Dinsdag 07/12/2021

De waanvan het gelukBetty Mellaerts praat met Stef Kamil Carlens

'Het moet voor mij niet slim zijn, het mag simpel zijn, dom zelfs. Kijken vanuit een andere hoek, van op een plaats waar niemand aan gedacht had om eens te gaan staan. Zoals een kind iets zou zeggen''Volgens mij moet een mens een mens zijn, niet een man of een vrouw. Een man mag gevoelig zijn, een vrouw hard'

Foto Stephan Vanfleteren

'Als je voor het eerst een nummer brengt, al is het nog maar voor de muzikanten met wie je samenwerkt, moet je altijd even heel hard in jezelf geloven. Ik maak nu theatermuziek voor een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam en regisseur Ivo van Hove. De pianist, Guy Van Nueten, met wie ik nog maar net aan het repeteren ben, is klassiek opgeleid. Ik, die geen noot muziek kan lezen, heb voor hem een pianostuk geschreven. Tijdens de repetities speelt hij tussendoor af en toe eens iets van Bach en dat zijn momenten waarop ik toch tegen mezelf moet zeggen: oké, dat van mij is ook goed!

"Ik ben erin gerold. Zoals de meeste tieners fascineerde popmuziek mij. Het begint met een emotionele reactie op een lied of een muziekstijl. Hardrock bijvoorbeeld vond ik heel opzwepend. Een van de eerste mensen van wie ik een kick kreeg, was Freddy Mercury van Queen. Die songs hebben natuurlijk een enorm pathos. Grote gevoelens. Drama. Maar ze kwamen duidelijk bij mij aan. Mercury was ook een interessante mens om naar te kijken. De pakjes die hij droeg! De muziek van Queen was op haar manier geraffineerd, met rijke arrangementen. Daarnaast hield ik ook veel van de Spaanse gitarist Andres Segovia. Ik zag niet dat het ene bombastischer was dan het andere, ik vond het allemaal mooie muziek. Dan is het een heel kleine stap om met een tennisracket voor de badkamerspiegel te gaan staan.

"Die emoties zijn gebleven, al moet je om gitaar te leren spelen de muziek eerst rationeel analyseren: hoe zit dat hier in elkaar? Ook als ik schrijf, moet ik dat doen. Ik heb het nooit als een tekort ervaren dat ik niet opgeleid was als muzikant, integendeel zelfs. Ik kan me altijd gemakkelijk buiten een compositie zetten omdat ik ze toch niet goed begrijp. Ik hoor veel noten, maar ik zou niet kunnen zeggen welke het zijn. Ik hoor de sfeer, het geheel. Dat vind ik veeleer een voordeel. En nu ik ontdekt heb dat ik kan programmeren met de computer bestaat mijn technische gebrek eigenlijk niet meer. Dat is fantastisch. Met de computer zet je noten op een maatlijn en daarna kun je afstand nemen. Als je op de piano componeert, zit je te knoeien om telkens weer te spelen wat je had bedacht. Nu programmeer je, je drukt op start en je luistert naar wat eruit komt. Het is alsof je een pianist in je kamer hebt zitten aan wie je zegt wat hij moet spelen. Natuurlijk klinkt het niet zo goed als een echte piano, maar de goede klank komt later wel, met de andere muzikanten.

"Toch blijf ik een gevoelsmens. Als ik eenmaal de akkoorden en melodieën op papier heb, kan ik het analytische snel vergeten en lukt het mij zelfs om naar mijn eigen muziek op een emotionele manier luisteren. Misschien heb ik die passie voor muziek wel van mijn vader overgeërfd. Hij is een liefhebber van klassieke muziek, luistert naar niets anders, zelfs niet naar jazz, hij is echt een purist. Maar hij heeft zijn smaak nooit aan mij of mijn zus opgedrongen. Hij liet alleen blijken dat hij al de rest lagere kunst vond."

'Eigenlijk heb ik weinig duidelijke herinneringen aan mijn jeugd. Ik ging naar het Sint-Jan-Berchmanscollege in Merksem, was geen leiderstype maar ook geen meeloper. Tot mijn veertiende was ik een onopvallend kind. Toen begon ik muziek te spelen en ging er een hele wereld open. Alles werd duidelijk. Tot dan kon ik mij niet goed uitdrukken, maar toen ik de muziektaal leerde, kon ik ineens met de mensen communiceren. Ik kocht een gitaar en vormde een groepje met jongens van de school, echt een vriendenclubje. We gingen direct op straat spelen. Het klopte ineens allemaal. Het was een heel fijne tijd, ik vond de wereld zo halverwege die jaren tachtig prachtig. Ik ging naar school, maakte muziek en voelde me goed. Te goed, denk ik. Ik vloog een paar keer van school. Waarschijnlijk was ik mentaal niet genoeg aanwezig. Ik zat de hele tijd op een wolk, leefde in de muziek. Ik hing wat rond, er was interactie tussen de muzikanten en dat gaf een eigen sfeer. Het was gewoon plezant. Dat hippiegevoel was nog sterk aanwezig toen ik in het muzikantenwereldje terechtkwam. Zingen, van de ene muzikant naar de andere reizen, weg zijn, mensen ontmoeten. Alles was fijn. In mijn jeugd was ik ook wel gelukkig. Ik heb goede ouders, kreeg van hen op hun manier veel liefde, maar het komt mij nu voor alsof ik er niet echt was. Ik hoop wel dat ik nooit zo'n vervelende zoon of dochter zal hebben als ik voor mijn ouders ben geweest. Van heel jongs af ben ik niet de traditionele weg gegaan. Ik was helemaal geen rebels type of een onruststoker maar tegen mijn ouders heb ik me wel verzet. Ik moest mij loswringen uit een burgerlijk milieu. Uiteindelijk ben ik goed terechtgekomen op de kunsthumaniora en ben ik een tekenaar geworden, maar soms denk ik: ooit krijg ik het deksel op de neus."

'Ik droomde ervan om straatmuzikant te worden. Dat was het doel. Ik dacht er absoluut niet aan om een carrière als popster te maken. Het romantische van het zwerversleven trok mij hard aan, al heb ik later gemerkt dat het niet altijd zo rooskleurig is. Om te overleven heb ik ook wel wat toiletten gepoetst, afgewassen, in de fabriek gewerkt. Dat moet je niet lang doen om te weten dat het niet iets is voor altijd. Altijd weer dacht ik: ik ga liever vier of vijf uur op straat spelen, dan heb ik misschien evenveel geld verdiend. Als het regent, is het niet gemakkelijk en je bent nooit zeker van wat je zult krijgen. Je wordt overgeleverd aan de willekeur van de mensen, maar je doet wat je graag doet. Ik weet het, sommige mensen moeten die vervelende jobs wel hun leven lang doen. Daar ben ik me heel goed van bewust. Ik zou bijna zeggen dat ik een luxeleven heb, maar dat is niet waar. Zelfs nu we succes hebben, moeten we keihard werken, soms ook veel langer dan wie een gewone job heeft. Ik voel mij niet schuldig.

"Op een studentikoze manier ben ik gedurende enkele jaren straatmuzikant geweest. Dat was fijn: spelen, café in, café uit, wat geld ophalen, slapen, spelen. Schotland, Frankrijk, Spanje, liften, gitaar, meisjes, plezier. Zalig. Ik kan wel wat zingen, dus de reacties waren altijd redelijk goed. Onderweg kom je figuren tegen die je niet ziet op een universiteit. Er leeft 's nachts van alles, er is veel alcohol en er zijn drugs. Dat maakt het onwerkelijk, terwijl het toch een werkelijkheid is. Je hoort ook maffe verhalen. Bij sommigen begint het zwerven al in hun jeugd, met rare ouders en toestanden waar ze voor weglopen. Anderen hebben op hun zestiende Kerouac gelezen en gaan, zoals hij, op stap.

"Ik ben rond mijn negentiende bij mijn ouders weggegaan. Ik was verliefd geworden op een heel goede zangeres uit Schotland. Zij woonde in een huis met een hoop muzikanten van overal in de wereld en ik ben bij hen gaan wonen. Toen is het helemaal begonnen. Ik had daar sterk het gevoel thuis te komen. Er waren echt fantastische muzikanten bij. Door naar hen te kijken heb ik veel geleerd, vooral van de zangers. Ze waren al wat ouder, kwamen uit de jaren zestig en zeventig en konden een song nog brengen op de traditionele singer-songwritermanier. Ik zag de intentie waarmee ze een lied zongen, de kracht, hoe ze er stonden. Als je dat op tv ziet, kan het heel sterk aankomen, maar als je drie meter van zo iemand af zit, is die kracht nog veel groter. En als je daarna gewoon met hem aan tafel zit, kom je helemaal in zijn songwereld.

"Ik heb erop doorgewerkt. Ik vind niet dat ik zo een ongelooflijk goede zanger ben, maar ik heb wel een eigen stem, een geluid dat je niet vaak hoort. Ik heb veel geëxperimenteerd. In het begin had ik zin om allemaal andere stemmen te vinden: zwaar, hoog, falset, een dubbele stem waarmee je twee tonen tegelijk kunt zingen, maar ik denk dat mijn techniek niet goed was, want daar werd ik altijd hees van. Ik ben er veel mee bezig geweest om het goede geluid te vinden en Tom Waits was absoluut mijn grootste invloed.

"Sinds de cd Plage Tattoo van het theaterproject dat we een jaar of twee geleden met Les Ballets C. de la B. en Zita Swoon hebben opgezet, heb ik een goede stem gevonden. In die periode ben ik ook regelmatig beginnen te lopen. Sindsdien heb ik meer longinhoud en kan ik veel langer zingen zonder te ademen. Voordien heb ik me lang niet goed gevoeld als ik zong, het was fysiek niet aangenaam. Ik zong ook te luid, dat had ik op straat aangeleerd. Nu zing ik veel zachter en meer melodisch. Maar een concert put me nog altijd uit. Uitgaan na een optreden doe ik zelden, meestal ben ik kapot, op, weg."

"Ik ben dan met Tom (Barman) samen gaan wonen en het was er een beetje open house. Vaak bleven muzikanten een tijdje logeren, dagen, weken, maanden... Craig Ward bijvoorbeeld, de latere gitarist van dEUS. Ook was er een kroegje met open stage op de Antwerpse kaaien waar we vaak rondhingen. In De Muziekdoos kwamen de mensen van wat de Anarchistische Abendunterhaltung zou worden, en Rudy Trouvé. De meesten hadden nog niet echt iets gedaan, maar het zat er bij velen aan te komen. Dat voel je wel van elkaar.

"Toen ik Tom leerde kennen bestond dEUS al, maar met allemaal andere mensen in de groep. Ik had ook mijn eigen groep waarin Aarich Jespers al zat, onze drummer van nu. Hem kende ik van de kunstschool. Tom was van in het begin een heel opmerkelijk iemand, al was hij zich toen nog niet zo bewust van wat hij wilde doen. Hij is iemand die erg veel geeft en toen hij een gitarist nodig had, zei ik: ik wil je uit de nood helpen, maar ik wil dat niet te lang doen, je moet iemand anders zoeken. We hebben een demo opgenomen en eindigden in de Rock Rally van Humo. Toen moesten we wel een groep blijven.

"Die Rock Rally was echt iets van Tom, dat was zijn ding. Hij was veel ambitieuzer dan ik. Een keukentafel en een gitaar waren voor mij toen al heel wat. Ondertussen ben ik ook ambitieus geworden, maar in de wortels zat het er niet zo hard in als bij hem, denk ik, maar dat zou je hem moeten vragen. In wezen ben ik eigenlijk meer een rechterhand van iemand. Daar ben ik het beste in, denk ik. Ik kan veel energie steken in iemand anders en in die positie voel ik me ook goed, ik moet niet per se vooraan staan. Nu ik zelf frontman ben, denk ik soms: ik zou wel weer eens wat meer achteraan willen staan. De verantwoordelijkheid is groot. Je trekt een concert helemaal. Of een plaat, of het management of de website. Je bent chef d'orchestre. Soms denk ik wel eens: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Maar daar mag je niet te veel over nadenken, je moet gewoon doorgaan.

"Wat Tom en mij anders maakte, was dat we een eigen geluid gevonden hadden door de sfeer van al die mensen rond ons. Maar het is vooral Bache Jespers, de broer van Aarich, die een grote invloed op mij heeft gehad, meer dan hij zelf beseft. Hij maakte voor mij altijd cassettes en daar zaten de meest maffe en uiteenlopende dingen bij. Van The Pixies tot Astor Piazolla, Duke Ellington, de hele New Yorkse Knitting Factory-scene, David Bowie, Tom Waits. Van al die mensen had ik wel eens gehoord, maar zo allemaal bijeen op een straffe compilatie maakten ze een enorme indruk op een zoekende muzikant. Oorspronkelijk begin je met rock te spelen. Je hebt een elektrische gitaar en een distortion-pedaal en je ramt wat. Ineens komt zo iemand als Astor Piazolla binnen en schrik je van de kracht van die muziek. Tango met power. Of The Lounge Lizards, een groep die hun muziek fake jazz noemden en er ook tango-elementen in verwerkten, heel ingewikkelde muziek eigenlijk. Ik vond het rijke muziek die erg nieuw klonk door de invloed van al die verschillende achtergronden en omdat ze soms gespeeld werd door klassiek opgeleide muzikanten. Nu zijn er zowel bij dEUS als bij Zita Swoon muzikanten met een opleiding, maar toen had niemand van ons enige scholing gehad. Tom moet die cassettes ook gehoord hebben, want ze stonden thuis altijd op. Ze hamerden op ons in en op het geluid dat dEUS en Moondog Jr. toen zochten."

"Ongeveer twee jaar na die Rock Rally was dEUS plots serieus vertrokken. Wij speelden ongelooflijk veel concerten, wel tweehonderd per jaar, dat was ook een heel maf leven. Na een jaar of vijf moest ik eruit, alleen zijn, denk ik. Ik had ondertussen ook een vaste relatie gekregen en dan zonder je je, zeker de eerste jaren, toch een beetje af van de wereld. Je hebt niks anders meer nodig dan elkaar en je bent gelukkig. Dat ben ik na negen jaar nog altijd, maar nu heb ik weer meer zin om andere mensen toe te laten.

"Het was een moeilijke beslissing om weg te gaan bij dEUS. De vriendschap met Tom heeft daardoor even op een laag pitje gestaan, maar ze is er niet door aangetast. Ik had het mij allang voorgenomen om ermee op te houden, maar ik mocht niet van Tom. Ik ben hem zo dikwijls gaan zeggen: ik wil weg, ik word zot. Ik was naast dEUS met Moondog Jr. bezig, we hadden dezelfde platenmaatschappij en hetzelfde management. Dat kon niet goed lopen, er waren tegenstrijdige belangen en te veel spanningen. Het ging net keigoed met dEUS, Tom was helemaal in de roes van het succes. Het was ook fantastisch. Als ik er nu op terugkijk, besef ik: what was I thinking? Maar ik blokkeerde en ik kon er niet uit. De concerten waren geboekt, we maakten platen, er was veel aandacht, interview hier, televisie daar, het gebeurde. Ik heb er lang aan getwijfeld, want ik kan heel slecht afscheid nemen. Ik heb er wakker van gelegen, rugpijn gehad, hoofdpijn, stress. Op het einde maakten we de hele tijd ruzie. Zonder elkaar te haten, want zo is dat met vriendschap: het gaat nooit helemaal slecht.

"De tweede plaat heb ik nog mee opgenomen en ik vind ze goed, maar in de studio was er veel discussie en ik was altijd slechtgehumeurd. Hoewel ik aan die opnames een goede herinnering heb, moet ik voor de anderen niet aangenaam geweest zijn. Na de opnames ben ik opgestapt.

"Ik had het gevoel dat ik Tom en de rest een beetje verraadde, ja. Gelukkig was er wel even een afstand. Ze vertrokken voor zes, zeven maanden op tournee zonder mij. In mijn afzondering heb ik onmiddellijk met Zita Swoon de plaat Sunrise gemaakt en er ook mee getoerd. Het was een verademing, ik was vrij. Ik leerde weer een nieuwe taal waaruit de Zita Swoon-periode is begonnen. Maar toen ik later eens naar een concert van dEUS ging kijken, was het toch even slikken."

'Vriendschap, relaties, liefde, het zijn thema's die wel vaker terugkeren in de liedjes. Over relaties kun je eindeloos elk miniem detail uitvergroten. Als ik naar Elvis Costello luister, denk ik: de hoeveel miljoenste heartbreak heeft die al achter de rug en elke keer weer is het er keihard tegenaan. Fantastisch, die gast. Het kan niet dat hij dat allemaal zelf leeft. Misschien is één keer inderdaad genoeg om je er iets bij voor te stellen. Je hoort ook veel verhalen van andere mensen, liefdesperikelen zie je overal.

"Zelf geloof ik heel hard in de liefde, ja. For life is dat. Dat weet je wel zeker als je na de vijfhonderdste ruzie nog geen zin hebt om op te stappen. Er zijn zoveel fantastische momenten samen. Voor mij is een relatie ook meer een heel intense vriendschap. Seks vind ik minder belangrijk. Het is wel fijn, natuurlijk, maar de reden waarom je bij elkaar blijft, is niet de seks. Het is de interactie, elkaar vinden, bij elkaar weg kunnen kruipen, ruziemaken, schelden, allemaal zonder dat het iets breekt. Al moet je natuurlijk nooit te ver gaan.

"Ik heb vaak vanuit mijn eigen ervaring teksten geschreven, maar voor de laatste plaat wist ik niet zo goed waarover het moest gaan. Ik heb het allemaal wat laten gebeuren en het bleek plezant te zijn om eens niet dicht bij mezelf te blijven, maar kleine filmscenario's te schrijven, verhaaltjes te verzinnen. Het is moeilijk om muziek te plooien naar woorden, daarom is de muziek er altijd eerst. Vaak komt de tekst spontaan, plots staat er iets op je papier. Dat heb ik veel songschrijvers al horen zeggen. Soms krijgt dat bijna iets magisch, want hoe gebeurt dat nu? Op andere teksten zit je wel lang te knauwen. Maar in ieder geval moet je ervoor gaan zitten en eraan werken, je concentreren, en voor de muziek is dat niet anders.

"Op een bepaald moment voel je dat je dingen uit handen moet geven. Soms zou ik graag met een arrangeur werken, maar dat is een beetje het nadeel van eigenzinnig te zijn: de mensen denken niet dat je artistieke hulp nodig hebt. Ik heb ook gewoon de pech gehad van niet altijd de goede mensen tegen te komen die een project onder hun vleugels kunnen nemen. Misschien moet je tegen zo iemand aanlopen als tegen een engel uit de hemel."

'Met tekenen ben ik nooit opgehouden. Backstage was ik altijd bezig, schetsboeken vol. Vorig jaar heb ik mijn eerste tentoonstelling gehouden. Ik denk niet dat ik dat op mijn vijfentwintigste had gekund. Zoiets moet uitrijpen. Sinds die expositie denk ik constant in beelden. Spijtig genoeg heb ik geen tijd om ze allemaal uit te voeren. Ik maak zeer speelse werken. Ik houd van naïviteit. Ik laat mezelf toe om dat in de muziek en de beelden te zijn. Dat wordt niet zo gemakkelijk getolereerd in de wereld zoals hij nu is. Alles moet mooi zijn, straf gemaakt, de zanger op tv moet knap zijn, alles moet lekker swingen. Daar probeer ik van weg te blijven. Het moet voor mij niet slim zijn, het mag simpel zijn, dom zelfs. Kijken vanuit een andere hoek, van op een plaats waar niemand aan gedacht had om eens te gaan staan. Zoals een kind iets zou zeggen. Het moet altijd wel heel kleurig zijn, net als de muziek trouwens. Er moet veel inzitten en het moet druk zijn. Soms denk ik: je moet opletten dat het niet iets wordt waarachter je je verschuilt. Maar voorlopig vind ik het vooral een interessante chaos.

"In het kader van honderd jaar Liga van de Rechten van de Mens is het initiatief genomen voor een tentoonstelling met werk van honderd kunstenaars op drie locaties, allemaal grote gebouwen. Mijn installatie staat in het Klein Kasteeltje in Brussel. Het is een sprookje dat draait om Ruddy Turnstone, een klein stripfiguurtje. Hij zit in een kooitje van kant, met zijn rug naar de toeschouwers, en wordt belaagd door allerlei vreselijke gedachten, letterlijk een onschuldige dreiging rond hem in de vorm van monsters die in de lucht hangen en houten skeletten op rolschaatsen met plastic geweertjes. Ik ben de androgyne krijger die hem verdedigt. Daarnaast zitten er konijntjes, op een fijne ijzeren structuur, ook helemaal bedekt met kant. Ik ben de installatie er gaan opzetten, er heerst een aparte sfeer. Terwijl ik aan het werk ben, komt er een klein ventje binnen. Hij ziet zo een konijntje, denkt dat het een hobbelpaard is en gaat erop zitten. Het konijn plat. Die kinderen komen van overal in de wereld, uit omstandigheden waarin men zeker niet bezig is met dit soort kunstuitingen. Zij vatten zo'n concept niet, ze denken dat het een speelruimte is. Dat is een maffe confrontatie die zeer relativerend is. Maar ik had wel geen zin om alles kapot te laten gaan, ik had er maanden aan gewerkt. Dus heb ik de deur laten sluiten en nu moet het publiek met een begeleider gaan kijken.

"Ik heb mezelf afgebeeld als een androgyne krijger omdat ik dat een belangrijk thema vind in een wereld waar de functies van mannen en vrouwen nog altijd gescheiden en traditioneel bepaald blijven. Ik hoorde van een vriend die net een zoon heeft dat hij complimenten krijgt van de verantwoordelijken als hij dat kind in de crèche gaat ophalen. Het is toch raar dat dat nog altijd zo is! Volgens mij moet een mens een mens zijn, niet een man of een vrouw. Een man mag gevoelig zijn, een vrouw hard. Vrouwen zouden goed kunnen organiseren. Is dat echt zo of komt het doordat ze het al zoveel eeuwen noodgedwongen doen? Veel mannen krijgen van in het begin mee dat ze mogen dromen of creatief zijn, dat ze flierefluiters mogen zijn, dat vindt men zelfs charmant. Bij een vrouw krijgt zo'n houding direct iets negatiefs. Een vrouw in rok en een man in broek, het gaat veel verder dan de uiterlijke kenmerken, vind ik.

"Ik heb lang mijn kleren zelf gemaakt. Nu doe ik dat nog, maar uit tijdgebrek maak ik vaker alleen nog het ontwerp en laat ik ze naaien. Een hele lijn ontwerpen is nog iets anders. Dat is een crazy job. Ik snap niet hoe die mensen dat zolang volhouden. Het is zo intens, de ideeën moeten maar blijven komen en er komt zoveel bij kijken. Mode is een wispelturig wereldje. Voor mezelf ben ik ermee begonnen omdat ik de mannenkleding die in de winkels hangt zo saai vind. Er is weinig keuze en alles wordt gemaakt in dezelfde, donkere kleuren en wijde modellen. Losjes, relaxed, terwijl ik ook al eens zin heb in een strakke broek of een trui met een grote kraag. Er is gewoon veel te weinig fantasie voor mannen. Dat wil niet zeggen dat het altijd extreem moet zijn. Fantasie kan ook sober zijn.

"Een tattoo zie ik ook als een juweel, zoals een ring of een oorbel. Een tattoo heeft zijn moment, hij dient zich aan. Je moet jezelf niet zomaar gratuit laten volkrabbelen. Ik wil er nog meer, maar ik moet wachten tot ik voel dat ik er klaar voor ben. Op iedere arm heb ik nu een Pegasus. Dat is een symbool voor poëzie. Op mijn borst heb ik twee zonnen omdat ik van mezelf positief moet blijven. Ze herinneren mij eraan dat ik de zon moet opzoeken, want soms heb ik de neiging om dat niet te doen, ook al vind ik dat ik een optimist ben.

"Iedereen laat het hoofd al eens hangen, ik ook. Je merkt het niet zo, want de carrière gaat goed vooruit, maar we hebben veel tegenslag gehad. Met management, platenfirma's, geldkwesties, slechte mensen. Ik heb dus zeker het gevoel dat ik hard voor het succes heb moeten vechten. Ik denk dat ik ook echt naïef ben, eigenlijk. Met de tijd leer je dat wel af. Nu doen we ons management zelf en iedere dag worden we geconfronteerd met de harde realiteit van de muziekbusiness. Het is een keiharde wereld. Het gaat slecht met de muziekindustrie. De cd-verkoop gaat achteruit. Jonge mensen kopen niet meer, ze kopiëren of halen de muziek van het internet en dat zal er niet beter op worden als ze de prijzen van de cd's nog verhogen. Zo moet alles crashen, want die jonge gasten kunnen dat niet meer betalen. De kopers vergrijzen, hoor ik, en die verdwijnen ook. Het zal dus nog erger worden. Veel groepen worden nu al buitengegooid en het is aartsmoeilijk om nog een goede deal te krijgen. Je moet dus vechten. Halfslappe muzikanten houden het niet lang vol.

'De muziek helpt mij om te leven, ja. Na een optreden of het schrijven van een song ben je er even van af. En omdat je het op een zachte manier aanbrengt door een song die hen pakt, is het volgens mij ook een interessante manier om mensen te inspireren, ze te laten nadenken over iets. Het nummer 'Moving through life as prey' vertelt over iemand die reist, ergens aankomt en er niet welkom is. Het zou kunnen gaan over de mensen in het Klein Kasteeltje. Wat moeten we met die mensen? Het volstaat om je even in te beelden hoe het zou zijn als jij zelf zou moeten vluchten voor weet ik welke vreselijke reden. En meestal zijn hun redenen erg genoeg. Muziek biedt natuurlijk geen oplossingen, maar het is ook niet vrijblijvend. De laatste strofe van die song gaat zo: 'Somebody arrives in a foreign place and starts to cry / but not a soul who thinks of giving up his precious place and so they die.' Dat gevoel wordt nog versterkt door de hoes van die plaat. Een wolf heeft twee konijntjes opgegeten, maar in zijn buik blijven ze geloven in de waan van het geluk. Een naïef beeld, maar ik geloof er wel in.

"Ik hou veel van konijntjes, ik verzamel ze. Ik heb er zoveel dat ik ze in dozen heb moeten stoppen. Het is begonnen met de Konijnenwei in Antwerpen, waar ze nu het Justitiepaleis op aan het bouwen zijn. Mijn vader vertelde dat, toen hij klein was, de stad daar eindigde en er weiden waren. Nu loopt daar de ring. Voor mij was het een magische plaats waar ik veel zat en droomde over hoe het geweest was. Zoals de naam het zegt, zitten er veel konijnen. Dat is een fascinerend dier. Het leeft in de stad, wat niet veel dieren doen. Duiven, ja, en mussen, maar die zijn aan het uitsterven, hoor ik. Het is allemaal raar, vind je niet? Ik heb zelf al meer dan tien jaar een hond. Een wezen dat ook op deze planeet leeft en evenveel bestaansrecht heeft als wij, maar de mens heeft alle plaats ingepalmd, zelfs in die mate dat dieren dreigen uit te sterven. Wat is er nu lieflijker dan een mus? In onze maatschappij schijnt dat niet belangrijk te zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat die houding niet eens op erg lange termijn - misschien maken onze kleinkinderen het al mee - belangrijke consequenties zal hebben.

"Uitsterven zal de konijnen niet gauw overkomen, zoals die vijf keer per jaar kweken. Ik heb al dikwijls naar de vlag met de Vlaamse leeuw gekeken. Dat zou beter een konijn zijn, een dier van bij ons, heel krachtig, door zijn voortplantingsdrang onuitroeibaar en tegelijk een fragiel en zacht diertje. Een mooie balans, vind ik, die goed bij Vlaanderen past, bij de aard van dit volk. Wat denk je van dat project: de Vlaamse leeuw vervangen door een woest konijn!"

'Gentle Ruddy Turnstone in an expanding collection of thoughts' is nog tot 26 april 2002 in het Klein Kasteeltje te zien samen met andere werken voor 100 jaar Liga van de Rechten van de Mens die verdeeld werden over het Justitiepaleis en 'La Mediatine' in Brussel.

De platen van Zita Swoon zijn uitgegeven bij Warner Music.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234