Donderdag 02/04/2020

DE WEEK VAN GRIET OP DE BEECK

Ze vonden 'm wat minder deze, de meeste critici te lande. Drie sterren, een zesje, dat kreeg ie van hen, de nieuwe film van Philippe Claudel: Avant l'hiver. Niet meteen wat een mens aspireert in de kunsten. Ik ga dan toch kijken, wegens Il y a longtemps que je t'aime alleen al verdient deze schrijver ook als cineast mijn trouw, vind ik. Zo zit ik dan wel weer in mekaar. En ik kijk een uur en tweeënveertig minuten, en nadien loop ik naar buiten, de straat op, de nacht in, en ik wou dat er mist was, en ook nog wat nevel, omdat dat zo juist zou voelen. Hoe mooi zou dat zijn, als de wereld zich nu en dan wat zou aanpassen aan wat jij net hebt meegemaakt?

Ik vond het veel, deze film. Om te beginnen: omdat ik mooie mensen heb gezien. Vijftigers en dertigers die proberen te leven, want ze weten nog altijd niet heel goed hoe dat moet. Dat ontroert mij meestal, geloof ik: het zien van de poging.

Paul is het hoofdpersonage. Hij is altijd maar bezig met werken. Want ja, hij is neurochirurg, een mens die mensen redt, hoe zou die anders kunnen? Zijn vrouw, Lucie, heeft haar bestaan rond het zijne geplooid, wat paradoxaal genoeg betekent dat ze niet heel erg dicht bij mekaar zijn gebleven. Hoe zij, zelfs als het regent, bladeren gaat harken in de tuin, en plantjes plant, bezig met nieuw leven maken, dat heeft iets van wanhoop en ontroering tegelijk. Dan is er ook Gérard, hun gezamenlijke vriend, een psychiater. Geen man uit één stuk, godzijdank niet, maar eentje die durft te bestaan uit veel stukjes, iets waarvan hij niet heel zeker weet of dat wel een voordeel is, in dit bestaan. Hij is zo'n man die heeft geleerd het te verdragen, zijn dagen op deze planeet, terwijl hij stiekem droomt van grote soorten van ommekeer.

Zij drie, zij proberen, ik bedoel: zij doen voort zoals ze altijd al deden. En dan gebeurt er iets dat alles doet wankelen. En het is niet zo spectaculair, het is geen cliché, maar het gaat niet meer weg. Want blijven doen de dingen op veel manieren. Ik zou kunnen vertellen wat dan precies, maar dat is niet fijn voor wie nog naar de cinema wil, en het doet er verder ook niet zo toe, geloof ik. Het belang zit 'm niet in de anekdotiek, maar in wat het dan blootlegt.

Tegenstrijdigheden

Voor mij gaat deze film over verlangen naar echtheid, en over de hunker om gezien te worden. Dat vind ik iets erg moois om het over te hebben. Op hoeveel etentjes hebt u al gezeten, met een trits fijne mensen die u graag hebt, en dat u vertrekt en moet concluderen dat er veel is gepraat, maar dat eigenlijk niemand heeft gezegd wat hem echt bezighoudt, wat hem ontregelt of buitengewoon blij maakt, welke heftige kwesties hij maar niet opgelost krijgt? Hoeveel diepere vragen zijn u nog gesteld, de voorbije weken, waarop de ander echt uw antwoord wou horen? En hoeveel dagen bent u al in uw bed gekropen dat u stiekem toch even dacht, terwijl het buiten donker was, zoals de vorige nachten: is dit alles? Deze dagen van opstaan en werken en eten en nog wat televisie en dan gaan slapen? Dat kennen we toch allemaal? Evenzeer als de wens om daaraan te ontsnappen? Als er zich dan in je leven iets aandient - zoals dat gebeurt bij één van die drie in de film - waardoor dat tere punt wordt aangeraakt, dan is er iets wakker gemaakt dat niet meer wil slapen.

Avant l'hiver is zo'n film die zich niet laat samenvatten, vind ik. Omdat het niet gaat om het verhaal, maar om wat daar dan net buiten valt. Niet alleen om wat wordt gezegd, maar minstens evenveel om wat onuitgesproken blijft. Omdat het mensen toont met al hun kleine tegenstrijdigheden die hen zo tot mens maken. Het zijn die dingen die ik meeneem, van mijnheer Claudels creatie. Paul die de klink van de deur vasthoudt, terwijl er muziek speelt, in heel de kamer, en dan kijkt hij achterom. Mensen zijn mooi van op de rug, en nog mooier als ze dan weer achterom kijken. Paul probeert met zijn ogen te zeggen wat hij met zijn verstand dan niet kan. En ik vermoed daar dan bij hoe zij, vanuit die kamer, bij die platenspeler, terugkijkt, want dat tonen ze meedogenloos niet. Of Lucie die met haar hoofd zijn bovenarm zoekt, en hij die dan vraagt: "Je belt mij altijd als er iets niet goed gaat, wanneer ga je dat eens doen op een ander moment, ook?" En hoe zij dan zwijgt. Of het meisje dat een cadeau krijgt, iets kleins maar, iets echts, en hoe zij niet weet wat gedaan. Omdat zij dat niet kent: iemand die alleen maar lief is. Omdat zij er zo een was die het nooit cadeau heeft gekregen, in dit leven. En hoe ze hem die het haar schenkt daarna vasthoudt, zoals kinderen doen die verloren waren gelopen als ze hun mama weer bij zich hebben.

Avant l'hiver is een mooie om uzelf te gunnen. Om het pleidooi alleen al. Vind ik toch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234