Zondag 13/10/2019

Ilija Trojanow

‘De weerstand tegen vluchtelingen heeft niets te maken met religieuze of culturele verschillen’

'Mensen zijn het doemdenken kotsbeu. Ze pikken het niet meer dat er geen alternatief voor het bestaande systeem zou zijn.'

Dat deze reis naar Wenen de ecologische voetafdruk waard zou zijn, wist ik wel zeker, want gepland was een ontmoeting met een veelgeprezen romancier, een politiek activist, een scherpzinnig essayist, een uitgever, een amateuratleet die zichzelf wist te bekwamen in tachtig Olympische disciplines en een wereldreiziger die de meeste continenten te voet heeft doorkruist. Het onwaarschijnlijke is dat het om een ontmoeting met één en dezelfde man gaat: Ilija Trojanow (53), een wonderlijk mens, schrijvend in het Duits, van origine Bulgaars, van roeping kosmopoliet.

Met een cappuccino uit de kantine van het Institut für die Wissenschaften vom Menschen ondernemen we in Trojanows sobere kantoor een namiddag lang een wereldreis, beginnend in Sofia, dat hij op z’n 6de met zijn ouders ontvluchtte. ‘De wereld is groot en overal loert redding’ heette de roman die hem in 1996 wijde bekendheid bracht, een decennium later gevolgd door ‘De wereldverzamelaar’. Nu heeft hij een intellectuele versnapering klaar, het essay ‘Na de vlucht’, met hoogst interessante en doorleefde beschouwingen over vlucht en migratie – de zijne en die van miljoenen anderen.

‘Voor mijn ouders die mij de vlucht schonken,’ luidt de opdracht in uw boek. Niet elke vluchteling zal zijn lot een geschenk noemen.

“Vluchten was een uitstekend idee! Ik heb er de hele wereld mee gewonnen en alleen een achterlijk landje, Bulgarije, mee verloren. Er zijn slechtere deals. Mijn vader had zijn politieke beweegredenen, maar hij was ook gemotiveerd door zijn behoefte om de wereld te zien, zijn intense verlangen naar individuele vrijheid. Het kon hem niet schelen waar hij vandaan kwam, hij was iemand die zichzelf elders opnieuw uitvond. Mijn moeder daarentegen heeft zich van de vlucht nooit hersteld, ze had het gevoel meer verloren te hebben dan gewonnen.”

 Had u op uw 6de door dat het om een vlucht ging toen uw ouders over het IJzeren Gordijn wipten?

Trojanow: “Nee, ze hadden me verteld dat we op vakantie gingen naar de Zwarte Zee. Aan de grens met Italië merkte ik wel dat we voor zo’n vakantie de verkeerde kant opgingen. Ik vond het allemaal een avontuur, spannend, maar niet bedreigend. Ik gedroeg me kalm, als een goed opgevoed jongetje, hebben mijn ouders me altijd verteld. Voor hen was het anders: werden we gepakt, dan belandden ze in de cel en ik in een staatsweeshuis, en dat waren geen pretparken.”

Zelf hebt u nooit heimwee gehad naar Bulgarije?

Trojanow: “Mijn eigen ervaring werd gedomineerd door het feit dat tussen mijn 6de en mijn 7de alles niet één keer, maar drie keer veranderde. We vluchtten naar Italië, van Italië naar Duitsland, en nadat we asiel hadden verkregen, begon mijn vader als ingenieur te werken en zijn bedrijf stuurde hem naar Kenia. Voor mij was dat normaal, ik wist niet beter, het leven veranderde voortdurend: nieuwe soorten eten, een nieuw klimaat, nieuwe talen.”

Telkens een nieuw inburgeringsexamen was toen nog niet aan de orde.

Trojanow: “Nee. Ik ben overigens niet tegen zo’n inburgeringsexamen. Een actieve burger moet wel degelijk over enige kennis van de taal, geschiedenis en politiek beschikken. Maar zo’n examen zou dan voor iedereen moeten gelden. En het zal in België niet anders zijn dan in Duitsland: de meeste autochtonen zouden niet slagen. En die moeten dan ook maar naar de volkshogeschool, heb ik weleens voorgesteld.

“Ik geef in ‘Na de vlucht’ nog voorbeelden van hoe men van migranten toch altijd weer méér inspanningen verwacht dan van de lokale bevolking, en dat er op vele subtiele manieren een afstand onderhouden wordt tussen beide. Geen ander boek van me heeft me zoveel post opgeleverd, echt honderden mensen die ook buiten Duitsland geboren zijn schreven me dat ze precies dezelfde ervaringen hadden gehad. Autochtonen die opmerken dat mijn Duits voortreffelijk is, of altijd weer die eerste vraag: ‘Waar kom je vandaan?’, omdat men van het antwoord verwacht een idee te krijgen van wie je bent. Maar als ik antwoord dat ik uit Bulgarije kom, weten mensen nog helemaal niks over mij – hooguit kunnen ze dan terugvallen op hun vooroordelen over dat land. Het kan een kleinigheid lijken, maar het herinnert er wel aan dat de Europese samenlevingen nog altijd niet openstaan voor het idee van migratie.

“Dat bleek heel duidelijk toen de oorlog in Syrië een stroom van vluchtelingen op gang bracht in 2015 en 2016. Er gingen meteen stemmen op om die mensen niet toe te laten, want ze zouden de islamitische cultuur met zich meebrengen, zonder ook maar enig onderscheid te maken. Toen ik onderzoek deed voor ‘De wereldverzamelaar’, woonde ik een tijd in Damascus, de oudste bewoonde stad ter wereld. Ik weet heel goed dat de mensen die ik daar ontmoette in de verste verte niet te vergelijken vallen met dorpsbewoners uit Afghanistan of met de erudiete Iraanse meisjes aan wie ik lesgaf aan de universiteit van Teheran. Hun cultuur wordt niet bepaald door het repressieve islamitische regime van vandaag, maar door de eeuwenoude Perzische beschaving.”

Schizofrene houding

Voor uw boek ‘Pelgrimstocht naar Mekka’ mengde u zich in 2003 enkele weken onder de moslims tijdens de hadj om, zoals de flaptekst het stelde, ‘het wezen van de islam’ te begrijpen. Is dat wat gelukt?

Trojanow: “Het hielp om de enorme diversiteit binnen de islam te begrijpen. Het is niet anders als met andere onderwerpen: hoe meer je ervan weet, hoe meer je beseft hoe oppervlakkig je kennis is.

“Maar ik wilde nog wat zeggen over de reacties op de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten. Onlangs las ik een razend interessant boek over de Vertriebenen, de Duitse vluchtelingen die na 1945 uit het oostelijke, communistische deel van Duitsland naar het westen vluchtten. Die mensen werden in West-Duitsland werkelijk afschuwelijk behandeld, slechter dan de Syrische vluchtelingen nu. Het toont nogmaals aan dat de weerstand tegen vluchtelingen in feite niet te maken heeft met religieuze of culturele verschillen, maar met iets heel banaals: mensen met veel bezittingen of privileges delen niet graag.”

Het idee leeft dat miljoenen Afrikanen onze welvaart zullen komen opzoeken, dat we onze grenzen daarom moeten versterken. Als u in Afrika reist, merkt u dan dat de Europese droom daar zeer aanwezig is?

Trojanow: “Het is nogal eenvoudig: de meeste mensen daar willen thuisblijven als dat kan. Mensen die bereid zijn grote risico’s te nemen en alles achter zich te laten, vormen altijd een kleine minderheid. Het idee dat elke Afrikaan naar Europa zal komen, is volslagen belachelijk. Wat we moeten bereiken is dat het niet alleen een mensenrecht is om te vluchten voor honger en vervolging, maar dat het ook een mensenrecht is thuis te blijven, dat mensen een waardig leven kunnen leiden op hun eigen plek. We moeten niet de vlucht bestrijden, maar de oorzaken ervan en op dat vlak gebeurt niks serieus.

“Wat doen we? We steken geld in belachelijke projecten: in Sierra Leone kwam ik erachter dat Duitsland vluchtelingen terugstuurt met wat geld opdat ze daar in de scholen de kinderen gaan vertellen dat ze absoluut níét naar Duitsland moeten gaan... Alsof zoiets mensen die vastberaden zijn hun geluk te beproeven zal tegenhouden. Of we maken er een veiligheidsprobleem van, duwen militaire oplossingen naar voren, zoals kampen oprichten in Libië en migratieroutes blokkeren.

“Het komt erop neer dat we compleet cynisch en egoïstisch handelen: wij zitten in een positie dat we meer invloed en macht hebben dan de Afrikanen en daar handelen we naar.”

En dat cynisme gaat zo ver dat we vluchtelingen laten sterven in de zee?

Trojanow: “Ja, maar ik doe niet mee aan het gehuil hoe dat in godsnaam mogelijk is en aan de hysterische discussie of Europa vandaag zijn ziel niet verliest. Dat we onze ogen sluiten voor de duizenden mensen die sterven in de Middellandse Zee, is niet meer dan een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis. Die ziel zijn we dan al eeuwen kwijt. Het heeft ons nooit van slag gebracht dat er in Afrika mensen zonder goede reden sterven van de honger, het laat ons koud dat er daar mensen sterven van ziekten waarvoor er genoeg geneesmiddelen zijn. Je komt uit België, ik moet hier niet uitweiden over het criminele verleden van Leopold II.

“Europa heeft al eeuwenlang een schizofrene houding. Aan de ene kant zien we onszelf graag als de uitvinders van de mensenrechten en burgerrechten, als de avant-garde van een progressieve mensheid. Gedeeltelijk is dat waar, maar anderzijds zijn wij blind voor de verschrikkelijke gevolgen van onze historische en huidige machtspositie.

“Denk aan de exportsubsidies van de Europese Unie, die een verwoestend effect hebben op de Afrikaanse landbouw. Denk aan de mijnbouw in Afrika. Voor mijn recente boek over ontwikkelingshulp heb ik veel gereisd, onder meer naar Sierra Leone: de diamantmijnen uitgebaat door deels Britse, deels Zwitserse bedrijven veroorzaken daar een regelrechte ecologische ramp. De laatste vier decennia hebben zowel de Europese landen als de Europese Unie geen moeite gespaard om een VN-resolutie te saboteren die multinationals zou dwingen mensenrechten te respecteren. De investeringen worden daar veel beter beschermd dan de mensenrechten.

“Ik heb in Zuid-Afrika en Kenia gewoond. Ik weet dat opmerkzame mensen daar en elders in de wereld de Europeanen veel kritischer bekijken dan wij dat zelf doen. Ze zijn zich bewust van onze hypocrisie, ze weten dat wij maar al te goed kunnen leven met bepaalde ethische paradoxen. We schieten tekort in onze basismoraliteit. We consumeren veel te veel, buiten mensen te veel uit. We hebben een bevoorrechte positie en weigeren die op te geven. Zeventig jaar nadat de grote koloniale machten verdwenen zijn, hebben wij nog altijd een imperiale levensstijl, gestoeld op een fundamentele ongelijkheid.”

'Dat we onze ogen sluiten voor de duizenden mensen die sterven in de Middellandse Zee, is niet meer dan een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis. Onze ziel zijn we al eeuwen kwijt.'

Kleine Poetin

De Europese verkiezingen komen eraan en er lijkt zoiets als een nationalistische internationale in de maak. De optelsom van wat er in onder meer Hongarije, Polen, Italië, Nederland, Oostenrijk aan de hand is, zou in het Parlement een sterke groep ondergravers van het Europese project kunnen opleveren.

Trojanow: “Natuurlijk zullen ze aan dat ondermijningswerk beginnen, maar vind je het niet grappig dat er een coalitie in de maak is van nationalisten? Oostenrijk eerst! Hongarije eerst! Polen eerst! En toch willen ze samenwerken! Dat valt niet te rijmen. Die ‘nationalistische internationale’ zal uit elkaar vallen.

“Je moet hun getalsterkte niet onderschatten, maar ook niet overschatten. Soms gaat het over één marginaal rechts, en als het over een rechterzijde gaat die aan de macht komt, zoals in Hongarije, zal nog blijken dat ze niks anders te bieden heeft dan nieuwe vormen van kleptocratie, oligarchie, sociale ongelijkheid. Viktor Orbán is niet meer dan een gangster, de Hongaren met wie ik spreek omschrijven hem als ‘un petit Poetin’, een mengeling van maffia en oligarchie. Op een bepaald ogenblik zullen de mensen dat doorhebben.”

Zullen we voorlopig toch maar vaststellen dat nationalisten verkiezingen winnen?

Trojanow: “Ja, maar niet voor lang, om de eenvoudige reden dat ze voor onze grootste problemen – de enorme levensbedreigende ecologische crisis en de sociale ongelijkheid – geen enkele oplossing hebben die de versleten neoliberale slogans – meer groei en innovatie – overstijgt. Je kunt dan wel zondebokken zoeken als de migranten, maar op den duur blijven er geen boemannen meer over. Dat zie je nu in Duitsland. De hysterie in het betoog over de vluchtelingen neemt af: het aantal vluchtelingen dat zich nog meldt, is fors gedaald, en de werkgevers publiceerden onlangs een rapport waaruit blijkt dat de integratie van de vluchtelingen in de arbeidsmarkt beter loopt dan verwacht. De forse beweringen dat door die instroom het weefsel van de Duitse samenleving uit elkaar wordt gescheurd, zullen steeds grotesker klinken.

“Bovendien gaat de brexit een heel positief effect hebben. Iedereen beseft nu dat je in deze ongelooflijk complexe geglobaliseerde wereld er niet gewoon kunt uitstappen: ‘Ik ga mijn eigen ding doen!’ Als je alleen staat in een geglobaliseerde wereld, heb je a very poor standing. De illusies die nationalisten verkopen zullen door de brexit aan waarde verliezen.”

'Viktor Orbán is niet meer dan een gangster, een mengeling van maffioso en oligarch.'

De Franse sterfilosoof Bernard-Henri Lévy publiceerde onlangs een manifest dat verkondigt dat Huize Europa in brand staat nu de rampzaligste verkiezing ooit zich aankondigt. Grootheden als Salman Rushdie, Elfriede Jelinek, Orhan Pamuk, Claudio Magris ondertekenden het. Had u dat ook gedaan als Lévy het u had voorgelegd?

Trojanow: “Ik zou hem geantwoord hebben: ‘Dit is een mooie gelegenheid om u te zeggen dat ik u altijd een ongelooflijke idioot heb gevonden – un idiot (lacht).’ Hij is de man van l’universalisme contre le fascisme en dat soort veralgemeningen waar ik onwel van word. Dat is tijdverlies. Als je een intellectuele interventie wilt organiseren, moet je heel precies zijn in je doelstellingen. Ik heb me een jaar of tien geleden met mijn collega-schrijfster Juli Zeh maandenlang geëngageerd voor de actie ‘Authors Against Mass Surveillance’. Toen hadden we een heel helder programma: voor een digitale mensenrechtenverklaring, tegen alle aanvallen op de privacy.”

Inmiddels is die kwestie zo aan de orde dat een geactualiseerde herdruk van uw boek ‘Aanslag op de vrijheid’ niet zou volstaan…

Trojanow: “Nee, een compleet nieuw boek zou nodig zijn. Het was een profetisch boek, toen het uitkwam zaten er dramatische ontwikkelingen aan te komen: veel van wat wij vermoedden heeft Edward Snowden nadien voor honderd procent kunnen bewijzen. Pas recent zijn we gaan begrijpen hoe totalitair en hoe bedreigend de macht van Google en Facebook is. Bij wijze van provocatie zou ik zeggen: Facebook is een veel groter gevaar voor onze democratie dan het islamisme.”

Als ik nog even terug mag naar Bernard-Henri Lévy. Recent werd hem gevraagd of het fenomeen Viktor Orbán iets zegt over de ontwikkelingen in Oost-Europa in het algemeen. Zijn antwoord kwam erop neer dat het communisme blijvende schade heeft aangericht in de hoofden van de mensen.

Trojanow: “Aan dat soort blabla over het communisme dat de geesten vervormt, heb je niks. Als er weer een hang naar sterke mannen is, ligt dat aan het sociaal-economische kader dat zo belabberd is dat mensen bereid zijn elke rattenvanger achterna te lopen. Hoe dat komt? In Oost-Europa is een echte transformatie uitgebleven omdat de oude elite zichzelf getransformeerd heeft en geprofiteerd heeft van de grote privatisering van de economie.

“Ik beschreef in mijn roman ‘Macht en verzet’ hoe er in Bulgarije een soort coïtus interruptus van de revolutie geweest is, de rebellie is in elkaar gestuikt. Ik reis nu de vertalingen van dat boek achterna in Praag, Sofia, Boekarest, Sarajevo… En overal vertellen mensen me precies hetzelfde. De Verenigde Staten, de NAVO en de westerse landen wilden vooral de situatie stabiliseren, dus werkten ze samen met de oude en nieuwe elites en deden ze niks om de gigantische plundering van de nationale economieën te verhinderen. Daarom is er niks gekomen van vrije media, van échte persoonlijke vrijheid, van een controlerende overheid, een levendige civiele maatschappij. Daarom kon een elite er door corruptie nog meer macht en rijkdom concentreren en kon er relatief makkelijk een nieuw soort leider opstaan.”

De Europese Unie heeft te snel de Oost-Europese landen omarmd?

Trojanow: “Bulgarije is het land dat ik het beste ken, en daar is het alleszins een reusachtige vergissing geweest dat men het establishment niet gedwongen heeft de EU-richtlijnen echt op te volgen vooraleer ze op de Europese subsidies konden rekenen waar ze zo naar uitkeken. Europa heeft dikwijls de ogen gesloten voor corruptie.

“Ik heb er weleens over gediscussieerd met de vroegere minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier, vandaag de Duitse president. ‘Wat dachten jullie wel?’ vroeg ik hem. ‘Jullie wisten toch dat Bulgarije helemaal niet aan de Europese standaarden beantwoordde?’ Zijn antwoord was: ‘Wij dachten dat we in die transformatie zouden slagen eens die landen bij de Europese Unie zouden horen.’ Wat belachelijk is: in Zuid-Italië domineert de maffia nog altijd, en Italië is zelfs een stichtend lid van de Europese Unie! Zo werkt het dus niet.”

Wanneer keerde u voor het eerst terug naar Bulgarije?

Trojanow: “In december 1989, ik was toen 24. Eerder kon niet. Die maand waren er grote demonstraties. Mensen voelden zich nog onzeker, ze waren niet zeker of de omwenteling wel ging lukken. Ik herinner me een discussie in het huis van mijn tante, over hoelang de transformatieperiode zou duren. ‘Een paar jaar,’ zei iemand, ‘we moeten geduldig zijn.’ Een ander zei: ‘Een paar jaar? Zoveel tijd heb ik niet. Als het hier niet onmiddellijk verandert ben ik weg.’ Grootmoeder stond in de keuken wat eten klaar te maken, en zei: ‘Jongens: het zal minstens 50 jaar duren.’ Inmiddels denk ik dat ze te optimistisch was.”

U ontdekte dat de geheime dienst een dossier had over u.

Trojanow: “Het was een vrij dun dossier, en nogal belachelijk: ze dachten dat ik tijdens mijn studententijd in München aan het hoofd stond van een terroristische organisatie. In werkelijkheid ging het om een clubje van drinkebroers. Interessant was het vooral om te leren dat niet minder dan drie agenten over mij moesten rapporteren. En nog aan het eind van de 20ste eeuw weigerden enkele Aziatische landen mij een inreisvisum, omdat ik op een zwarte lijst stond: blijkbaar werkten ze nog met een kopie van de KGB-dossiers. Daar ben ik nog altijd een terrorist (lacht).”

Voelt u zich in Europa als u in Bulgarije bent?

Trojanow: “Nee, maar de Bulgaren vinden het vreselijk als ik dat zeg. In mijn eerste roman schreef ik: ‘Bulgarije is waar Europa stopt, maar nooit begonnen is.’ Ze zien zichzelf graag als Europeanen, maar het zou eerlijker zijn te aanvaarden dat Bulgarije een grensland is op de kruising van oost en west.

“In Bulgarije proef ik vandaag een compleet cynisme. Ik zie voor dat land geen perspectief. Het is niet dynamisch genoeg om met de Aziatische landen te kunnen concurreren, en technologisch niet ontwikkeld genoeg om bij West-Europa aan te sluiten. Hoe overleef je dan? Er is een enorme migratie: Bulgarije is gekrompen van 9 naar 6 miljoen inwoners. Eén op de drie is gaan lopen!

“Veel Bulgaren komen in de Duitse slachthuizen werken, in de afschuwelijkste omstandigheden, voor 2 euro per uur. Da’s ook weer zo’n migratiemythe: migranten komen bij ons het ondankbaarste, vernederendste werk doen, en krijgen toch vaak te horen dat ze luie parasieten zijn. Het is het één of het ander, hè?”

Nood aan positivisme

Uw recentste, nog niet vertaalde boek heet: ‘Richtig Reisen’. Het heet een poging te zijn om het reizen te redden. Te redden van wie?

Trojanow: “Klinkt wat onbescheiden, hè? Denk niet dat ik een snob ben die zich boven toeristen verheven voelt. Waar het me om te doen is, is iets wat ik van het soefisme heb geleerd: dat het heel belangrijk is om jezelf, je ego, te overwinnen. En voor mij zijn er twee manieren om dat te doen. De eerste is door te schrijven: dat is voor mij altijd een beweging weg van mezelf geweest. Ik verplaats me in personages, in thema’s die geen deel zijn van mijn eigen leven.

“Een tweede methode om mezelf te overwinnen is reizen. Maar het moet dan wel een radicale vorm van reizen zijn, wil je zo’n existentiële impact bereiken. Ik reis alleen, te voet en met een minimum aan bagage, want ik moet me helemaal kunnen openen om het onbekende toe te laten, zodat het me kan veranderen. Ik voel hoe dat soort reizen me optilt, me beter maakt.

“Ik vind het fascinerend dat haast elke religie het fenomeen van de pelgrims-tocht kent. Een pelgrimage is niks anders dan een manier om mensen uit hun comfortzone te rukken, ze te desoriënteren en te irriteren, omdat het een diepe wijsheid is dat een mens alleen in die toestand bekwaam is om zichzelf een beetje te transformeren.”

Nog een manier om uzelf te overwinnen was allicht het project dat u beschreef in ‘Meine Olympiade’.

Trojanow: “Klopt. Ik vatte in 2012, het jaar van de Olympische Spelen in Londen, het plan op om tegen de Spelen van 2016 in Rio me in alle 80 disciplines te bekwamen. Ik reisde daar de hele wereld voor af: judo leerde ik in Japan, gewichtheffen in Bulgarije, boksen in Brooklyn…”

En is dat project gelukt?

Trojanow: “Ik heb alle disciplines beoefend, maar mijn aankondiging dat ik in elke discipline half zo goed wilde zijn als de medaillewinnaars was toch eerder een grapje. Dat is hooguit voor tien à vijftien disciplines haalbaar. Maar ik vond het heel wat dat ik een complete tienkamp aankon.”

In uw reisgedrag valt op dat u de extremen niet mijdt: voor uw roman ‘Smeltend ijs’ reisde u naar de laatste wildernis, Antarctica, maar evengoed voelt u zich thuis tussen de miljoenen opeengehoopte pelgrims die in de Ganges baden en noemt u Bombay uw favoriete stad.

Trojanow: “Ik ben gelukkig tussen miljoenen mensen en ik ben gelukkig alleen. Daartussenin, in dorpen en kleine steden voel ik me niet op mijn gemak: provincialisme is iets dat ik niet kan uitstaan. Ik heb tot nog toe alleen gewoond in steden die meer dan een miljoen inwoners tellen.”

U woont nu in Wenen omdat Londen te duur is voor een zelfstandig schrijver, hebt u weleens gezegd.

Trojanow: “Wenen is een toevalstreffer. Ik was hier een paar weken uitgenodigd, en ben blijven hangen omdat het me beviel. Ik vond een mooie flat. En ik kan altijd weer weg.”

Hebt u als globetrotter een tip voor mensen die de reis van hun leven willen maken?

Trojanow: “Ik zou zeggen: ga naar de plek die het minst op je thuis lijkt. Kom je ergens toe en je eerste reactie is: ‘Ik voel me hier niet thuis’, blijf dan! Ongemak is een goed gevoel, het daagt je uit. Een aardbeving die je eigen percepties en overtuigingen, je eurocentrische kijk eens goed doet beven, dat is interessant.”

Ik zag u op YouTube het reisprogramma ‘Oasen der Freiheit’ presenteren, een speurtocht naar plekken waar de anarchistische utopie nog gedijt. Heel kleine plekken zijn het soms, zoals het hutje van Bakoenin in het Thüringer Woud.

Trojanow: “Een oase is altijd klein, hè. Ik werk nu aan het project Utopian Spaces, een platform om aan praktische utopieën te sleutelen ter oplossing van heel concrete problemen. Als ik mensen daarover vertel merk ik dat er een enorme behoefte is aan visies op een positieve toekomst. Mensen zijn het doemdenken kotsbeu. Of het inspiratieloze realisme van Angela Merkel, ‘Fahren auf Sicht’ noemt ze het – vooral niet te ver vooruitkijken terwijl je aan het rijden bent! Mensen pikken het niet meer dat er geen alternatief voor het bestaande systeem zou zijn. Het utopische denken komt terug, en dat is nodig. Nog niet zo lang geleden gold het vrouwenstemrecht als utopie. Een utopie kan de nieuwe normaliteit worden. Wanneer en hoe weet je niet, en dat is de schoonheid van de utopie.”

Wie de ongelijkheid wil bestrijden, kan zich optrekken aan antikapitalistische gevoelens onder sommige jongeren, millennial socialists zijn ze intussen gedoopt. Maar leeft de Europese utopie ook nog bij die jongeren of is het Europese moment voorbij?

Trojanow: “Ik hoop dat er nog een Europees moment komt, maar dan niet dat van een bureaucratisch, gecentraliseerd Europa, maar van een Europa van onderuit. Mijn politieke instincten zijn eerder anarchistisch: zelforganisatie is wat me interesseert, grassrootsbewegingen.

“De jonge mensen die ik ken vinden het heel natuurlijk dat ze de vrijheid hebben om te reizen en te studeren waar zij willen, maar ik ben niet zeker of ze bereid zijn een politieke strijd op lange termijn aan te gaan om Europa nog te versterken. Wat ik hoor van mensen in ngo’s en politieke organisaties, is dat veel van deze millennials heel goed zijn als het op punctuele, urgente mobilisaties aankomt, maar dat ze terugschrikken voor het wat saaie continue politieke werk, het opzetten van netwerken, de uitbouw van een infrastructuur voor overleg en actie. Hetzelfde merk ik bij mijn dochter.

“We hebben hier in Wenen nu elke vrijdag acties van jongeren voor een andere klimaatpolitiek: het is spannend om te zien hoelang die zullen duren. Vrienden van mij zijn heel enthousiast, ze geloven er echt in. Zelf ben ik wat sceptischer. Mijn ervaring als activist leert me dat mensen graag staan te applaudisseren aan de zijlijn, en occasioneel steunen ze je wel met geld of hun aanwezigheid. Maar mensen die bereid zijn om naast je de hele weg af te leggen, die zijn zeldzaam.”

In ‘De wereldverzamelaar’ nam u een motto van Richard Burton op: ‘He noblest lives and noblest dies who makes and keeps his selfmade laws.’ Wie naar zijn eigen wetten leeft, leidt een nobel bestaan. Bestaat er een Wet van Trojanow waar u zelf naar leeft?

Trojanow: “Dan moet ik verwijzen naar een stukje autobiografie dat ik in ‘Na de vlucht’ stopte. Voor ik mijn studies begon in München, maakte ik een reis door Italië. Toen ik op de vrijdag voor het schooljaar naar München wilde terugkeren, werd ik bij de Brennerpas uit de trein gezet omdat ik geen visum voor Oostenrijk had. Ik kon dat visum pas op maandag in Milaan gaan halen. Geld om nog te reizen of ergens te overnachten had ik niet meer, maar daar trok de grenspolitie zich niks van aan. Ik probeerde in de volgende trein te glippen, maar werd betrapt en in een hok gestopt, de agenten werden handtastelijk. Ze zetten me op een trein naar Bolzano, weer dieper Italië in. Ik reisde zwart terug tot aan de Brennerpas en daar wist ik een vrachtwagenchauffeur te overtuigen om me illegaal mee te nemen naar Duitsland. Noem dat dan maar de Wet van Trojanow: in een onmenselijk systeem is het overtreden van wetten een humaan beginsel.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234