Vrijdag 19/07/2019

landmijnen

"De wapens zwijgen, maar de mensen blijven sterven"

Sara Shwani. Beeld Bob Van Mol

Amper drie was de Iraakse Sara Shwani toen ze met haar familie een mijnenveld moest doorkruisen. Een kwarteeuw later is ze zelf explosievenexperte en waarschuwt ze Iraakse oorlogsvluchtelingen voor moordende boobytraps. Deze week is ze in Brussel om steun te zoeken voor de moeizame ontmijningscampagne in haar land.

"We moesten enkele dagen langs de Iraaks-Iraanse grens stappen. Een gids hielp ons over de bergen. Ik herinner me nog hoe mijn vader ons voortdurend toeriep: 'Volg mijn voetstappen! Niet van het pad afwijken! Niet rondhollen!' Mijn drie broers en ik beseften niet goed wat de bedoeling was. Pas enkele jaren later besefte ik dat we die dag door een mijnenveld zijn gestapt."

Dat was in 1994. Haar Koerdische vader was in Bagdad al meermaals bedreigd en haar ouders hadden besloten om naar de Koerdische regio te vluchten. Vijfentwintig jaar later is het Shwani zelf die mensen waarschuwt voor mijnenvelden en zogenaamde IED's, improvised explosive devices; handgemaakte boobytraps die vooral burgers moeten doden. Met een team van Handicap International trekt zij Irak rond om in scholen, vluchtelingenkampen en gemeenschapshuizen mensen te informeren over het gevaar van allerhande boobytraps. "De gevechten tussen het Iraaks leger en Islamitische Staat zijn nu voorbij en tienduizenden mensen willen zo snel mogelijk naar hun huizen terugkeren. Een bijzonder gevaarlijke periode, want eigenlijk ligt een groot deel van Irak vol explosieven, antipersoonsmijnen en IED's."

Wie is Sara Shwani?

- Geboren in Bagdad in 1990.

- Vlucht als driejarige met haar Koerdische vader en Arabische moeder naar de Koerdische regio. Moet tijdens die tocht door een mijnenveld stappen.

- Groeit op in de Iraakse steden Suleimaniya en Kirkuk.

- Studeert voor petroleumingenieur, werkt een tijdje als ingenieur voor een oliebedrijf.

- Begint in 2013 als hulpverlener te werken in kampen voor Syrische vluchtelingen.

- Sinds 2016 'risk education manager' bij Handicap International.

Shwani haalt enkele geplastificeerde foto's die ze gebruikt tijdens infosessies, uit haar tas. Op een van de foto's zijn roze speelpoppen te zien. "In het hoofd van deze poppen zaten explosieven. Als een kind dit aanraakt, ontploft de pop. De overlevingskansen zijn bijzonder klein, omdat het kind de pop meestal tegen zijn of haar lichaampje houdt." Op een andere foto staat een computerspel. "Ook die spelconsole zit vol explosieven. Je hoeft maar een knop of een draad aan te raken en het toestel ontploft. Je hebt verschillende ontstekingsmechanismen. Soms gebeurt er na het indrukken van een knop helemaal niets. De explosie komt er pas na vijf minuten. Dat is om mensen de indruk te geven dat alles veilig is en dat er geen gevaar is om ook vrouw en kinderen het huis binnen te laten. Als de bom na vijf minuten dan toch ontploft, richt ze maximale schade aan."

Shwani benadrukt dat soortgelijke bommen in grote delen van Irak zijn teruggevonden. Ook op sieraden, dollarbiljetten, speelkaarten, teddyberen, handtassen en speelgoedautootjes werden al explosieven aangetroffen. Eigenlijk is elk object in de vroegere oorlogszones verdacht. Zo zouden er in de stad Mosoel 7 ton aan IED's en onontplofte conventionele wapens liggen. "Overal waar IS-strijders zaten, vind je zullen explosieven. Het was een van hun oorlogstactieken, maar het was ook een manier om na de nederlaag nog zo veel mogelijk burgerslachtoffers te maken. Veel van die IED's werden net voor de aftocht in elkaar gestoken en in huizen en scholen geplaatst."

Shwani schuift nog een laatste foto op tafel: een goedkope jerrycan waarop met kleefband een smartphone en een kleine batterij werden geplakt. "Spotgoedkoop om te maken. De batterij verbruikt trouwens amper stroom, waardoor het ontstekingsmechanisme jarenlang actief blijft."

Kinderen bekijken pamfletten die hun waarschuwen voor boobytraps. Beeld William Daniels

90 procent burgerdoden

De vele duizenden explosieven zorgen dagelijks voor vele doden. Zowat 90 procent van de IED-doden zijn burgers. "Net voor ik naar België vertrok, kreeg ik van een collega uit Mosoel nog een bericht over een familie die naar huis wilde terugkeren. Ze stonden voor hun woning, openden de deur en op dat moment ontplofte de boobytrap. De hele familie werd gedood. Zo'n tragedie bewijst dat de oorlog nog lang niet gedaan is. De wapens zwijgen, maar de mensen blijven sterven."

Bijna wekelijks moet Swany kinderen in lagere scholen uitleggen dat ze nooit ofte nimmer poppen of ander speelgoed van de grond mogen oprapen. "Zesjarigen zijn natuurlijk erg gevoelig en we willen hen ook geen traumatische ervaring bezorgen. Daarom gebruiken we eerder stripverhalen dan foto's. In het begin van de les vraag ik kinderen wat ze zouden doen als ze zo'n roze pop op straat zouden zien liggen. 'Ermee spelen, natuurlijk', roepen ze dan in koor. En dan moet ik die kinderen uitleggen dat die poppen eigenlijk moordende monsters zijn en dat ze enkel van hun vader, hun moeder of hun leerkracht speelgoed mogen aannemen. Dan wordt het altijd stil in de klas en zie je ook wel angst in hun ogen. Hun kindertijd komt op zo'n moment toch op een bepaalde manier ten einde. Het komt er een beetje op neer dat we die kinderen vragen om te allen tijde wantrouwig en op hun hoede te zijn. We moeten wel."

Volwassenen geeft Shwani dan weer affiches met daarop foto's van verschillende explosieven. Op de posters staat ook het telefoonnummer van de hotline van het Iraakse directoraat voor explosieven. "Het plan is dat medewerkers van dat nationale meldpunt de lokale autoriteiten waarschuwen en die laatsten zouden dan actie moeten ondernemen." Maar het gaat voorlopig slechts om een plan. Er is momenteel een groot tekort aan ontmijners en in het beste geval kunnen preventiemedewerkers een waarschuwingsbord plaatsen op de plek waar explosieven zijn gevonden.

De internationale gemeenschap besteedt voor een periode van tien jaar 4,3 miljard euro aan ontmijningsprogramma's in Irak. Behoorlijk veel geld, maar nu al is zeker dat het niet voldoende zal zijn om het voormalige IS-gebied in Irak vrij van explosieven te maken. De stabilisering van het land dreigt daardoor fel bemoeilijkt te worden.

Shwani: "De ontmijningsdiensten zijn overbevraagd. Er zijn gewoon te veel explosieven in het land. Vaak komt het erop neer dat terugkerende vluchtelingen en ontheemden niet meer naar hun huis kunnen terugkeren. Zelfs als hun huis al in puin ligt, moeten we ze afraden om puin te ruimen omdat onder het gruis en de rommel vaak explosieven liggen.”

Geen andere job

Dat de springtuigen werden bedacht om zo veel mogelijk slachtoffers, en dan nog het liefst kinderen, te treffen, vindt Shwani een akelige en confronterende gedachte. "Meestal zijn we zo druk bezig dat ik niet voortdurend kan stilstaan bij dat vreselijke gegeven. Maar soms dringt die menselijke slechtheid als een bliksem tot me door. 'Waarom doen jullie dat?', vraag ik me dan af. 'Jullie vallen geen militairen aan, maar vaders, moeders en kinderen! Wat drijft jullie om explosieven in een pop te steken? Door zoiets te doen raken jullie niet enkel dat kind en een familie: jullie raken ook mij en de hele mensheid.' Ja, dat denk ik dan. 'Met zo'n bom raken jullie iedereen.'"

Tegelijk zou Shwani geen andere job willen. Ooit had ze de keuze om voor een oliebedrijf te werken, want ze behaalde een diploma van petroleumingenieur. "Maar de keuze was eigenlijk snel gemaakt. In een oorlogsregio kan je niet gevoelloos blijven voor al die vluchtelingen en ontheemden. Het feit dat ik als driejarige zelf vluchteling ben geweest, speelt natuurlijk mee. Die gedachte maakt me zowel triest als strijdvaardig. Triest omdat het hard is om vast te stellen dat er maar geen einde komt aan de oorlog. Die oorlog begon veertig jaar geleden met het conflict tussen Iran en Irak. Toen kwam de eerste Golfoorlog, dan de onderdrukking van de Koerden, dan de tweede Golfoorlog, dan de opkomst van Islamitische Staat. Vanaf het moment dat ik als baby mijn ogen opende, was oorlog een realiteit en nu is er nog steeds oorlog. Nog altijd zijn er duizenden burgers die door mijnenvelden moeten, nog steeds leven honderdduizenden mensen in kampen. Maar net die gedachte maakt dat ik voor een humanitaire job koos."

De jonge vrouw wil wel heel duidelijk maken dat ze niet de enige jonge Irakees is die zich inzet voor de wederopbouw van haar land. "Veel van mijn generatiegenoten willen de vicieuze cirkel doorbreken. We willen onze stempel drukken op de toekomst, we willen onze stem laten horen. We willen dat onze kinderen veilig naar school kunnen, niet dat ze worden vermoord. Weet u welke gedachte ik echt niet kan accepteren? De mogelijkheid dat die oorlog ook binnen twintig jaar nog steeds aan de gang zou zijn. Dat is voor mij en voor mijn generatiegenoten echt een ondraaglijke gedachte. Dat mag niet gebeuren."

Vijftig jaar oorlog in Irak

Dat in Irak zoveel mijnen, boobytraps en explosieven liggen, heeft niet enkel te maken met het recente conflict, maar ook met het feit dat de bevolking al vijftig jaar in een min of meer permanente oorlogssituatie leeft.

- 1968: eerste oorlog tegen de Koerden.

- 1974: tweede oorlog tegen de Koerden.

- 1980-1988: Iraaks-Iraanse oorlog.

- 1990: eerste Golfoorlog, gevolgd door economische sancties van het Westen tegen Irak.

- 1991: opstanden van de Koerdische en de Shia-gemeenschap tegen gezag Saddam Hoessein.

- 2003: tweede Golfoorlog.

- 2003-2011: onder leiding van VS controleren coalitiemachten Iraaks grondgebied, golf van terreuraanvallen, voormalige Saddam-medestanders radicaliseren.

- 2011: vertrek Amerikaanse militairen ontlokt talloze opstanden, opkomst Islamitische Staat.

- 2017: Islamitische Staat wordt verslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden