Maandag 18/11/2019

De wegwerpmensen van Amerika

Wie Los Angeles zegt, denkt aan Hollywood. Aan filmsterren die shoppen in Rodeo Drive en met de Rolls cabrio gaan cruisen over Sunset Boulevard. Maar L.A. is ook Skid Row. Nergens ter wereld zijn zo veel daklozen geconcentreerd als in deze trieste wijk.

Kitty Davis-Walker staat op het dak van de Union Rescue Mission in San Pedro Street. Ze wijst naar enkele groenpercelen die liggen te blakeren in de najaarszon: "Kijk, onze moestuin waar we groenten oogsten: tomaten, uien, kool, paprika's, pompoenen. Onze chef bereidt er verse salsa mee. We hebben ook fruitbomen, zie, daar."

Davis-Walker is al tien jaar verantwoordelijk voor de public relations van dit opvangtehuis in Downtown Los Angeles. Als de organisatie het dak toegankelijk zou maken voor toeristen, zou ze een klein fortuin kunnen verdienen. Dat uitzicht! Maar San Pedro Street ziet nooit toeristen, zelfs geen liefhebbers van verse salsa. En de Angelenos zelf, de inwoners van L.A., lopen met een nog wijdere boog om deze vlek van verderf in hun binnenstad heen. "Zo'n mooie skyline", zegt Davis-Walker. "Maar kijk eens over de rand van het dak, naar St Julian Street en de crazy stuff daar beneden."

Ik tuur naar beneden, recht de afgrond van de beschaving in. Tientallen mensen - er is nauwelijks een blanke bij - liggen of leunen tegen grauwe muren van vergane pakhuizen. Sommigen in tentjes, anderen onder karton of naast winkelwagentjes vol vieze dekens of nog meer karton. Overal ligt rommel, alsof er net een windhoos voorbijgetrokken is. "Eigenlijk valt het vandaag nog mee", roept Kitty, boven het gekrijs van de sirenes uit.

Ze wil een paar minuten met me buiten staan, op het voetpad van San Pedro Street, maar heeft liever niet dat ik een wandeling maak. Daklozen staren met een levenloze blik voor zich uit, traag winkelwagentjes voortduwend, op weg naar nergens. Ze schuifelen kriskras door elkaar heen, een chaotische mierenhoop in slowmotion waaruit her en der onsamenhangend gekerm klinkt.

"We gaan terug naar binnen."

Davis-Walker voelt na zo veel jaar instinctief wanneer er op straat herrie op komst is. En ja, twee mannen in bloot bovenlijf proberen elkaar te overtreffen in haantjesgedrag. Een paar tellen later rollen ze, letterlijk, over straat in een handgemeen.

Terwijl andere Amerikaanse grootsteden hun thuislozenprobleem in de afgelopen jaren met succes hebben aangepakt, dijt het in Los Angeles gestaag uit. Het aantal daklozen groeide vorig jaar met 11 procent. Er slapen nu zo'n 47.000 Angelenos op straat of in opvangtehuizen zoals de Union Rescue Mission, en in dat cijfer worden voorsteden als Long Beach en Pasadena niet meegeteld. In de afgelopen drie jaar is het aantal dakloze vrouwen meer dan verdubbeld. Skid Row herbergt bijna de helft van de 28.000 daklozen in het stadscentrum.

De buurt wordt al ruim een eeuw zo aangeduid, maar je zult de naam op weinig kaarten van Los Angeles terugvinden. Inwoners van Beverly Hills of Santa Monica pretenderen liever dat ze niet bestaat, de grootste daklozenenclave in de Verenigde Staten, en wellicht van de hele westerse wereld.

Never-neverland

"Skid Row had eigenlijk Death Row moeten heten", meent Andy Bales, directeur van de Union Rescue Mission. "Het is de grootste menselijke ramp in de VS waar ik weet van heb, en we hebben haar zelf gecreëerd. Met een beleid achter het idee: drijf alle thuislozen in één wijk bijeen zodat de rest van de stad hen de rug kan toekeren. Politie en ziekenhuizen in andere delen van L.A. hebben er een gewoonte van gemaakt daklozen hier te dumpen. Telkens als we proberen om de diensten over andere gebieden uit te spreiden, zeggen de buurtbewoners: 'Niet in onze achtertuin.' Dus zitten dakloze mensen vast in een twilightzone, een never-neverland waaruit het moeilijk ontsnappen is."

Bales en andere voorvechters van Skid Row kregen het stadsbestuur zo ver dat het hospital dumping illegaal werd, maar hij vermoedt dat het nog altijd gebeurt om de rijke voorsteden 'schoon' te houden. Even leek het dat de hele staat Californië het dumpen door ziekenhuizen zou verbieden, maar toenmalig gouverneur Arnold Schwarzenegger stelde zijn veto. "De Hospital Association had zware druk op hem uitgeoefend."

Skid Row is overweldigend zwart - tot zeven op de tien daklozen, schat Bales. De rest zijn latino's, en dan is er nog een veel kleiner aantal blanken. "De mythe wil dat daklozen naar Californië trekken om dakloos te zijn onder de zon, maar de meesten hier komen gewoon uit South Los Angeles, waar de werkloosheid torenhoog is, de kansen om eruit te raken klein zijn, en het schoolsysteem kreunt."

Om zich in de leefwereld van de bewoners van Skid Row te verplaatsen, is Bales enkele nachten tussen hen gaan slapen. "Ik deed geen oog dicht: overal om me heen werden misdaden gepleegd en er kropen ratten over me heen. Ik weet eerlijk gezegd zelf niet hoe mensen hier overleven. Ze overleven niet lang. De meeste vrouwen worden enkele uren nadat ze op Skid Row aankomen al verkracht. Ofwel worden ze gedwongen om, ter bescherming, samen weg te gaan met een man die ze al dan niet leuk vinden, ofwel is er geen bescherming. De cultuur op straat is er een van geweld."

Roofdieren

Drugs en alcohol spelen een grote rol. Skid Row is een speeltuin voor L.A.'s drugsbendes. Roofdieren, noemt Bales ze. "Elk bendelid dat in Nickerson Gardens (een overwegend Afro-Amerikaans wooncomplex in de probleembuurt Watts, red.) woont, elke dealer uit Pasadena, ze komen hier hun waar slijten. Telkens wanneer je denkt enige vooruitgang te boeken, vind je hen op je pad. Ze hebben baat bij de bandeloze status quo op Skid Row."

Hun aanwezigheid moedigt de cyclus van geweld aan: "Mensen worden in elkaar geslagen omdat ze een krediethaai wat geld verschuldigd zijn, of ze moeten nog drugsgeld betalen. Onlangs sloegen twee mannen een dakloze in de straat achter ons neer. Ze ramden zijn hoofd tegen het voetpad en vermoordden hem. Er is ook geweld tussen daklozen onderling, al dan niet onder invloed van alcohol of drugs, of als een zware jongen geld komt ophalen. Op een avond zag ik een man van 180 kilo - de grootste mens die iko oit heb gezien - een vrouw met zijn vuisten bewerken, pal voor de deur van onze missie. Ik kwam tussenbeide en hij viel mijn wagen aan. Zo gaat dat hier."

De Los Angeles Police Department (LAPD), een korps met Hollywood-faam, patrouilleert in Skid Row, maar de agenten komen zelden hun wagens uit en communiceren via een megafoon.

De beschikbaarheid van drugs brengt ook andere risico's met zich mee. "Als je op Skid Row heroïne spuit, zul je niet lang leven, want wie weet wat je precies inspuit? Ik stond ooit met de politie naast een dode man, toen een vrouw op ons af jwam: 'Hij was aan het huilen door de ontwenningsverschijnselen, dus ik heb hem 40 milliliter heroïne toegediend' . Ze gaf grif toe dat zij hem gedood had. En als je niet aan een overdosis sterft, sterf je aan tuberculose, of aan een infectie veroorzaakt door menselijke uitwerpselen, of aan onderkoeling 's nachts."

Andy Bales is een vleesgeworden barmhartige samaritaan. Na tien jaar straathoekwerk in Skid Row viel hij zelf ten prooi aan mensonterende omstandigheden en onbestaande hygiëne. Een bacteriële infectie zorgde ervoor dat hij nooit meer zal kunnen lopen; mogelijk moet zijn been ooit worden geamputeerd. Maar in zijn rolstoel gaat hij nog altijd flesjes water uitdelen wanneer het kwik boven de 30 graden stijgt. "We laten de mensen weten dat we echt om hen geven. Ik praat met hen en behandel hen als medemensen."

"Dit is een foto van mijn vader", wijst hij, "voor zijn tentje in Azusa Canyon, ten oosten van L.A.. Hij groeide dakloos op. Hij had het geluk bij het leger te dienen en een dak boven zijn hoofd te hebben, en te houden. Maar mentaal was het erg lastig voor hem geweest. De dagen voor hij stierf was het enige waarover hij kon praten hoe verwoestend het was geweest 'een kind zonder thuis' te zijn. Hij had tranen in de ogen toen hij erover sprak.

"Toen ik 19 was, nam hij me mee op een tocht langs alle plekken waar hij gewoond had - garages, schuren. Hij gaf veel om andere mensen en dat drukte een stempel op mijn opvoeding. Elk dakloos kind dat ik zie, herinnert me aan mijn vader. Wat ik nu doe, ben ik hem verschuldigd."

Ook stichtende verhalen

Gary Bernard Williams van de United Faith Methodist Church in Zuid-L.A. verricht pastoraal werk in Skid Row en steunt de Black Lives Matter-beweging. Ik spreek hem 24 uur voordat hij tijdens een dienst in zijn kerk schoten hoort: de vijf LAPD-kogels die het jonge leven van de Afro-Amerikaanse tiener Carnell Snell abrupt afbreken.

"Als zwarte predikant heb ik het gehad met het doodschieten van zwarte mannen door de politie. Black Lives Matter eist waardigheid en respect voor degenen die al te vaak als wegwerpmensen worden beschouwd. Wij zwarten maken 13 procent van de VS-bevolking uit, maar 40 procent van de gevangenispopulatie. Afro-Amerikanen worden dus drie keer zo vaak opgesloten als blanken of andere groepen. Veel zwarten op Skid Row zijn verslaafd of hebben mentale problemen, anderen komen uit de gevangenis. Ze kunnen nergens heen en krijgen geen kans zelf hun brood te verdienen. Zwarte Angelenos zijn de laatsten om de hulp te vinden of te krijgen die ze nodig hebben. De verstandhouding tussen de etnische groepen in de stad laat ernstig te wensen over."

Ook Williams verricht zijn werk vanuit een diep christelijke gedrevenheid. "Als pastor zal ik altijd geloven dat verlossing en transformatie mogelijk zijn. De weg terug is lang en hard, en de meesten nemen hem nooit, maar er zijn ook honderden stichtende verhalen uit Skid Row gekomen."

Hij haalt het voorbeeld aan van Rick, een oorlogsveteraan die al twintig jaar geen drug meer aanraakt, een hogeschooldiploma behaalde en nu andere veteranen psychologisch begeleidt. "Mijn werk op Skid Row is een zegen voor mijn eigen leven. Ik ga met mijn kerk ontbijt opdienen bij de daklozen. We zitten aan één tafel en eten samen."

Cursussen

Kitty Davis-Walker lijkt elk van de achthonderd bewoners van de Union Rescue Mission bij naam te kennen. Ze begroet hen allemaal met evenveel enthousiasme, en informeert naar hun vorderingen. In de missie kunnen de bewoners een rehabilitatieprogramma van een jaar volgen, dat hen weer klaarstoomt voor de buitenwereld, voor een eigen flatje, een baan.

Aan het eind van het jaar is er een graduation-ceremonie op z'n Amerikaans, met cap en toga. Familieleden, niet zelden van de dakloze vervreemd, worden dan uitgenodigd met het oog op een hereniging, of er wordt gezocht naar een transitiewoning voor de afgezwaaide student. Als ze zich na afloop nog steeds niet klaar voelen om op eigen benen te staan, mogen ze nog een tijd met een leercontract in de missie blijven. Er zijn daarnaast nog een twintigtal cursussen die gasten leren omgaan met woedegedrag, verslaving...

Sportlessen moeten hun gezondheid een boost geven. Prestigieuze instellingen als de Universiteit van Californië, en Pepperdine University in Malibu, bieden de gasten in de Union Rescue Mission gratis medische hulp, tandzorg en ondersteuning bij gerechtelijke beslommeringen aan. Een belangrijke focus ligt op mentale gezondheidszorg.

Zowel Bales als Davis-Walker spreken niet graag over daklozen, maar over folks en guests. Naast ontbijt, lunch en avondmalen voor de gasten, geeft de URM de folks die op straat zwerven 's middags ook de kans om te komen lunchen, goed voor 2.500 maaltijden per dag. Met zijn gespreksrondes probeert Bales de zwervers zover te krijgen dat ze bij de Rescue Mission binnenstappen.

"Maar te veel mensen willen hun verslaving niet opgeven, of vasthouden aan wat in hun overtuiging hun vrijheid is. Maar hoe vrij ben je als je op straat slaapt? Of ze hebben psychische problemen waardoor ze contact met andere mensen vermijden. Er zijn er ook die hun moed bijeenrapen en bij ons aanbellen. Doodsbang zijn ze vaak van wat ze 'daarbuiten' allemaal gezien hebben."

Pops

Tijdens de rondleiding over de vier verdiepingen van het opvangtehuis botsen we op Pops, een knoest van een man met een gelooide huid en een zwarte leren jekker. Na vijftig jaar heroïnegebruik en een leven als big shot in de drugswereld van Skid Row (El Diablo, werd hij genoemd), stond hij enkele jaren geleden plots bij de Rescue Mission aan de deur: hij besefte dat het afkicken was, of sterven op straat. Zijn been zag roetzwart van het decennialange spuiten, maar binnen de muren van het opvangtehuis gooide hij zijn leven drastisch om, en nu doet hij vrijwilligerswerk. "Hij zegt dat wij hem nu meer nodig hebben dan hij ons, en hij heeft gelijk", lacht Kitty Davis-Walker.

"Ik heb deze plek nodig", antwoordt Pops droog. "Done a lot for me."

"Pops' voorbeeld is fantastisch", zegt Davis-Walker. "Er zijn ook folks die terugkomen, soms twee keer. We verwelkomen hen dan opnieuw, maar we proberen als een strenge ouder te zijn. Ze moeten er geen potje van blíjven maken. We zijn vergevingsgezind, maar we willen ook dat ze zich erdoorheen slaan en verdergaan."

In een zaal nabij de hal waar tientallen mannen, vrouwen en kinderen druk door elkaar lopen, haalt ze een voorbeeld aan van hoe de URM probeert de aangevreten menselijkheid van de gasten weer op te bouwen. "Met kerst bouwen we deze zaal om tot een heus warenhuis. Vaders en moeders kunnen hier dan een gratis cadeautje voor hun kinderen komen zoeken. Vrijwilligers komen de geschenkjes voor hen inpakken. Dat is beter dan wanneer die mensen in een lange rij moeten staan wachten om zomaar iets toegestopt te krijgen, toch? We proberen in kwaliteit te investeren, zodat folks hun waardigheid kunnen behouden, al wonen ze dan in een opvangtehuis."

Gezinnen

Dakloze gezinnen zijn een relatief nieuw fenomeen op Skid Row. Voor de Amerikaanse economie in 2008 crashte, ving de URM nagenoeg enkel mannen op. Nu is dat anders. Op de vierde verdieping hangen tientallen kleurrijke tekeningen van stranden, bomen en felle zonnen: kinderdromen van een beter leven. Kitty Davis-Walker kijkt op haar telefoon. "Afgelopen nacht hadden we 60 kinderen en 29 moeders."

En dat is enkel op Skid Row, want de missie probeert moeders met kinderen zo snel mogelijk over te plaatsen naar Hope Gardens, hun huis in de San Fernando-vallei, 35 kilometer noordwaarts. "Niemand zou in de straten van Skid Row moeten leven, maar vooral vrouwen en kinderen niet."

In Hope Gardens kunnen de dames hetzelfde jaarprogramma volgen en van dezelfde diensten genieten, "maar in een aangename, serene omgeving waar de kinderen na school buiten kunnen spelen, tussen het gras en de bomen en vogels".

Het contrast tussen Hope Gardens en de missie op Skid Row is veelbetekenend: 85 procent van de vrouwen rondt er het rehabilitatieprogramma met succes af. Amper 10 procent van de gasten in de URM volgt het programma, en van hen maken slechts drie op de tien het af. "Dat toont hoe groot het probleem van verslavingen op Skid Row is", meent Andy Bales. "Mochten we voor de mensen die onze opleiding volgen een tehuis hebben wég van Skid Row, dan zouden hun slaagkansen veel hoger liggen. Nu heb je kerels die hier drie, vier maanden zijn, en dan plots die drang krijgen en vertrekken. Sommigen keren terug, anderen verliezen we aan de straat.

"Voor de economische crisis hadden we enkel mannen. Nu zijn het zo'n 400 mannen, en 400 vrouwen en kinderen. Als we in de jaren 90 vrouwen op Skid Row zagen, dan waren dat meestal slachtoffers van mishandeling thuis. Ze waren gevlucht voor hun man. Maar sinds 2008, toen zoveel woningen gedwongen verkocht werden, stijgt het aantal gezinnen op Skid Row. Voor het eerst zijn er ook alleenstaande vaders met kinderen bij."

Het stadsbestuur van Los Angeles heeft de afgelopen tijd maatregelen aangekondigd om Skid Row 'op te waarderen'. In enkele blokken aan de rand van de wijk zijn de eerste daklozen al uit het straatbeeld verdwenen. "De grootste uitdaging tot nog toe", vindt Gary Bernard Williams, die tentdorpen ziet verschijnen in zijn buurt in het zuiden van de stad, die traditioneel al geplaagd wordt door bendes en wapengeweld. "Bewoners die uit Skid Row zijn verjaagd, verkassen naar South Los Angeles Er is een enorme behoefte aan betaalbare woningen, diensten voor mentale gezondheid en verslaving, rehabilitieprogramma's voor gevangenen..."

Williams probeert de daklozenbevolking te mobiliseren om hun stem te laten gelden. "Mijn congregatie registreert elke dag nieuwe kiezers. Het doel is dat iedereen van onze kerkgemeenschap in november naar de stembus trekt."

Hart tonen

Geen goed nieuws voor de Republikein Donald Trump. "Er heerst in onze gemeenschap een enorme angst voor 'president Trump'. Het Hooggerechtshof onder Trump zou alle vooruitgang die Afro-Amerikanen de afgelopen halve eeuw geboekt hebben, tenietdoen."

De pastor roept ook op tot een strengere wapenwetgeving, een stokpaardje van Hillary Clinton. "Het aantal wapens op de straten van Los Angeles moet verminderen. Ik geloof dat onze gemeenschap baat zal hebben bij Hillary's progressieve politiek."

Resteert die ene vraag: waarom lukt in L.A. niet wat in andere steden wél lukt? "De stad toont haar hart niet genoeg", zegt Bales. "L.A. zou het niet langer mogen tolereren dat een kostbaar mens op straat moet leven, maar die ommezwaai komt er niet."

Bales begon zijn lange dienst tussen de thuislozen 31 jaar geleden in de stad Des Moines, in Iowa. "Daar hadden we 1.300 daklozen en 1.300 opvangbedden, en dat vonden wij niet genoeg. Toen we in Des Moines mensen op straat zagen, stopten we om hen te helpen. Daar was ik Buurman van het Jaar, in Californië was ik vijand nummer één toen ik hier net hetzelfde werk begon te doen.

"De beste oplossing voor dakloosheid is persoonlijke betrokkenheid, vriendschap, in iemand investeren, en dat is zeldzaam. Het is hier zo, denk ik: hoe langer een etnische groep in de VS gevestigd is, hoe meer het iedereen voor zich is binnen die bevolkingsgroep. Eerst hadden we op Skid Row enkel alcoholverslaafde blanken. Met crackcocaïne zag je de komst van de zwarten, daarna arriveerden de eerste latino's. Nu zie ik mensen van Aziatische afkomst. Die bevolkingsgroepen steunen hun naasten normaliter tot het uiterste. Maar hoe meer die mensen de Amerikaanse cultuur absorberen, hoe meer de waarden die ze van huis uit hebben meegekregen, eroderen."

De foto's bij deze reportage komen uit Skid Row van Désirée van Hoek. Het boek (120 p.), geselecteerd als een van de Best Verzorgde Boeken (bestverzorgdeboeken.nl), is voor 39,50 euro te koop bij Copyright Bookshop in Antwerpen en Gent, en bij Peinture-Fraiche in Brussel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234