Dinsdag 20/10/2020

GetuigenissenEx-sprinters

De waanzin van de massasprint: ‘Je moet het verstand helemaal op nul kunnen zetten’

Het moment van de crash: Dylan Groenewegen wijkt in volle sprint uit waardoor Fabio Jakobsen in volle vaart in de dranghekken knalt. Beeld EPA

Als ie maar geen topsprinter wordt. Na de vreselijke val van Fabio Jakobsen in de Ronde van Polen moet Boudewijn De Groot de lyrics van ‘Jimmy’ maar eens herzien. Drie oud-renners met snelle benen getuigen over de waanzin van de massasprint. ‘Bergritten zijn de mooiste dagen in de carrière van een sprinter.’

Frank Hoste (64): ‘Zie je twee konten en er is plaats om je stuur ertussen te wringen, dan doe je dat’
 

“Ik herinner me een rit in de Ronde van Italië die eindigde aan de Dom van Milaan. De hele dag hadden we aan een slakkentempo rondgepeddeld om de laatste kilometers bloedfris en als wilde honden naar de finishlijn te trekken. Er werden kwakken uitgedeeld, dan lagen er opeens vijf renners tegen de grond, op het einde moesten we nog over tramsporen ... Ik won die rit, maar als ik de beelden achteraf zag gingen de haren op mijn armen rechtstaan.

Frank Hoste won vijf ritten in de Tour de France en de groene trui in 1984.Beeld Eric de Mildt

“Tijdens de sprint zelf ben je veel minder angstig voor al dat gewriemel. Simpelweg omdat er in iedere massasprint contact is. Je kan gewoon niet anders als je vooraan wil blijven. Zie je twee konten voor je en er is net genoeg plaats om je stuur ertussen te wringen, dan doe je dat. Op zulke momenten zou je in het peloton eens een bandopnemertje moeten plaatsen: ‘Klootzak’, roep je dan weleens. De minste fout kan grote gevolgen hebben. Bergritten zijn daarom de mooiste dagen in de carrière van een sprinter, dan hoeft dat allemaal even niet.

“Voor sommige renners is sprinten nu eenmaal de enige manier om een mooi palmares en wat centen bijeen te scharrelen. Als je een ronde kan winnen, waarom zou je je dan mengen in zo’n massasprint? Ik kon met mijn tachtig kilo geen berg op, in een tijdrit kwam ik straten te kort en de klassieke monumenten waren net te zwaar. Ik won wel vijf Tour-ritten en een groene trui.

“Zelf ben ik tijdens een massasprint nooit in de dranghekken blijven hangen, maar ik viel ooit heel zwaar omdat vlak voor mij twee sturen in elkaar haakten. Wel, in diezelfde Ronde van Italië heb ik daarna geen enkele keer meegesprint. Voor Jacobsen moet dit dus een litteken voor gans zijn leven zijn. Verschrikkelijk.

“Iedereen doet weleens iets wat niet mag in zo'n sprint. Ooit trok ik in volle spurt aan de broek van een ploegmaat om een paar posities te winnen, en ik heb dikwijls genoeg ‘de deur dichtgedaan’ in een sprint. Maar dan dreig je vooral, zodat die andere coureur even zijn voeten stilhoudt. Je doet de deur nooit helemaal toe.”

Johan Museeuw (54): ‘Als ik mijn zoon zie sprinten, houd ik mijn hart vast’
 

“Ik ben nooit de sprinter geweest die als een kat in elk gaatje sprong. Ofwel vertrok ik van ver ofwel vertrok ik gewoonweg niet omdat ik ingesloten was geraakt. In de Tour maakte ik ooit een gelijkaardige situatie mee als Jakobsen. Ik werd richting dranghekken gedwongen, maar ik kneep gelukkig de remmen dicht. Omdat ik geen echte sprinter was. Die had wellicht wel voor het gaatje gekozen.

In de prille lente van zijn carrière won Johan Museeuw verschillende massasprints in de Tour de France.Beeld BELGA

“Het zal ook wel iets met de leeftijd te maken hebben. Want werkelijk elke sprint is een risico en het geeft best een kick: bijna vallen, risico’s nemen en dan toch met de handen in de lucht over de finishlijn komen. Een flinke kwak krijgen, is er de volgende etappe een teruggeven, die rivaliteit zit er zeker ook in. Als jonge renner stel je daar veel minder vragen over dan de iets rijpere renners. Met de jaren ben ik me, net zoals heel wat andere sprinters, steeds meer beginnen toeleggen op het klassieke werk.

“Toch denk ik dat er zeker niet minder risico’s liggen in een tijdrit, een afdaling van een col of het gewriemel voor een helling in de Ronde van Vlaanderen. Valpartijen zijn een wet in het wielrennen, net zoals in elke snelheidssport. Het verschil zit soms in hele kleine dingen. Ik lag mee in de val van Casartelli (die in ‘95 stierf in de Tour, MIM) en had zelf bijna niks. ‘Waarom ik niet’, spookt er dan door je hoofd. De dag nadien gaat het leven en het peloton verder. Dat is hard, maar als je met angst op de fiets kruipt, is het tijd om te stoppen.

“Hier maakt de sprinter echter een catastrofale fout. Groenewegen ging over de limiet, ik kan alleen maar hopen dat de UCI en zijn eigen ploeg iets ondernemen en hier gevolg aan geven. Er is een groot verschil tussen telkens weer in dat nauwe gaatje kruipen en iemand die dat nauwe gaatje plots dichtknijpt. Er moet een voorbeeld gesteld worden voor de jeugd.

“Mijn jongste zoon Stefano is ook een sprinter (bij BEAT Cycling Club, MIM). Hij was het die me de beelden van de valpartij doorstuurde. Of we daar over spreken? Zelden. Als ik hem zie sprinten, houd ik wel telkens mijn hart vast.”

Wilfried Nelissen (50): ‘Je moet het verstand helemaal op nul kunnen zetten’
 

“Gek is een groot woord, maar om je vol in zo’n massasprint te gooien moet je het verstand helemaal op nul kunnen zetten. Als je begint na te denken in volle sprint, dan zit het niet goed en zal je nooit winnen. Dat is wellicht ook de reden dat veel oudere renners zich op het klassiekere werk gaan richten. Niet alleen neemt de explosiviteit met de leeftijd af, het verstand neemt ook toe. Een vrouw en kinderen, dat is plots een factor die meespeelt. Van die kick van vroeger kan ik echter nog steeds nagenieten, alleen de adrenaline die door mijn lijf gierde in de laatste hectometers kan ik niet meer terugbrengen.

Wilfried Nelissen raakte in 1994 verwikkeld in een van de zwaarste valpartijen in de geschiedenis van de Tour.Beeld Photo News

“Hoe je in die sprintstiel terechtkomt? Sprinten zit bij mij in de genen, m'n vader was ook een sprinter. Toch ben ik genoeg keren in een valpartij terechtgekomen. Al dat gekwak om in een goeie positie te geraken is nu eenmaal niet zonder risico. De bekendste valpartij blijft die in de Tour (in 1994 reed Nelissen in volle sprint op een politie-agent). Daarvan herinner ik me niks meer, een totale black-out was het.

“Ik zie het als een geluk dat ik de beelden alleen maar achteraf heb moeten zien. Als je alles bewust meemaakt, lijkt het me verschrikkelijk moeilijk om na zo’n horrorcrash opnieuw de durf te verzamelen die nodig is voor een massasprint.”

“Het is heel spijtig wat er in de Ronde van Polen is gebeurd. Nu zeg ik misschien dat ik in de plaats van Jacobsen in de remmen zou zijn gegaan, maar ja, je bent jong, gedreven en die renners hebben allemaal heel lang stilgelegen. Die elleboog verwacht je natuurlijk ook niet. Ik zou nu echter ook niet in de plaats van Groenewegen willen zijn. Die jongen gaat door een hel, daar ben ik zeker van.

“Zijn manoeuvre was er zeker over, maar als je kijkt wat er vroeger allemaal gebeurd is, dan zijn er al heel wat stappen gezet. In de jaren 80 hadden Eric Vanderaerden en Sean Kelly elkaar gewoon vast in volle sprint, en in de jaren 90 smeet Tom Steels een bidon in het peloton op 100 meter van de finishlijn. Ik heb na de meet zelf ook nog een andere renner voor z’n kop geslagen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234