Woensdag 21/10/2020

De waakhond van de globalisering blaft maar bijt niet

Internationale Arbeidsorganisatie IAO houdt jaarlijkse conferentie

John Vandaele

Zoals elk jaar blies de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) ook deze junimaand weer verzamelen in Genève. Op die arbeidsconferentie praten werkgevers, werknemers en regeringen uit alle windstreken met elkaar over sociale rechten. Veel socialer is de wereldeconomie van de discussie nog niet geworden.

Er wordt vaak geklaagd dat de Europese Unie niet sociaal genoeg is, maar wat dan gezegd over de globalisering? Wie durft er dezer dagen nog met zekerheid beweren dat geen enkel van de kledingstukken die hij draagt door kinderen is gemaakt? Het is duidelijk: de Wereldhandelsorganisatie bewaakt met een zekere efficiëntie de handelsregels, maar voor de sociale regels lijkt het allemaal zoveel losser en zwakker.

Nochtans heeft de IAO de ambitie haar vele sociale normen te doen respecteren. Het concreetste werk levert ze op dit vlak op de jaarlijkse arbeidsconferentie in de zogenaamde commissie voor toepassing van de normen. Dit jaar moesten Colombia en China zich daar bijvoorbeeld verantwoorden voor het niet respecteren van de vakbondsvrijheid, Oekraïne en Bolivia voor kinderarbeid en Birma, Australië, Niger en Indonesië voor dwangarbeid. Die landen worden in die commissie op basis van concrete feiten gekapitteld over het niet naleven van de IAO-conventies. Die morele bolwassing betekent echter nog niet dat die landen hun beleid aanpassen.

De IAO heeft in haar lange bestaan (opgericht in 1919) meer dan 180 conventies geproduceerd. Dat zijn internationale verdragsteksten die telkens totstandkwamen na lange onderhandelingen tussen werkgevers, werknemers en regeringen, en een bepaald domein van de arbeidswereld regelen: sociale inspectie, visserij, asbestindustrie, werkgelegenheid... Dat de IAO de enige tripartite VN-organisatie is waar vakbonden en patroons een vaste stek hebben op alle niveaus, helpt om haar conventies in de realiteit te laten wortelen.

Probleem is evenwel dat de meeste IAO-conventies door minder dan de helft van de 175 IAO-leden werden geratificeerd. Zelfs als een land een conventie heeft geratificeerd, wordt ze daarom nog niet nageleefd. Ook als het niet naleven in de commissie van de normen aan de kaak wordt gesteld, verandert er dikwijls niet bijster veel op het terrein. Colombia, waar elk jaar tientallen vakbondsmensen worden vermoord, werd ook vorig jaar in diezelfde commissie voor de normen aangeklaagd. Na een roerige sessie met ACV-voorzitter Luc Cortebeeck in een bemiddelende rol, raakte de commissie het toen, en ook dit jaar, zelfs niet eens over het sturen van een onderzoekscommissie naar Colombia. De werkgevers vonden dat het vermoorden van vakbondsmensen met de algemene onveiligheid in het land te maken heeft. Is de IAO dan een hond die blaft maar niet bijt? "Misschien wel, maar het is wel een hond die blijft blaffen, die niet loslaat, en dat is vervelend in deze mediatieke tijden", zegt de Belg Michel Hansenne, directeur-generaal van de IAO van 1988 tot 1998. Zeker is dat landen die rijp zijn voor een bepaalde sociale wetgeving zich gaarne laten inspireren door IAO-conventies. "In zowat alle wetgevingen over kinderarbeid zie ik de invloed, en meestal zelfs de letterlijke passages, uit de IAO-conventies", zegt de Belg Guy Thys, die het IAO-programma tegen kinderarbeid leidt. Maar zaken doordrukken in landen die daar geen zin in hebben, ligt dus veel moeilijker.

Sinds 1998 wil de IAO nochtans een sociale bodem in de globalisering steken. Onder impuls van Michel Hansenne verklaarden alle IAO-leden op de arbeidsconferentie van 1998 immers plechtig dat ze de vijf basisnormen van de IAO zouden eerbiedigen of ze de bijbehorende conventies nu hadden geratificeerd of niet. Die vijf basisnormen zijn vrijheid van vereniging, het recht op collectief onderhandelen, het verbod op kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie. Door die verklaring verbonden alle leden er zich tevens toe op geregelde tijden verslag uit te brengen over hoe hun land die vijf basisnormen naleeft.

Zeer ernstig zijn die rapporten echter niet. Zo meldt de Chinese regering in haar jongste verslag over vakbondsvrijheid doodleuk dat ze de vakbondsvrijheid eerbiedigt, ook al is dat klinkklare onzin. Maar blijkbaar is er in de IAO niemand die dat ter discussie kan stellen. Hansenne: "De vakbonden zitten samen met de Chinese regering in de raad van bestuur van de IAO. Waarom zeggen ze de Chinezen niet: u liegt?" Jadot legt uit waarom zo'n confrontatie niet voor de hand ligt: "Diplomatiek gezien kun je niet zomaar een land beschuldigen. Om dat ter sprake te brengen, moet er een concrete klacht zijn van vakbonden en aangezien er geen vakbondsvrijheid is in China, zijn er ook maar zelden klachten." Op het China Employment Forum, dat de IAO samen met de Chinese regering eind mei in Peking organiseerde, slaagde de IAO er zelfs niet in een verwijzing naar vakbondsvrijheid in de slotverklaring te krijgen. Jadot: "Met Zimbabwe, Venezuela of Cuba zien we hetzelfde. De raad van bestuur van de IAO betreurt de situatie maar weigert een onderzoekscommissie uit te sturen."

Hier stoot de IAO duidelijk op haar grenzen, zo erkent ook Guy Ryder van het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV), de grootste internationale vakbondskoepel, die 150 miljoen leden vertegenwoordigt: "Ik denk dat we China via de IAO niet kunnen dwingen het recht op vereniging te eerbiedigen. Dat kan alleen in het kader van een betere regulering van de wereldhandel."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234