissende tik
Tennist iedere tegenstander in het slop

De wielrenner is gevallen, zij gestopt, maar haar zeven grand­slam­zeges houdt ze eeuwig. De naam van de Amerikaan is zeven keer weggekruist op de erelijst van de Tour. Zoals hij ook zijn brons van de Olympische Spelen in Sydney moest terug­geven. Ergens in haar huis (of in een kluis) blinkt nog steeds haar goud van Athene. Zo goed was Justine Henin. En in die verleden tijd zit het begin van dit gesprek.

Ze wás tenniskampioene.

Ze stond 117 weken op nummer 1.

Ze werd vier keer Sport­vrouw van het Jaar.

Ze is nog altijd maar 33 en vijf jaar geleden ruilde ze die tijd voor een nieuw heden. "In 2008 was ik al eens gestopt, omdat ik het beu was. Maar ik had al vlug door dat dat afscheid te vroeg was gekomen. Ik was er gewoon niet klaar voor. In 2011 was dat anders. Ik sukkelde met mijn elleboog en dat kwam niet meer goed. Dan beslissen om te stoppen, was eigenlijk gemakkelijk. Ik was pas 28 en realiseerde me dat ik nog een lang leven voor me had. Dat wilde ik goed leven, niét met constante fysieke ongemakken."

Het is niet schrikken haar te horen praten. Het gaat snel, zoals haar ogen rondflitsen in deze Justine Henin Tennis Academy. Haar assistente heeft het tafeltje aangewezen waar we gaan praten, de rug van Justine tegen de muur, ze kan alles zien. Controle­freak, zegt ze later zelf: "Aan de basis ben ik zeer angstig en dat kun je maar de baas door alles te willen controleren. Alleen heb ik moeten leren dat dat niet kan. Dat je moet loslaten. Toen ik nog tenniste, kon dat makkelijk. Ik moest maar één iémand in het oog houden: mezelf. Dat kun je niet in een organisatie als deze, waar dertig mensen werken. Dat was misschien wel het allermoeilijkste aan de ommekeer in mijn leven. Maar het geluk, en tegelijk het ongeluk, was dat ik dit project vanaf dag 1 na mijn carrière had."

Ongeluk? "Er was geen tijd om even op adem te komen. Dat gevoel heb ik heel erg. De laatste vijf jaar heb ik geen enkele keer kunnen uitblazen. Dat had nochtans gekund. Er zijn sportmannen die meteen moéten gaan werken na hun afscheid, ik had het me financieel kunnen permitteren om dat niet te doen. Maar dit project liep al. Tegelijk is dat dus mijn geluk geweest. Van een leegte na het afscheid was geen sprake. Dat was goed, want terwijl je sport, kun je daar niet mee bezig zijn. Dan weet je alleen dat er een dag zal komen dát je moet stoppen. En in tennis komt die heel vroeg."

Plots werd de focus anders. Tot die dag in januari waarop ze afscheid nam, telde maar één ding: Justine Henin. "J'étais l'entreprise", zegt ze. "Ik was zélf de onderneming. Iedereen deed alles voor mij. Nu moest ik met en voor mensen werken en niet langer enkel mezelf motiveren. Ik moest hén ook motiveren. En alles kwam samen. Net voordien had ik Benoît leren kennen, die nu mijn man is. En anderhalf jaar na mijn afscheid is mijn dochter Lalie geboren.

"Het grote verschil met andere vrouwen van 30 is dat zij op die leeftijd het punt bereiken dat het leven écht in een stroom­versnelling geraakt. Terwijl ik 30 was en al drie levens geleid had."

Beeld Copyright: Karoly Effenberger

De Justine Henin Tennis Academy doet wat de naam doet vermoeden. In een gerenoveerd pand met tennishal, waar je trofeeën uit Australië en Amerika passeert, oude tennis­rackets, foto's van triomfen en zalen naar Wimbledon en Roland Garros genoemd zijn, worden tennis­lessen gegeven. Maar er zijn ook vergaderzalen. Er is een restaurant. "Het aller­moeilijkste vind ik alles wat met human resources te maken heeft. Ik moest leren, en accepteren, dat niet iedereen altijd dezelfde challenge heeft als ik had. Moet je ook respecteren. Maar voor mij was het nieuw. Eigenlijk moest ik me na jaren weer in verbinding met de wereld stellen. Voordien was ik het centrum, zeer egoïstisch; nu andere mensen managen vond ik de grote uitdaging. Ik moest ook al mensen ontslaan. Maar ook engageren. En dat probeer ik, zoals ik tenniste, zeer instinctief te doen. Je kunt dat rationaliseren, maar ik heb geleerd dat niet alleen competentie belangrijk is. Iemand die competent is, maar die geen goesting heeft om dit te doen, moet je niet aannemen. En af en toe moet je een einde maken aan relaties. Zowel privé als professioneel."

Je gebruikt de term 'in verbinding stellen met de wereld'. Leefde je als topsporter in een bubbel?
Justine Henin: "Dat realiseer je je pas later, maar het is wel zo. Toen ik tenniste, zag ik het publiek niet. (glimlacht) De pers probeerde ik zoveel mogelijk te vermijden en mijn directe entourage beperkte zich tot drie, hooguit vijf, mensen. Ik herinner me dat ik toen bijvoorbeeld ook geen flauw benul had van de actualiteit. Ik volgde dat niet, ik was alleen met tennis bezig. Maar dat ik in zo'n bubbel zat, zag ik pas toen ik eruit was. En ik ben heel blij dat ik eruit ben. Nu voed ik me door contacten met anderen. Toen voedde ik me alleen door mijn vastberadenheid."

Je moest plots naar de Delhaize om een brood te gaan kopen en in de rij te staan aan de kassa.
"Ik heb ervan genoten om weer iemand 'normaal' te worden. Natuurlijk verzink je niet in de anonimiteit en ik ben geen vrouw aan de haard. Maar mijn eigen huishouden organiseren, voor mijn dochter zorgen, zelfs een vliegtuigticket kunnen reserveren... Dat laatste had ik nog nooit gedaan en ik genoot ervan om het te kunnen doen. Eigenlijk is het de autonomie. Kúnnen boodschappen doen.

"Ik geef vaak voordrachten en mensen vragen dan altijd: 'Hoe word je een vedette?' Maar mensen begrijpen ook dat ik dat nu niet meer ben en niet meer wil zijn. Er is veel respect. Toen ik Lalie de eerste dag naar school bracht, werd er natuurlijk gekeken. Maar mensen zijn vriendelijk en niemand vroeg me een handtekening. (lacht) En dat is goed. Ik heb de Belgische sport­geschiedenis wel kleur gegeven, maar ik ben niet alleen kampioene."

Ze noemt Lalie en je weet dat ze zelf als kind met haar mama naar Roland Garros ging kijken. Je weet dat haar droom en haar belofte aan die mama kwam: 'Ooit win ik Roland Garros.' Je weet dat ze dat vier keer deed. En je weet dat die mama aan kanker overleed toen Justine Henin twaalf was. Een kind, zoals Lalie.

"Zelf moeder worden heeft me geholpen om daarin vooruit te gaan. Dat kan raar klinken, want ik miste haar in alles. Ik had zo graag gehad dat ik mijn mama kon vragen: hoe doe je dit en wat moet ik nu doen? Dat kon ik niet en dus moest ik het doen met mijn eigen inzichten. Niet alleen dat ik niet meer voor mezelf leefde, maar ook dat ik dingen uit mijn dochter moest halen. Misschien was het wel echt volwassen worden. Dat kan. In ieder geval is Lalie, die nu 2,5 jaar is, de grote etappe in mijn leven."

Met een cliché, de mooiste overwinning? Ze knikt. "Tennis was wel een roeping. Maar dit is zeker de mooiste verwezenlijking. Al is dit leven geen competitie. Alle competitie is verdwenen. Ik zie alleen nog kansen. Alles is een cadeau. Zelfs nederlagen waren dat. Je mag niet vergeten dat top­sport heel vaak lijden is. Om goed te zijn moét je dat. Toen ik vijfde stond op de wereldranglijst, besliste ik nog harder te werken om toch nummer 1 te worden. Met mijn lijfje was dat een opgave en, zonder dat ik me daarvan bewust was, besliste ik toen te opteren voor een kortere carrière. Dat lukte allemaal. Maar het kon enkel door veel af te zien. Nu zijn er nog moeilijke momenten, maar je komt er makkelijker door. Tegelijk zijn die momenten van grote euforie weg. Een grand slam winnen, dan voel je dat."

Beeld Copyright: Karoly Effenberger

Kun je dat voor een buitenstaander omschrijven, die euforie? Hoe­lang duurt die?
"De échte euforie? (denkt even na) Eén seconde? Misschien een paar? Dat is éphémère, zeer vluchtig. Je scoort dat laatste punt, dát moment is het, je verliest éven contact met de grond en je voelt je één fractie onoverwinnelijk en gelukkig. Maar dat duurt echt niet langer dan die paar seconden. Natuurlijk voel je je de rest van de dag licht en gelukkig. Sterk ook. Maar de dag nadien herbegint alles. Dat weten alle kampioenen. De dag na je zege op Roland Garros denk je aan Wimbledon. Eigenlijk hield ik nog meer van het gevoel in de uren voor een finale. Dan stapte ik de arena in als een krijgster. Maar dat gevoel is helemaal weg. Ik heb er helemaal geen behoefte meer aan."

Maar als je Wimbledon nooit won, kun je dan terugkijken op die weergaloze carrière zonder ook maar éven te denken: verdorie, daar heb ik spijt van?
"Ik ben zeker door een rouwperiode gegaan, dat geef ik toe. Ik had Wimbledon heel graag gewonnen. En als ik hier of daar iets anders had gedaan, had het misschien gekund. Nog harder gewerkt, ik zeg maar iets. Maar met 'als' win je niks. Nog eens: met mijn gabarit moest ik ook mijn limieten aanvaarden. De enige spijt die ik heb, is dat ik geen langere carrière had. Maar niemand zegt dat ik met tien grand­slam­zeges wél zeker Wimbledon had gewonnen. Dus daar ben ik over. Het is geen gemis meer."

De betreurde Jan Wauters zei dat ooit mooi: 'Eddy Merckx stopte toen hij 33 was en kon nadien nooit meer Eddy Merckx zijn: dé Eddy Merckx die alles won'. Dat geldt voor iedere succes­rijke sportman of -vrouw. Altijd zal Justine Henin de 'gewezen' tennis­kampioene zijn. De euforie mag dan vluchtig (en misbaar) geweest zijn, je hinkt altijd je palmares achterna. "Succes is natuurlijk wel verslavend, dat komt door de adrenaline. Er zijn sportmannen die dat niet kunnen accepteren en die dat na hun carrière blijven zoeken. Zo erg dat ze niet meer functioneren. Ik heb dat niet. Ik heb geen enkele behoefte meer om op een tennisveld in de spots te gaan staan of op een podium. Ik zeg niet dat het in het begin zo makkelijk was, maar ik heb me verdiept in de psychologie daarvan en het gaat me goed af."

Van Henin is bekend - ze maakte er nooit een geheim van - dat psycho­analyse haar door moeilijke tijden heen hielp. "Psycho­analyse is geen ziekte en je moet je hele leven aandacht blijven hebben voor je eigen psychologie. Ook over mijn persoonlijke wendingen in het leven, heb ik met specialisten gesproken. Soms was ik té gepassioneerd, dat heb ik daar bijvoorbeeld geleerd. Ik heb er veel over gelezen en als ik nu zou moeten beginnen studeren, dan zeker psychologie."

Beeld Copyright: Karoly Effenberger

Het opvallende is dat net tennis misschien wel dé sport bij uitstek is waar psychologie zo'n grote rol speelt. Vaak zit daarin het kantelpunt. Match­punt hebben en twee sets later toch nog verliezen.

"In tennis spelen fysiek, techniek en tactiek een rol, maar zéker ook het mentale. Het spel gaat snel, er zijn veel onderbrekingen en in elke onderbreking kun je plots twijfelen of omslaan. Het is niet zoals de 100 meter sprint: die zijn na negen seconden voorbij. In 20 seconden kun je een hele andere tennisser worden. De vraag is waarom je de ene dag top bent en een dag later niet? Ik weet het niet, je moet het accepteren. Maar je moet je wél elke dag 100 procent geven. Dat zeg ik vaak tegen mijn medewerkers in de Academy. Je kunt niet elke dag top zijn. Soms ben je maar 50 procent. Maar in die 50 procent moet je je dan wel 100 procent geven.

"Een sleutelmatch voor mezelf was de halve finale van de Olympische Spelen in Athene 2004. In de halve finale tegen Anastasia Myskina stond ik 1-5 achter. Maar ik won met 8-6 en werd later olympisch kampioene. Ik dacht altijd: het kán nog. Al heb ik meer matchen slecht gespeeld dan goed. Echt. Maar dat hoor je vaker bij toptennissers. Zelfs als ik won, speelde ik vaak slecht. Het ging er dan enkel om de belangrijke punten te scoren."

In 2008 zag 'Justine For Kids' het leven. Net in haar eerste afscheids­jaar, dat nadien slechts een pauze was. Terwijl andere top­tennis­sters van haar generatie nu en dan een versleten racket of een afgedragen pakje schonken om te laten veilen voor een goed doel, stopte zij geld in een vereniging voor zieke en gehandicapte kinderen. Op de site zie je dat. '13.500 euros pour les urgences pédiatriques de St Luc Bruxelles', lees je. 'Baptême de l'air pour 30 enfants malades' en 'Voyage en Laponie pour 12 enfants malades'.

"Kanker is niet alleen een ziekte, het is iets dat een grote impact heeft op een gezin en op de financiële situatie van een gezin. Er wordt veel gedaan op het gebied van onderzoek en behandeling. Daar is geld voor. Maar het ontbreekt vaak aan geld voor wat daarnaast zou kunnen. Dat wil ik financieren: de dromen van die kinderen. Begin december organiseerden we een sinterklaasfeest voor 120 zieke kinderen. We steunen de decoratie en inrichting van speelzalen en aangename kamers in ziekenhuizen. En we bouwen binnenkort in Namen een huis waar kinderen terecht­kunnen na een langdurige hospitalisatie. De bedoeling is dat ze er met hun ouders en familie op vakantie kunnen komen. Vaak is er na die dure behandeling geen geld voor een vakantie. Wij willen ervoor zorgen dat ze daar gratis en zonder zorgen naartoe kunnen."

Beeld Copyright: Karoly Effenberger

De bouw­aanvraag loopt. Begin 2016 wil ze de eerste steen leggen, ergens in 2018 moet dit huis opengaan. In Namen, om praktische redenen. "Maar ook kinderen uit Vlaanderen zijn er welkom", zegt ze dan en daarmee zijn we weer in België. "We financieren alles met privé­gelden, zodat we nooit van subsidies afhankelijk zijn. Dat is ons grote geluk. We hebben geen subsidies nodig en kunnen zo van de politiek wegblijven", zegt ze.

"Maar we werken nu al samen met het UZ van Gent en met Leuven. En we willen zo'n huis net zo goed in Brussel of Gent of Limburg openen. (glimlacht) Sinds kort ben ik trouwens lessen Nederlands aan het volgen. Taal is een barrière, pas door goed te communiceren kunnen we dichter bij elkaar komen. Het gekke is dat ik zelf héél de wereld heb afgereisd, maar nu pas Vlaanderen leer kennen. In Brugge was ik voor het eerst anderhalf jaar geleden. Gent nog maar onlangs. Antwerpen? Ik tenniste er, maar ik kende het niet. Ik probeer dat nu allemaal goed te maken."

Beeld Copyright: Karoly Effenberger
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234