Woensdag 23/09/2020

De wanhoop van de komiek

'Je ne vois pas ce qu'on me trouve' van regisseur Christian Vincent

Pierre Yves is een humorist. Dat is althans zijn beroep en hij heeft er blijkbaar succes mee. Die populariteit is echter nogal laat gekomen en mede daardoor heeft Pierre soms het gevoel dat het allemaal op een misverstand berust. Misschien is het vandaag of morgen allemaal afgelopen. Zijn one-man-show heet dan ook niet toevallig Je ne vois pas ce qu'on me trouve, wat letterlijk zoveel betekent als 'Ik snap niet wat men in mij ziet', maar in deze context beter vertaald kan worden als 'Ik begrijp niet waarom men mij zo grappig vindt'. Dat is meteen ook de titel van deze vierde langspeelfilm van de jonge Franse cineast Christian Vincent, die in 1990 opvallend sterk debuteerde met La discrète en sindsdien ook nog Beau fixe en La séparation afleverde.

Als proloog krijgen we een stukje te zien uit een optreden van Pierre (rol van Jackie Berroyer, die ook meeschreef aan het scenario) en als de film echt van start gaat, is hij met de trein vanuit Parijs op weg naar het noorden, meer bepaald naar het provinciestadje Liévin waar het plaatselijk cultureel centrum een nachtelijke marathon met komische films heeft gepland, met Pierre Yves als eregast. Die uitnodiging is geen toeval, want hij is "un enfant du pays" die in die ooit zo bloeiende maar momenteel veeleer sinistere mijnstreek het grootste deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Maar dat is inmiddels al zo'n dertig jaar geleden en Pierre is sindsdien nooit meer teruggekeerd. Die lange afwezigheid is blijkbaar een van de redenen waarom Pierre de uitnodiging aanvaard heeft. Maar er was ook - en misschien vooral - die lieve stem van Monica (rol van Karin Viard), die aan de telefoon zo lang bleef aandringen om de aarzelende komiek over te halen toch naar Liévin te komen.

Eenmaal ter plaatse wordt de beroemde komiek weliswaar met de nodige egards behandeld, maar Liévin is en blijft natuurlijk een provinciegat en daarnaast hebben de organisatoren het behoorlijk druk, zodat Pierre enigszins aan zijn lot wordt overgelaten en zelf zo'n beetje zijn weg moet zien te vinden tussen een gastoptreden in de lagere school (waar de kinderen zonder vragen blijken te zitten), een soort buffetreceptie die samenhangt met een vernissage die net die dag plaatsvindt, een interview voor de lokale radiozender en enkele fotosessies bij de plaatselijke middenstand. Pierre laat het allemaal, zonder veel enthousiasme, over zich heen gaan. Hij is vooral ontgoocheld omdat Monica hem niet de exclusieve aandacht schenkt die hij, op basis van haar telefonische uitnodiging, had verwacht.

Nadat hij haar dat duidelijk heeft gemaakt, slaagt hij er toch in haar als gids te laten fungeren voor een wandeling door de streek van zijn jeugd, waarvan hij na dertig jaar nog nauwelijks iets herkent. De restanten van het industriële erfgoed ontroeren hem echter wel, terwijl ze voor haar nauwelijks meer zijn dan oude stenen en leegstaande mijngebouwen. Anderzijds is het bezoek aan zijn ouderlijk huis, waar ze door de nieuwe bewoners bijzonder gastvrij worden ontvangen, wel een meevaller.

Monica gedraagt zich de hele tijd beleefd, aandachtig en attent voor de beroemde gast uit Parijs, maar Pierre had duidelijk op iets meer gerekend. Dat zij haar eigen leven heeft met haar eigen zorgen en problemen, zal er trouwens op een bepaald moment toe leiden dat de film plots van toon verandert en zelfs iets van een politiethriller krijgt. Maar uiteindelijk keert Pierre, ontgoocheld en vermoeid, terug naar de marathonnacht voor zijn optreden... Je ne vois pas ce qu'on me trouve is een kleine, intimistische en goed geobserveerde karakterstudie, waarvan de reportageachtige stijl bijzonder authentiek en overtuigend oogt. Wat in eerste instantie een ietwat chaotisch en geïmproviseerd scenario lijkt, blijkt uiteindelijk een doordachte keuze om niet alles en iedereen zomaar uit te leggen, te duiden en te verklaren. In dat verband heeft het personage van Monica trouwens de juiste, mysterieuze uitstraling, waarvan de essentie volgens actrice Karin Viard door regisseur Christian Vincent als volgt werd gedefinieerd: "Elle fait son travail correctement, mais on doit la sentir ailleurs."

Van zijn kant is Jackie Berroyer eveneens uitstekend als de komiek die het niet bijster amusant vindt om steeds weer grappig te moeten zijn en die zijn onzekerheid en onhandigheid als een pathetische versierderstruc tracht te gebruiken. Zijn relativerende, zeg maar denigrerende, opmerkingen over zichzelf zijn dan ook niet veel meer dan doorzichtige pogingen om steeds weer aangemoedigd, gerustgesteld en, liefst van al, ook nog bemind te worden. Misschien lukt dat soms in werkelijkheid en vaak werkt dat in romantische komedies, maar in deze levensechte, bitterzoete film houdt Pierre er alleen een kater van jewelste aan over. (Jan T.)

PS: De film wordt alleen in Brussel en Wallonië gedistribueerd, zonder ondertiteling.

TITEL: Je ne vois pas ce qu'on me trouve. REGIE: Christian Vincent. SCENARIO: Christian Vincent, Jackie Berroyer en Olivier Dazat. FOTOGRAFIE: Hélène Louvart. PRODUCTIE: Bertrand Faivre voor Les Productions Lazennec. VERTOLKING: Jackie Berroyer, Karin Viard, Tara Romer, Estelle Larrivaz, Zinedine Soualem, Daniel Duval, Grégory Flament, e.a. Frankrijk, 1997, kleur, 99 min. Gedistribueerd door Cinéart.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234