Vrijdag 14/05/2021

De wapeningenieur ging om brood. En werd nooit meer gezien

Op 13 maart 2002 ging de Algerijns-Belgische ingenieur Kamel Berkane (54) om brood. Zijn vrouw zag hem nooit meer terug. Werd hij na vijfentwintig jaar huwelijk 'gewekt' als slapende spion van de Algerijnse dienst? Werd hij een toevallig slachtoffer van illegale ontvoeringen door de CIA? 'Is er een verband met het feit dat hij, moslim, een leidende functie had bij de bouw van militaire spionagevliegtuigen bij Sonaca in Charleroi?' De wanhoop van echtgenote Martine Haussy, in gesprek met Douglas De Coninck.

Vaak denkt ze terug aan dat ene zinnetje, door hem uitgesproken op een zwoele avond in Algerije, achttien jaar geleden. Ze waren nog niet zo lang gehuwd. Van zijn gelaat, weet ze nog, straalde een ernst af die haar had moeten motiveren om door te vragen, beter trachten te begrijpen waarop hij kon doelen. "Er komt een dag", had hij gezegd, "dat er mij iets heel ergs zal overkomen. Een zee zal ons van elkaar scheiden. Je zult mij zoeken, zoeken en blijven zoeken. Je zult al je hoop verliezen. Maar dan, na vele jaren, zul je me terugvinden."

Martine Haussy (50) leerde Kamel Berkane, Algerijn, eind jaren zeventig kennen in Japan. Ze waren allebei jong, goed in hun vak en altijd onderweg: hij was ingenieur, zij architecte. Ze trouwden en vestigden zich in Algerije, waar in 1984 zoon Mehdi werd geboren en Kamel een kaderfunctie bekleedde bij een overheidsbedrijf. Oprukkend moslimfundamentalisme deed het paar in 1998 besluiten om naar België te verhuizen. "Er was nog zoiets geks", zegt Martine Haussy. "In de weken voor hij verdween, gedroeg hij zich uitzonderlijk lief en attent. Hij stuurde me van die enorme rozenboeketten. 'Maak daar een foto van', zei hij. Ik vertelde dit laatst aan de onderzoeksrechter. 'Misschien', opperde die, 'wou hij zich bij voorbaat excuseren'. Het kan. Alles kan. Soms betrap ik me op de gedachte: was er maar een lijk. Dan kun je verwerken. Nu blijf je hopen, je vastklampen aan alles wat een teken kan zijn."

Op woensdag 13 maart 2002 heeft Kamel Berkane op de middag een lunch met enkele zakenlui in een restaurant in Gosselies, vlak bij de luchthaven van Charleroi. Het gezelschap trekt na afloop naar café Le Saint-Jean, waar het de hele namiddag doorbrengt. Berkane is niet zo'n man van uitlopende lunches, maar zijn gasten vertegenwoordigen een belangrijk contract voor zijn werkgever, de nv Best Engineering uit Herstal. Die heeft hem enkele maanden eerder uitgeleend aan vliegtuigbouwer Sonaca in Gosselies.

Om 18.15 uur ontvangt Berkane op een van zijn twee gsm's een oproep van zijn achttienjarige zoon. Die vraagt of hij kans ziet om op weg naar huis, in Blaton (Bernissart) nog even langs een bakker te rijden. Mehdi hoort zijn vader zeggen dat hij zijn koffie zal uitdrinken en vertrekken. Mensen in het café beamen achteraf dat de ingenieur meteen na dat telefoontje vertrokken is. "Zijn stem klonk anders", zegt Mehdi. "Opgewonden."

Om 18.36 uur wordt in hangar MEA van de Sonaca-fabriek in Gosselies een passage geregistreerd met de veiligheidsbadge van Berkane. Of hij het is die de badge voor de scanner houdt, is niet zeker. In de weken daarvoor heeft Berkane de badge geen enkele keer gebruikt. Om 20.30 uur probeert Mehdi zijn pa te bellen met de vraag hoe het zit met dat brood. Hij stoot tweemaal op de voicemail. Beide gsm's, blijkt later, zijn uitgezet, iets wat Berkane nooit doet.

"Sindsdien heeft hij geen teken van leven gegeven", vermeldt het mits wat klikken nog terug te vinden opsporingsbericht op de website van de federale politie. Kanalen zijn gedregd, er kwam een item in het tv-programma Appèl à témoins, er is gezocht naar financiële bewegingen op zijn bankrekeningen en kredietkaarten. Niks. Met Kamel Berkane is ook zijn Toyota Corolla verdwenen.

"Ik ben niet zo iemand die staat te roepen dat de politie zijn werk niet doet", zegt Martine Haussy. "De speurders in Doornik hebben alle sporen gevolgd. Ze lopen allemaal dood. Het enige wat voor mij - en de speurders - vaststaat, is dat dit niet zo'n midlifecrisisverhaal is. Niet zo van: ik ben vrouw en kind beu en begin elders een nieuw leven. Niets, helemaal niets wijst in die richting."

Bij Sonaca, in hangar MEA, had Berkane de supervisie over de bouw van een constructielijn voor achttien vliegtuigjes van het type B. Hunter UAV voor de Belgische landmacht. UAV staat voor unmanned aerial vehicles. Kleine toestellen zonder piloot, volgestouwd met spionageapparatuur. Het besluit om die spionagevliegtuigjes te bestellen bij Israël Aircraft Industries (IAI) is in 1998 genomen door de laatste regering-Dehaene. De oorlog in Joegoslavië lag vers in het geheugen. De Amerikanen hadden acht Huntertjes ingezet in Kosovo. Met het oog op toekomstige Navo-taken leek het een zinvolle aankoop.

'Het was soms lachen als Kamel daar 's avonds over vertelde", zegt Martine Haussy. "Hij moest in die hangar een rolbrug ontwerpen voor die vliegtuigjes en moest dus weten hoeveel die wogen. 'Geheime informatie', kreeg hij, zoals zo vaak, van de landmacht te horen. Hij: 'Hoe kan ik dan een geschikte rolbrug bouwen? Hij is uiteindelijk via via aan de weet gekomen dat ze 750 kilo wogen. Maar het is wel een feit: hij stond dag aan dag met zijn neus op spionagevliegtuigjes en de ontwerpen ervan."

Dertien maart 2002, dat is zes maanden na 11 september. Een gebeurtenis waarover Berkane meer dan eens, ook op het werk, verkondigde dat het "goed was dat de Amerikanen nu eens zelf ondervonden wat terreur was". Berkane was een gematigde moslim, maar ergerde zich zoals zoveel moslims mateloos aan selectieve verontwaardiging. "Hij keurde de aanslagen in New York zeker niet goed, maar in die tijd was er weinig ruimte voor nuance", zegt Martine Haussy. "Ik heb hem na zo'n discussie wel eens gezegd: 'Man, je werkt voor militairen, let op je woorden. Hij trok er zich niks van aan. Kamel hield voor niemand zijn mond.'"

Een echt militair supergeheim kan de productie van B. Hunter UAV niet worden genoemd. Op het internet vind je zo een setje foto's en gedetailleerde beschrijvingen van hoe de toestelletjes van op de grond worden bestuurd. Toen de regering besloot om ze te kopen, een contract van 60 miljoen euro, kwam er kritiek van de landmacht: verouderd.

Dat voor fabrikant IAI werd gekozen kwam vooral door de aangeboden economische compensaties: afwerking, en dus tewerkstelling, bij Sonaca in Gosselies. Bijzonder performant lijkt de B. Hunter UAV nooit te zijn geweest. De Amerikanen gebruiken de (in theorie onzichtbare) Huntertjes al niet meer sinds er in 1999 in Kosovo eentje uit de lucht werd geknald. Tijdens wat een feestelijke demonstratievlucht in Israël moest worden stortte een exemplaar neer. Onze achttien Huntertjes staan nu al enkele jaren op de basis in Elsenborn. Behalve fraaie luchtfoto's laten maken van het Belgische grondgebied doet de landmacht er, voor zover bekend, weinig mee.

"En toch", zucht Haussy. "Mijn man was bij Sonaca ook verantwoordelijk voor de constructie van een hangar waar zou worden gewerkt aan de bouw van onderdelen voor de A400M (een reusachtig militair transporttoestel van Airbus, DDC). Dat weet ik nog: hij was geschandaliseerd door de gebrekkige veiligheidsmaatregelen bij Sonaca. 'Al wie dat wil' zei hij, 'loopt daar in en uit.' Hij had dus zo'n badge, maar gebruikte die nooit. Niemand controleerde er wat. Ook daarover hield hij zijn mond niet, tegenover niemand."

Vorig weekend kopte Le Soir: 'Een gerichte ontvoering op Belgische bodem?' Sinds enkele maanden heerst wereldwijde onrust over het nieuwe door de Amerikaanse geheime dienst CIA in de strijd tegen het internationale terrorisme toegepaste procédé van extraordinary renditions. Midden maart onthulde The Washington Post dat zowel in Duitsland en Italië als in Zweden onderzoeken lopen naar in het grootste geheim gepleegde ontvoeringen door de CIA van burgers die worden verdacht van terroristische plannen. Die mensen, veelal moslims, zijn overgebracht naar kampen in landen waar men het niet zo nauw neemt met de mensenrechten en waar ondervragingen gepaard gaan met folteringen. Nu berichtte Le Soir dat Amnesty International sinds 2003 campagne voert rond twee in Jemen, in de beruchte gevangenis van Sanaa, opgesloten Algerijnen. Hun namen: Abdul Rahman Ameur en Kamel Berkane.

Al bijna een jaar lang tracht Martine Haussy antwoord te krijgen op een simpele vraag: is die Kamel Berkane haar man? "Op 19 juli kreeg ik telefoon van een oude Algerijnse vriend. Hij zei te hebben vernomen dat Kamel in Jemen zit. Ik ben wat op het internet gaan zoeken en merkte dat Amnesty inderdaad op 18 december 2003 een oproep lanceerde voor een briefschrijfactie voor die twee Algerijnen. Maar daar stond bij dat ze in 1999 gearresteerd zijn in Jemen. Dat kan hem dus niet zijn. Goed, ik bel Amnesty, ik bel Buitenlandse Zaken. Overal hetzelfde antwoord. 'De gegevens van de regering in Jemen zijn niet noodzakelijk betrouwbaar.' Een jaar ben ik nu al aan het bellen en brieven aan het schrijven. Al wat ik vraag, is dat iemand tenminste een foto of een geboortedatum weet op te snorren van de in Jemen vastzittende Kamel Berkane. Of een vage indicatie kan geven over zijn achtergronden. Er komt niks."

Ja, het is niet zo simpel, zegt woordvoerder François Dumont op het ministerie van Buitenlandse Zaken: "De Jemenitische autoriteiten lieten ons weten dat er geen Belg in hun gevangenissen zit. Dan houdt de bevoegdheid van onze diplomatieke organen op. Wij hebben geprobeerd meer informatie te bekomen via het Rode Kruis, maar de gegevens die we hebben, doen ons besluiten dat de in Jemen opgesloten persoon niet de Belgische Kamel Berkane is."

Op het hoofdkantoor van Amnesty International in Londen erkent Noord-Afrika-expert Philip Luther dat over die Kamel Berkane in Jemen niet zoveel geweten was. De actie van eind 2003 was erop gericht te protesteren tegen de mogelijke uitlevering van het tweetal aan Algerije, waar ze volgens het persbericht van Amnesty "het risico lopen te worden gefolterd of blootgesteld aan andere vormen van mishandeling". Intussen is er wel nieuws, heet van de naald, zegt Luther: "We weten nu dat Berkane en nog een andere Algerijnse gedetineerde drie weken geleden, midden mei, door Jemen op een vliegtuig zijn gezet 'met onbekende bestemming'. Bij die gelegenheid konden we achterhalen dat het volgens de regering in Jemen gaat om twee jonge moslims die in 1999 deel uitmaakten van een vanuit Londen opererende cel. Alles lijkt erop te wijzen dat we hier te maken hebben met een naamgenoot."

Maar, ook hier, volgt weer een nuance: "Je moet uitkijken met de door de regering in Jemen verschafte gegevens. Vermits we niet weten naar welk land die twee mannen zijn overgevlogen is er geen tweede bron bij wie je dat kunt checken."

Deze week stootte Martine Haussy via Google op een bericht uit de in Londen uitgegeven Algerijnse krant Sharq El-Aousat. Die meldde op 18 mei dat de genaamden Abderrahmane El-Djazaïri en Kamel Berkane in Jemen op een "vliegtuig met onbekende bestemming" zijn gezet. De krant plakte nu een leeftijd op deze Berkane: 28 jaar. De man die Martine Haussy zoekt, is geboren op op 22 maart 1947.

"Dit is zo irritant", merkt ze op. "Op maandag vind ik dat bericht op Google, op dinsdag krijg ik telefoon van Buitenlandse Zaken: 'We weten nu dat die man in Jemen niet uw man is.' Ik vraag hoe ze dat plots zo zeker weten en moet begrijpen dat ze zich ook baseren op Google. Zo kan ik het ook. Ik ga er nu van uit dat hij het niet is, maar blijf zitten met dat gevoel: als mijn man in België is ontvoerd en opgesloten zit in Jemen, zitten we in een scenario van totale illegaliteit. Niet het soort situatie waarbij de regering in Jemen correcte informatie zal vrijgeven."

Algerijnen hoeven niet veel fout te doen om door de VS te worden verdacht van banden met Al-Qaeda. Eind 2002 startten de families van zes in Bosnië gearresteerde Algerijnen met een briefschrijfactie. Een Bosnische rechtbank had al erkend dat tegen geen van de zes een begin van aanwijzing bestond over enige betrokkenheid bij wat voor terreurgoep ook. Daags na hun vrijspraak werden de zes opgepakt door Amerikaanse militairen en overgevlogen naar de basis op het Cubaanse Guantanamo. Hun namen prijken vandaag nog altijd op de lijsten van gevangenen daar. Een klacht van de Algerijnse regering en protest van onder meer Human Rights Watch kunnen dat niet verhelpen.

Martine Haussy: "Uit alles wat ik hierover te lezen krijg, maak ik op dat dat zes gewone huisvaders waren. Mannen die in Bosnië als gastarbeiders aan de slag waren gegaan en hun lonen naar huis stuurden. Die zich misschien ooit in het bijzijn van derden hebben laten ontvallen dat ze 11 september 'niet slecht' vonden. Hun arrestatie berust op een gigantisch misverstand, quoi. Stel je dan de situatie van mijn man voor: Algerijn, mee aan het hoofd staand van een productielijn voor militaire spionagevliegtuigen. Zijn laatste teken van leven gaf hij in Gosselies. U weet, daar bij Sonaca is een aparte militaire landingsbaan, naast die voor Ryanair. Het gerecht heeft navraag laten doen over vluchten op 13 maart 2002. Niks natuurlijk. Alsof van een geheime CIA-operatie gegevens zouden worden bijgehouden... Kamel zelf vertelde me dat daar wel eens militaire toestellen landden zonder enig administratief spoor."

De architecte zwijgt even. Ze excuseert zich. Het klinkt, merkt ze zelf op, alsof dit is wat ze het liefst hoort: een CIA-complot. "Als echtgenote is dat de hypothese die je verafschuwt, maar waar je het gevoelsmatig minder lastig mee hebt. Ik moet me ervoor hoeden dit te graag te willen geloven."

Gelooft u echt dat hij ontvoerd is door de CIA?

"Ik geloof helemaal niets. Ik heb geen snipper informatie. Er is alleen giswerk, deductie, dat vastklampen aan die paar eventuele aanknopingspunten. Op een dag stort je wereld in en sta je tegenover zo'n gigantische muur. Het is onwezenlijk. Maar dergelijke CIA-ontvoeringen zijn er blijkbaar wel geweest in Duitsland, Italië en Zweden. Dan lijkt het mij naïef om uit te sluiten dat zoiets in België kan gebeuren."

U zei dat uw man u achttien jaar geleden 'signalen' gaf. Toen kan hij toch niet hebben voorvoeld dat de CIA hem in 2002 zou ontvoeren?

"Natuurlijk niet. Er is nog een andere piste. Minder aangenaam voor mij, maar niet minder bizar. En niet noodzakelijk in tegenspraak met de Jemen-piste."

In januari 2002, twee maanden voor zijn verdwijning, reisde Kamel Berkane naar Algerije, onder meer om het graf van zijn vader te bezoeken. Die was, zoals de hele familie, ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, actief geweest bij het Front National de Libération (FLN). "Kamel zat nog op school toen Algerije in 1962 aan het einde van de oorlog met de Fransen autonoom werd", zegt Haussy. "Hij is opgegroeid, dwepend met het FLN, met zijn land. Hij maakte in de jaren zestig deel uit van de nationale turnploeg van Algerije. Toen ik mijn verhaal laatst vertelde aan Anne-Marie Lizin (senaatsvoorzitster voor de PS en Algerije-experte, DDC) maakte zij deze opmerking: 'Je weet toch dat in die tijd in socialistische landen een de wereld rondreizende sportploeg het ideale vehikel was voor spionage?' Het kwam als een klap in mijn gezicht. Ik dacht terug aan zijn woorden, achttien jaar geleden. Aan al die reizen, ook degene die we samen hebben gemaakt en waarbij hij altijd, waar we ook zaten, minstens één keer langs moest op de Algerijnse ambassade. Ook hier in België, die laatste jaren, was hij vaak op pad. Vergaderingen met Algerijnse organisaties of op de ambassade. Hoe meer ik de dingen op een rijtje zet, hoe plausibeler het lijkt: mijn man was een geheim agent."

"Bij dat laatste bezoek aan Algerije zou hij normaal één week blijven. Op de luchthaven van Algiers is hij opgepakt vanwege een ongedekte cheque die hij in 1985 zou hebben uitgeschreven. Een ongedekte cheque, vertelde hij me, ter waarde van... 60 euro. Volslagen belachelijk, als je daarover nadenkt. Hij is van politiekantoor naar politiekantoor gereden en moest twee weken wachten voor hij voor een rechtbank kon verschijnen. Terwijl hij dat equivalent van 60 euro al op de luchthaven had betaald. Hij bleef al die tijd 'onder toezicht' staan van de plaatselijke politie."

"Toen hij, twee weken later dan gepland, eindelijk terug in België was, was hij ziedend. 'Ik wil met dat land niks meer te maken hebben', riep hij. Natuurlijk slaat dat verhaal van die cheque nergens op. Tussen 1985 en 1998, toen we Algerije verlieten, en ook daarna nog, is hij verschillende keren op de luchthaven langs controleposten gepasseerd. Toen was er geen enkel probleem. Een van de eerste dingen die ik na zijn verdwijning deed, was onze vroegere vrienden opzoeken in Algerije. De mensen ook die hem in die twee weken onderdak hadden verschaft. Ze vertelden me allemaal dat ze niet meer wisten dan dat Kamel ook tegen hen uitsluitend had zitten sakkeren over dat gedoe rond die zeventien jaar oude cheque."

Er was nog een gesprek, in die zes weken tussen zijn terugkeer uit Algerije en zijn verdwijning, waarover Martine Haussy 's nachts vaak piekert. Het was de periode van de rozenboeketten. "We zaten in de auto, hij reed. Opeens, zomaar, zei hij: 'Je woont nu terug in je eigen land, je zit dicht bij je familie, je hebt een fijne job en je woont in een mooi huis.' Als ik eraan terugdenk, klinkt het als: 'Je kunt nu zonder mij.'"

"Ik hou er ernstig rekening mee dat hij gedurende ons hele huwelijk, vijfentwintig jaar lang, een slapende geheim agent geweest kan zijn. Dat hij daar in Algerije, onder het voorwendsel van een chequeprobleem aan de grens, 'gewekt' is. Of dat hij al die jaren is blijven spioneren, dat er een probleem is gerezen en dat er een conflict is ontstaan met zijn opdrachtgevers. Het zou veel verklaren."

Wat zeggen de Algerijnse autoriteiten?

"Niets. Hij is verdwenen in België, zegt Algiers, punt uit. Niks mee te maken. Over die twee weken in Algerije kom ik niet meer te weten dan, steeds weer, dat verhaal over die cheque."

Hoe kunt u terzelfder tijd denken dat uw man een tot leven gewekte spion was én per abuis ontvoerd zou zijn door de CIA?

"Wie weet waar is hij zoal mee bezig geweest al die jaren? Hij was erg sportief, heel stipt, op het militaristische af, soms. Als je in de spionnenlogica stapt, is het aannemelijk te denken dat niet iedereen het een geweldig idee vond dat iemand als hij zo'n functie bekleedde bij Sonaca. (stilte) Het speelt zich allemaal af in een divisie die de mijne niet is. Ergens ben ik boos op hem. Er is, vrees ik, iets dat hij vijfentwintig jaar lang voor me heeft verzwegen. Anderzijds: hij zal er zijn redenen voor hebben gehad. Die redenen kunnen verband houden met mijn veiligheid en die van onze zoon."

Denkt u dat u dat uw man nog leeft?

"Mijn hart zegt ja. Ik beeld me in dat hij ergens een geheime missie aan het vervullen is. Als Kamel ergens voor ging, ging hij er voor de volle 100 procent voor. Daar kan ik mij iets bij voorstellen: de wereld is in crisis, begin 2002, hij wordt na vijfentwintig jaar teruggeroepen door zijn verleden."

Dan brengt u hem nu wel in gevaar door dit interview te geven, door ermee in te stemmen dat de politie zijn foto op het internet plaatst?

"In deze zaak is alles hypothetisch. Ik trek twee lijnen. Ofwel is hij een situatie verzeild geraakt zoals die zes Algerijnen in Guantanamo en dan kan zijn foto niet vaak genoeg in de krant staan. Ofwel moet ik me vastklampen aan zijn woorden van toen: 'Je zult mij zoeken, zoeken en blijven zoeken. Je zult al je hoop verliezen. Maar dan, na vele jaren, zul je me terugvinden.' Wat ons bond, een kwarteeuw samen, is wat mij betreft sterker dan alles wat ik niet weet over hem. Dus blijf ik zoeken. Hoe lang het ook moet duren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234