Vrijdag 27/01/2023

De weerstand tegen het ijle

Van het indrukwekkend kasteel valt nauwelijks nog iets te bespeuren. Maar het Prinsenhof in Gent is uitgegroeid tot een gevarieerde woonwijk. Vijfhonderd jaar geleden werd Keizer Karel hier geboren.

Marc Dubois/Foto's Gerrit op de beeck

Een van de recentste, boeiendste toevoegingen die men er kan aantreffen is de eigen woning van architect Marie-José Van Hee, een realisatie die ons doet nadenken over de dimensie van het wonen en die tevens fundamentele vragen oproept over de betekenis van de architectuur op het einde van dit millennium. Van Hee werkt traag en geduldig aan een zeer coherent oeuvre, realisaties waarmee ze aansluiting zoekt bij de tectonische cultuur van de architectuur. Bij haar geen grote verhalen om haar werk te legitimeren noch een zoeken om de complexiteit en de snelheid van deze tijd tot uitdrukking te brengen. Van Hee blijft bij datgene dat voor haar steeds essentieel is geweest: de architectuur, het creëren van een authentieke ervaring van de ruimte en de materie, ver weg van modieuze preoccupaties. Zij kiest voor dikte en massiviteit, niet voor het ijle en de seriële beelden die de computers ons opdringen. Haar werk is ver verwijderd van een afstandelijke abstractie of een oppervlakkige, opzichtige vormelijkheid. Het huis is voor haar in de eerste plaats een oord van bescherming en intimiteit voor het broze menselijke wezen. Wanneer Kenneth Frampton in zijn herziene geschiedenis van de moderne architectuur het begrip 'tectonic culture' ter sprake brengt benadrukt hij tevens dat het gaat om een 'architectuur van weerstand'. Verzet tegen de verregaande vervlakking, tegen het credo van ijlheid en transparantie. Het is een weerstand tegen het verlies aan authentieke ervaringen. Voor Van Hee moet het woonhuis ontstaan vanuit de concrete menselijke ervaringen en emoties, abstracte bespiegelingen vanuit een louter theoretische invalshoek zijn haar vreemd. Haar eigen woning drukt deze houding volmaakt uit. In de zeer smalle Gentse Varkenstraat, afgeboord met zeer kleine woningen, valt de nieuwbouw nauwelijks op. Voor deze nieuwbouw werden drie kleine, compleet vervallen huisjes afgebroken. Enkel een reeks hoog geplaatste verticale ramen in de voorgevel laten vermoeden dat daarachter een bijzondere interieurconfiguratie schuil gaat. Haar voorkeur gaat uit naar smalle verticale ramen, omdat dit raamtype in tegenstelling tot het horizontale type beter aansluit bij de verticale positie van de mens in de ruimte. In plaats van de gevels te bepleisteren met witte of fel gekleurde kalk, koos zij voor het traditionele procédé van het 'calleien'. Dit is het aanbrengen van een dunne cementlaag waardoor de textuur van de baksteen zichtbaar blijft, een bouwteckniek die vroeger vaak werd aangewend in de hoevebouw. Het huis heeft een L-vormig grondplan en is gericht naar een besloten patio, een intieme buitenkamer. Een massieve bakstenen muur, waar tegenaan een langwerpige waterbassin is aangebracht, sluit de buitenruimte van de patio af. In tegenstelling tot de traditionele stedelijke rijwoning, een smal huis tussen twee gesloten mandelige muren, is hier gekozen voor een woning in de breedte met bijbehorende brede tuin. Dit patiowoningtype kan bogen op een reeds lange traditie, vanaf de Romeinse tijd tot de sublieme voorstellen van architect Ludwig Mies van der Rohe uit de jaren dertig. Binnen een stedelijke context komt dit type in Vlaanderen enkel te voorschijn in de begijnhoven. Het is alsof Van Hee ons dwingt aandachtiger te gaan kijken naar de grote kwalitatieve aspecten en de potenties van deze uitzonderlijke sites in onze grote steden. Het is geen romantische reflex van haar, wel een onderkennen van zaken waarvoor anderen nauwelijks oog meer hebben. Het centrale gegeven in de woning is een grote, vijf meter hoge rechthoekige woonkamer met een plafond van houten dragende balken. De wijze waarop het daglicht in deze hoge ruimte binnenkomt, vanaf de morgen- tot de namiddagzon, getuigt van een grote beheersing om de oriëntatie een wezenlijk deel te laten zijn van het ontwerp. Dat de zon opgaat in het oosten en ondergaat in het westen is een realiteit die vaak wordt vergeten. Voor Marie-José Van Hee is dit een elementair gegeven, een niet te verwaarlozen component in de totale compositie van de ruimte. De grote rechthoekige ruimte roept het beeld op van de heldere woonkamers in oude landelijke gebouwen.

Er is geen opdeling tussen zit- en eetruimte, het is een royale plek waar centraal een grote tafel zal komen. De tafel als middelpunt van het huis, een keuze die wij al lang zijn vergeten. De muur aan de straatzijde is over de hele lengte uitgewerkt als een kast met daarboven de strak geritmeerde ramen. De uiterst sober opgevatte open haard en de trap zonder armleuning zijn de weinige toevoegingen die men kan aantreffen. Op de verdieping is een werkruimte die bereikbaar is via het hoge ingangsportaal. De keuken en de slaapkamer zijn gesitueerd in de kortste vleugel van de L-vorm. Om de dagelijkse fysieke ervaring tussen interieur en exterieur niet te ontlopen is het toilet zelfs buiten geplaatst. Van Hee relativeert bewust het begrip comfort om de lijfelijke ervaring te intensiveren. In het werk van Van Hee is de invloed van de Mexicaanse architect Luis Barragan aanwijsbaar evenals die van de Nederlandse monnik en bouwmeester Dom van der Laan. Van der Laan is de ontwerper van het klooster Roosenberg in Waasmunster, een tijdloos gebouw met een unieke zeggingskracht. Hij bouwde in zijn leven één enkel individueel woonhuis. Deze woning heeft, zoals de woning Van Hee, een L-vormig grondplan dat gericht is naar een buitentuin. Alhoewel het woonhuis is opgetrokken op een vrijstaande bouwlokatie projecteerde Van der Laan zijn ontwerp als een onderdeel van een stedelijk bouwblok. Het is alsof Van Hee, door de geboden lokatie, dit kon bereiken wat Van der Laan enkel in een studiemaquette kon weergeven. Terwijl velen het oeuvre van Luis Barragan in de eerste plaats bewonderen om het kleurgebruik begreep Van Hee dat de kracht van deze bouwmeester ligt in het dimensioneren van de massiviteit van de muren. Bij Barragan ontstaat de ruimte in de omgeving van muren, statische muren die noodzakelijk zijn als referentiekader voor de beweging van de mens in de ruimte. Zowel bij Barragan als bij Dom van der Laan ontdekte Van Hee de attitude om het bouwen te ontdoen van het overtollige.

Ontwerpen is een geduldig zoeken naar de sereniteit van de dingen en de stilte opnieuw een plaats geven in de architectuur. Het is een bewuste en fundamentele reactie op de overvloed aan beelden die onze wereld overspoelt. Van Hee's streven naar soberheid is allesbehalve een pleidooi voor een minimalisme, het is veeleer een zoektocht om de rijkdom te vinden die verscholen zit in de authenticiteit van de dingen. In een tijd van overconsumptie van beelden wijst Van Hee ons op de 'weelde van de soberheid'. Zoals ook de Oostenrijkste bouwmeester Adolf Loos reeds benadrukte moet de architectuur een andere ambitie hebben dan mode, grafiek of film. Deze laatste zijn veel geschikter om de dynamiek van de tijd waarin wij leven vast te houden, het bouwen is een medium waarbij de traagheid meespeelt en dat ons in staat stelt het vluchtige te overstijgen.

Dit is geen bekrompheid of reactionaire positionering vanwege de architect. Haar stellingname heeft te maken met het geloof dat bouwen een meer tijdloze dimensie moet hebben. In haar werk gaat het niet om een puristische of ascetische stellingname maar veeleer om de zintuiglijkheid, om 'les joies essentielles' die wij verloren hebben, weer te ontdekken. In een reeks aforismen over het huis stelt de Amerikaanse architect John Heyduk dat 'the birth of a house is from a female'. Als vrouw heeft architecte Van Hee de fijngevoeligheid om te bereiken wat Heyduk benadrukt: woningen opnieuw een intieme intensiteit, zelfs een noodzakelijke sensualiteit geven. Vanuit haar koppige gedrevenheid naar de authenticiteit der dingen ontstaat een oeuvre dat een tijdloos karakter uitstraalt. Wat het eindresultaat op het eerste gezicht nauwelijks laat vermoeden is dat de woningen ontstaan na een moeilijk en intens ontwerpproces. Schets na schets is gezocht om het niet-essentiële te verwijderen, om datgene te laten ontstaan dat reeds in oorsprong aanwezig is. Woningen ontwerpen vergt een 'travail patient', zoals Le Corbusier vaak opmerkte, een intense arbeid om door te dringen tot de essentie die ver verwijderd is van een seriematige benadering. In feite is Van Hee op zoek naar de verloren, edele eenvoud. Voor velen zal Van Hee ongetwijfeld de incarnatie zijn van een ouderwets soort bouwmeesterschap, van een architecte die niet wil behoren tot de tijd waarin wij leven. Maar onze samenleving heeft wel degelijk nood aan dergelijk werk als reflectiekader om de vaak inhoudloze productie te relativeren. Een woning moet vooral een bron zijn van stilte en ontworpen zijn om het licht zichtbaar te maken. Een menselijk verblijf moet meer zijn dan 'een verzameling van plaatsen met een specifieke functie'. Als erkenning voor haar jarenlange arbeid kreeg zij, samen met Paul Robbrecht & Hilde Daem, vorig jaar de tweejaarlijke Architectuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap. Haar woning werd reeds gepubliceerd in het befaamde Japanse vakblad A&U en werd eveneens geselecteerd voor het Jaarboek Architectuur Vlaanderen 96-97 dat in juni zal verschijnen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234