Vrijdag 03/04/2020

DE WEEK VAN GRIET OP DE BEECK

Ik kreeg telefoon: of ik mijn column over de Vooruit wou schrijven, omdat de hele M over het Gentse kunstencentrum ging dat haar honderdste verjaardag viert. Nu moet ik zeggen, en dat pleit niet voor mij: ik heb het niet graag als ze mij een onderwerp opdringen. Een vrijheidsdier, van kindsbeen af, daar valt niet veel meer aan te doen, vrees ik, sommige ziektes zijn voor altijd. En ik ben er bovendien nogal aan gehecht dat de week mij zelf duidelijk maakt wat het moet worden, omdat er dan minstens een kleine urgentie mee gemoeid is. Begrijp me niet verkeerd: ik vind honderd jaar bestaan iets wat uitbundig mag gevierd, ook met een hele M vol feestvreugde, en ik hou van de Vooruit, maar ik heb er verder niks over te vertellen wat al niet beter en uitgebreider zal gebeurd zijn in de rest van dit cultuurkatern. Ja, dat ik mij die ene voorstelling herinner in de grote zaal waar ik in het donker een hand heb vastgehouden en met mijn knie een knie aangeraakt, en dat ik er nog warm van word als ik daaraan denk. Maar wie kan dat een flikker schelen? Bovendien, denk ik dan, maar ook dat zegt weer iets over mij, als mensen al zoveel hebben kunnen lezen over iets, zijn ze blij dat er op het eind nog eens iets anders wacht, nee?

Hoewel ik compromissen zelden sexy vind - ik probeer ze met mezelf ook niet al te vaak te maken - dacht ik in dit geval: wat als ik het nu eens over die ene grote Belg heb die in mijn hoofd voor eeuwig verbonden blijft met de Vooruit: Luk Perceval? Toegegeven, de tweede spelreeks van zijn nieuwste voorstelling Platonov is eigenlijk een paar kilometer verderop te zien: in het NTGent, maar dat u naar de Vooruit moet, dit weekend en nog vele keren daarna, dat weet u ondertussen al, en dat u deze theatergebeurtenis misschien toch ook niet mag missen, wou ik nog graag meegeven.

Ik schrijf 'misschien' omdat ik mij ook kan voorstellen dat deze productie voor sommigen een brug te ver is. Toen ik er zat, zijn twee mensen de zaal uitgelopen. Maar net wat deze toeschouwers wellicht stoorde, vond ik prachtig, geloof ik. Luk Perceval is zo'n regisseur die met een theatertekst zijn eigen verhaal vertelt, die de dingen radicaal naar zijn hand durft te zetten en zo en passant aan de lopende band acteurs laat schitteren als nooit tevoren. Met deze Platonov gaat hij daar heel ver in. Hij reduceerde drastisch het aantal personages, schrapte een heel bedrijf, hield van de tekst alleen een brutaal soort essentie over en koos voor een strak regieconcept. Hij zet zijn spelers min of meer op een rij, laat ze omzeggens hoogstens eens voor- en achteruit schuiven en ondertussen kijken ze bijna onafgebroken de zaal in. Blikken vol leegte, poses vol wanhoop. Het kost sommige theatergangers misschien wat moeite om zich daaraan over te geven, maar wie wil en kan krijgt het blootste soort emotie te zien.

Wat dan een hart heet

De Platonov van Luk Perceval is een man die zo graag wil, maar echt niet kan. Leven, graag zien, goed omgaan met zichzelf. Hij volgt zijn driften, verliest voortdurend zijn hart en kwetst en wil niet kwetsen, maar weet ook niet hoe het anders moet. Tot er geen uitweg meer lijkt te zijn. En de anderen, de anderen proberen vol te houden, vast te houden, vooruit of terug te kijken, niks te willen. Alles om overeind te blijven, wat ook vooral wankelmoedigheid en tristesse lijkt op te leveren.

Ik ben die avond in de schouwburg gaan zitten met de rust van te willen kijken, ik heb het op mij af laten komen, en beetje bij beetje kwam die excellente ploeg spelers dichter en dichter op mijn vel zitten. Tot ze mijn kop kaapten, en wat dan een hart heet, denk ik. Ik zat niet te kijken naar iets emotioneels, ik werd het zelf. Hoe zeldzaam dat theater zoiets vermag. Neutraal, niet onvrolijk binnengekomen, en met iets van verdriet en melancholie in mijn systeem onder de kale platanen weer naar huis gelopen. Denkend aan die personages, en aan mensen die ik ken en aan onvermogen in al zijn varianten. Ik vind het bijzonder als dat gebeurt.

Het NTGent heeft onlangs bekendgemaakt dat Wim Opbrouck eind volgend seizoen stopt als artistiek leider, om plaats te ruimen voor oudgediende Johans Simons, die naar alle waarschijnlijkheid terug zal keren na zijn glansrijke carrièremove richting Duitsland. Dat is natuurlijk goed nieuws, absoluut. En toch bloedt mijn hart een klein beetje dat het niet Luk Perceval is die komt. Hij zou niet willen, weet ik, Duitsland is veel liever voor hem dan België vroeger was, dus waarom zou hij? Maar als ik deze productie zie, dan denk ik toch weer: hoe jammer dat we hem zijn kwijtgespeeld. Want ze zijn zo zeldzaam, regisseurs met zoveel guts en eigenheid en talent en visie, met zo'n duidelijke eigen signatuur. Reden te meer natuurlijk om deze Platonov te koesteren, te stockeren ergens in een achterkamer waar alles wat schoon en goed is verzameld ligt. Bij mij is dat alvast gebeurd. Nu u nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234