Vrijdag 09/12/2022

De warwinkel van het web

Poëzie op het internet

Door Johan Vandenbroucke

In de media gonst het dezer dagen van poëzie. Het ondergeschoven kindje van de literatuur werd met een soort jaarlijkse feestdag bedacht: Gedichtendag. Nu maar hopen dat het niet iets wordt als Sinterklaas: tijdens één welbepaalde periode wordt er volop over gesproken, verder komt het alleen in dreigende zin ter sprake: wees braaf kind, anders krijg je geen versjes op Gedichtendag.

Poëzie verkoopt niet. In de boekhandels zijn er, behoudens bloemlezingen en verzamelingen, nauwelijks dichtbundels te verkrijgen. In de kranten komen gedichten vrijwel alleen nog aan bod naar aanleiding van evenementen: een podiumtournee, een poëziewandeling, een jubileum, een stadsdichtersverkiezing. Poëzie wordt nauwelijks nog besproken, laat staan geanalyseerd. Verkopen doen de bundels toch niet, een dichter is al tevreden als hij vijfhonderd exemplaren kan slijten.

Maar op het internet bloeit de poëzie. Nooit eerder waren er zoveel gedichten te lezen, nooit eerder telde Vlaanderen meer dichters. Toch wil ik het niemand aanraden om in de poelen van het onpeilbare internet te zoeken naar onvermoede dichtpareltjes. Poëzie is als porno op het net. Wie niet weet te selecteren, verzucht al vlug: "Van de internetdichters, verlos ons Heer!" Ilja Leonard Pfeijffer merkte het vorige week nog op in De Standaard: "Je moet als eerlijke surfer op zoek naar porno oppassen, want voor je het weet zit je op een poëziesite."

Er zijn ontzaglijk meer would-be dichters dan poëzielezers, laat staan -kopers. Google even met 'Gedichten' en je krijgt een site die zichzelf aankondigt met: "453.328 gedichten online van 53.208 dichters" (www.gedichten-freaks.nl). Te bedenken dat we een piepklein taalgebied zijn: méér dan vijftigduizend medeburgers achtten het wenselijk hun pennenvruchten prijs te geven op het openbare net. Het medium stimuleert natuurlijk op allerlei domeinen de zelfwerkzaamheid van doe-het-zelvers met veel vrije tijd. "Voor zulke mensen zijn er raffiamandjes en kruiswoordraadsels", poneerde Gerrit Komrij al in 1979 toen er van het www nog geen sprake was: "Dichters dichten niet omdat ze zich vervelen."

Beperken we ons tot de serieuze poëtische arbeid, dan nog blijken we een ijverig dichtend volk te zijn. De prijzenswaardige website 'Parlandooh!' (http://poezieinvlaanderen.blogspot.com/) biedt een overzicht van wat er leeft in dichtend Vlaanderen. Naast dagelijkse nieuwsberichten en uitgebreide poëziekalender vermeldt de site zo ongeveer alle mogelijke Vlaamse dichters die naam waardig: ze staan alfabetisch op voornaam gerangschikt, telkens met een link naar een internetsite, grote namen naast onbekenden: Benno Barnard naast Bernard de Bruykere en Jozef Deleu naast Jozef Vandromme. Ik wil het niemand aanraden maar ik heb ze geteld: alle nog levende Vlaamse dichters op een rij, verzameld op de Parlandosite: het zijn er meer dan vijfhonderd.

Hoe paradoxaal het ook kan lijken, ook de papieren productie beleeft een hoogconjunctuur in deze internettijden. Nooit eerder werd er zoveel poëzie gedrukt. Vorig jaar publiceerden erkende uitgevers minstens 130 individuele bundels. Dat blijkt uit de lijst waaruit kon worden gekozen voor de publieksprijs voor de beste bundel van 2006, een initiatief van de internetsites 'De contrabas' en 'Rottend staal'. Op de vooravond van de afsluiting van de verkiezing stonden drie bundels van Vlamingen aan de leiding, namelijk die van Frederik Lucien De Laere, Frank Pollet en Toon Vanlaere. Opvallend is dat ze alle drie niet genomineerd werden voor de Herman de Coninckprijs, terwijl de jury daarvan toch ook een 'nieuwkomer' als Els Moors selecteerde naast meer gevestigde waarden. Het duidt op de onzin van internetstemmingen, waarbij de dichters ook nog aangemoedigd worden campagne te voeren: "Van alle mogelijke internetpeilingen, verlos ons Heer!"

Afgezien daarvan is de weblog 'De contrabas' een zegen voor de poëzie. De site fungeert als een online poëziedagblad, met nieuws, recensies, signalementen, debatten en discussies. Op dat soort kwaliteitsvolle sites en blogs wordt het huidige poëziedebat gevoerd, daar worden bundels nog stelselmatig en consciëntieus gerecenseerd, daar wordt de dichtkunst nog ernstig genomen, gepromoot en bediscussieerd. "Het kan altijd beter", verklaarde Chrétien Breukers, hoofdredacteur van 'De contrabas' in De Standaard, "maar dan moeten we door een uitgever in dienst worden genomen of subsidie krijgen".

Breukers publiceerde recent een degelijke bloemlezing met werk van dichters die na 1980 debuteerden. Het internet vervangt niet de papieren uitgaven, integendeel, het is een complementair, stimulerend medium. En het zijn nog altijd de klassieke uitgevers van papierwerk die de kwaliteitsnorm bepalen. "Goed werk komt altijd bovendrijven", vertelt Breukers over de publicatiemogelijkheden van debutanten, en: "Men is ook echt op zoek naar goede dichters." Als voorbeeld noemt hij Herlinda Vekemans (die bij Poëziecentrum publiceert) maar het had ook Xavier Roelens kunnen zijn of Ruth Lasters. Door een combinatie van internet- en tijdschriftenpublicaties verwierven ze vrij vlug enige faam in het literaire milieu.

Poëzieweblogs blijven echter tot dusver afhankelijk van gedreven enthousiastelingen, waardoor hun voortbestaan onzeker is. Daarvan is bij 'De contrabas' vooralsnog niets te merken, maar bij andere interessante projecten dreigt de vermoeidheid. De nieuwssite 'Rottend staal' ligt al stil sinds mei wegens "persoonlijke omstandigheden" van hoofdredacteur Bart FM Droog, en de laatste recensie op de Vlaamse site 'Poëzierapport' dateert ook al van meer dan twee maanden geleden. Daarom nogmaals deze dringende oproep tot het Fonds voor de Letteren: duik in de poëziewarwinkel van het web, kies de beste sites op basis van kwaliteitscriteria en ondersteun ze voluit met subsidies. De poëzie kan er alleen nog méér van gaan bloeien.

Poëzie is als porno op het net. Wie niet weet te selecteren, verzucht al vlug: 'Van de internetdichters, verlos ons Heer!'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234