Dinsdag 27/07/2021

De Wall Street-yup die kunst heruitvond

Een keurig leger van enkele honderden journalisten stond afgelopen week aan het Whitney Museum te wachten voor dé persconferentie van het jaar. Wie had begin jaren 80 durven denken dat het met de carrière van Jeff Koons, ex-Wall Street-werknemer, zo'n vaart zou lopen? Toch schuilt er een lijn in het leven en werk van deze boeiende kunstenaar. Of op zijn minst een sluwe tactiek om de (kunst)markt te bespelen.

Jeff Koons: A Retrospective is de laatste tentoonstelling in het huidige, door Marcel Breuer ontworpen, Whitney Museum, vooraleer het volgend jaar verkast naar een door Renzo Piano getekend en veel groter gebouw aan het helemaal opgewaardeerde Meatpacking District. Zowat alle verdiepingen van het huidige Whitney zijn netjes chronologisch volgestouwd volgens door Koons bedachte hoofdstukken, te beginnen bij Inflatable and the Pre-New om via o.a. Banality, Celebration en Hulk Elvis voorlopig te eindigen bij Antquity.

Het begon destijds allemaal braaf en onschuldig met een soort slappe variant op wat Marcel Duchamp enkele decennia eerder had bedacht: haal banale, doordeweekse voorwerpen uit de dagdagelijkse realiteit, plaats ze in een andere context et voilà... banaliteit wordt kunst. Maar wat bij Duchamp een revolutionaire en non-conformistische vondst was, werd bij Koons een soort cynische vertaling, op maat gesneden voor dat andere jaren tachtig-fenomeen: de yup. Jonge Wall Street-makelaars wisten met hun pijlsnel vergaarde fortuin geen blijf en de tandeloze, uiterst verleidelijke kunst en kunstjes van Koons vonden gretig aftrek bij dit soort nieuwe spelers op de kunstmarkt.

Met Jeff Koons en andere jaren tachtig-kunstenaars veranderde ook drastisch het systeem van precieuze verzamelaars die als eerste oog hadden voor nieuwe tendensen en die vroeg werk van opkomende kunstenaars wisten aan te kopen om het nadien vaak te schenken aan musea. Vandaag de dag heeft zowat elke zichzelf respecterende verzamelaar zijn eigen museum - maar dat is weer een ander verhaal.

Terug naar de man om wie het dezer dagen in New York en straks in het Parijse Centre Pompidou draait.

Na wat bij hem thuis georganiseerde tentoonstellingen werd Koons voor het eerst opgepikt in 1980, door het destijds rebelse New Museum. In de vitrine van wat niet meer dan een bescheiden kunsthal was, stonden enkele Hoover-stofzuigers in helverlichte boxen tentoongesteld als publiekstrekkers voor zijn eerste show. Daaraan ontleende Koons ook de titel voor een van de eerste hoofdstukken van zijn huidige retrospectieve, The New. Wat er verder in het gebouw te zien was? Het woord zegt het zelf : posters en billboards die stuk voor stuk refereerden of speelden met het woord 'nieuw'. Een lichtbox met het woord 'The New' hing naast een billboard met reclame voor twee soorten tonics, met de inspirerende slogan 'New! New too' erboven. Niets bijzonders, zou je denken en het duurde dan ook enkele jaren voor het echt ging kantelen voor de kunstenaar.

Tussen kitsch en kunst

Zoals gezegd explodeerde in die jaren naast de beurs ook de kunstmarkt en oversteeg, net zoals op de aandelenmarkt, ook hier de vraag ruim het aanbod. In 1985 greep Koons zijn kans met een eerste galerietentoonstelling in de wat alternatievere maar daardoor des te meer in de gaten gehouden Lower East Side. Equilibrium, een reeks van intussen iconische werken, werd in de wat rafelige ruimte van galerie International With Monument gepresenteerd én in no time opgekocht. Aan de muren hingen reclameposters van Nike, het mid-jaren zeventig gelanceerde sportmerk dat zich toen vooral richtte tot jonge, zwarte atleten. Koons roemde de afgebeelde, basketbal-spelende Afro-Amerikanen als 'sirenen' die de jeugd wisten te verleiden om hun sociale grenzen te verleggen - we verzinnen dit niet.

In de galerie stond verder een watertank waarin een basketbal getoond werd die, zonder naar de bodem te zakken of boven het wateroppervlak te komen, perfect in het midden dreef en aldus de titel gaf aan de reeks: evenwicht/ equilibrium.

Het was deze tentoonstelling die via een ander tussendoortje een jaar later de opstap vormde voor de definitieve doorbraak van Koons als merknaam.

Met de reeks Statuary werd de kunstenaar binnengehaald door de Sonnabend Gallery, destijds een van de topgalerieën. Niemand durfde op dat moment nog te twijfelen aan de kwaliteit en het talent van Jeff Koons en in één klap werd zijn reputatie verzilverd. Dat laatste mag je bij deze reeks, die nu ook in het Whitney Museum te zien is, ook letterlijk nemen: Koons bracht een mix van gegalvaniseerde, blinkende historische sculpturen, waaronder een borstbeeld van Louis XIV en karikaturale rommelmarktbeeldjes van bijvoorbeeld de komiek Bob Hope. De spiegelende objecten bleken ware hebbedingetjes en geraakten bij de opening in één klap verkocht. Sinds die tentoonstelling kon het helemaal niet meer stuk, maar de grote droom van Koons om net als Andy Warhol uit te groeien tot een wereldwijd bekende superster kwam er 'pas' twee jaar later.

Een levensgroot porseleinen beeld van een van Koons' helden, Michael Jackson, was het uithangbord voor een reeks über-kitscherige beelden die Koons liet fabriceren door Italiaanse en Duitse ambachtslieden. Naast een porselein en gouden Michael Jackson die met z'n troetelaapje Bubbles voor de bezoeker poseerde, maakten ook nog een door drie schattige engeltjes gekoesterd varkentje deel uit van een uitgekookte strategische meesterzet. Deze nieuwe beelden werden in 1988 namelijk gelijktijdig via topgalerieën in New York, Chicago en Keulen de wereld ingestuurd, onder de nietsverhullende titel Banality. Bovendien werden de drie identieke tentoonstellingen uitgebreid aangekondigd in verschillende (kunst)tijdschriften, in de vorm van ordinaire advertenties.

En het werkte. Niemand minder dan Wim Beeren, directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum, kocht Ushering in Banality aan - het eerder genoemde houten varkentje. Maar ook andere musea stonden te dringen om werk van Koons in hun collecties te kunnen opnemen.

Pornoposes

Koons dacht zich nu alles te kunnen permitteren maar sloeg de bal toch nog even mis met zijn serie Made in Heaven. Hij maakte kennis met de Italiaanse pornoster Ilona Staller, ook bekend als 'La Cicciolina'. Met haar ging hij meer dan levensgroot uit de kleren voor een billboard die een pornofilm aankondigde. Made in Heaven, de film, is er gelukkig nooit gekomen maar van de reeks met de gelijknamige titel staan er nu wel nog enkele bedenkelijke overblijfselen te kijk in het Whitney Museum. Je moet het zien om het te geloven. Toch was zelfs dit dieptepunt uit het sowieso wispelturige oeuvre van Koons destijds te zien op de Biënnale van Venetië.

Maar Jeff Koons zou Jeff Koons niet zijn, mocht hij zichzelf niet opnieuw weten te heruitvinden. Begin de jaren negentig gooide hij het roer opnieuw om met een reeks schilderijen waarvoor je, om ze te bekijken, beter een zonnebril opzet. Daarna bedacht hij zijn handelsmerk: gigantische, opgeblazen sculpturen van de zogenaamde balloon dogs die je in New York voor een paar dollars kunt kopen. In Koons' versie zijn die balloon dogs opnieuw gegalvaniseerd, in verschillende felle kleuren uitgevoerd en zo spiegelend glad dat je je er als toeschouwer in kunt vergapen. Een van die werken verpulverde vorig jaar alle records toen het op een veiling een koper vond die er een kleine 60 miljoen dollar voor wou ophoesten.

Moeten we ons voor al deze schone schijn nu reppen naar New York, of alvast een bezoekje aan het Parijse Centre Pompidou in onze najaarsagenda noteren? Verbazingwekkend genoeg toch wel. Want los van alle door de kunstenaar gemanipuleerde, gehanteerde en uiterst doorzichtige trucs is Jeff Koons: A Retrospective ook en vooral een omzwerving in een bizar maar ook wel verleidelijk universum - soms van wansmaak, vaker van vrolijkheid. Het viel bij de perspreview op dat zowat iedereen met een beate glimlach van de ene verdieping naar de andere liep. En het grote verschil tussen Jeff Koons en het gros van de kunstwereld is de totale eerlijkheid over het spel: 'Niets in de handen, niets in de zakken'. Wat je ziet - of wat je wil zien - is wat het is.

Je hebt geen zwaar beladen kunsthistorische teksten of beschouwingen nodig om naar het verleidelijke speelgoed van de duurst betaalde levende kunstenaar van het moment te kijken. Net om die reden wordt Koons nog steeds gehaat door een groot deel van de kunstwereld.

En net om dezelfde reden wordt hij op handen gedragen door het grote publiek.

Koons is meer dan wie dan ook de eigentijdse Keizer van de nieuwe kleren. Alleen steekt hij dat niet onder stoelen of banken.

En voor wie New York wat ver uit de buurt ligt, is een gecombineerd weekendje Disneyland Parijs met Jeff Koons: A Retrospective in het Centre Pompidou vanaf eind november een absolute aanrader.

Tot 19 oktober in het Whitney Museum in New York, whitney.org. Van 26 november tot 27 april 2015 in het Centre Pompidou te Parijs

Wie is Jeff Koons?

Amerikaans kunstenaar, geboren in 1955 in Pennsylvania

op dit moment de duurst betaalde levende kunstenaar

balloon dogs, enorme, glanzende sculpturen die gevouwen lijken te zijn uit een ballon, zijn z'n handelsmerk

hij studeerde schilderkunst, maar werkte na zijn studies eerst zes jaar lang als broker op Wall Street

Balloon Dog, 1994-2000

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234