Maandag 02/08/2021

De ware identiteit van de Vlaamse minister-president

'We mogen blijkbaar van geluk spreken dat sommige uitverkoren journalisten op wat intiemere voet staan met politici en ons hun ware identiteit kunnen onthullen, anders zouden we politici louter op hun beleid beoordelen en dat zou toch vreselijk unfair zijn'

In zijn commentaar van zaterdag 21 maart springt hoofdredacteur Yves Desmet in de bres voor een fel belaagde minister-president van de Vlaamse Regering. Luc Van den Brande zou, in tegenstelling tot zijn verkrampte voorkomen, privatim best wel een meer dan behoorlijk gevoel voor humor bezitten. Aangezien de kloof tussen een gemediatiseerd imago en een daaraan tegengestelde indruk die politici en andere celebrities in de privé-sfeer kunnen wekken op zich een triviaal gegeven is, wekt het verwondering dat Desmet aan het geval Van den Brande een hoofdartikel besteedt.

De kloof tussen Van den Brandes echte persoonlijkheid en zijn publiek imago speelt volgens Desmet de minister-president parten in de perceptie van zijn communautaire politiek. Desmet wil zijn lezers blijkbaar doen geloven 1) dat de kritiek op de nationalistische logica van de regeringen Van den Brande I en II ingegeven werd en nog steeds wordt door het verkrampte, pompeuze voorkomen van de minister-president; 2) dat deze kritiek geen hout snijdt, want de minister-president is eigenlijk wel een genietbaar man. Het spreekt echter vanzelf dat de kritiek van een aantal intellectuelen en academici betrekking heeft, niet op Van den Brandes houterige manier van spreken, maar op hetgeen de minister-president zegt, niet op zijn ongelukkige performances, maar op zijn beleidsdaden. Yves Desmet verwart omstandige en gedetailleerde intellectuele kritiek met plagerijen aan het adres van de minister-president in tv-programma's als de Commissie Wyndaele en Alles kan beter, pesterijen waar wij ons, toegegeven, privatim kostelijk mee vermaken. Als apologeet van Van den Brande maakt Desmet het zich echter wat al te gemakkelijk wanneer hij suggereert dat alle kritiek op Van den Brande te reduceren valt tot een lachband bij zijn vermakelijke televisieperformances. Niet de critici van Van den Brande viseren het imago van Van den Brande, het is Van den Brande zelf die heel veel om imago geeft. En dan hebben we het niet, nogmaals, over zijn eigen imago, maar over Van den Brandes "imago van Vlaanderen".

Veel van de kritische literatuur typeert zijn politiek als "imagologie". Zijn beleidsdaden worden telkens weer retorisch begeleid door een bepaald beeld van Vlaanderen. Wanneer dat tactisch-strategische beeld van Vlaanderen als dé Vlaamse identiteit zelve wordt voorgesteld, dan is er sprake van een problematische naturalisatie van een niet-natuurlijk gegeven. Dat lukt de Vlaamse regering klaarblijkelijk zo aardig dat zelfs iemand als Yves Desmet zinnen gaat schrijven als: "We denken Vlaams, we zijn Vlaams, ongeveer op de manier waarop we ademen, vanzelf, zonder er verder bij na te denken." In tegenstelling tot hetgeen Yves Desmet stelt, is Vlaamse identiteit echter geen natuurfenomeen, maar een discursief artefact, een politieke legitimatiemachine. Hoe moet Vlaamse identiteit gedefinieerd worden opdat wij onze beleidsdaden zouden kunnen legitimeren, zo zou men de vraag kunnen omschrijven waar Vlaamse politici mee worstelen.

Wanneer bijvoorbeeld de rondzendbrief van minister Peeters verdedigd wordt als noodzakelijk voor de vrijwaring van "de Vlaamse identiteit" van de rand rond Brussel, dan impliceert dit dat volgens de Vlaamse regering de Franse taal op geen enkele wijze deel kan uitmaken van de Vlaamse identiteit. Een open concept van Vlaamse identiteit zou daarentegen kunnen impliceren dat men de moed opbrengt te denken op welke manier het Frans er medebepalend voor kan zijn. Men zou immers kunnen argumenteren dat niet alleen de moedertaal constitutief is voor de eigen identiteit, maar ook de andere talen die men vaak met veel moeite aanleert, en het Frans bekleedt in Vlaanderen in dat opzicht nog steeds en terecht een belangrijke plaats. Het is dan ook niet zo dat er eerst een Vlaamse identiteit is en vervolgens een politiek die die identiteit wil bewaren of verdedigen. Veeleer is er eerst een politieke wil die vervolgens het concept van de Vlaamse identiteit naar zijn hand probeert te zetten. Identiteit is in politieke vertogen een concept dat steeds weer op een andere, strategische manier bezet wordt. Men moet zich dan ook telkens de vraag stellen door wie het bezet wordt, in welke context en met welke bedoelingen.

Het getuigt van behoorlijk wat intellectuele armoede dat Yves Desmet met Van den Brandes verborgen gevoel voor humor op de proppen komt als doorslaggevend "argument" pro Van den Brande. We mogen blijkbaar van geluk spreken dat sommige uitverkoren journalisten op wat intiemere voet staan met politici en ons hun ware identiteit kunnen onthullen, anders zouden we politici louter op hun beleid beoordelen en dat zou toch vreselijk unfair zijn. Het debat gaat echter niet over de vraag of Van den Brande sympathiek is of niet, het debat waaraan het manifest 'Gedaan met nationalistische dwaasheid', zoals het een manifest betaamt, een polemische bijdrage wou leveren, gaat over de vraag of Vlamingen het Vlaanderen (moeten) willen dat onder impuls van de politiek van Van den Brande in de maak is. Dat manifest was meer dan een lofzang op de "mythe België", zoals Desmet zijn lezers voorhoudt. Het manifest bepleitte een evenwichtig federalisme, verzette zich tegen de splitsing van de sociale zekerheid, bekritiseerde zowel Leo Peeters' restrictieve interpretatie van de faciliteiten als Olivier Maingains restrictieve concept van Brussel. Indien al deze posities als mythisch kunnen worden afgedaan, dan vrezen wij dat de politieke keuzes van de hoofdredacteur duidelijk zijn en dat het niet de onze zijn. Yves Desmet opteert allicht voor de gedeeltelijke splitsing van de sociale zekerheid, ondanks het feit dat in een soortgelijk scenario de Brusselaars op quasi-etnische manier gedwongen moeten worden te kiezen tussen een Vlaams en een Franstalig stelsel. Yves Desmet juicht allicht de restrictieve interpretatie van de faciliteiten toe, ondanks het feit dat deze betwistbare interpretatie veeleer de profileringszucht van een Vlaams minister dient dan aan dringende reële problemen tegemoet komt: zoals bekend is het aantal taalklachten in de betrokken gemeenten zeer gering. Yves Desmet wil ons doen geloven dat de communautaire stellingen van de minister-president en zijn regering "in wezen vrij pragmatisch" zijn, terwijl ze juist hetzij onuitvoerbaar zijn, hetzij voorbijgaan aan de realiteit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234